Milieukosten van bedrijven

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het verkrijgen van gegevens over milieu-investeringen en milieukosten (kosten van de milieuactiviteiten die de bedrijven zelf uitvoeren, betaalde overdrachten (de heffingen en de betalingen voor uitbestede milieuactiviteiten), ontvangen overdrachten (milieusubsidies) en de netto milieulasten van bedrijven in de nijverheid (exclusief bouw).

Doelpopulatie

Bedrijven met 10 of meer werknemers in de nijverheid (delfstoffenwinning, industrie - exclusief sociale werkvoorziening - en energievoorziening en waterwinning). De voorlopige cijfers zijn gebaseerd op bedrijven met 20 of meer werknemers.

Statistische eenheid

Bedrijfseenheid.

Aanvang onderzoek

1979. De huidige tijdreeks loopt vanaf 1985.

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

Voorlopige cijfers worden 6 maanden na het jaar van onderzoek gepubliceerd in ‘Milieukosten van bedrijven met 20 of meer werknemers; kerncijfers’ (definitieve cijfers na 18 maanden). In ‘Milieukosten en -investeringen, bedrijven met >10 werknemers, SBI 2008’ worden 16 maanden na het jaar van onderzoek voorlopige cijfers gepubliceerd (definitieve cijfers na 18 maanden).  

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

De basisgegevens worden verzameld door middel van een schriftelijke enquête. Bedrijfsgroepen met relatief hoge milieulasten worden in hun geheel geënquêteerd. Bij de overige bedrijfsgroepen wordt een steekproef getrokken. De verordeningen (EG, Euratom) nummers 58/1997 en 2056/2002 van de Europese Unie verplichten bedrijven om opgave te doen van al hun milieuvoorzieningen (milieu-investeringen) en alle overige milieu-uitgaven ter voorkoming en bestrijding van milieuverontreiniging.

Waarnemingsmethode

Op het enquêteformulier staan vragen over de kosten die bedrijven maken ten behoeve van afval, afvalwater, milieuvergunningen, milieuschade, bodemsanering, milieuonderzoek, milieucoördinatie, investeringen in nieuw geïnstalleerde milieuvoorzieningen (toegevoegde en procesgeïntegreerde voorzieningen), en plannen voor milieuvoorzieningen die gebruiksklaar beschikbaar komen in de twee jaren na het verslagjaar. Daarnaast worden gegevens gebruikt die niet rechtstreeks van de berichtgevers afkomstig zijn, maar berekend worden: gegevens over de lopende kosten en de rente en afschrijvingen van milieu-investeringen, en de 'meerkosten zwavelarme brandstoffen'.

Berichtgevers

Bedrijven met 10 of meer werknemers in de nijverheid (delfstoffenwinning, industrie - exclusief sociale werkvoorziening - en energievoorziening en waterwinning).

Steekproefomvang

4 100 bedrijven met 10 of meer werknemers.

Controle- en correctiemethoden

1. De opgegeven milieuvoorzieningen worden met behulp van een coderingslijst gecodeerd. Op basis van een consistentiecontrole binnen het teruggezonden formulier en vergelijking met de gegevens uit het gave databestand van t-1 wordt gaafgemaakt, dit gebeurt voor ruim eenderde van de formulieren automatisch. Indien noodzakelijk vindt voor het coderen en/of het gaafmaken telefonisch contact plaats met de berichtgever.
2. Het databestand wordt gecontroleerd op een voldoende vulling voor de combinatie bedrijfsgroep/grootteklasse. Indien nodig wordt de vulling verbeterd met beschikbare informatie uit eerdere jaren. Dit resulteert in een aangepast gaaf databestand.
3. Voor bedrijven die buiten de steekproef vallen en voor de non-respons wordt per bedrijfsgroep en grootteklasse een bijschatting gemaakt met behulp van een schatter. Voor een beperkt aantal bedrijven is het statistisch niet verantwoord deze procedure te volgen. In deze gevallen worden individuele schattingen gemaakt waarbij zoveel mogelijk gegevens in beschouwing worden genomen (o.a. die van de enquêteformulieren van eerdere jaren).

Weging

Per bedrijfsgroep en bedrijfsgrootte wordt opgehoogd met een schatter: totaal = {(totaal aantal werknemers in bedrijfsgroep)/(totaal aantal werknemers van responderende bedrijven)} x (totaal uitkomsten van responderende bedrijven).

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

Circa 85 procent van de bedrijven retourneert een bruikbare vragenlijst.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De publicatie ‘Milieukosten van bedrijven met 20 of meer werknemers; kerncijfers’ bevat vergelijkbare cijfers vanaf 1985. In de publicatie ‘Milieukosten en -investeringen, bedrijven met 10 of meer werknemers, SBI 2008’ staan vergelijkbare cijfers vanaf 2008 volgens SBI 2008. Voor de jaren 1997 tot en met 2008 zijn gegevens beschikbaar volgens SBI'93 in de publicatie ‘Milieukosten van bedrijven met 10 of meer werknemers, SBI’93, 1997-2008’. Voor de cijfers in deze publicatie heeft de overgang van SBI’93 naar de nieuwe SBI 2008 geen grote gevolgen. Het belangrijkste verschil is dat de uitgeverijen in de SBI 2008 niet meer onder de industrie vallen en dus niet meer worden waargenomen. Voor de omvang van de milieukosten is dit verschil echter gering.
De definitie van ‘milieu-investering’ is vanaf 1999 gewijzigd. Als gevolg hiervan wordt vanaf dat jaar ook een deel van de rendabele milieuvoorzieningen meegenomen in de cijfers.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

Na ophoging worden circa twintig standaardtabellen uitgedraaid ter analyse. Hierbij vindt vergelijking met voorgaande jaren plaats. Uitbijters worden opgespoord en zonodig verbeterd of plausibel verklaard. Uitkomsten worden gerelateerd aan cijfers van andere CBS-statistieken (zo worden milieu-investeringen gerelateerd aan de totale investeringen van bedrijven). Het aantal werknemers en de daaruit voortvloeiende ophoogfactoren worden gecontroleerd.

Het CBS is gebonden aan geheimhoudingsregels bij de publicatie van uitkomsten van haar onderzoeken. Zo maakt het CBS geen uitkomsten openbaar waaruit gegevens van individuele bedrijven zijn af te leiden. Dit heeft soms tot gevolg dat het CBS bepaalde uitkomsten van verschillende groepen bedrijven bij elkaar voegt of zelfs bepaalde cijfers geheel verhult door middel van het geven van een 'x'.