Veiligheidsmonitor (vanaf 2012)

Wat behelst het onderzoek?
Doel

Samenstellen van actuele en vergelijkbare gegevens ten behoeve van landelijke, regionale en lokale (semi-) overheden over de ontwikkeling van de sociale veiligheid in Nederland, waaronder de leefbaarheid van de woonbuurt, slachtofferschap van criminaliteit, onveiligheidsgevoelens en preventiegedrag in verband met criminaliteit, en het oordeel van de bevolking over de politie op het gebied van veiligheid.

Doelpopulatie

Personen van 15 jaar of ouder in particuliere huishoudens in Nederland.

Statistische eenheid

Personen; huishoudens; delicten; contacten.

Aanvang onderzoek

De VM is gestart in 2012, als voortzetting (na een grondige herziening van onderzoeksdesign en vragenlijst) van de Integrale veiligheidsmonitor  (IVM) uitgevoerd in de periode 2008-2011.
Opdrachtgevers voor het onderzoek zijn het CBS, het ministerie van Veiligheid en Justitie en regionale en lokale (overheids)instanties.

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

Definitieve cijfers.

Hoe wordt het uitgevoerd?
Soort onderzoek

Personensteekproef. Waarneming via enquête vindt plaats in de maanden augustus-november. Het onderzoek wordt deels uitgevoerd door het CBS en deels door een ander onderzoeksbureau. (in 2012 en 2013: I&O Research)

Waarnemingsmethode

Vragenlijst op internet en/of papier.

Berichtgevers

Steekproefpersonen van 15 jaar of ouder in particuliere huishoudens.
 
Steekproefomvang

De beoogde minimale vaste netto steekproefomvang bedraagt 65 duizend respondenten (waarvan ruim 27 duizend door het CBS en 38 duizend door een extern onderzoeksbureau). Daarnaast benadert hetzelfde externe onderzoeksbureau, in opdracht van lokale en regionale overheden, telkens per regio en per jaar wisselende aantallen steekproefpersonen. Het aantal ondervraagden en de respons zijn als volgt:

2012: 77.989 (38,4%), waarvan
- Vast CBS 21,7 duizend (46,7%), vast extern 37,6 dzd (39,0%), variabel 18,7 dzd (31,0%)

2013: 145.277 (40,8%), waarvan
- Vast CBS 27,4 duizend (41,1%), vast extern 38,1 dzd (39,5%), variabel 79,7 dzd (41,3%)

Controle- en correctiemethoden

De gegevens van een respondent worden gecontroleerd op interne consistentie. Bij de interviews via internet worden deze antwoorden direct gesignaleerd en waar mogelijk door de respondent gecorrigeerd. Papieren vragenlijsten worden geautomatiseerd ingelezen, waarbij onjuistheden en onvolledigheden zoveel mogelijk via speciale controle- en correctieprogramma’s worden aangepast. Door de wegingsmethode wordt gecorrigeerd voor onder- en oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de respons.

Weging

Hierbij wordt gewogen naar de overeenkomstige verdelingen in de totale bevolking  (15+) van onder meer (politie-) regionale indelingen, geslacht, leeftijd, herkomst, huishoudgrootte en stedelijkheidsgraad. In 2013 is het weegmodel uitgebreid met het gestandaardiseerd huishoudensinkomen.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten?
Nauwkeurigheid

Het gebruik bij de weging van extra informatie uit het Sociaal Statistisch Bestand leidt bij inhoudelijke kenmerken die samenhangen met de gebruikte hulpvariabelen tot nauwkeuriger en consistentere schattingen.
Bij minder dan 50 steekproefpersonen voor een bepaalde indelingscategorie worden in de StatLine-tabellen geen percentages gepresenteerd. De marges zijn dan te groot om nog van voldoende betrouwbare geschatte percentages te kunnen spreken.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De onderzoeksopzet voor de VM is in 2012 ingrijpend gewijzigd. Door wijzigingen in het onderzoeksdesign en aanpassingen in de vragenlijst zijn de uitkomsten van de VM niet zonder meer vergelijkbaar met die van eerdere slachtofferschaps- en veiligheidsenquêtes zoals de Integrale Veiligheidsmonitor (IVM; 2008-2011).

Meer informatie

Doorontwikkeling van Integrale Veiligheidsmonitor (IVM) naar Veiligheidsmonitor (VM)