Milieubelastingen en -heffingen; nationale rekeningen (1995-2022)

Milieubelastingen en -heffingen; nationale rekeningen (1995-2022)

Betalingsplichtigen Perioden Totaal milieubelastingen en -heffingen (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Totale opbrengst milieubelastingen (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen op milieugrondslag Afvalstoffenbelasting (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen op milieugrondslag Brandstoffenbelasting (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen op milieugrondslag Energiebelasting (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen op milieugrondslag Emissierechten (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen op milieugrondslag Leidingwater- en grondwaterbelasting (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen op milieugrondslag Verpakkingenbelasting (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen op milieugrondslag Vliegbelasting (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen m.b.t. mobiliteit Accijns op benzine en ov. minerale oliën (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen m.b.t. mobiliteit Belast. personenauto's en motorrijwielen (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Belastingen m.b.t. mobiliteit Motorrijtuigenbelasting (mln euro) Opbrengst milieubelastingen Mineralenheffingen (mln euro) Opbrengst milieuheffingen Totale opbrengst milieuheffingen (mln euro) Opbrengst milieuheffingen Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten (mln euro) Opbrengst milieuheffingen Geluidsheffing burgerluchtvaart (mln euro) Opbrengst milieuheffingen Grondwaterheffing en nazorgheffing (mln euro) Opbrengst milieuheffingen Rioolheffing en rioolrechten (mln euro) Opbrengst milieuheffingen Waterverontreinigingsheffing (mln euro)
Totaal betalingsplichtigen 2010 23.985 19.722 41 1 4.249 0 315 299 7.659 2.096 5.060 2 4.263 1.775 42 15 1.304 1.127
A-U Alle economische activiteiten 2010 8.600 7.668 39 1 1.886 0 224 299 2.979 1.262 976 2 932 350 42 15 206 319
A Landbouw, bosbouw en visserij 2010 351 314 2 0 141 0 9 15 111 10 24 2 37 7 3 14 13
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie 2010 1.538 1.285 14 1 572 0 180 227 178 51 62 253 105 7 21 120
B Delfstoffenwinning 2010 16 15 0 0 14 0 0 0 1 0 0 1 1 0 0 0
C Industrie 2010 1.252 1.028 6 0 546 0 31 227 128 43 47 224 95 0 19 110
10-12 Voedings-, genotmiddelenindustrie 2010 464 346 1 0 137 0 11 162 24 5 6 118 38 0 11 69
13-15 Textiel-, kleding-, lederindustrie 2010 29 21 1 0 13 0 1 2 2 1 1 8 4 0 1 3
16-18 Hout-, papier-, grafische industr. 2010 90 77 0 0 38 0 0 10 24 3 2 13 8 0 0 5
16 Houtindustrie 2010 27 26 0 0 4 0 0 1 20 1 0 1 1 0 0 0
17 Papierindustrie 2010 41 33 0 0 23 0 0 8 2 0 0 8 3 0 0 5
18 Grafische industrie 2010 22 18 0 0 11 0 0 1 2 2 2 4 4 0 0 0
19 Aardolie-industrie 2010 26 23 0 0 15 0 1 0 7 0 0 3 1 0 0 2
20-21 Chemie en farmaceutische industrie 2010 192 164 1 0 120 0 7 30 3 1 2 28 14 0 2 12
20 Chemische industrie 2010 169 145 0 0 113 0 6 20 3 1 2 24 12 0 2 10
21Farmaceutische industrie 2010 23 19 1 0 7 0 1 10 0 0 0 4 2 0 0 2
22-23 Kunststof- en bouwmateriaalindustr 2010 135 121 1 0 87 0 1 8 15 3 6 14 6 0 2 6
