Inkomensbeoordeling en financiële problemen; huishoudens


Deze tabel geeft het oordeel van huishoudens weer over hun inkomenspositie en de mate waarin zij financiële beperkingen ondervinden. Aan bod komen de mate waarin huishoudens kunnen rondkomen van het beschikbare inkomen, de moeite die ze hebben met het betalen van de maandelijkse woonlasten en met het aflossen van leningen en terugbetalen van op afbetaling gekochte artikelen. Ook bevat de tabel informatie over het kunnen betalen van bepaalde gangbare goederen en diensten, zoals kleren of een jaarlijkse vakantie, en het hebben van betalingsachterstanden.
Een herziening van de Inkomensstatistiek heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling van het aantal huishoudens met een laag inkomen. Een belangrijke aanpassing is de herziening van de economische huurwaarde. In het onderzoek European Union-Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), de bron voor gegevens over de subjectieve beoordeling van het inkomen, wordt de nieuwe methodiek vanaf 2016 toegepast. Dit heeft in 2016 geleid tot een neerwaartse bijstelling van het aantal huishoudens met een laag inkomen. Daarnaast is de samenstelling van deze groep veranderd: de bijstelling resulteerde in een kleiner aandeel eigenwoningbezitters onder huishoudens met een laag inkomen. Vergeleken met huurders zeggen woningeigenaren beter rond te kunnen komen van het inkomen en ze ervaren minder vaak financiële beperkingen. Huishoudens die op basis van de herziene inkomensgegevens een laag inkomen hebben, maken hierdoor vaker gewag van betalingsachterstanden en ervaren vaker financiële krapte dan huishoudens met een risico op armoede volgens de oude methodiek. De afleidingsmethode van voornaamste inkomensbron van het huishouden is vanaf 2018 aangepast. Voor 2018 werd inkomen uit eigen onderneming op basis van een prioriteitsregel altijd als voornaamste bron aangemerkt. Als een andere inkomensbron, bijvoorbeeld loon, een substantieel bedrag omvat en als dit bedrag hoger is dan het inkomen uit eigen onderneming, dan vormt loon en niet langer inkomen uit eigen onderneming de voornaamste inkomensbron van het huishouden volgens de nieuwe methodiek. De nieuwe afleidingsregel betekent dat het aantal huishoudens met inkomen uit eigen onderneming als voornaamste inkomensbron bijna gehalveerd wordt.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2005.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn tot en met 2018 definitief. De cijfers van 2019 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 9 december 2019:
Cijfers over 2018 en 2019 toegevoegd
De categorieën "Bron: uitkering sociale voorzieningen: overige" en "Bron: inkomen uit eigen onderneming" zijn verwijderd omdat hierover voor de gehele periode geen gegevens beschikbaar zijn.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
December 2020.

Inkomensbeoordeling en financiële problemen; huishoudens

Huishoudenskenmerken Perioden (Zeer) moeilijk rondkomen (%) Ervaring van lastenMaandelijkse woonkosten zijn zware last (%) Ervaring van lastenLeningen zijn zware last (%) Onvoldoende geld voorEen warme maaltijd om de andere dag (%) Onvoldoende geld voorHet regelmatig kopen van nieuwe kleding (%) Onvoldoende geld voorHet verwarmen van het huis (%) Onvoldoende geld voorHet vervangen van versleten meubels (%) Onvoldoende geld voorHet te eten vragen van familie/kennissen (%) Onvoldoende geld voorJaarlijks een week vakantie (%) Onvoldoende geld voorOnverwachte noodzakelijke uitgaven (%) Onvoldoende geld voorMinstens één van de genoemde items (%) Betalingsachterstanden laatste 12 mndHuur of hypotheek (%) Betalingsachterstanden laatste 12 mndGas, water en elektriciteit (%) Betalingsachterstanden laatste 12 mndOp afbetaling gekochte artikelen (%) Betalingsachterstanden laatste 12 mndOp minstens één van de genoemde items (%)
Particuliere huishoudens 2005 17 18 3 3 17 3 27 10 20 28 41 4 3 1 6
Particuliere huishoudens 2006 15 16 3 3 14 3 24 9 18 26 37 3 3 1 5
Particuliere huishoudens 2007 11 13 2 2 12 2 22 7 17 24 35 3 2 1 4
Particuliere huishoudens 2008 12 12 2 2 12 2 20 7 16 22 33 2 2 1 3
Particuliere huishoudens 2009 11 10 2 2 12 2 21 7 15 21 32 3 2 1 4
Particuliere huishoudens 2010 13 12 2 3 14 3 22 8 18 25 36 3 2 1 5
Particuliere huishoudens 2011 14 12 3 3 14 2 23 8 20 25 36 3 2 1 5
Particuliere huishoudens 2012 14 12 2 3 15 2 24 9 20 25 37 4 2 1 5
Particuliere huishoudens 2013 17 13 2 3 18 3 25 10 22 26 39 4 2 1 5
Particuliere huishoudens 2014 16 13 3 3 17 3 26 10 20 26 38 4 3 1 6
Particuliere huishoudens 2015 15 11 3 3 17 4 25 10 19 27 37 4 3 1 5
Particuliere huishoudens 2016 15 12 3 3 16 3 24 11 19 26 38 3 2 1 5
Particuliere huishoudens 2017 14 11 3 3 16 3 23 11 18 25 35 4 2 1 5
Particuliere huishoudens 2018 12 10 2 3 15 3 22 11 17 25 35 3 2 1 4
Particuliere huishoudens 2019* 12 10 2 3 16 4 23 12 18 25 37 3 2 1 4
Bron: CBS.
Verklaring van tekens