Onderwijs; uitgaven aan onderwijs en CBS/OESO indicatoren

Onderwijs; uitgaven aan onderwijs en CBS/OESO indicatoren

Onderwijssectoren Perioden Uitgaven aan onderwijs Overheid Uitgaven aan onderwijsinstellingen Apparaatskosten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Onderwijsvoorzieningen jonggehandicapten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Tegemoetkoming schoolkosten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Begeleidingskosten (leer)bedrijven (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Studiefinanciering, giften (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten Totaal ontvangsten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten EU-subsidieregelingen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten Terugontvangen studiefinanciering en ... (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten Rente op studieleningen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten Aflossingen op studieleningen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Uitgaven aan onderwijsinstellingen Ouderbijdragen en schoolactiviteiten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Onderwijsvoorzieningen jonggehandicapten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Tegemoetkoming schoolkosten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Ontvangen subsidies Begeleidingskosten (leer)bedrijven (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Buitenland Totaal buitenland (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Buitenland EU-subsidieregelingen (mln euro) Indicatoren Uitgaven aan onderwijsinstellingen In % bbp Huishoudens, bedrijven, buitenland (%)
Wetenschappelijk onderwijs 2024* 83 3 0 296 42 0 8 34 630 3 0 517 0 0,3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de uitgaven aan regulier onderwijs in Nederland.

De overheid financiert de onderwijsinstellingen en betaalt voor onderzoek dat ze laat uitvoeren door universiteiten. De overheid geeft studiefinanciering, tegemoetkoming in de schoolkosten, een vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten en kinderopvangtoeslag aan huishoudens (studenten en/of ouders) en verstrekt subsidies aan bedrijven en non-profit instellingen. Daarnaast ontvangt de overheid middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, tegemoetkoming in de schoolkosten en rente en aflossingen op studieleningen en vordert de overheid teveel uitgekeerde studiefinanciering terug.

Huishoudens betalen les- en collegegeld, ouderbijdragen en bijdragen voor schoolactiviteiten aan onderwijsinstellingen. Daarnaast moeten huishoudens boeken en materialen aanschaffen en hebben ze kosten voor het gebruik van openbaar vervoer tussen huis en school (voor zover dit niet door de overheid gesubsidieerd wordt). Bovendien kunnen huishoudens uitgaven hebben voor huiswerkbegeleiding en bijles. Ook moeten rente en aflossingen op studieleningen en teveel ontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten aan de overheid terugbetaald worden. Huishoudens ontvangen kinderopvangtoeslag, een vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten, tegemoetkoming in de schoolkosten, studiefinanciering en studiebeurzen die door bedrijven beschikbaar worden gesteld.

Bedrijven en non-profit instellingen maken kosten voor de begeleiding van stagiairs en leerlingen die leren en werken combineren, dragen bij aan de kosten van werkgerelateerde opleidingen van werknemers en geven geld uit aan onderzoek dat ze door hogescholen en universiteiten laten uitvoeren. Daarnaast dragen bedrijven bij aan de kinderopvangtoeslag en geven ze studiebeurzen aan studenten in het hoger onderwijs. Bedrijven ontvangen subsidies en fiscale regelingen van de overheid om ze te stimuleren leerplekken en stageplaatsen beschikbaar te stellen en voor het verzorgen van het leerlingenvervoer.

Organisaties in het buitenland betalen onderwijsinstellingen voor het uitvoeren van onderzoek. De Europese Unie verstrekt middelen en subsidies voor onderwijs aan onderwijsinstellingen en de Nederlandse overheid. Buitenlandse overheden geven bijdragen aan internationale scholen in Nederland die onder hun nationaliteit opereren.

De statistiek Onderwijsuitgaven wordt samengesteld op kasbasis. Dit wil zeggen dat de onderwijsuitgaven en -ontvangsten worden toegekend aan het jaar waarin ze daadwerkelijk worden uitgegeven of ontvangen. De activiteit of transactie die bij de uitgave of ontvangst hoort kan echter in een ander jaar plaatsvinden.

