Geregistreerde criminaliteit, tijdreeks vanaf 1948

Wat omvat het onderzoek?

Doel

Een beschrijving geven van de aard, omvang en ontwikkeling van de geregistreerde criminaliteit in Nederland.

Doelpopulatie

Alle in Nederland door de Politie en Koninklijke Marechaussee geregistreerde misdrijven.

Statistische eenheid

In Nederland door de Politie of Koninklijke Marechaussee geregistreerd misdrijf.

Aanvang onderzoek

1948

Frequentie

Jaarlijks

Publicatiestrategie

In mei volgend op het verslagjaar worden de voorlopige cijfers gepubliceerd; de cijfers worden na twee jaar definitief.

Hoe wordt het uitgevoerd?

Soort onderzoek

Benaderde cijfers en vanaf 1959 integrale waarneming.

Waarnemingsmethode

Vanaf 2010: De Nationale Politie verstrekt gegevens uit de registraties van de tien regionale eenheden en de Landelijke Eenheid via de landelijke bevragingsapplicatie BVI.
De Koninklijke Marechaussee (KMar) gebruikt het registratiesysteem BPS en levert het CBS een bestand met daarin gegevens van alle in BPS gemelde incidenten (misdrijven en overige incidenten).

Berichtgevers

1. Nationale Politie
2. Koninklijke Marechaussee

Wijze van tellen

In het onderzoek tellen de volgende gegevens mee:

  • Regionale eenheden en de Landelijke Eenheid: alle misdrijven volgens de definitie van BVI met een incidentcode/maatschappelijke klasse-aanduiding die voorkomt in de ‘Standaardclassificatie misdrijven (Politie) 2010’ (SCM2010) van het CBS.
  • Misdrijven die gemeld zijn in een regio maar gepleegd zijn in een andere regio, worden overgedragen aan de regio van plegen en zodoende in beide regio’s geregistreerd. Alleen de registratie in de regio van plegen wordt in het onderzoek meegeteld. Misdrijven waarvan de gemeente van plegen onbekend is, worden toegedeeld aan de regio van melden en krijgen de indicatie ‘gemeente van plegen onbekend’.
  • Als bij één ‘incident’ meerdere misdrijven geregistreerd zijn telt alleen het zwaarste misdrijf mee.
  • KMar (BPS): alle registraties met ten minste één incident dat voorkomt in de SCM2010, waarbij het veld ‘aangifte’ de waarde ‘J’ heeft en bij de incidentcode is aangegeven dat een aangifte verplicht is, en de registraties waarbij het aantal verdachten groter is dan 0 en bij de incidentcode is aangegeven dat een aangifte niet verplicht is, en alle registraties met de incidentcode/maatschappelijke klasse ‘Doorrijden na ongeval’ of ‘Verlaten plaats ongeval’ en ‘Rijden onder invloed’.

Controle- en correctiemethoden

Deze tabel is een secundaire tabel. De actuele cijfers van deze tabel zijn afkomstig van de tabel:
Geregistreerde criminaliteit soort misdrijf, regio.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten?

Nauwkeurigheid

Deze tabel is een secundaire tabel. De actuele cijfers van deze tabel zijn afkomstig van de tabel:
Geregistreerde criminaliteit soort misdrijf, regio.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

Er zijn drie waarnemingsperioden te onderscheiden:

  • Periode 1, over het tijdvak 1948/1952 tot en met 2007
  • Periode 2, over het tijdvak 2005 tot en met 2015
  • Periode 3, over het tijdvak 2010 tot heden.

Er zijn voor de jaren 2005 tot en met 2007 zowel gegevens in de waarnemingsperiode 1 als in waarnemingsperiode 2. Voor de jaren 2010 tot en met 2015 zijn er gegevens in de waarnemingsperiode 2 en in waarnemingsperiode 3.

Voor wat betreft de geregistreerde criminaliteit is er een breuk geconstateerd tussen de jaren 2004 en 2005. Deze breuk is gecorrigeerd op de cijfers van de oudste reeks. De overgang tussen periode 2 en periode 3 levert geen noemenswaardige breuk op.