22 Rubber- en kunststofproductindustrie 2010 63 58 0 0 41 0 1 4 10 1 1 5 2 0 1 2
23 Bouwmaterialenindustrie 2010 72 63 1 0 46 0 0 4 5 2 5 9 4 0 1 4
24-25 Basismetaal, metaalprod.-industrie 2010 119 100 0 0 58 0 7 2 17 7 9 19 10 0 1 8
24 Basismetaalindustrie 2010 29 20 0 0 13 0 5 0 2 0 0 9 5 0 0 4
25 Metaalproductenindustrie 2010 90 80 0 0 45 0 2 2 15 7 9 10 5 0 1 4
26-27 Elektrische en elektron. Industrie 2010 29 27 1 0 18 0 1 3 1 2 1 2 1 0 0 1
28 Machine-industrie 2010 53 43 0 0 26 0 0 4 5 4 4 10 7 0 1 2
29-30 Transportmiddelenindustrie 2010 31 28 0 0 14 0 0 3 6 3 2 3 2 0 0 1
31-33 Overige industrie en reparatie 2010 84 78 1 0 20 0 2 3 24 14 14 6 4 0 1 1
D Energievoorziening 2010 28 20 0 1 0 0 2 0 12 2 3 8 6 0 1 1
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2010 242 222 8 0 12 0 147 0 37 6 12 20 3 7 1 9
F Bouwnijverheid 2010 467 436 1 0 48 0 2 0 256 53 76 31 20 1 4 6
41 Algemene bouw en projectontwikkeling 2010 120 111 0 0 18 0 0 0 62 7 24 9 5 1 1 2
42 Grond-, water- en wegenbouw 2010 69 65 0 0 5 0 0 0 46 6 8 4 3 0 1 0
43 Gespecialiseerde bouw 2010 278 260 1 0 25 0 2 0 148 40 44 18 12 0 2 4
G-I Handel, vervoer en horeca 2010 2.666 2.421 4 0 438 0 10 43 1.523 179 224 245 79 42 0 78 46
G Handel 2010 1.109 966 2 0 259 0 5 41 406 155 98 143 58 0 58 27
45 Autohandel en -reparatie 2010 236 225 0 0 52 0 1 0 72 65 35 11 6 0 3 2
46 Groothandel en handelsbemiddeling 2010 595 512 2 0 95 0 4 40 256 73 42 83 28 0 37 18
47 Detailhandel (niet in auto's) 2010 278 229 0 0 112 0 0 1 78 17 21 49 24 0 18 7
H Vervoer en opslag 2010 1.356 1.288 2 0 54 0 1 0 1.096 20 115 68 7 42 0 10 9
49 Vervoer over land 2010 1.087 1.081 1 0 13 0 0 0 950 17 100 6 0 0 3 3
50 Vervoer over water 2010 14 14 1 0 0 0 1 0 12 0 0 0 0 0 0 0
51 Vervoer door de lucht 2010 43 1 0 0 0 0 0 0 1 0 0 42 0 42 0 0 0
52 Opslag, dienstverlening voor vervoer 2010 173 156 0 0 38 0 0 0 105 3 10 17 4 0 7 6
53 Post en koeriers 2010 39 36 0 0 3 0 0 0 28 0 5 3 3 0 0 0
I Horeca 2010 201 167 0 0 125 0 4 2 21 4 11 34 14 0 10 10
J Informatie en communicatie 2010 144 122 2 0 48 0 1 0 47 18 6 22 11 0 3 8
K Financiële dienstverlening 2010 198 169 0 0 35 0 1 0 110 11 12 29 3 0 19 7
L Verhuur en handel van onroerend goed 2010 161 131 0 0 45 0 2 0 61 18 5 30 21 0 3 6
M-N Zakelijke dienstverlening 2010 1.852 1.800 6 0 101 0 4 14 357 838 480 52 25 0 11 16
M Specialistische zakelijke diensten 2010 294 262 6 0 72 0 2 0 142 19 21 32 15 0 5 12
N Verhuur en overige zakelijke diensten 2010 1.558 1.538 0 0 29 0 2 14 215 819 459 20 10 0 6 4
O-Q Overheid en zorg 2010 874 690 10 0 320 0 11 0 207 75 67 184 66 4 41 73
O Openbaar bestuur en overheidsdiensten 2010 309 227 9 0 87 0 2 0 80 17 32 82 30 4 18 30
P Onderwijs 2010 250 216 0 0 102 0 3 0 81 13 17 34 13 0 8 13
Q Gezondheids- en welzijnszorg 2010 315 247 1 0 131 0 6 0 46 45 18 68 23 0 15 30
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten 2010 349 300 0 0 138 0 4 0 129 9 20 49 13 0 12 24
R Cultuur, sport en recreatie 2010 207 170 0 0 76 0 2 0 77 3 12 37 9 0 9 19
S Overige dienstverlening 2010 142 130 0 0 62 0 2 0 52 6 8 12 4 0 3 5
T Huishoudens 2010 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
U Extraterritoriale organisaties 2010 .
