Regionale kerncijfers Nederland
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.
Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij 'perioden' of 'onderwerp' dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.
Wijzigingen per 6 maart 2026:
Onderwijs
Er heeft een herontwerp plaatsgevonden van de onderwerpen binnen de categorie ‘Onderwijs’.
Onder ‘Naar woongemeente - Leerlingen/studenten’ is toegevoegd: ‘Basisonderwijs’, ‘Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs’.
Onder ‘Naar woongemeente - Leerlingen/studenten’ is samengevoegd: ‘Beroepsopleidende leerweg’ en ‘Beroepsbegeleidende leerweg’ tot ‘Middelbaar beroepsonderwijs’.
Onder ‘Naar woongemeente - Gediplomeerden’ is toegevoegd: ‘Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs’.
Onder ‘Naar woongemeente - Gediplomeerden’ is gewijzigd: ‘Wo master/doctoraal’ naar ‘Wetenschappelijk onderwijs master’.
De categorie ‘Hoogstbehaald onderwijsniveau’ is toegevoegd, met daaronder:
‘Basisonderwijs, vmbo, mbo1’
‘Havo, vwo, mbo2-4’
‘Hbo, wo’
Onderwijs naar woongemeente - Leerlingen/studenten
De cijfers van 2023 en 2024 zijn toegevoegd.
Onderwijs naar woongemeente - Gediplomeerden
De cijfers van 2022 en 2023 zijn toegevoegd.
Bevolkingsontwikkeling - Doodsoorzaken
De cijfers van 2024 zijn bijgesteld.
Sociale zekerheid
De cijfers van 2025 zijn bijgesteld.
Milieu en bodemgebruik - Afval van huishoudens
De cijfers van 2024 zijn toegevoegd. De cijfers van 2021, 2022 en 2023 zijn bijgesteld.
Verkeer en vervoer - Lengte van wegen
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd. De cijfers van 2024 en 2023 zijn bijgesteld.
Bodemgebruik - Naar functie
De cijfers van 2020 en 2022 zijn toegevoegd.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Juni 2026.
Toelichting onderwerpen
- Bevolking
- De geregistreerde bevolking van Nederland.
- Bevolkingssamenstelling op 1 januari
- Bevolking:
De inwoners van een bepaald gebied.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.- Totale bevolking
- Bevolking op 1 januari.
Bevolking:
De inwoners van een bepaald gebied.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.
- Bevolkingsdichtheid
- Aantal inwoners op 1 januari per km² land.
Door verschillende niveaus van afronding van de oppervlakte land bij de berekening van de bevolkingsdichtheid kunnen elders gepubliceerde cijfers incidenteel miniem afwijken van de cijfers in deze tabel.
- Particuliere huishoudens
- Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Trendbreuk
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling.- Particuliere huishoudens
- Totaal particuliere huishoudens
- Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte wonen en zelf in hun dagelijkse behoeften voorzien.
Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren met en zonder kinderen, echtparen met en zonder kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens).
- Eenpersoonshuishoudens
- Particulier huishouden bestaande uit één persoon.
- Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen
- Meerpersoonshuishoudens zonder thuiswonende kinderen.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
- Meerpersoonshuishoudens met kinderen
- Meerpersoonshuishoudens met thuiswonende kinderen.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
- Particuliere huishoudens, relatief
- Eenpersoonshuishoudens
- Particuliere huishoudens bestaande uit één persoon, als percentage van het totaal aantal particuliere huishoudens.
- Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen
- Meerpersoonshuishoudens zonder thuiswonende kinderen, als percentage van het totaal aantal particuliere huishoudens.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
- Gemiddelde huishoudensgrootte
- Het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.