Regionale kerncijfers Nederland
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.
Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij 'perioden' of 'onderwerp' dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.
Wijzigingen per 30 juli 2026:
Bevolking - Bevolkingssamenstelling op 1 januari
De definitieve cijfers over 2026 zijn toegevoegd voor
Totale bevolking
Geslacht
Leeftijd
Burgerlijke staat
Er heeft een herontwerp plaatsgevonden binnen de categorie ‘Bevolkingssamenstelling op 1 januari’.
De onderwerpgroep ‘Migratieachtergrond’ is vervangen door een nieuwe onderwerpgroep ‘Bevolking naar herkomst’. Cijfers zijn beschikbaar vanaf 2022.
De onderwerpgroep ‘Leeftijd’ is vervangen door een nieuwe onderwerpgroep ‘Leeftijdsgroepen’. De indeling in leeftijdsgroepen is vernieuwd.
Uit de onderwerpgroep ‘Burgerlijke staat’ is verwijderd: ‘Bevolking 15 jaar en ouder’.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
September 2026.
Toelichting onderwerpen
- Bevolking
- De geregistreerde bevolking van Nederland.
- Bevolkingssamenstelling op 1 januari
- Bevolking:
De inwoners van een bepaald gebied.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.- Burgerlijke staat
- Vanaf 2010 is een kleine verschuiving tussen de verschillende burgerlijke staten zichtbaar (minder ongehuwd en meer gescheiden respectievelijk verweduwd).
Dit komt omdat in de periode 1998 tot 2010 niet alle burgerlijke staten beschikbaar zijn in de bronbestanden die het CBS gebruikt. De burgerlijke staten 'verweduwd na partnerschap' en 'gescheiden na partnerschap' worden daardoor binnen deze statistiek binnen deze periode genegeerd.
Voor deze statistiek betekent dit dat de burgerlijke staat van vóór het partnerschap is gebruikt wat in de meeste gevallen ongehuwd was.- Gescheiden
- Het aantal inwoners dat op 1 januari gescheiden is. De burgerlijke staat gescheiden ontstaat na ontbinding van een huwelijk door echtscheiding of na ontbinding van een geregistreerd partnerschap anders dan door het overlijden van de partner. Personen die gescheiden zijn van tafel en bed worden tot de gehuwden gerekend.
- Inwoners naar stedelijkheidsklasse
- Inwoners naar stedelijkheid op 1 januari afgerond op tientallen. De som van de afgeronde getallen is hierdoor niet altijd gelijk aan de afgeronde som.
De stedelijkheid is een maat voor de concentratie van menselijke activiteiten (zoals wonen, werken, schoolgaan, winkelen en uitgaan) en gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (OAD).
Vanaf 2015 is gebruik gemaakt van de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) als bron voor de OAD. Hiervoor werd het Geografisch Basisregister (GBR) als bron gebruikt. Deze bronwijziging veroorzaakt een trendbreuk in de cijfers ten opzichte van 2014. De veranderingen die te maken hebben met deze bronwijziging betreffen onder andere:
- De objecten zijn nu grondslag en niet de adressen. De BAG bevat vaak meer objecten dan er voorheen adressen waren;
- Van alle objecten is nu direct al de exacte geografische locatie bekend. Voorheen was die van een groot aantal nieuwe adressen nog niet bekend;
- Veel gemeenten voeren nu alle recreatiewoningen op. Wanneer deze dicht bij de kern liggen verhogen ze de OAD.
Voor de berekening van de gemiddelde OAD wordt eerst voor ieder adres de OAD vastgesteld. Dat is het aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel. De OAD wordt uitgedrukt in adressen per km².
Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevingsadressendichtheid van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied. De hier gebruikte OAD komt overeen met de definitieve OAD in de StatLine-publicatie Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw).
De definitieve OAD wordt gebruikt voor de vaststelling van de definitieve uitkering voor het Gemeentefonds, dus inclusief gemeentelijke herindelingen, grenscorrecties, sloop en nieuwe adressen.
Voor de berekening per gemeente (of bijvoorbeeld provincie) van het aantal inwoners naar stedelijkheidsklasse wordt per vierkant van 500 bij 500 m aan de hand van de gemiddelde OAD van dat vierkant de stedelijkheidsklasse bepaald. Vervolgens zijn per categorie van de stedelijkheidsklasse de inwoners van de betreffende gemeente samengeteld.
Er worden vijf categorieën onderscheiden:
- zeer sterk stedelijk: gemiddelde OAD van 2 500 of meer adressen per km²;
- sterk stedelijk: gemiddelde OAD van 1 500 tot 2 500 adressen per km²;
- matig stedelijk: gemiddelde OAD van 1 000 tot 1 500 adressen per km²;
- weinig stedelijk: gemiddelde OAD van 500 tot 1 000 adressen per km²;
- niet stedelijk: gemiddelde OAD van minder dan 500 adressen per km².- Zeer sterk stedelijk
- Gebied met een omgevingsadressendichtheid groter of gelijk aan 2 500 adressen per vierkante kilometer.
- Sterk stedelijk
- Gebied met een omgevingsadressendichtheid groter of gelijk aan 1 500 en kleiner dan 2 500 adressen per vierkante kilometer.
- Bevolkingsontwikkeling
- De manier waarop de cijfers over bevolkingsontwikkeling worden geproduceerd is in 2014 gewijzigd. Dit heeft tot gevolg dat de cijfers van bevolkingsontwikkeling over 2013 in verschillende tabellen soms niet overeenkomen. De verschillen zijn minimaal en treden alleen op in 2013.
Verwerking grenswijziging Rotterdam en Rozenburg in 2010:
Per 18 maart 2010 is de gemeente Rozenburg opgeheven en in zijn geheel overgegaan naar de gemeente Rotterdam.
Voor de overzichtelijkheid zijn de cijfers met betrekking tot geboorte, sterfte, buitenlandse migratie en verhuizingen in Rozenburg voor geheel 2010 bij Rotterdam geteld.
Voor Rozenburg zijn dus geen gegevens over de bevolkingsontwikkeling in 2010 beschikbaar.
De bevolkingsgroei van Rotterdam is steeds gerelateerd aan de bevolkingsaantallen van Rotterdam en Rozenburg samen.- Geboorte, sterfte en doodsoorzaken
- Levend geboren kinderen
- Het aantal levendgeboren kinderen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar.
Levend geboren kind:
Kind dat na geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Levend geboren kinderen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de geboortegemeente.
- Levend geboren kinderen, relatief
- Het aantal levendgeboren kinderen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar per duizend van de gemiddelde bevolking.
Levend geboren kind:
Kind dat na geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Levend geboren kinderen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de geboortegemeente.
- Overledenen
- Het aantal overledenen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar.
Overledene:
Persoon die is overleden waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend.
Overledenen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de gemeente van overlijden.
- Overledenen, relatief
- Het aantal overledenen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar per duizend van de gemiddelde bevolking.
Overledene:
Persoon die is overleden waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend.
Overledenen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de gemeente van overlijden.
- Geboorteoverschot
- Het aantal levendgeboren kinderen min het aantal overledenen. Ook wel: natuurlijke bevolkingsgroei.
Levend geboren kind:
Kind dat na geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Levend geboren kinderen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de geboortegemeente.
Overledene:
Persoon die is overleden waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend.
Overledenen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de gemeente van overlijden.
- Geboorteoverschot, relatief
- Geboorteoverschot per duizend van de gemiddelde bevolking.
Geboorteoverschot
Het aantal levendgeboren kinderen min het aantal overledenen.
Levend geboren kind:
Kind dat na geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Levend geboren kinderen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de geboortegemeente.
Overledene:
Persoon die is overleden waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend.
Overledenen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de gemeente van overlijden.
- Verhuizingen
- Verhuismobiliteit, relatief
- Verhuismobiliteit per duizend van de gemiddelde bevolking.
Verhuismobiliteit:
Cijfer dat de mobiliteit van binnenlandse verhuizingen in een bepaalde regio (gemeente, provincie, landsdeel) weergeeft.
De verhuismobiliteit van een regio wordt berekend als het totaal van de binnen gemeenten verhuisde personen in de regio plus de halve som van de tussen gemeenten verhuisde
personen (vestigers plus vertrekkers) in de regio.
De verhuismobiliteit van Nederland is gelijk aan de som van alle binnen de gemeenten verhuisde personen en tussen gemeenten verhuisde personen.
- Particuliere huishoudens
- Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Trendbreuk
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling.- Particuliere huishoudens
- Totaal particuliere huishoudens
- Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte wonen en zelf in hun dagelijkse behoeften voorzien.
Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren met en zonder kinderen, echtparen met en zonder kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens).
- Eenpersoonshuishoudens
- Particulier huishouden bestaande uit één persoon.
- Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen
- Meerpersoonshuishoudens zonder thuiswonende kinderen.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
- Meerpersoonshuishoudens met kinderen
- Meerpersoonshuishoudens met thuiswonende kinderen.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
- Gemiddelde huishoudensgrootte
- Het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.