De tabel bevat ook verschillende indicatoren die (inter)nationaal worden gebruikt om de uitgaven aan onderwijs te vergelijken en in een bredere context te plaatsen. De indicatoren zijn samengesteld op basis van bepalingen van het CBS en/of de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). Alle gepresenteerde cijfers zijn berekend volgens de gestandaardiseerde definities van de OESO.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel van 1995 tot en met 2023 zijn definitief. De cijfers van 2024 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 24 december 2025:
De definitieve cijfers van 2023 en de voorlopige cijfers van 2024 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In december 2026 worden de definitieve cijfers over 2024 en de voorlopige cijfers over 2025 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Uitgaven aan onderwijs
De uitgaven van de overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen en onderwijs en de overheidsuitgaven m.b.t. onderwijs aan huishoudens en bedrijven.
Van deze uitgaven worden de ontvangsten afgetrokken. Voor de overheid de middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, de rente op studieleningen en de terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten die teveel of ten onrechte werd uitgekeerd. Voor huishoudens de kinderopvangtoeslag, de tegemoetkoming in de schoolkosten, de studiefinanciering die bedoeld is als tegemoetkoming in de uitgaven aan les- en collegegeld, boeken en leermiddelen en openbaar vervoer, studiebeurzen van bedrijven en de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten. Voor bedrijven wordt de tegemoetkoming in de begeleidingskosten van duale leerlingen en stagiairs van de uitgaven afgetrokken. Behalve voor de rente, wordt dit gedaan om dubbeltelling te voorkomen (deze ontvangsten worden namelijk gebruikt voor de dekking van (een deel van) de uitgaven).
Een aantal uitgaven en ontvangsten wordt niet meegenomen in de berekening van de totale uitgaven aan onderwijs. Voor de overheid zijn dit de verstrekte studieleningen en ontvangen aflossingen op studieleningen, voor huishoudens de tegemoetkoming in levensonderhoud, de ontvangen studieleningen en de aflossingen hierop en voor bedrijven de subsidie voor het verzorgen van leerlingenvervoer. Studieleningen en aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten, omdat leningen niet als echte uitgaven gezien worden; ze worden namelijk na een bepaalde periode terugbetaald.
De tegemoetkoming in het levensonderhoud heeft een algemeen doel zonder raakvlak met onderwijs en de subsidie voor leerlingenvervoer wordt verstrekt aan bedrijven buiten de onderwijssector, die uit commercieel belang vervoer leveren: om deze redenen worden ze niet meegerekend als ontvangst voor onderwijs.
Overheid
De uitgaven van de overheid bestaan uit de uitgaven van de rijksoverheid, provincies en gemeenten aan onderwijsinstellingen en onderwijs. Van de uitgaven worden de middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, de rente op studieleningen en de terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten die teveel of ten onrechte werd uitgekeerd afgetrokken. De verstrekte studieleningen en ontvangen aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Uitgaven aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van de rijksoverheid, provincies en gemeenten aan onderwijsinstellingen. Het betreft de lumpsum financiering, apparaatskosten en uitgaven voor contractonderzoek.
Apparaatskosten
Apparaatskosten hebben betrekking op het bewaken van de kwaliteit van het onderwijs, het voeren van beleid en administratie door ministeries en gemeenten, subsidies aan schoolbegeleidingsdiensten en dergelijke. Deze kosten worden op basis van de omvang van de onderwijssectoren toegedeeld aan de onderwijsinstellingen.
Subsidie- en fiscale regelingen
De overheid geeft huishoudens subsidie voor het volgen van onderwijs met een tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering. Hiermee worden leerlingen/studenten of ouders (gedeeltelijk) gecompenseerd voor de uitgaven aan les- en collegegelden, boeken en leermiddelen en de kosten van openbaar vervoer en levensonderhoud. Aan jonggehandicapten vergoedt de overheid voorzieningen die hen in staat stellen om regulier onderwijs te volgen. De overheid verstrekt daarnaast kinderopvangtoeslag aan huishoudens en subsidies aan peuterspeelzalen en bedrijven in kinderdagopvang. Het deel hiervan dat gerelateerd is aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen, wordt meegeteld als uitgave aan onderwijs. De overheid geeft ook subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven voor het verzorgen van leerlingenvervoer en de kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo. De verstrekte studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Onderwijsvoorzieningen jonggehandicapten
Vergoeding van de rijksoverheid aan (ouders van) jonggehandicapten in basis- tot en met hoger onderwijs voor de aanschaf van voorzieningen die nodig zijn om de jonggehandicapte regulier onderwijs te laten volgen. Het gaat om voorzieningen als een doventolk voor dove leerlingen en studenten en hulpmiddelen als een aangepaste computer, aangepast schoolmeubilair en hulpmiddelen bij het lezen en schrijven. Voor leerlingen en studenten in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs gaat het daarnaast om een taxivergoeding, aangepaste bruikleenauto of aanpassingskosten en een kilometervergoeding voor de eigen auto voor het vervoer naar en van de onderwijsinstelling.
Tegemoetkoming schoolkosten
De giften van de rijksoverheid aan huishoudens (leerlingen of ouders) om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een opleiding. De tegemoetkoming is voornamelijk voor (ouders van) leerlingen van 18 jaar en ouder in het voortgezet onderwijs en deelnemers jonger dan 18 jaar in het vavo of middelbaar beroepsonderwijs. De huishoudens hoeven deze giften niet terug te betalen aan de overheid.
Begeleidingskosten (leer)bedrijven
De overheid geeft subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven om ze te stimuleren leerwerkplekken en stageplaatsen beschikbaar te stellen. Met een belastingkorting of subsidie krijgen bedrijven een deel van hun kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs vergoed. De subsidies zijn gedeeltelijk afkomstig van de EU. Bij stages gaat het om deelnemers aan mbo-bol en hbo-voltijdopleidingen. Bij duale trajecten gaat het om deelnemers aan vmbo-leerwerktrajecten, mbo-bbl en duale hbo-opleidingen.
Studiefinanciering, giften
De giften van de rijksoverheid aan huishoudens (studenten of ouders) om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een studie of opleiding. Het gaat om de bol-beurs (dit is de voorloper van de prestatiebeurs die vanaf schooljaar 2005-2006 ook voor deelnemers aan een
mbo-bol opleiding is ingegaan), het eerste jaar van de aanvullende beurs en kwijtscheldingen van een deel van de voorwaardelijke leningen (de basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart). De huishoudens hoeven deze giften niet terug te betalen aan de overheid.
Ontvangsten
De rijksoverheid ontvangt middelen voor het onderwijs in Nederland vanuit de Europese Unie. Daarnaast zijn er terugontvangsten van teveel of ten onrechte uitgekeerde tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering en ontvangt de overheid rente en aflossingen op studieleningen. Van de ontvangsten worden de aflossingen op studieleningen buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Totaal ontvangsten
De rijksoverheid ontvangt middelen voor het onderwijs in Nederland vanuit de Europese Unie. Daarnaast zijn er terugontvangsten van teveel of ten onrechte uitgekeerde tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering en ontvangt de overheid rente en aflossingen op studieleningen. Van de ontvangsten worden de aflossingen op studieleningen buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
EU-subsidieregelingen
Vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) van de Europese Unie krijgt de Nederlandse overheid jaarlijks een bedrag uitgekeerd voor verschillende meerjarige projecten op het gebied van onderwijs. Het betreft subsidie voor het beschikbaar stellen van leerwerkplekken en het met onderwijs ondersteunen van minder kansrijke jongeren zodat zij een betere arbeidspositie krijgen. De overheid geeft de subsidie door aan onderwijsinstellingen en bedrijven die duale leerlingen en stagiairs begeleiden.
Terugontvangen studiefinanciering en ...
Terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming schoolkosten.
Tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering worden terugontvangen wanneer de overheid dit teveel of onterecht heeft uitbetaald aan huishoudens.
Rente op studieleningen
Dit zijn renteontvangsten van zowel onvoorwaardelijke als voorwaardelijke leningen. De rentedragende lening en het collegegeldkrediet zijn onvoorwaardelijke leningen. De basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart zijn voorwaardelijke leningen. Als een student zijn studie niet op tijd afrondt, wordt de ontvangen studiefinanciering niet omgezet in een gift, maar blijft het een lening die terugbetaald moet worden en waarover rente betaald moet worden.
Aflossingen op studieleningen
Het betreft aflossingen op zowel onvoorwaardelijke als voorwaardelijke leningen. De rentedragende lening en het collegegeldkrediet zijn onvoorwaardelijke leningen. De basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart zijn voorwaardelijke leningen. Als een student zijn studie niet op tijd afrondt, wordt de ontvangen studiefinanciering niet omgezet in een gift, maar blijft het een lening die terugbetaald moet worden en waarover rente betaald moet worden. Aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs. Aflossingen op leningen worden niet als echte ontvangsten gezien, maar als terugbetaling van een eerder geleend bedrag.
Huishoudens
De uitgaven van huishoudens bestaan uit de uitgaven aan onderwijsinstellingen en overige uitgaven aan onderwijs. Van de uitgaven worden de kinderopvangtoeslag, de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten, de tegemoetkoming in de schoolkosten, een deel van de studiefinanciering en de studiebeurzen van bedrijven afgetrokken. De aflossingen op studieleningen, de tegemoetkoming in levensonderhoud en ontvangen leningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Uitgaven aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van huishoudens aan onderwijsinstellingen bestaan uit les- en collegegelden aan bekostigde en particuliere onderwijsinstellingen, ouderbijdragen en uitgaven aan schoolactiviteiten.
Ouderbijdragen en schoolactiviteiten
De uitgaven van huishoudens aan vrijwillige ouderbijdrage en schoolactiviteiten zoals excursies, schoolreisjes en dergelijke.
Ontvangen bijdragen
De bijdragen die huishoudens van de overheid en bedrijven ontvangen als tegemoetkoming in de kosten van het volgen van een opleiding of studie. Het betreft de tegemoetkoming in de schoolkosten, de studiefinanciering, de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten en de studiebeurzen die door bedrijven beschikbaar gesteld worden. Ook de kinderopvangtoeslag die huishoudens ontvangen wordt meegeteld voor het deel dat gerelateerd wordt aan de educatieve component in de dagbesteding van driejarige kinderen in de kinderdagopvang. Bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs worden het deel van de studiefinanciering dat tegemoetkomt in de kosten van het levensonderhoud en de ontvangen studieleningen buiten beschouwing gelaten.
Onderwijsvoorzieningen jonggehandicapten
Vergoeding van de rijksoverheid aan (ouders van) jonggehandicapten in basis- tot en met hoger onderwijs voor de aanschaf van voorzieningen die nodig zijn om de jonggehandicapte regulier onderwijs te laten volgen. Het gaat om voorzieningen als een doventolk voor dove leerlingen en studenten en hulpmiddelen als een aangepaste computer, aangepast schoolmeubilair en hulpmiddelen bij het lezen en schrijven. Voor leerlingen en studenten in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs gaat het daarnaast om een taxivergoeding, aangepaste bruikleenauto of aanpassingskosten en een kilometervergoeding voor de eigen auto voor het vervoer naar en van de onderwijsinstelling.
Tegemoetkoming schoolkosten
De giften van de rijksoverheid aan huishoudens (leerlingen of ouders) om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een opleiding. De tegemoetkoming is voornamelijk voor (ouders van) leerlingen van 18 jaar en ouder in het voortgezet onderwijs en leerlingen jonger dan 18 jaar in het vavo of middelbaar beroepsonderwijs. De huishoudens hoeven deze giften niet terug te betalen aan de overheid.