Totaal particuliere huishoudens 2010 15.293 11.970 2 0 2.347 0 89 0 4.621 827 4.084 3.323 1.417 0 1.098 808
Totaal niet-ingezetenen 2010 92 84 0 0 16 0 2 0 59 7 0 8 8 0 0 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Ter ondersteuning en financiering van het milieubeleid zijn door de overheid diverse belastingen en heffingen ingesteld. Deze tabel geeft een overzicht van de opbrengsten van de milieubelastingen en milieuheffingen.
De opbrengsten van de milieubelastingen en milieuheffingen kunnen worden onderverdeeld naar betalingsplichtige. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in particuliere huishoudens, bedrijfstakken en niet-ingezetenen die de belastingen betalen.
De hierboven genoemde opbrengsten van de milieubelastingen en -heffingen worden in volgende grootheden weergegeven:
- Waarde in werkelijke prijzen, mln euro

De tabel maakt deel uit van de milieurekeningen. De milieurekeningen kwantificeren de relatie tussen economie en milieu. Om tot een consistente statistische beschrijving te komen van deze relatie sluiten de milieurekeningen aan op de classificaties, definities en de revisiestrategie van de nationale rekeningen. Hierdoor wijken milieucijfers uit de milieurekeningen in een aantal gevallen af van de milieucijfers elders op CBS-website.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De meest recente jaren 2021 en 2022 hebben de status voorlopig, de verslagjaren 1995-2020 hebben de status definitief.

Wijzigingen per april 2025:
Geen, deze tabel is stopgezet. De link naar de nieuwe tabel kunt u vinden in paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Totaal milieubelastingen en -heffingen
Opbrengst milieubelastingen
Belastingen die het afremmen van milieubelastende activiteiten beogen via een verhoging van de prijs. De opbrengsten van deze belastingen gaan naar de algemene middelen van de overheid en worden dus niet speciaal gebruikt voor de financiering van milieumaatregelen. Voorbeelden van milieubelastingen zijn accijnzen op benzine, motorrijtuigenbelasting, energiebelasting en belastingen op personenauto's en motorrijwielen (BPM).
Totale opbrengst milieubelastingen
Belastingen op milieugrondslag
Verzamelnaam voor de volgende productgebonden belastingen: belastingen op grondwater, leidingwater, afvalstoffen, brandstoffen, energie, verpakkingen en vliegtuigpassagiers. Deze belastingen zijn onderdeel van de Wet belastingen op milieugrondslag.
Afvalstoffenbelasting
De afvalstoffenbelasting wordt geheven over afval dat wordt gestort. De belasting heeft tot doel te stimuleren dat afval vanuit milieuperspectief op een zo goed mogelijke manier wordt verwerkt. De afvalstoffenbelasting is een productgebonden belasting en maakt deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.
Brandstoffenbelasting
Belasting die is verschuldigd door personen die kolen winnen, produceren, of importeren, en deze vervolgens gebruiken als brandstof of aan anderen leveren. Het doel van de belasting is het tegengaan van milieuvervuiling en het terugdringen van energiegebruik. Er is geen brandstoffenbelasting verschuldigd voor kolen die gebruikt worden om elektriciteit op te wekken.
Met ingang van 2004 is deze belasting grotendeels opgenomen in de energiebelasting en de accijns op minerale oliën. Voor kolen blijft de brandstoffenbelasting bestaan. De brandstoffenbelasting is een productgebonden belasting en maakt deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.
