Afzetprijzen landbouw sterker afgenomen dan inkoopprijzen

Oogst aardappelen
© ANP / Sijmen Hendriks Fotografie

Boeren en tuinders kregen in het eerste kwartaal van 2026 vergeleken met een jaar eerder gemiddeld 10,2 procent minder betaald voor hun producten. De prijzen van grondstoffen, materialen en energie – zogenoemde inputs – die boeren nodig hebben om te produceren waren ook lager (-3,5 procent). Vooral aardappelen brachten minder op, terwijl meststoffen juist duurder werden. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de Landbouwprijsindex, die in 2025 voor het eerst is gepubliceerd.

Ontwikkeling landbouwprijzen, 1e kwartaal 2026*
categorie%-verandering (%-verandering t.o.v. zelfde periode voorgaand jaar)
Prijzen van
landbouwgoederen
(inclusief groente en fruit)
-10,2
Prijzen van
goederen en
diensten verbruikt
(exclusief investeringen)
-3,5
*voorlopige cijfers

Aardappelen leveren minder op, handelsgewassen en groenten meer

In het eerste kwartaal van 2026 was de prijs die boeren ontvingen voor consumptie-, poot- en zetmeelaardappelen 39,8 procent lager dan een jaar eerder. Voor consumptieaardappelen kregen akkerbouwers 62,4 procent minder. Ook de prijzen voor dierlijke producten zoals melk en eieren, lagen onder het niveau van een jaar eerder (-21,1 procent).

Voor handelsgewassen ontvingen boeren en tuinders wel een hogere prijs dan in het eerste kwartaal van 2025 (+11,8 procent). Handelsgewassen worden niet geteeld voor consumptie of veevoer maar dienen als grondstof voor industriële processen. Suikerbieten en oliehoudende zaden zijn voorbeelden van handelsgewassen.

Voor verse groenten kregen telers gemiddeld een 5,4 procent hogere prijs dan een jaar eerder. Wel verschilde de prijsontwikkeling binnen de groep van verse groenten. Zo lagen de afzetprijzen van aubergines 56,6 procent hoger, terwijl die van kool 44,2 procent lager waren.

Ontwikkeling afzetprijzen, 1e kwartaal 2026*
Productcategorie%-ontwikkeling (%-verandering t.o.v. zelfde periode voorgaand jaar)
Handelsgewassen11,8
Verse groenten5,4
Dieren-11,4
Fruit-16,1
Granen (incl. zaaigoed)-16,2
Dierlijke producten (onbewerkt)-21,1
Aardappelen (incl. pootgoed)-39,8
*voorlopige cijfers

Vooral meststoffen en grondverbeteraars duurder

In het eerste kwartaal betaalden landbouwbedrijven voor meststoffen en grondverbeteraars gemiddeld 7,7 procent meer dan een jaar eerder. Ook onderhoud van materiaal waren duurder: 4,9 procent. De tarieven van veeartsen en de prijzen voor andere goederen en diensten die boeren en tuinders gebruiken bij hun productieproces lagen ook op een hoger niveau.

Energie en smeermiddelen waren begin 2026 – dus voor het uitbreken van de Iranoorlog – gemiddeld goedkoper dan in 2025. Gemiddeld lagen de prijzen 14,2 procent lager. Vooral de prijs van brandstoffen voor verwarming daalde het eerste kwartaal. Niet alle oliegerelateerde producten werden overigens goedkoper. De prijzen voor motorbrandstoffen, bijvoorbeeld voor tractoren, waren 15,4 procent hoger dan begin 2025.

Ontwikkeling inkoopprijzen, 1e kwartaal 2026*
Productcategorie%-ontwikkeling (%-verandering t.o.v. zelfde periode voorgaand jaar)
Meststoffen en
grondverbeteraars
7,7
Onderhoud van
materiaal
4,9
Tarieven veeartsen2,8
Andere goederen en
diensten
2,0
Onderhoud van
gebouwen
0,1
Gewasbeschermings-
middelen
0,0
Diervoeders-6,7
Energie en
smeermiddelen
-14,2
Zaai- en plantgoed¹⁾
* voorlopige cijfers ¹⁾ het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim

Het CBS maakt sinds 2025 de Landbouwprijsindex om de prijsontwikkeling van landbouwproducten en productiemiddelen in kaart te brengen en te volgen hoe die de inkomsten van boeren en tuinders beïnvloeden. De cijfers levert het CBS aan het Europese statistiekbureau Eurostat zodat de prijsontwikkeling in de lidstaten te volgen is.