Regionale kerncijfers Nederland

Regionale kerncijfers Nederland

Regio's Perioden Arbeid Banen van werknemers G-N Commerciële dienstverlening (x 1 000) Arbeid Banen van werknemers O-U Niet-commerciële dienstverlening (x 1 000) Arbeid Banen van werknemers, relatief G-N Commerciële dienstverlening (%) Arbeid Banen van werknemers, relatief O-U Niet-commerciële dienstverlening (%) Inkomen en vermogen Particuliere huishoudens excl. studenten (x 1 000) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Particuliere huishoudens excl. studenten (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Eenpersoonshuishouden (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Eenoudergezin (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Paar, zonder kind (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Paar, met kind(eren) (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Bron: Inkomen als werknemer (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Bron: Inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Bron: Overdrachtsinkomen (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Woningbezit: eigen woning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Woningbezit: huurwoning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Particuliere huishoudens excl. studenten (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Eenpersoonshuishouden (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Eenoudergezin (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Paar, zonder kind (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Paar, met kind(eren) (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Bron: Inkomen als werknemer (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Bron: Inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Bron: Overdrachtsinkomen (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Woningbezit: eigen woning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Woningbezit: huurwoning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Bron: Inkomen als werknemer (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Bron: Inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Bron: Overdrachtsinkomen (1 000 euro) Bedrijfsvestigingen Bedrijfsvestigingen naar activiteit K-L Financiële diensten, onroerend goed (aantal) Bedrijfsvestigingen Bedrijfsvestigingen naar activiteit M-N Zakelijke dienstverlening (aantal) Bedrijfsvestigingen Bedrijfsvestigingen naar activiteit R-U Cultuur, recreatie, overige diensten (aantal)
Nederland 2026 117.370 684.980 285.895
Noord-Nederland (LD) 2026 8.780 50.070 26.050
Oost-Nederland (LD) 2026 23.270 125.805 53.535
West-Nederland (LD) 2026 61.515 380.865 150.370
Zuid-Nederland (LD) 2026 23.805 128.245 55.945
Groningen (PV) 2026 2.695 16.760 9.425
Fryslân (PV) 2026 3.410 19.690 9.725
Drenthe (PV) 2026 2.675 13.620 6.895
Overijssel (PV) 2026 7.145 35.000 15.935
Flevoland (PV) 2026 2.270 15.305 6.100
Gelderland (PV) 2026 13.855 75.495 31.490
Utrecht (PV) 2026 10.465 67.340 24.015
Noord-Holland (PV) 2026 25.000 154.245 64.795
Zuid-Holland (PV) 2026 23.390 148.410 56.385
Zeeland (PV) 2026 2.660 10.865 5.185
Noord-Brabant (PV) 2026 18.100 97.310 39.700
Limburg (PV) 2026 5.695 30.935 16.240
Oost-Groningen (CR) 2026 570 2.715 1.660
Delfzijl en omgeving (CR) 2026 160 785 525
Overig Groningen (CR) 2026 1.970 13.255 7.240
Noord-Friesland (CR) 2026 1.575 9.185 5.035
Zuidwest-Friesland (CR) 2026 855 4.760 2.190
Zuidoost-Friesland (CR) 2026 980 5.750 2.495
Noord-Drenthe (CR) 2026 1.065 5.935 2.670
Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 860 3.835 2.350
Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 755 3.850 1.880
Noord-Overijssel (CR) 2026 2.215 11.885 5.500
Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 845 5.295 2.285
Twente (CR) 2026 4.080 17.820 8.145
Veluwe (CR) 2026 5.215 25.600 9.540
Achterhoek (CR) 2026 2.645 12.535 5.885
Arnhem/Nijmegen (CR) 2026 4.135 27.835 12.410
Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 1.870 9.525 3.655
Utrecht (CR) 2026 10.465 67.340 24.015
Kop van Noord-Holland (CR) 2026 2.425 11.625 5.525
Alkmaar en omgeving (CR) 2026 1.850 9.685 4.090
IJmond (CR) 2026 1.220 6.850 2.775
Agglomeratie Haarlem (CR) 2026 1.870 13.745 4.710
Zaanstreek (CR) 2026 870 6.380 2.765
Groot-Amsterdam (CR) 2026 14.020 90.560 40.370
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2026 2.740 15.405 4.560
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2026 2.730 16.990 6.415
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2026 5.245 38.365 14.885
Delft en Westland (CR) 2026 1.645 9.870 3.240
Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 2.320 12.610 4.490
Groot-Rijnmond (CR) 2026 8.885 58.045 22.790
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026 2.570 12.530 4.565
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2026 680 2.360 1.370
Overig Zeeland (CR) 2026 1.985 8.505 3.810
West-Noord-Brabant (CR) 2026 4.205 23.930 9.445
Midden-Noord-Brabant (CR) 2026 3.175 18.035 8.045
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026 5.210 26.225 10.460
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026 5.520 29.125 11.745
Noord-Limburg (CR) 2026 1.525 7.980 3.970
Midden-Limburg (CR) 2026 1.440 7.055 3.535
Zuid-Limburg (CR) 2026 2.735 15.895 8.730
Flevoland (CR) 2026 2.270 15.305 6.100
Aa en Hunze 2026 135 855 380
Aalburg 2026
Aalsmeer 2026 340 1.545 515
Aalten 2026 130 635 345
Ter Aar 2026
Aarle-Rixtel 2026
Abcoude 2026
Achtkarspelen 2026 105 610 360
Akersloot 2026
Alblasserdam 2026 150 635 205
Albrandswaard 2026 190 1.040 275
Alkemade 2026
Alkmaar 2026 740 4.320 2.000
Almelo 2026 375 1.825 865
Almere 2026 990 8.595 3.380
Alphen aan den Rijn 2026 720 4.065 1.465
Alphen en Riel 2026
Alphen-Chaam 2026 100 475 145
Altena 2026 420 2.050 725
Ambt Delden 2026
Ambt Montfort 2026
Ameland 2026 55 140 90
Amerongen 2026
Amersfoort 2026 960 7.795 2.820
Ammerzoden 2026
Amstelveen 2026 900 4.810 1.375
Amsterdam 2026 9.560 66.790 31.980
Andijk 2026
Angerlo 2026
Anloo 2026
Anna Paulowna 2026
Apeldoorn 2026 1.070 5.960 2.360
Appingedam 2026
Arcen en Velden 2026
Arnemuiden 2026
Arnhem 2026 810 7.215 3.340
Assen 2026 305 1.730 910
Asten 2026 150 580 260
Avereest 2026
Axel 2026
Baarle-Nassau 2026 50 265 105
Baarn 2026 220 1.490 485
Bakel en Milheeze 2026
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij 'perioden' of 'onderwerp' dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.

