Doodsoorzakenstatistiek

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het publiceren van gegevens over de doodsoorzaken van alle overleden inwoners van Nederland.

Doelpopulatie

Personen die op het moment van overlijden in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) zijn opgenomen. In principe moet iedereen met een verwachte vestigingsduur van tenminste vier maanden in Nederland , zich laten opnemen in de basisadministratie van de gemeente waar hij of zij woont (woongemeente).

Statistische eenheid

Overleden personen.

Aanvang onderzoek

Sinds 1901.

Frequentie

Per kwartaal en jaarlijks.

Publicatiestrategie

Per kwartaal en jaarlijks worden de voorlopige en later definitieve cijfers gepubliceerd in diverse StatLine-tabellen.

Soort onderzoek

De Doodsoorzakenstatistiek is een registratie op wettelijke basis van doodsoorzaken van àlle overleden inwoners van Nederland.

Waarnemingsmethode

Voor iedere overledene wordt een doodsoorzaakverklaring (B-verklaring) ingevuld door een arts. Deze doodsoorzaakverklaring wordt of in een gesloten enveloppe via de gemeente waar het overlijden heeft plaatsgevonden of via een beveiligde elektronische verbinding direct digitaal naar de medisch ambtenaar van het CBS gestuurd. Bij het CBS worden de formulieren verwerkt. Dit gebeurt volledig anoniem, de naam van de overledene is bij het CBS niet bekend.

Berichtgevers

De doodsoorzaakverklaring moet worden ingevuld door de arts die de overledene schouwt. Dit is meestal de behandelend arts, soms een waarnemend arts en soms een gemeentelijk lijkschouwer.

Registratieomvang

De afgelopen 10 jaar overleden jaarlijks tussen de 130 en 150 duizend personen in Nederland.

Controle- en correctiemethoden

De volledigheid wordt gecontroleerd aan de hand van de ontvangen sterfterecords uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA). Er vindt correspondentie plaats met artsen over doodsoorzaakverklaringen die onduidelijk of incompleet zijn. De gegevens uit de statistieken Niet-natuurlijke dood, Verkeersdoden en Doodsoorzaken worden met elkaar vergeleken en kunnen elkaars uitkomsten beïnvloeden voordat deze definitief worden. Tenslotte worden doodsoorzaakgegevens op aannemelijkheid gecontroleerd.

Weging

Niet van toepassing.

Meer informatie staat in beschrijving doodsoorzakenstatistiek.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

In 2013 kon aan 98,5 procent van de GBA-sterfterecords een doodsoorzaakverklaring worden gekoppeld. Van de Nederlanders die in het buitenland zijn overleden, ontvangen we slechts zelden een doodsoorzaakverklaring. De overledenen waar we geen doodsoorzaakverklaring van hebben ontvangen, worden geregistreerd onder de doodsoorzaak “Overige slecht omschreven en niet gespecificeerde oorzaken van sterfte” (R990). Zonder de Nederlanders die in het buitenland zijn overleden kon in2013 aan 99,7 procent van de GBA-sterfterecords een doodsoorzaakverklaring worden gekoppeld.

Opeenvolgende vergelijkbaarheid

Doodsoorzaken krijgen codes toegewezen afkomstig uit de internationaal toegepaste codelijst, de zogenaamde International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD) van de World Health Organisation (WHO). Vanaf statistiekjaar 1996 wordt gewerkt met de Tiende Revisie van de ICD (ICD-10, WHO). Tot en met statistiekjaar 2012 is volledig handmatig gecodeerd door de medisch codeurs van het CBS. Vanaf statistiekjaar 2013 worden de doodsoorzaken (deels) automatisch gecodeerd met behulp van het computerprogramma IRIS (versie 4.2.0; release februari 2013). IRIS is gebaseerd op de internationale standaard voor het automatisch coderen van doodsoorzaken (MMDS) en in staat ongeveer 93% van de natuurlijke doden in het jaarbestand van een onderliggende doodsoorzaak te voorzien. Het resterende gedeelte van het bestand, alsmede de niet natuurlijke doodsoorzaken en de maternale of perinatale sterfgevallen worden nog als voorheen handmatig verwerkt. Het automatisch coderen van doodsoorzaken brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Ook worden nu alle doodsoorzaken op het doodsoorzakencertificaat gecodeerd waardoor de beschikbaarheid van gegevens voor onderzoek toeneemt. De introductie van het automatisch coderen brengt (eenmalige) verschuivingen in de statistiek met zich mee. In het oog springen vooral de sterke toename van dementie (incl. alzheimer) en late gevolgen van het CVA, alsmede de sterke afname van de longontsteking en COPD als onderliggende doodsoorzaak.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

De correspondentie met de artsen die het B-formulier invullen is met ingang van 2005 flink uitgebreid, waardoor de kwaliteit van de gegevens verder verbeterd is.Ook het coderen met het computerprogramma IRIS zorgt voor een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens.

Downloads