Energiebelasting
Belasting die wordt geheven over het verbruik van energie (aardgas, elektriciteit en bepaalde minerale oliën). De energiebelasting is een productgebonden belasting en maakt deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag. Energiebelasting is met ingang van 2004 de nieuwe naam voor de regulerende energiebelasting (REB). De brandstoffenbelasting is met ingang van 2004 grotendeels opgenomen in de energiebelasting.
Emissierechten
Emissierechten bestaan uit veilinginkomsten van de overheid voor het Europese systeem van CO2-emissiehandel (EU ETS). Bedrijven met veel CO2-emissies in Nederland zijn verplicht om aan het EU ETS mee te doen en moeten voor elke ton CO2 uitstoot een emissierecht inleveren. Sinds 2011 heeft de overheid inkomsten in verband met veilingen van emissierechten, maar het ETS bestaat al langer. Het totaal van emissierechten sluit aan bij de overheidscijfers in de Nationale Rekeningen. Het verbruik van emissierechten per bedrijfstak is gebaseerd op het saldo van het aantal ingeleverde rechten en gratis ontvangen emissierechten. Een deel van de emissierechten ontvangen deelnemende bedrijven gratis ter compensatie van het ‘koolstof-weglekeffect’, het overige deel moeten ze bijkopen. Uit praktische overwegingen is daarbij een gemiddelde prijs gehanteerd. Werkelijke kosten voor bedrijven kunnen afwijken omdat kosten en opbrengsten uit handel in emissierechten buiten beschouwing zijn gelaten.
Leidingwater- en grondwaterbelasting
Belasting op leidingwater:
In Nederland wordt belasting geheven over leidingwater. De belasting moet worden betaald door bedrijven of huishoudens die water geleverd krijgen via een aansluiting, al dan niet van drinkwaterkwaliteit. De belasting op leidingwater is ingevoerd met het idee dat door het heffen van deze belasting er minder water zal worden verbruikt. De belasting op leidingwater is een productgebonden belasting en maakt deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.
Grondwaterbelasting:
Belasting geheven door het rijk op het onttrekken van zoet grondwater aan de bodem door middel van een inrichting als bedoeld in de Grondwaterwet. De belasting wordt betaald door bijvoorbeeld waterleidingbedrijven, agrarische bedrijven en productiebedrijven die grondwater onttrekken, bronbemalers en particulieren die grote hoeveelheden grondwater onttrekken voor bijvoorbeeld een zwembad. Onttrekkingen voor bepaalde doeleinden alsmede kleine onttrekkingen zijn vrijgesteld van de grondwaterbelasting. Grondwaterbelasting wordt geheven om het onttrekken van grondwater te ontmoedigen. Het stimuleert het spaarzaam omgaan met voorraden die uitputtelijk zijn. De grondwaterbelasting is een productgebonden belasting en maakt deel
uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.
Verpakkingenbelasting
Belasting die wordt opgelegd aan de producent of importeur van (de producten in) verpakkingen. Het doel van de verpakkingenbelasting is om de mate van milieuvervuiling van verpakkingen in de marktprijs tot uitdrukking te laten komen en waar mogelijk de hoeveelheid verpakkingen terug te dringen en een verschuiving binnen de soorten verpakkingsmateriaal te realiseren. De verpakkingenbelasting behoort tot de productgebonden belastingen van het rijk en is op 1 januari 2008 ingesteld.
Vliegbelasting
Belasting die per 1 juli 2008 wordt geheven voor het vertrek van passagiers met een vliegtuig vanaf een in Nederland gelegen luchthaven. Deze belasting wordt opgelegd aan de exploitant van de luchthaven waarvandaan de passagier vertrekt. Per 1 juli 2009 is de vliegbelasting weer afgeschaft.
Belastingen m.b.t. mobiliteit
Verzamelnaam voor diverse belastingen met betrekking tot mobiliteit die men ook tot de milieubelastingen zou kunnen rekenen. Voorbeelden zijn accijnzen op benzine en overige minerale oliën, motorrijtuigenbelasting en belastingen op personenauto's en motorrijwielen (BPM). Deze belastingen maken geen onderdeel uit van de Wet belastingen op milieugrondslag.