Bedrijven
De uitgaven van bedrijven en non-profit instellingen aan onderwijsinstellingen en overige uitgaven aan onderwijs.. Van de uitgaven wordt de tegemoetkoming in de begeleidingskosten voor (leer)bedrijven afgetrokken. De subsidie voor leerlingenvervoer wordt buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Ontvangen subsidies
Bedrijven ontvangen subsidies en fiscale regelingen van de overheid voor het verzorgen van leerlingenvervoer en om bedrijven en non-profit instellingen te stimuleren om leerwerkplekken en stageplaatsen beschikbaar te stellen. Met een belastingkorting of subsidie krijgen bedrijven een deel van hun kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo vergoed. Bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs worden de ontvangen subsidies voor het verzorgen van leerlingenvervoer buiten beschouwing gelaten.
Begeleidingskosten (leer)bedrijven
De overheid verstrekt subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven en non-profit instellingen om ze te stimuleren leerwerkplekken en stageplaatsen beschikbaar te stellen. Met een belastingkorting of subsidie wordt een deel van de begeleidingskosten van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo vergoed. De subsidies zijn gedeeltelijk afkomstig van de EU.
Buitenland
De uitgaven van buitenlandse organisaties aan onderwijsinstellingen en de subsidies die de Europese Unie (EU) aan de Nederlandse overheid verstrekt voor projecten op het gebied van onderwijs.
Totaal buitenland
De uitgaven van buitenlandse organisaties aan onderwijsinstellingen en de subsidies die de Europese Unie (EU) aan de Nederlandse overheid verstrekt voor projecten op het gebied van onderwijs.
EU-subsidieregelingen
Vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) keert de Europese Unie jaarlijks een bedrag uit aan de Nederlandse overheid voor verschillende meerjarige projecten op het gebied van onderwijs. Het betreft subsidie voor het beschikbaar stellen van leerwerkplekken en het met onderwijs ondersteunen van minder kansrijke jongeren zodat zij een betere arbeidspositie krijgen. De overheid geeft de subsidie door aan onderwijsinstellingen en bedrijven die duale leerlingen en stagiairs begeleiden.
Indicatoren
Een indicator is een getal dat een betrouwbare aanwijzing geeft voor de waarde van iets. Om de uitgaven aan onderwijs (inter)nationaal in een context te kunnen plaatsen, wordt gebruik gemaakt van de indicatoren uitgaven aan onderwijs, overheidsuitgaven aan onderwijs en uitgaven aan onderwijsinstellingen. De indicatoren worden uitgedrukt in % bbp, per hoofd van de bevolking, in % overheidsuitgaven of per deelnemer. De indicatoren zijn samengesteld op basis van bepalingen van het CBS en/of de OESO.
Uitgaven aan onderwijsinstellingen
Uitgaven aan onderwijsinstellingen (CBS/OESO).
De directe uitgaven van overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen. Alleen onderwijsinstellingen die regulier onderwijs geven zijn meegenomen. Dit zijn zowel door de overheid gesubsidieerde als particuliere onderwijsinstellingen. Deze indicator wordt door het CBS en de OESO op dezelfde manier samengesteld met die uitzondering dat het CBS de uitgaven aan het educatieve deel van de dagbesteding in peuterspeelzaal en kinderdagopvang niet meeneemt als uitgaven aan onderwijsinstellingen maar als overige uitgaven aan onderwijs. Hierdoor komen de cijfers voor het preprimair onderwijs hier wat lager uit dan in publicaties van de OESO.
In % bbp
De uitgaven aan onderwijsinstellingen worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Deze indicator wordt door het CBS en de OESO op dezelfde manier samengesteld met uitzondering van de cijfers over preprimair onderwijs. In tegenstelling tot de OESO neemt het CBS de uitgaven aan het educatieve deel van de dagbesteding in peuterspeelzaal en kinderdagopvang mee als overige uitgaven aan onderwijs en niet als uitgaven aan onderwijsinstellingen.
Huishoudens, bedrijven, buitenland
De directe uitgaven van huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp).