Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Status cijfer Perioden Regio's Inwoners stedelijk en landelijk gebied Inwoners landelijk gebied Totaal landelijk gebied (aantal) Klantenpotentiëlen Lokaal klantenpotentieel (aantal) Klantenpotentiëlen Regionaal klantenpotentieel (aantal) Oppervlakten Land Land(Gf-Fvw): totaal (ha) Oppervlakten Bebouwing Bebouwing: totaal (ha) Oppervlakten Bebouwing Bebouwing: woonkernen(Gf-Fvw) (ha) Oppervlakten Bebouwing Bebouwing: buitengebied(Gf-Fvw) (ha) Periodieke bijstandsuitkeringen Totaal bijstandsuitkeringen (aantal) Omgevingsadressendichtheid (per km²)
Voorlopig 2019 Nederland 5.891.350 3.365.114 111.711 83.848 27.864 1.988
Voorlopig 2020 Nederland 5.863.680 3.364.454 112.626 84.632 27.994 2.003
Voorlopig 2021 Nederland 5.871.390 3.364.087 113.747 85.554 28.193 2.019
Voorlopig 2019 Zeeland (PV) 248.970 178.014 3.460 2.344 1.116 901
Voorlopig 2020 Zeeland (PV) 248.770 177.998 3.496 2.373 1.124 905
Voorlopig 2021 Zeeland (PV) 249.010 177.988 3.523 2.396 1.127 906
Voorlopig 2019 Noord-Friesland (CR) 214.130 149.507 2.688 1.938 750 1.121
Voorlopig 2020 Noord-Friesland (CR) 211.880 149.060 2.712 1.955 756 1.133
Voorlopig 2021 Noord-Friesland (CR) 212.770 149.032 2.738 1.975 763 1.164
Voorlopig 2019 Amersfoort 11.300 178.950 247.520 6.253 667 623 44 2.291
Voorlopig 2020 Amersfoort 11.700 179.900 248.300 6.252 672 632 40 2.289
Voorlopig 2021 Amersfoort 10.290 181.070 248.960 6.252 677 637 40 2.321
Voorlopig 2019 Amsterdam 13.050 942.520 1.779.440 16.520 2.387 2.127 260 6.046
Voorlopig 2020 Amsterdam 10.610 952.630 1.797.170 16.517 2.421 2.149 273 6.063
Voorlopig 2021 Amsterdam 10.620 962.760 1.813.980 16.577 2.442 2.167 275 6.088
Voorlopig 2019 Appingedam 6.890 12.850 7.340 2.376 81 67 14 1.058
Voorlopig 2020 Appingedam 6.920 12.760 7.220 2.376 82 68 15 1.059
Voorlopig 2021 Appingedam
Voorlopig 2019 Arnhem 15.320 187.130 329.860 9.772 663 612 51 2.162
Voorlopig 2020 Arnhem 15.340 189.580 334.660 9.772 668 617 51 2.195
Voorlopig 2021 Arnhem 15.670 191.530 334.860 9.768 674 624 51 2.233
Voorlopig 2019 Beuningen 11.340 22.220 9.760 4.351 168 129 39 997
Voorlopig 2020 Beuningen 11.450 22.310 9.800 4.351 168 130 39 996
Voorlopig 2021 Beuningen 11.540 21.990 9.210 4.337 172 132 40 999
Voorlopig 2019 Dalfsen 24.400 26.120 11.430 16.500 336 162 173 501
Voorlopig 2020 Dalfsen 24.690 26.350 11.560 16.500 340 166 174 502
Voorlopig 2021 Dalfsen 24.830 26.390 11.450 16.500 344 170 175 509
Voorlopig 2019 Delfzijl 17.710 24.890 17.030 13.299 268 152 116 673
Voorlopig 2020 Delfzijl 17.600 24.740 16.890 13.304 271 154 117 674
Voorlopig 2021 Delfzijl
Voorlopig 2019 Twenterand 31.370 32.360 14.820 10.613 310 221 88 591
Voorlopig 2020 Twenterand 31.260 32.210 14.650 10.613 309 223 86 595
Voorlopig 2021 Twenterand 31.180 32.150 14.500 10.605 310 224 86 597
Definitief 2019 Nederland 5.908.730 3.364.454 112.036 84.128 27.908 385.135 1.994
Definitief 2020 Nederland 5.900.770 3.364.087 113.071 85.000 28.071 2.010
Definitief 2021 Nederland
Definitief 2019 Zeeland (PV) 249.520 177.998 3.475 2.357 1.118 6.515 902
Definitief 2020 Zeeland (PV) 249.260 177.988 3.512 2.383 1.129 906
Definitief 2021 Zeeland (PV)
Definitief 2019 Noord-Friesland (CR) 213.640 149.060 2.695 1.944 751 9.557 1.127
Definitief 2020 Noord-Friesland (CR) 212.770 149.029 2.720 1.961 759 1.156
Definitief 2021 Noord-Friesland (CR)
Definitief 2019 Amersfoort 11.700 180.160 248.820 6.252 669 626 43 3.249 2.293
Definitief 2020 Amersfoort 12.520 181.080 249.290 6.252 674 634 40 2.298
Definitief 2021 Amersfoort
Definitief 2019 Amsterdam 11.970 952.670 1.798.540 16.517 2.397 2.138 259 37.627 6.057
Definitief 2020 Amsterdam 10.620 963.390 1.814.740 16.577 2.426 2.155 272 6.074
Definitief 2021 Amsterdam
Definitief 2019 Appingedam 6.920 12.760 7.210 2.376 82 67 14 411 1.067
Definitief 2020 Appingedam 6.830 12.660 7.090 2.376 82 68 15 1.066
Definitief 2021 Appingedam
Definitief 2019 Arnhem 15.340 189.580 334.730 9.772 663 612 51 7.304 2.168
Definitief 2020 Arnhem 15.780 192.070 338.830 9.768 670 619 51 2.205
Definitief 2021 Arnhem
Definitief 2019 Beuningen 11.450 22.310 9.810 4.351 168 129 39 370 997
Definitief 2020 Beuningen 11.540 22.250 9.640 4.337 169 130 39 996
Definitief 2021 Beuningen
Definitief 2019 Dalfsen 24.690 26.360 11.550 16.500 337 163 174 256 500
Definitief 2020 Dalfsen 24.830 26.410 11.470 16.500 340 167 173 504
Definitief 2021 Dalfsen
Definitief 2019 Delfzijl 17.600 24.740 16.880 13.304 269 152 116 870 673
Definitief 2020 Delfzijl 17.570 24.710 16.860 13.309 272 154 118 678
Definitief 2021 Delfzijl
Definitief 2019 Twenterand 31.260 32.210 14.650 10.613 309 223 86 463 591
Definitief 2020 Twenterand 31.180 32.150 14.550 10.605 310 224 86 596
Definitief 2021 Twenterand
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens die mede als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van de Algemene Uitkeringen aan gemeenten en provincies.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt deze uitkeringen aan gemeenten en provincies aan de hand van verdeelmodellen. De hiervoor gebruikte eenheden die het CBS levert voor de definitieve en voorlopige cijfers van de maatstaven worden beschreven in de 'Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren', uitgave Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het aantal inwoners in stedelijke en landelijke gebieden wordt berekend ten behoeve van het verdeelstelsel gehanteerd door het Provinciefonds. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Met ingang van verslagjaar 2016 worden er door CBS geen gegevens meer gepubliceerd over grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten.
Door diverse maatschappelijke ontwikkelingen zijn de filosofie en methode die ten grondslag liggen aan de afbakening niet langer actueel.
Daarnaast blijkt dat andere instanties, afhankelijk van het toepassingsgebied, een afwijkende indeling van grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten hanteren, waardoor er niet meer gesproken kan worden van één standaard.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2007.

Status van de cijfers:
Er worden zowel voorlopige als definitieve cijfers gepubliceerd.

De onderwerpen: belastingcapaciteit woningen, belastingcapaciteit niet-woningen en amendement De Pater kunnen door nagekomen berichten ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.

Wijzigingen per november 2020.
Definitieve cijfers 2018
- Belastingcapaciteit woningen, belastingcapaciteit niet-woningen, amendement De Pater.

Wijzigingen per december 2020.
Definitieve cijfers 2020
- Oppervlakten land, water en bebouwing
- Bodemgesteldheid en oeverlengte
Definitieve cijfers 2019
- Periodieke bijstandsuitkeringen
Voorlopige cijfers 2021
- Inwoners stedelijk en landelijk gebied
- Klantenpotentiëlen
- Woonkernen
- Oppervlakten land, water en bebouwing
- Bodemgesteldheid en oeverlengte
- Omgevingsadressendichtheid

De categorie "GM1950 Westerwolde" stond in de selectie "Regio" niet op de juiste volgorde. Deze is nu geplaatst onder de categorie "GM0293 Westervoort ". Deze verplaatsing heeft geen gevolgen voor de cijfers.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Inwoners stedelijk en landelijk gebied
Het aantal inwoners wordt ingedeeld naar vijf stedelijkheidsklassen.
De indeling naar stedelijkheidsklasse wordt afgeleid van de Omgevingsadressendichtheid (OAD) die wordt weergegeven in adressen per km².
De volgende klassen worden onderscheiden:
- Zeer sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 2 500 of meer)
- Sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 500 tot 2 500)
- Matig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 000 tot 1 500)
- Weinig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 500 tot 1 000)
- Niet-stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 500).

Inwoners stedelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen zeer sterk stedelijk en sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 500 of meer).
Inwoners landelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen weinig stedelijk en niet stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 1 000).
Inwoners in de klasse matig stedelijk worden niet tot landelijk of stedelijk gebied gerekend binnen maatstaven van het Provinciefonds.

Definitieve cijfers
Met ingang van de cijfers over 2015 wordt de OAD berekend naar de BAG van 1 januari, waarbij aan alle verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen een vierkant van 500 meter bij 500 meter is toegekend.
De OAD voor 2014 en eerdere jaren is berekend met behulp van het Geografisch Basisregister (GBR) van januari van het peiljaar, waarbij aan alle adressen van het GBR een vierkant is toegekend.
Inwoners per rastervierkant zijn afkomstig door alle personen van de Gemeentelijke Basis Administratie per 1 januari van het peiljaar aan vierkanten toe te delen.

Voorlopige cijfers
Berekening wordt uitgevoerd in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en eventuele opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van 2015 wordt berekening van voorlopige cijfers van een peiljaar gebruik gemaakt van de BAG van 1 september van het voorgaand jaar voor afleiding van de stedelijkheidsklasse van het vierkant. De toedeling van aantallen inwoners naar stedelijkheidsklasse vindt plaats door gebruik te maken van definitieve bevolkingsaantallen per rastervierkant van 1 januari van het voorgaand jaar.
Bij de berekening van cijfers voor 2014 en voorgaande jaren worden de aantallen inwoners per gemeente toegedeeld aan als woonadressen te beschouwen adressen van het GBR van het voorgaande jaar. Op dat moment zijn nog niet aan alle adressen in het GBR van het voorgaande jaar vierkanten toegekend.
Inwoners landelijk gebied
Inwoners landelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen weinig stedelijk en niet stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 1 000).

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Totaal landelijk gebied
Aantal inwoners in weinig stedelijk en niet stedelijk gebied (minder dan 1 000 adressen/km²),

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Klantenpotentiëlen
Cijfers over het aantal potentiële lokale en regionale klanten van de woonkernen (Gf-Fvw) van een gemeente.

De methodologie van berekenen is voor beide potentiëlen nagenoeg gelijk.
Bij de berekeningen wordt uitgegaan van de woonkernen zoals in deze publicatie gedefinieerd, met dien verstande dat:
Vanaf het peiljaar 2001 een kernvierkant dat op het grondgebied van twee of meer gemeenten ligt als (behorend tot) een woonkern voor ieder van deze gemeenten wordt beschouwd.
Voorafgaand aan de bepaling van het klantenpotentieel wordt eerst het zwaartepunt van ieder van de betrokken woonkernen bepaald. Het zwaartepunt van iedere woonkern wordt vastgelegd als een X- en een Y-coördinaat (in eenheden van 500 meter).

Deze coördinaten worden in de berekening gebruikt om de onderlinge afstanden van woonkernen te bepalen. De afstand van een woonkern(Fvw-Gf) tot zichzelf en de afstand van twee woonkernen(Fvw-Gf) minder dan een kilometer wordt ten behoeve van de berekeningen op één kilometer gesteld.
Vervolgens wordt het inwonertal van iedere woonkern binnen een gemeente bepaald. Inwoners van een gemeente die niet in een woonkern wonen, worden aan de woonkernen van een gemeente toegedeeld naar rato van hun inwonertal.

Als eerste stap in de berekening wordt voor iedere woonkern in Nederland het aantal inwoners volgens een formule opgesplitst in aantallen potentiële klanten van de woonkernen binnen een straal van 20 kilometer voor het lokaal potentieel, respectievelijk 60 kilometer voor het regionaal potentieel.
Verondersteld is dat de lokale aantrekkingskracht van een kern recht evenredig toeneemt met het aantal inwoners en afneemt met het kwadraat van de afstand tot die kern. Bij de regionale aantrekkingskracht van een kern neemt deze toe met het kwadraat van het inwonertal en neemt deze af met het kwadraat van de afstand tot die kern.

Als tweede stap wordt per woonkern de aldus toegekende potentiële lokale en regionale klanten opgeteld.
Het klantenpotentieel van een gemeente wordt verkregen door het aantal potentiële klanten van alle woonkernen binnen de gemeente te sommeren.

Definitieve cijfers
Met ingang van cijfers over 2015 zijn deze afgeleid van het Basisregister Adressen en gebouwen (BAG) van 1 januari van het peiljaar. Aan alle verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen is een vierkant van 500 bij 500 meter toegekend.
Bij cijfers over 2014 en voorgaande jaren zijn deze afgeleid van het Geografisch Basisregister (GBR) van januari van het peiljaar, waarbij aan alle adressen een vierkant is toegekend.
Het aantal inwoners per rastervierkant is afkomstig uit de jaarlijkse telling uit de Gemeentelijke basisadministratie Personen (GBA) van 1 januari van het peiljaar. Deze aantallen zijn verkregen door het bestand van de GBA-telling met behulp van de BAG of het GBR van de coördinaat van het rastervierkant te voorzien.

Voorlopige cijfers
Deze worden berekend in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en, indien van toepassing, opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van cijfers voor 2015 wordt gebruik gemaakt van de BAG van 1 september van 2014 voor afleiding van de woonkernen. De toedeling van inwoners aan kernen vindt plaats door gebruik te maken van definitieve bevolkingsaantallen per rastervierkant van 1 januari 2013.
Bij de berekening van cijfers voor 2014 en eerder worden de aantallen inwoners per gemeente van het voorgaand jaar toegedeeld aan als woonadressen te beschouwen adressen van het GBR van het voorgaande jaar. Nog niet aan alle adressen in het GBR van het voorgaande jaar zijn op dat moment vierkanten toegekend.
Lokaal klantenpotentieel
Aantal potentiële lokale klanten van de woonkernen(Gf-Fvw) in een gemeente.
Het aantal potentiële lokale klanten van een woonkern(Gf-Fvw) is gedefinieerd als het aantal inwoners dat die kern aantrekt uit alle kernen binnen een straal van 20 kilometer.
De som van het aantal potentiële lokale klanten over alle gemeenten is gelijk aan het landelijk inwonertal op 1 januari en is afgerond op 10-tallen.
Regionaal klantenpotentieel
Aantal potentiële regionale klanten van de woonkernen(Gf-Fvw) in een gemeente.
Het aantal potentiële regionale klanten van een woonkern(Gf-Fvw) is gedefinieerd als het aantal inwoners dat die kern aantrekt uit alle kernen binnen een straal van 60 kilometer.
De som van het aantal potentiële regionale klanten over alle gemeenten is gelijk aan het landelijk inwonertal op 1 januari en is afgerond op 10-tallen.
Oppervlakten
Cijfers over oppervlakten van bebouwing, land(Gf-Fvw), binnenwater(Gf-Fvw), buitenwater(Gf-Fvw) en bedrijfsterreinen.
De toevoeging (Gf-Fvw) geeft aan dat deze definitie wordt gehanteerd in het kader van de Financiële verhoudingswet (Fvw) die de uitkeringen uit het Gemeentefonds (Gf) regelt.

De oppervlakte land(Gf-Fvw), binnen- en buitenwater(Gf-Fvw) in hectare, wordt berekend op basis van de meest recente topografische kaartbladen van de Basis Registratie Topografie (BRT) van het Kadaster, volgens de omschrijvingen van de meest recent gepubliceerde statistiek van het Bodemgebruik.
Jaarlijks werd ongeveer 25% van de digitale topografische kaart van Nederland opnieuw door het Kadaster geïnventariseerd en gepubliceerd. Met ingang van 2012 is deze publicatie verdubbeld tot 50%.

Naast deze oppervlakten land(Gf-Fvw), binnen- en buitenwater(Gf-Fvw) publiceert het CBS ook oppervlakten land, binnen- en buitenwater volgens de methodiek van de statistiek van het Bodemgebruik. Berekende oppervlakten land en water verschillen tussen beide publicaties. Daar waar de berekening voor het Gemeentefonds uitgaat van de meest recent gepubliceerde topografische kaarten is de statistiek van het Bodemgebruik een jaaropname, die integraal van Nederland eens in de drie jaar wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt in de toepassing voor het Gemeentefonds delen van binnenwater tot buitenwater gerekend en andersom.

De oppervlakte bedrijfsterreinen, in hectaren, wordt berekend aan de hand van het meest recent gepubliceerde Bestand Bodemgebruik van het CBS.
Met ingang van cijfers voor de provinciale indeling 2013 geldt het oppervlakte bedrijfsterreinen van het Bestand Bodemgebruik 2010 als grondslag.
Met ingang van cijfers voor de provinciale indeling 2016 geldt het oppervlakte bedrijfsterreinen van het Bestand Bodemgebruik 2012 als grondslag.

Definitieve cijfers
Berekening vindt plaats met definitieve gemeentegrenzen van het peiljaar en de meest recent gepubliceerde topografische kaarten.

Voorlopige cijfers
Berekening vindt plaats in november van het voorgaand jaar en is gebaseerd op definitieve gegevens van twee jaar voor het peiljaar.
De gemeentelijke cijfers van het peiljaar worden afgeleid van definitieve gegevens van twee jaar daarvoor, gecombineerd met gemeentegrenzen van het voorgaand jaar waarop een herindeling naar het peiljaar is toegepast.
Land
Tot land gerekend, de hoofdgroepen: Verkeer, Bebouwd, Semi-bebouwd, Recreatie, Bos & natuur en Landbouw uit de statistiek 'Bodemgebruik in Nederland' van het CBS.

Land(Gf-Fvw): totaal
Totale oppervlakte land(Gf-Fvw) per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
Bebouwing
De oppervlakte bebouwing is de oppervlakte van de verticale projectie van de contouren van bebouwing op het aardoppervlak.
Met ingang van cijfers over 2015 worden pandcontouren uit de Basisregistratie Adressen en gebouwen (BAG) afgeleid, waarbij pandcontouren worden uitgesloten welke overwegend als kas/warenhuis of tank aan te merken zijn volgens de Basisregistratie Topografie (BRT) van het Kadaster.
Cijfers over 2014 en eerdere jaren zijn volledig afgeleid van de BRT.

De oppervlakte bebouwing wordt berekend met behulp van een Geografisch informatiesysteem waarbij topografische kaartbladen, dichtheden per rastervierkant en gemeentegrenzen worden gecombineerd.

Alleen bij afleiding van oppervlakten bebouwing voor 2014 en voorgaande jaren vindt indexering van de oppervlakte plaats naar het peiljaar.
Indexering vindt plaats in verschillende stappen. Eerst wordt per dichtheidsklasse, zowel voor woonkernen als het buitengebied en de gemiddelde bebouwing (in vierkante meters) voor ieder betrokken rastervierkant berekend.
Vervolgens wordt per vierkant de ophogingfactor bebouwing berekend aan de hand van de verschillen in adressen tussen opname- en uitkeringsjaar en het gemiddeld bebouwingsoppervlak per adres voor de dichtheidsklasse waarvan het rastervierkant deel uitmaakt.
Tenslotte wordt de oppervlakte bebouwing van het rastervierkant vermeerderd met de berekende ophogingfactor, waarbij voor de geïndexeerde oppervlakte bebouwing per rastervierkant een ondergrens van 0 hectare en een bovengrens van 20 hectare wordt aangehouden.

Definitieve cijfers
Met ingang van cijfers over 2015 worden oppervlakten bebouwing per woonkern en buitengebied afgeleid van de afgeleide pandcontouren en het aantal verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen per 500 bij 500 meter vierkant op 1 januari in de BAG.
Afleiding van oppervlaktecijfers naar woonkernen en buitengebied voor 2014 en voorgaande jaren vindt plaats met behulp van gegevens van de BRT en definitieve gegevens van het Geografisch Basisregister van januari van het peiljaar, waarbij aan alle adressen een vierkant is toegekend.
Bebouwingscontouren worden gecombineerd met de definitieve gemeentegrenzen van het peiljaar.

Voorlopige cijfers
Berekening vindt plaats in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en eventuele opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van cijfers over 2015 worden deze gebaseerd op de BAG van 1 september voorafgaand aan het peiljaar. Voorlopige cijfers over 2014 en voorgaande jaren zijn gebaseerd op definitieve gegevens van het GBR van het peiljaar twee jaar daarvoor.
Bebouwing: totaal
Totale oppervlakte bebouwing per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
Bebouwing: woonkernen(Gf-Fvw)
Oppervlakte bebouwing in woonkernen(Gf-Fvw) per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
De oppervlakte bebouwing binnen woonkernen(Gf-Fvw) is dat deel van het oppervlakte bebouwing wat gelegen is binnen de contouren van de woonkernen (Gf-Fvw).
Bebouwing: buitengebied(Gf-Fvw)
Oppervlakte bebouwing in het buitengebied(Gf-Fvw) (buiten de woonkernen(Gf-Fvw)) per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
Het oppervlakte bebouwing in het buitengebied(Gf-Fvw) is dat deel wat buiten de woonkernen(Gf-Fvw) is gelegen.
Periodieke bijstandsuitkeringen
In het kader van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) worden de volgende bijstandsuitkeringen geteld:
Tot en met 2008 is in dit aantal begrepen het aantal uitkeringen in het kader van de bijzondere bijstand. Met ingang van 2009 blijft bijzondere bijstand buiten beschouwing.

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in de tabel Maatstaven Fvw kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen bij het thema arbeid en sociale zekerheid.
Bij het vaststellen van het aantal uitkeringen in een verslagjaar (t) wordt ten behoeve van de Maatstaven Fvw met terugwerkende kracht informatie verwerkt die afkomstig is uit de gegevens van latere maanden (in t+1) over het verslagjaar.
In de tabellen onder het thema arbeid en sociale zekerheid worden alleen die uitkeringen geteld die daadwerkelijk in de desbetreffende verslagperiode (t) geregistreerd stonden.

Het gaat om:
- Het aantal periodieke WWB of WIJ uitkeringen of algemene bijstand op grond van de Participatiewet aan thuiswonende personen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd op 31 december.
- Het aantal periodieke WWB of WIJ uitkeringen of algemene bijstand op grond van de Participatiewet aan belanghebbenden zonder adres met een niet beëindigde uitkering op 31 december.
Buiten beschouwing blijven uitkeringen die gedurende december zijn beëindigd, uitkeringen aan elders verzorgenden en uitkeringen aan personen met een AOW-gerechtigde leeftijd.
Het aantal uitkeringen is t/m 2008 inclusief uitsluitend bijzondere bijstand, met ingang van 2009 blijft bijzondere bijstand buiten beschouwing.
Participatiewet (PW)
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de Wsw.
Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.

Van dit onderdeel zijn alleen definitieve cijfers beschikbaar.
Totaal bijstandsuitkeringen
Het totaal aantal uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kortdurend de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) waarbij de WWB per 1 januari 2015 is vervangen door de Participatiewet.
Een uitkering aan een (echt)paar wordt geteld als één uitkering aan twee personen.

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in de tabel Maatstaven Fvw kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen bij het thema arbeid en sociale zekerheid.
Bij het vaststellen van het aantal uitkeringen in een verslagjaar (t) wordt ten behoeve van de Maatstaven Fvw met terugwerkende kracht informatie verwerkt die afkomstig is uit de gegevens van latere maanden (in t+1) over het verslagjaar.
In de tabellen onder het thema arbeid en sociale zekerheid worden alleen die uitkeringen geteld die daadwerkelijk in de desbetreffende verslagperiode (t) geregistreerd stonden.
Omgevingsadressendichtheid
Omgevingsadressendichtheid (OAD) in adressen / km².

De OAD is gedefinieerd als het gemiddeld aantal (hoofd)adressen dat een (hoofd)adres in zijn omgeving heeft. Als omgeving van een adres wordt een cirkel aangehouden met een straal van één kilometer rondom dat adres.
Bij gemeentelijke en bovengemeentelijke indelingen is de adres gewogen OAD bepaald.

Met ingang van cijfers over 2015 wordt het adres gedefinieerd als het hoofdadres van verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).
Cijfers over 2014 en voorgaande jaren zijn gebaseerd op adressen van het Geografisch Basisregister (GBR).

Voor meer informatie over de OAD en zijn rol in de bepaling van de stedelijkheid van een gebied wordt verwezen naar het artikel: 'Een nieuwe maatstaf voor stedelijkheid: de omgevingsadressendichtheid' in de Maandstatistiek van de bevolking, jaargang 40, juli 1992, 14-27, CBS.

Definitieve cijfers
De OAD wordt berekend op basis van de BAG vanaf 2015 of het Geografisch Basisregister (GBR) van januari van het peiljaar, waarbij aan alle (hoofd)adressen een vierkant is toegekend.

Voorlopige cijfers
Berekening wordt uitgevoerd in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en, indien van toepassing, opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van cijfers over 2015 worden deze afgeleid van de BAG van 1 september van het jaar voorafgaand aan het peiljaar. Cijfers over 2014 en eerdere jaren worden berekend uit het GBR van het jaar voorafgaand aan het peiljaar waarbij nog niet aan alle adressen in het GBR op dat moment vierkanten zijn toegekend.