Wijzigingen per 30 juni 2026:

Nabijheid voorzieningen
De cijfers over 2015 en 2024 zijn bijgesteld.
De voorlopige cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Landbouw - Graasdieren, Hokdieren, Oppervlakte cultuurgrond
De definitieve cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Onderwijs naar schoolregio
De definitieve cijfers over schooljaar 2024/'25 en de voorlopige cijfers over schooljaar 2025/'26 zijn toegevoegd.

Onderwijs naar woonregio - Leerlingen
De definitieve cijfers over het school-/studiejaar 2024/'25 en de voorlopige cijfers over het school-/studiejaar 2025/'26 zijn toegevoegd.

Onderwijs naar woonregio - Gediplomeerden
De definitieve cijfers over het school-/studiejaar 2023/'24 en de voorlopige cijfers over het school-/studiejaar 2024/'25 zijn toegevoegd.

Bedrijfsvestigingen
De voorlopige cijfers over 1 januari 2026 zijn toegevoegd.

Bevolking - Bevolkingssamenstelling op 1 januari - Inwoners naar stedelijkheidsklasse
De definitieve cijfers over 2026 zijn toegevoegd.

Lokalisering - Lokalisering van gemeenten
De definitieve cijfers over 2026 zijn toegevoegd.

Milieu en bodemgebruik - Bodemgebruik - Omgevingsadressendichtheid
De definitieve cijfers over 2026 zijn toegevoegd.

Bodemgebruik - Naar functie
De cijfers over 2020 en 2022 zijn toegevoegd.
Deze cijfers zijn gemaakt volgens een nieuwe methode. Omdat deze methodiek sterk afwijkt ten opzichte van eerder gepubliceerde cijfers, zijn de cijfers tot 2020 verwijderd.

Bodemgebruik
Er heeft een herontwerp plaatsgevonden binnen de categorie ‘Bodemgebruik’.

Onder ‘Bodemgebruik - Naar functie’ is gewijzigd:
De onderwerptoelichtingen.
‘Recreatieterrein’ naar ‘Recreatief terrein’.
‘Bos en open natuurlijk terrein’ naar ‘Natuurlijk terrein’.

Lokalisering
Er heeft een herontwerp plaatsgevonden binnen de categorie ‘Lokalisering’.
Onder ‘Lokalisering van gemeenten’ is toegevoegd:
‘Centrumgemeenten - Code’
‘Centrumgemeenten - Naam’
‘Regionaal Meld- en Coördinatiepunt’ is gewijzigd naar ‘Doorstroompunt-regio’.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
September 2026.

Toelichting onderwerpen

Arbeid
Banen van werknemers bij bedrijven en instellingen.
Een baan is een werkkring van een werknemer. Als iemand meer dan één werkkring heeft, telt elke werkkring als een afzonderlijke baan.
Onder een werknemer wordt verstaan iemand die arbeid verricht op basis van loon of salaris.
Banen van werknemers
Het gemiddeld aantal banen in december van werknemers in dienst van bedrijven en instellingen.

De banen van werknemers per bedrijf worden bepaald uit de Loonaangifteketen (Polisadministratie) van de Belastingdienst en het UWV.
Voor de verdeling van banen naar vestigingen wordt aanvullend schriftelijk geënquêteerd onder een aantal bedrijven. De vestigingsinformatie van de overige bedrijven, alsmede de SBI 2008, wordt gehaald uit het Algemeen Bedrijvenregister van het CBS.

Met ingang van verslagjaar 2011 is de methode van baanafbakening uit de Polisadministratie gewijzigd. Deze methodewijziging is doorgevoerd omdat uit onderzoek is gebleken dat een aantal banen wel in de ruwe Polisdata en in ander bronmateriaal van de Belastingdienst (Fibase) aanwezig waren, maar niet in de uiteindelijk afgebakende baanpopulatie. De nieuwe methode neemt deze banen wel mee. Deze methodewijziging leidt tot een uitbreiding van de baanpopulatie met gemiddeld zo'n 100 duizend banen op jaarbasis, dit is 1,3 % van de totale populatie. Het overgrote deel van deze extra banen betreft banen zonder werknemersverzekeringen; ongeveer een derde zijn directeuren-grootaandeelhouder met een eigen bedrijf. Vanaf verslagjaar 2011 wordt de nieuwe baanpopulatie gebruikt. Voor 2010 geldt dat de nader voorlopige cijfers met de nieuwe baanpopulatie zijn gemaakt en de voorlopige cijfers met de oude baanpopulatie. Verslagjaar 2008 en 2009 zijn met de oude baanpopulatie gemaakt.

Het CBS voegt bedrijven en instellingen vanaf 2010 in een beperkt aantal gevallen op een andere manier samen tot ondernemingengroepen dan daarvoor het geval was.
Een andere wijziging is dat het aantal werkzame personen en daarvan afgeleid de grootteklasse van bedrijven in het Algemeen Bedrijvenregister (ABR) van het CBS vanaf 2010 meer dan voorheen is gebaseerd op individuele gegevens uit de Polisadministratie van het UWV.
Door deze veranderingen kan het voorkomen dat de codering volgens de Standaard Bedrijfsindeling (SBI 2008) en/of de grootteklasse van een bedrijf of ondernemingengroep wijzigen. Dit kan in sommige gevallen gevolgen hebben voor de uitkomsten van een statistiek, vooral voor de uitkomsten per branche/ bedrijfstak of grootteklasse.
Voor de cijfers in deze tabel geldt dat de ontwikkeling van het aantal banen tussen 2009 en 2010 per bedrijfstak in een aantal regio's is beïnvloed is door de samenvoeging van bedrijven en instellingen tot ondernemingengroepen.

Dit onderwerp bevat voorlopige cijfers van het meest recente verslagjaar.
Bij elke jaarlijkse actualisering worden voorlopige cijfers van een verslagjaar geüpdatet met een definitieve versie over hetzelfde jaar, en wordt een voorlopige versie van een nieuw verslagjaar gepubliceerd. De definitieve cijfers worden in principe niet meer verder geüpdatet, behalve wanneer de bron nog sterk wijzigt. Dit kan in principe tot vijf jaar na afloop van een verslagjaar.
G-N Commerciële dienstverlening
Deze categorie is een samentelling van categorieën:
G Groot- en detailhandel; reparatie van auto's
H Vervoer en opslag
I Logies-, maaltijd- en drankverstrekking
J Informatie en communicatie
K Financiële instellingen
L Verhuur van en handel in onroerend goed
M Advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening
N Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening
O-U Niet-commerciële dienstverlening
Deze categorie is een samentelling van categorieën:
O Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen
P Onderwijs
Q Gezondheids- en welzijnszorg
R Cultuur, sport en recreatie
S Overige dienstverlening

De categorieën
T Huishoudens als werkgever
U Extraterritoriale organisaties en lichamen
zitten niet in de populatie.
Banen van werknemers, relatief
Het gemiddeld aantal banen in december van werknemers in dienst van bedrijven en instellingen, als percentage van het totaal aantal banen.
G-N Commerciële dienstverlening
Deze categorie is een samentelling van categorieën:
G Groot- en detailhandel; reparatie van auto's
H Vervoer en opslag
I Logies-, maaltijd- en drankverstrekking
J Informatie en communicatie
K Financiële instellingen
L Verhuur van en handel in onroerend goed
M Advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening
N Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening
O-U Niet-commerciële dienstverlening
Deze categorie is een samentelling van categorieën:
O Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen
P Onderwijs
Q Gezondheids- en welzijnszorg
R Cultuur, sport en recreatie
S Overige dienstverlening
De categorieën T en U zitten niet in de populatie.
Inkomen en vermogen
Inkomen en vermogen van huishoudens. De populatie bestaat uit alle particuliere huishoudens met bekend inkomen, waarbij studentenhuishoudens in deze tabel worden uitgesloten. Peildatum voor de populatie is 1 januari van het verslagjaar.
Particuliere huishoudens excl. studenten
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften (exclusief studentenhuishoudens).
Inkomen van particuliere huishoudens
Besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Besteedbaar inkomen: het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen. Betaalde inkomensoverdrachten bestaan uit overdrachten tussen huishoudens zoals alimentatie betaald aan de ex-echtgeno(o)t(e). Premies inkomensverzekeringen betreffen premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.
Particuliere huishoudens excl. studenten
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften (exclusief studentenhuishoudens).
Type: Eenpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één persoon.

Tot eenpersoonshuishoudens, ook wel alleenstaanden genoemd, worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in afwachting van een scheiding) alleen wonen.
Type: Eenoudergezin
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.
Type: Paar, zonder kind
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar zonder thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Type: Paar, met kind(eren)
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar met (een) thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Bron: Inkomen als werknemer
Huishoudens waarvoor het loon van werknemer de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Inkomen als zelfstandige
Huishoudens waarvoor het inkomen als zelfstandig ondernemer, directeur-grootaandeelhouder en overig zelfstandige de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Overdrachtsinkomen
Huishoudens waarvoor een uitkering, pensioen of studiefinanciering de voornaamste inkomensbron vormt.
Woningbezit: eigen woning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Woningbezit: huurwoning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.
Particuliere huishoudens excl. studenten
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften (exclusief studentenhuishoudens).
Type: Eenpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één persoon.

Tot eenpersoonshuishoudens, ook wel alleenstaanden genoemd, worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in afwachting van een scheiding) alleen wonen.
Type: Eenoudergezin
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.
Type: Paar, zonder kind
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar zonder thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Type: Paar, met kind(eren)
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar met (een) thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Bron: Inkomen als werknemer
Huishoudens waarvoor het loon van werknemer de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Inkomen als zelfstandige
Huishoudens waarvoor het inkomen als zelfstandig ondernemer, directeur-grootaandeelhouder en overig zelfstandige de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Overdrachtsinkomen
Huishoudens waarvoor een uitkering, pensioen of studiefinanciering de voornaamste inkomensbron vormt.
Woningbezit: eigen woning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Woningbezit: huurwoning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Mediaan vermogen huishoudens
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Bron: Inkomen als werknemer
Huishoudens waarvoor het loon van werknemer de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Inkomen als zelfstandige
Huishoudens waarvoor het inkomen als zelfstandig ondernemer, directeur-grootaandeelhouder en overig zelfstandige de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Overdrachtsinkomen
Huishoudens waarvoor een uitkering, pensioen of studiefinanciering de voornaamste inkomensbron vormt.
Bedrijfsvestigingen
Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 2008).

Deze tabel bevat gegevens over het aantal vestigingen van bedrijven naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De vestigingen zijn voorts ingedeeld naar de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar.
Door een verbeterd gebruik van gegevens gedurende 2023 over eigenaren en eigendomsverhoudingen is voor veel bedrijven binnen de bedrijfstak K Financiële dienstverlening per 1 januari 2024 een andere activiteit vastgesteld. De belangrijkste activiteiten waar deze groep is terechtgekomen is M Specialistische zakelijke diensten.

Vestiging:
Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit ten minste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt.

In deze tabel is gekozen voor de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging. Niet iedere vestiging van een bedrijf houdt zich bezig met de hoofdactiviteit (SBI) van het bedrijf als geheel. Om te weten welke activiteiten worden uitgevoerd in een regio is de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. In de tabel zijn de vestigingen (naast de totalen) ook naar de volgende sectoren onderverdeeld:
A: Landbouw, bosbouw en visserij
B-F: Nijverheid en energie
G+I: Handel en horeca
H+J: Vervoer, informatie en communicatie
K-L: Financiële diensten, onroerend goed
M-N: Zakelijke dienstverlening
O-Q Overheid, onderwijs en zorg
R-U: Cultuur, recreatie, overige diensten

Het aantal vestigingen is afgerond op een veelvoud van vijf. In geval van afrondingen kan het voorkomen, dat de totalen niet precies overeenstemmen met de som der opgetelde getallen.
Bedrijfsvestigingen naar activiteit
K-L Financiële diensten, onroerend goed
M-N Zakelijke dienstverlening
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten