Meeste grond op melkveebedrijven

In 2016 hadden de bijna 56 duizend land- en tuinbouwbedrijven in Nederland 1,8 miljoen hectare cultuurgrond in gebruik. Hiervan was 48 procent in gebruik bij de melkveebedrijven en 25 procent bij de akkerbouwbedrijven. De overige sectoren gebruikten aanzienlijk minder cultuurgrond.

Gemiddelde oppervlakte cultuurgrond
 Toename 2000-2016Stand 2000
Melkveebedrijven17,234,9
Akkerbouwbedrijven8,432,5
Bloembollenbedrijven17,418,8
Opengrondsgroentenbedrijven12,510,9
Geitenbedrijven5,711,6
Vleeskalverenbedrijven7,87,8
Fruitbedrijven59,5
Varkensbedrijven4,98,4
Schapenbedrijven3,210
Pluimveebedrijven1,99,8
Boomkwekerijbedrijven5,15
Paard- en ponybedrijven4,35,5
Glasgroentebedrijven3,12,5
Snijbloemenbedrijven2,21,9
Pot- en perkplantenbedrijven1,31,6

Cultuurgrond bij doorsnee bedrijven

Van 2000 tot 2016 is de oppervlakte cultuurgrond in Nederland met 9 procent afgenomen. De afname van het aantal land- en tuinbouwbedrijven in die periode was 43 procent. De oppervlakte cultuurgrond van een doorsnee bedrijf steeg daardoor met 59 procent van 20 tot 32 hectare.
De stijging van de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf verschilt per sector sterk. De glasgroentebedrijven tekenden voor de sterkste toename (125 procent) met vlak erachter de opengrondsgroentenbedrijven (116 procent) en de snijbloemenbedrijven (113 procent). Bij de schapenbedrijven was er een stijging tot 2006, waarna de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond daalde. In de periode van 2000 tot 2016 was er uiteindelijk een toename van 32 procent. Bij de snijbloemenbedrijven was er vooral van 2009 op 2010 een forse toename van de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond. Over de gehele periode van 2000 tot 2016 was de toename 113 procent.