Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Status cijfer Perioden Regio's Inwoners stedelijk en landelijk gebied Inwoners landelijk gebied Totaal landelijk gebied (aantal) Klantenpotentiëlen Lokaal klantenpotentieel (aantal) Klantenpotentiëlen Lokaal klantenpotentieel (rel.) (in % van aantal inwoners) Klantenpotentiëlen Regionaal klantenpotentieel (aantal) Klantenpotentiëlen Regionaal klantenpotentieel (rel.) (in % van aantal inwoners) Woonkernen Woonkernen: totaal (aantal) Woonkernen Woonkernen: minimaal 500 adressen (aantal) Omgevingsadressendichtheid (per km²)
Definitief 2022 Nederland 5.908.320 3.349 1.155 2.039
Definitief 2022 Overijssel (PV) 534.090 237 69 1.374
Definitief 2022 Zuidoost-Friesland (CR) 123.540 93 21 931
Definitief 2022 Amsterdam 12.770 990.160 110 1.825.830 202 23 4 6.049
Definitief 2022 Dijk en Waard 23.490 98.430 112 99.930 114 9 2 1.449
Definitief 2022 Dronten 31.910 40.700 95 24.940 58 12 3 781
Definitief 2022 Geertruidenberg 7.920 20.530 94 7.090 32 2 2 1.115
Definitief 2022 Land van Cuijk 69.000 84.060 93 35.680 39 33 14 638
Definitief 2022 Maashorst 29.490 59.490 102 47.680 82 14 5 1.176
Definitief 2022 Purmerend 9.290 94.830 103 79.580 86 5 2 2.134
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens die mede als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van de Algemene Uitkeringen aan gemeenten en provincies.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt deze uitkeringen aan gemeenten en provincies aan de hand van verdeelmodellen. De hiervoor gebruikte eenheden die het CBS levert voor de definitieve en voorlopige cijfers van de maatstaven worden beschreven in de 'Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren', uitgave Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het aantal inwoners in stedelijke en landelijke gebieden wordt berekend ten behoeve van het verdeelstelsel gehanteerd door het Provinciefonds. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Met ingang van verslagjaar 2016 worden er door CBS geen gegevens meer gepubliceerd over grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten.
Door diverse maatschappelijke ontwikkelingen zijn de filosofie en methode die ten grondslag liggen aan de afbakening niet langer actueel.
Daarnaast blijkt dat andere instanties, afhankelijk van het toepassingsgebied, een afwijkende indeling van grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten hanteren, waardoor er niet meer gesproken kan worden van één standaard.

De herindeling van gemeenten Amsterdam en Weesp tot de nieuwgevormde gemeente Amsterdam vindt plaats op 24 maart 2022.
In de “Wet van 9 juni 2021 tot herindeling van de gemeenten Amsterdam en Weesp” wordt bij berekening van de Algemene Uitkering afgeweken van de ingangsdatum van herindeling en uitgegaan van nieuwvorming van Amsterdam per 1 januari 2022.
In deze tabel wordt daarom uitgegaan van nieuwvorming van de gemeente Amsterdam per 1 januari 2022 en wordt het grondgebied van Weesp toegevoegd aan COROP 23 in plaats van COROP 24.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2007.

Status van de cijfers:
Er worden zowel voorlopige als definitieve cijfers gepubliceerd.

De onderwerpen: belastingcapaciteit woningen, belastingcapaciteit niet-woningen en amendement De Pater kunnen door nagekomen berichten ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.

Wijzigingen per mei 2022:
Definitieve cijfers 2022
- Inwoners stedelijk en landelijk gebied
- Klantenpotentiëlen
- Woonkernen
- Omgevingsadressendichtheid
Definitieve cijfers 2018
- Van gemeente Geertruidenberg en bovenliggende regionale indelingen is de definitieve Belastingcapaciteit niet-woningen aangepast.


Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Inwoners stedelijk en landelijk gebied
Het aantal inwoners wordt ingedeeld naar vijf stedelijkheidsklassen.
De indeling naar stedelijkheidsklasse wordt afgeleid van de Omgevingsadressendichtheid (OAD) die wordt weergegeven in adressen per km².
De volgende klassen worden onderscheiden:
- Zeer sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 2 500 of meer)
- Sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 500 tot 2 500)
- Matig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 000 tot 1 500)
- Weinig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 500 tot 1 000)
- Niet-stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 500).

Inwoners stedelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen zeer sterk stedelijk en sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 500 of meer).
Inwoners landelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen weinig stedelijk en niet stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 1 000).
Inwoners in de klasse matig stedelijk worden niet tot landelijk of stedelijk gebied gerekend binnen maatstaven van het Provinciefonds.

Definitieve cijfers
Met ingang van de cijfers over 2015 wordt de OAD berekend naar de BAG van 1 januari, waarbij aan alle verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen een vierkant van 500 meter bij 500 meter is toegekend.
De OAD voor 2014 en eerdere jaren is berekend met behulp van het Geografisch Basisregister (GBR) van januari van het peiljaar, waarbij aan alle adressen van het GBR een vierkant is toegekend.
Inwoners per rastervierkant zijn afkomstig door alle personen van de Gemeentelijke Basis Administratie per 1 januari van het peiljaar aan vierkanten toe te delen.

Voorlopige cijfers
Berekening wordt uitgevoerd in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en eventuele opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van 2015 wordt berekening van voorlopige cijfers van een peiljaar gebruik gemaakt van de BAG van 1 september van het voorgaand jaar voor afleiding van de stedelijkheidsklasse van het vierkant. De toedeling van aantallen inwoners naar stedelijkheidsklasse vindt plaats door gebruik te maken van definitieve bevolkingsaantallen per rastervierkant van 1 januari van het voorgaand jaar.
Bij de berekening van cijfers voor 2014 en voorgaande jaren worden de aantallen inwoners per gemeente toegedeeld aan als woonadressen te beschouwen adressen van het GBR van het voorgaande jaar. Op dat moment zijn nog niet aan alle adressen in het GBR van het voorgaande jaar vierkanten toegekend.
Inwoners landelijk gebied
Inwoners landelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen weinig stedelijk en niet stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 1 000).

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Totaal landelijk gebied
Aantal inwoners in weinig stedelijk en niet stedelijk gebied (minder dan 1 000 adressen/km²),

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Klantenpotentiëlen
Cijfers over het aantal potentiële lokale en regionale klanten van de woonkernen (Gf-Fvw) van een gemeente.

De methodologie van berekenen is voor beide potentiëlen nagenoeg gelijk.
Bij de berekeningen wordt uitgegaan van de woonkernen zoals in deze publicatie gedefinieerd, met dien verstande dat:
Vanaf het peiljaar 2001 een kernvierkant dat op het grondgebied van twee of meer gemeenten ligt als (behorend tot) een woonkern voor ieder van deze gemeenten wordt beschouwd.
Voorafgaand aan de bepaling van het klantenpotentieel wordt eerst het zwaartepunt van ieder van de betrokken woonkernen bepaald. Het zwaartepunt van iedere woonkern wordt vastgelegd als een X- en een Y-coördinaat (in eenheden van 500 meter).

Deze coördinaten worden in de berekening gebruikt om de onderlinge afstanden van woonkernen te bepalen. De afstand van een woonkern(Fvw-Gf) tot zichzelf en de afstand van twee woonkernen(Fvw-Gf) minder dan een kilometer wordt ten behoeve van de berekeningen op één kilometer gesteld.
Vervolgens wordt het inwonertal van iedere woonkern binnen een gemeente bepaald. Inwoners van een gemeente die niet in een woonkern wonen, worden aan de woonkernen van een gemeente toegedeeld naar rato van hun inwonertal.

Als eerste stap in de berekening wordt voor iedere woonkern in Nederland het aantal inwoners volgens een formule opgesplitst in aantallen potentiële klanten van de woonkernen binnen een straal van 20 kilometer voor het lokaal potentieel, respectievelijk 60 kilometer voor het regionaal potentieel.
Verondersteld is dat de lokale aantrekkingskracht van een kern recht evenredig toeneemt met het aantal inwoners en afneemt met het kwadraat van de afstand tot die kern. Bij de regionale aantrekkingskracht van een kern neemt deze toe met het kwadraat van het inwonertal en neemt deze af met het kwadraat van de afstand tot die kern.

Als tweede stap wordt per woonkern de aldus toegekende potentiële lokale en regionale klanten opgeteld.
Het klantenpotentieel van een gemeente wordt verkregen door het aantal potentiële klanten van alle woonkernen binnen de gemeente te sommeren.

Definitieve cijfers
Met ingang van cijfers over 2015 zijn deze afgeleid van het Basisregister Adressen en gebouwen (BAG) van 1 januari van het peiljaar. Aan alle verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen is een vierkant van 500 bij 500 meter toegekend.
Bij cijfers over 2014 en voorgaande jaren zijn deze afgeleid van het Geografisch Basisregister (GBR) van januari van het peiljaar, waarbij aan alle adressen een vierkant is toegekend.
Het aantal inwoners per rastervierkant is afkomstig uit de jaarlijkse telling uit de Gemeentelijke basisadministratie Personen (GBA) van 1 januari van het peiljaar. Deze aantallen zijn verkregen door het bestand van de GBA-telling met behulp van de BAG of het GBR van de coördinaat van het rastervierkant te voorzien.

Voorlopige cijfers
Deze worden berekend in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en, indien van toepassing, opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van cijfers voor 2015 wordt gebruik gemaakt van de BAG van 1 september van 2014 voor afleiding van de woonkernen. De toedeling van inwoners aan kernen vindt plaats door gebruik te maken van definitieve bevolkingsaantallen per rastervierkant van 1 januari 2013.
Bij de berekening van cijfers voor 2014 en eerder worden de aantallen inwoners per gemeente van het voorgaand jaar toegedeeld aan als woonadressen te beschouwen adressen van het GBR van het voorgaande jaar. Nog niet aan alle adressen in het GBR van het voorgaande jaar zijn op dat moment vierkanten toegekend.
Lokaal klantenpotentieel
Aantal potentiële lokale klanten van de woonkernen(Gf-Fvw) in een gemeente.
Het aantal potentiële lokale klanten van een woonkern(Gf-Fvw) is gedefinieerd als het aantal inwoners dat die kern aantrekt uit alle kernen binnen een straal van 20 kilometer.
De som van het aantal potentiële lokale klanten over alle gemeenten is gelijk aan het landelijk inwonertal op 1 januari en is afgerond op 10-tallen.
Lokaal klantenpotentieel (rel.)
Verhouding tussen het aantal potentiële lokale klanten en het aantal inwoners van een gemeente.
Alleen voor definitieve cijfers.
Regionaal klantenpotentieel
Aantal potentiële regionale klanten van de woonkernen(Gf-Fvw) in een gemeente.
Het aantal potentiële regionale klanten van een woonkern(Gf-Fvw) is gedefinieerd als het aantal inwoners dat die kern aantrekt uit alle kernen binnen een straal van 60 kilometer.
De som van het aantal potentiële regionale klanten over alle gemeenten is gelijk aan het landelijk inwonertal op 1 januari en is afgerond op 10-tallen.
Regionaal klantenpotentieel (rel.)
Verhouding tussen het aantal potentiële regionale klanten en het aantal inwoners van een gemeente.
Alleen voor definitieve cijfers.
Woonkernen
Woonkernen(Gf-Fvw) zijn in de Financiële verhoudingswet(Fvw) omschreven als geïsoleerde rastervierkanten of aaneen gesloten gebieden van met zijden aan elkaar grenzende rastervierkanten van 500 bij 500 meter (volgens de Rijksdriehoekmeting) binnen een gemeente.
Ieder rastervierkant van een woonkern(Gf-Fvw) bevat ten minste 25 adressen.
De toevoeging (Gf-Fvw) geeft aan dat deze definitie wordt gehanteerd in het kader van de Financiële verhoudingswet (Fvw) die de uitkeringen uit het Gemeentefonds (Gf) regelt.

Definitieve cijfers
Deze worden met ingang van cijfers over 2015 afgeleid van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), waarbij aan verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen per 1 januari van het peiljaar aan een vierkant wordt toegekend. Voor de cijfers over 2014 en eerder zijn deze afgeleid van het Geografisch Basisregister (GBR) van januari van het peiljaar, waarbij aan adressen een vierkant is toegekend.

Voorlopige cijfers
Deze worden berekend in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van herindeling en, indien van toepassing, opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van cijfers over 2015 worden de BAG van 1 september van het jaar voorafgaand aan het peiljaar als bron gebruikt. De cijfers over 2014 en eerdere jaren worden afgeleid van het GBR van januari van een voorgaand jaar. Nog niet aan alle adressen in het GBR zijn op dat moment vierkanten toegekend.
Woonkernen: totaal
Het totaal aantal woonkernen(Gf-Fvw) per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
Woonkernen: minimaal 500 adressen
Het aantal woonkernen(Gf-Fvw) met minimaal 500 adressen binnen een gemeente, volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
Deze eenheid is opgenomen met ingang van het peiljaar 2008.
Omgevingsadressendichtheid
Omgevingsadressendichtheid (OAD) in adressen / km².

De OAD is gedefinieerd als het gemiddeld aantal (hoofd)adressen dat een (hoofd)adres in zijn omgeving heeft. Als omgeving van een adres wordt een cirkel aangehouden met een straal van één kilometer rondom dat adres.
Bij gemeentelijke en bovengemeentelijke indelingen is de adres gewogen OAD bepaald.

Met ingang van cijfers over 2015 wordt het adres gedefinieerd als het hoofdadres van verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).
Cijfers over 2014 en voorgaande jaren zijn gebaseerd op adressen van het Geografisch Basisregister (GBR).

Voor meer informatie over de OAD en zijn rol in de bepaling van de stedelijkheid van een gebied wordt verwezen naar het artikel: 'Een nieuwe maatstaf voor stedelijkheid: de omgevingsadressendichtheid' in de Maandstatistiek van de bevolking, jaargang 40, juli 1992, 14-27, CBS.

Definitieve cijfers
De OAD wordt berekend op basis van de BAG vanaf 2015 of het Geografisch Basisregister (GBR) van januari van het peiljaar, waarbij aan alle (hoofd)adressen een vierkant is toegekend.

Voorlopige cijfers
Berekening wordt uitgevoerd in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en, indien van toepassing, opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van cijfers over 2015 worden deze afgeleid van de BAG van 1 september van het jaar voorafgaand aan het peiljaar. Cijfers over 2014 en eerdere jaren worden berekend uit het GBR van het jaar voorafgaand aan het peiljaar waarbij nog niet aan alle adressen in het GBR op dat moment vierkanten zijn toegekend.