Huishoudens; personen naar geslacht, leeftijd en regio, 1 januari

Huishoudens; personen naar geslacht, leeftijd en regio, 1 januari

Geslacht Leeftijd Regio's Perioden Totaal personen in huishoudens (aantal) Personen in particuliere huishoudens Totaal in particuliere huishoudens (aantal) Personen in particuliere huishoudens Thuiswonend kind (aantal) Personen in particuliere huishoudens Alleenstaand (aantal) Personen in particuliere huishoudens Samenwonend Totaal samenwonende personen (aantal) Personen in particuliere huishoudens Ouder in eenouderhuishouden (aantal) Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden (aantal) Personen in institutionele huishoudens (aantal)
Mannen en vrouwen Totaal Urk 2025 22.173 21.819 9.659 1.531 10.018 310 301 354
Mannen en vrouwen 0 tot 5 jaar Urk 2025 1.961 1.961 1.943 18 0
Mannen en vrouwen 5 tot 10 jaar Urk 2025 1.941 1.938 1.921 17 3
Mannen en vrouwen 10 tot 15 jaar Urk 2025 1.991 1.987 1.942 45 4
Mannen en vrouwen 15 tot 20 jaar Urk 2025 1.910 1.907 1.840 17 5 0 45 3
Mannen en vrouwen 20 tot 25 jaar Urk 2025 1.660 1.656 1.290 78 257 3 28 4
Mannen en vrouwen 25 tot 30 jaar Urk 2025 1.522 1.507 473 122 894 7 11 15
Mannen en vrouwen 30 tot 35 jaar Urk 2025 1.553 1.535 127 148 1.217 33 10 18
Mannen en vrouwen 35 tot 40 jaar Urk 2025 1.504 1.476 47 112 1.281 27 9 28
Mannen en vrouwen 40 tot 45 jaar Urk 2025 1.357 1.337 31 97 1.168 36 5 20
Mannen en vrouwen 45 tot 50 jaar Urk 2025 1.148 1.134 16 78 988 42 10 14
Mannen en vrouwen 50 tot 55 jaar Urk 2025 1.093 1.080 16 97 915 41 11 13
Mannen en vrouwen 55 tot 60 jaar Urk 2025 1.158 1.142 10 105 984 31 12 16
Mannen en vrouwen 60 tot 65 jaar Urk 2025 1.013 996 2 118 834 16 26 17
Mannen en vrouwen 65 tot 70 jaar Urk 2025 730 726 1 106 575 24 20 4
Mannen en vrouwen 70 tot 75 jaar Urk 2025 629 605 0 123 454 13 15 24
Mannen en vrouwen 75 tot 80 jaar Urk 2025 481 446 0 125 294 20 7 35
Mannen en vrouwen 80 tot 85 jaar Urk 2025 292 243 0 109 117 11 6 49
Mannen en vrouwen 85 tot 90 jaar Urk 2025 172 122 0 79 32 6 5 50
Mannen en vrouwen 90 tot 95 jaar Urk 2025 56 20 0 16 3 0 1 36
Mannen en vrouwen 95 jaar of ouder Urk 2025 2 1 0 1 0 0 0 1
Mannen Totaal Urk 2025 11.250 11.100 5.183 713 5.012 52 140 150
Mannen 0 tot 5 jaar Urk 2025 994 994 987 7 0
Mannen 5 tot 10 jaar Urk 2025 1.016 1.013 1.007 6 3
Mannen 10 tot 15 jaar Urk 2025 1.008 1.006 986 20 2
Mannen 15 tot 20 jaar Urk 2025 970 968 932 14 2 0 20 2
Mannen 20 tot 25 jaar Urk 2025 892 889 759 51 66 0 13 3
Mannen 25 tot 30 jaar Urk 2025 768 761 342 66 348 0 5 7
Mannen 30 tot 35 jaar Urk 2025 792 785 91 100 586 1 7 7
Mannen 35 tot 40 jaar Urk 2025 782 771 32 85 645 2 7 11
Mannen 40 tot 45 jaar Urk 2025 684 671 22 69 572 5 3 13
Mannen 45 tot 50 jaar Urk 2025 585 575 10 43 511 6 5 10
Mannen 50 tot 55 jaar Urk 2025 577 568 11 49 490 12 6 9
Mannen 55 tot 60 jaar Urk 2025 593 584 4 48 519 7 6 9
Mannen 60 tot 65 jaar Urk 2025 503 493 0 49 427 7 10 10
Mannen 65 tot 70 jaar Urk 2025 367 366 0 32 315 7 12 1
Mannen 70 tot 75 jaar Urk 2025 314 302 0 38 258 1 5 12
Mannen 75 tot 80 jaar Urk 2025 215 201 0 28 163 4 6 14
Mannen 80 tot 85 jaar Urk 2025 121 108 0 23 83 0 2 13
Mannen 85 tot 90 jaar Urk 2025 59 41 0 16 25 0 0 18
Mannen 90 tot 95 jaar Urk 2025 10 4 0 2 2 0 0 6
Mannen 95 jaar of ouder Urk 2025
Vrouwen Totaal Urk 2025 10.923 10.719 4.476 818 5.006 258 161 204
Vrouwen 0 tot 5 jaar Urk 2025 967 967 956 11 0
Vrouwen 5 tot 10 jaar Urk 2025 925 925 914 11 0
Vrouwen 10 tot 15 jaar Urk 2025 983 981 956 25 2
Vrouwen 15 tot 20 jaar Urk 2025 940 939 908 3 3 0 25 1
Vrouwen 20 tot 25 jaar Urk 2025 768 767 531 27 191 3 15 1
Vrouwen 25 tot 30 jaar Urk 2025 754 746 131 56 546 7 6 8
Vrouwen 30 tot 35 jaar Urk 2025 761 750 36 48 631 32 3 11
Vrouwen 35 tot 40 jaar Urk 2025 722 705 15 27 636 25 2 17
Vrouwen 40 tot 45 jaar Urk 2025 673 666 9 28 596 31 2 7
Vrouwen 45 tot 50 jaar Urk 2025 563 559 6 35 477 36 5 4
Vrouwen 50 tot 55 jaar Urk 2025 516 512 5 48 425 29 5 4
Vrouwen 55 tot 60 jaar Urk 2025 565 558 6 57 465 24 6 7
Vrouwen 60 tot 65 jaar Urk 2025 510 503 2 69 407 9 16 7
Vrouwen 65 tot 70 jaar Urk 2025 363 360 1 74 260 17 8 3
Vrouwen 70 tot 75 jaar Urk 2025 315 303 0 85 196 12 10 12
Vrouwen 75 tot 80 jaar Urk 2025 266 245 0 97 131 16 1 21
Vrouwen 80 tot 85 jaar Urk 2025 171 135 0 86 34 11 4 36
Vrouwen 85 tot 90 jaar Urk 2025 113 81 0 63 7 6 5 32
Vrouwen 90 tot 95 jaar Urk 2025 46 16 0 14 1 0 1 30
Vrouwen 95 jaar of ouder Urk 2025 2 1 0 1 0 0 0 1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Personen in Nederland wonend in een particulier of institutioneel huishouden naar plaats in het huishouden, geslacht, leeftijd en regio op 1 januari.
De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Personen in alle huishoudens naar geslacht, leeftijd en regio;
- Personen in particuliere huishouden naar plaats in het huishouden, geslacht, leeftijd en regio;
- Personen in institutionele huishoudens naar geslacht, leeftijd en regio.

De in de tabel opgenomen regio's zijn landsdelen, provincies, COROP-gebieden en gemeenten.

De gepresenteerde regiototalen betreffen samentellingen van gemeenten. In geval van grenswijzigingen die over verschillende regiogrenzen heen gaan is de indeling van de gemeenten gegroepeerd naar de meest recente situatie.
Bijvoorbeeld: voor de gemeente Vianen, die per 1 januari 2002 is overgegaan van de provincie Zuid-Holland naar de provincie Utrecht, geldt dat ze in de tabel is gegroepeerd in de provincie Utrecht.

De regionale cijfers over de institutionele bevolking vertonen van jaar op jaar soms moeilijk te verklaren schommelingen. De gehanteerde methodiek is gebaseerd op typering van adresbewoning op basis van secundaire bronnen. Niet in alle gevallen valt de typering perfect uit. Dat kan komen doordat een adres van functie is veranderd, bij voorbeeld van zorginstelling naar huisvesting van (voormalige) asielzoekers, zonder dat het CBS daar kennis van heeft genomen. In andere situaties kan het voorkomen dat een adres het ene jaar wel en het andere jaar niet boven de gehanteerde drempelwaarden blijft qua aantal institutionele bewoners die gelden voor het afbakenen van institutionele adressen. Indirect hebben dergelijke schommelingen ook effect op het aantal eenpersoonshuishoudens.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 18 juli 2025:
De cijfers per 1 januari 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers uit?
In het 3e kwartaal van 2026 worden cijfers per 1 januari 2026 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Totaal personen in huishoudens
Totaal aantal personen in zowel particuliere als institutionele huishoudens.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Personen in particuliere huishoudens
Totaal aantal personen in particuliere huishoudens.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal in particuliere huishoudens
Totaal aantal personen in particuliere huishoudens.
Thuiswonend kind
Thuiswonende kinderen in particuliere huishoudens.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Alleenstaand
Alleenstaande personen in particuliere huishoudens.

Alleenstaand:
Persoon die alleen in een woonruimte woont en een eenpersoonshuishouden vormt.
Tot alleenstaanden worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren.
Alleenstaanden kunnen een relatie hebben en zelfs gehuwd zijn met een persoon met wie ze niet samenwonen.
Samenwonend
Samenwonende personen in particuliere huishoudens.

Samenwonende persoon:
Persoon die samen met iemand anders als paar, al dan niet met elkaar gehuwd, al dan niet als geregistreerd partners en al dan niet met kinderen, een particulier huishouden vormt.
Totaal samenwonende personen
Ouder in eenouderhuishouden
Persoon in een particulier huishouden die een ouder-kindrelatie heeft met één of meer thuiswonende kinderen en die geen partner heeft in hetzelfde huishouden.

Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Overig lid huishouden
Overige leden in particuliere huishoudens.

Overig lid huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin inwoont, een persoon die samen met een broer of zus één huishouden vormt, of een pleegkind.
Personen in institutionele huishoudens
Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.