Accijns op benzine en ov. minerale oliën
Verbruiksbelasting die wordt geheven over benzine en andere minerale oliën, zoals diesel, LPG, zware stookolie en methaan.
Belast. personenauto's en motorrijwielen
Eenmalige belasting die wordt geheven van degene die een voertuig (personenauto, bestelauto, motorrijwiel) als eerste op zijn naam laat registreren bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer.
Motorrijtuigenbelasting
Belasting voor het bezit van een personenauto, bestelauto, motorrijwiel of een vrachtauto en het rijden op de weg met een autobus.
Mineralenheffingen
Heffingen die worden opgelegd aan mestproducerende bedrijven voor productie boven de toegestane norm en aan ondernemingen die dierlijke mest aanvoeren. Vanaf eind jaren 80 zijn er verschillende soorten mineralenheffingen van kracht geweest. De opbrengsten van deze milieumaatregel worden niet (meer) besteed aan het oplossen van de mestproblematiek en gaan naar de algemene middelen van de overheid. Daarom worden de mineralenheffingen tot de milieubelastingen gerekend en niet tot de milieuheffingen. Vanaf 2017 zijn de opbrengsten van het fosfaatreductieplan toegevoegd aan de opbrengsten van de mineralenheffingen.
Opbrengst milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd.
Totale opbrengst milieuheffingen
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
De afvalstoffenheffing is een vergoeding voor de kosten van het periodiek ophalen en verwerken van huishoudelijk afval door gemeenten. Gebruikers van een perceel dienen deze gemeentelijke heffing te betalen.
Reinigingsrechten zijn een betaling door een ondernemer voor het ophalen van bedrijfsafvalstoffen. Met de opbrengsten van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten worden de kosten voor de inzameling en de verwerking van huishoudelijk afval en bedrijfsafval gedekt.
Geluidsheffing burgerluchtvaart
Op grond van de Luchtvaartwet is een heffing ingesteld op het gebruik van vliegvelden door de burgerluchtvaart. De opbrengst van de heffing wordt door het Rijk gebruikt ter financiering van de sanering van geluidsoverlast rond vliegvelden. Deze sanering bestaat uit isolatie of sloop van woningen rond vliegvelden.
Grondwaterheffing en nazorgheffing
Grondwaterheffing:
De grondwaterheffing, die wordt geheven door de provincies, is ingesteld wegens het onttrekken van grondwater. Houders van een geregistreerde pompinrichting moeten deze provinciale heffing betalen. De heffing komt dus voornamelijk ten laste van bedrijven (industrieën en waterwinningsbedrijven) die grote hoeveelheden grondwater onttrekken. Uit de opbrengst worden provinciale kosten gefinancierd voor onderzoek en uitvoering van maatregelen in het kader van het grondwaterbeheer. Daarnaast wordt de opbrengst aangewend voor het vergoeden van schade.
Nazorgheffing stortplaatsen:
Provincies zijn (in het kader van de Leemtewet) belast met de eeuwigdurende nazorg van stortplaatsen waar het storten van afval vóór 1 september 1996 is beëindigd. In verband hiermee zijn zij bevoegd tot het instellen van een heffing voor de financiering van deze nazorg. De heffing wordt opgelegd aan de exploitanten van deze stortplaatsen.
Rioolheffing en rioolrechten
Rioolheffingen worden door gemeenten geheven om de inzameling, het transport en de verwerking van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater te kunnen bekostigen. Rioolrechten moeten worden betaald door gebruikers van een onroerend goed van waaruit afvalwater wordt afgevoerd via het rioolnetwerk. Tot 1 januari 2010 kan de gemeente kiezen tussen het heffen van rioolheffingen of het heffen van rioolrechten; daarna kunnen geen rioolrechten meer worden geheven.
Waterverontreinigingsheffing
Deze heffing moet worden betaald voor het lozen van afvalstoffen op het riool of op een zuiveringstechnisch werk. De opbrengst dient ter financiering van de kosten voor de zuivering van afvalwater door de waterschappen.