Dakloos in Nederland

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het onderzoek Dakloos in Nederland heeft als doel inzicht te verschaffen in de omvang en achtergrondkenmerken van de populatie daklozen in Nederland, zoals geslacht, leeftijd, herkomst en verblijfplaats (al dan niet in één van de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag).

Doelpopulatie

Het gaat om personen zonder vaste verblijfplaats die slapen

  • in de open lucht, zoals in overdekte openbare ruimten, zoals portieken, fietsenstallingen, stations, winkelcentra of een auto;
  • binnen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang en eendaagse noodopvang;
  • op niet-structurele basis bij vrienden, kennissen of familie.

Statistische eenheid

Personen.

Aanvang onderzoek

Het onderzoek is gestart op 1 januari 2009. 

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

De definitieve cijfers worden jaarlijks gepubliceerd in de StatLinetabel Daklozen; persoonskenmerken.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Het gaat om gegevens uit een drietal registers welke vervolgens door toepassing van statistische modellen opgehoogd worden naar de totale populatie daklozen in Nederland.
Voor deze schatting van de omvang van de populatie daklozen is de zogenoemde capture-recapture benadering, ofwel vangst-hervangst methode, toegepast. Deze methode komt oorspronkelijk uit de biologie, waar ze wordt toegepast om de populatieomvang van bepaalde diersoorten te schatten.

Bij deze benadering wordt een steekproef met een omvang n1 getrokken uit een populatie met omvang N, en worden de gevangen dieren gemerkt en teruggeplaatst. Na een tijd wordt er een tweede steekproef met een omvang n2 uit dezelfde populatie getrokken. Vervolgens wordt gekeken hoeveel van de dieren uit n2 het merkteken hebben (m2). De schatting van de populatieomvang vindt als volgt plaats: aangenomen dat de proportie gemerkte dieren in de hervangst een zuiver beeld geeft van de proportie gemerkte dieren in de populatie, geldt dat m2/n2 ongeveer gelijk is aan n1/N. Aldus is de populatieomvang N te schatten met (n1*n2)/m2.

Bij de toepassing van deze methode in de sociale wetenschappen wordt doorgaans gebruik gemaakt van registers in plaats van steekproeven. De overlap tussen beide registers wordt vervolgens als hervangst opgevat. Wel geldt hierbij de aanname dat de twee registers onafhankelijkheid van elkaar zijn. De kans om voor te komen in het ene register moet dus onafhankelijk zijn van de kans om voor te komen in het andere register. Een van de manieren om deze aanname te versoepelen is het gebruik van drie in plaats van twee registers. Hierop kunnen standaard (loglineaire) modellen worden geschat. (Zie: Sikkel, D., P.G.M. van der Heijden en G. van Gils (2006) Methoden voor omvangschattingen van verborgen populaties).

Anders dan in de biologie wordt binnen de sociale wetenschappen ook veelal een andere manier gehanteerd om tot dezelfde populatieschatting te komen. Er zijn twee registers, register A en B. In register A wordt een aantal personen geobserveerd, hier aangeduid als c en d. Register B bevat eveneens een aantal geobserveerde personen, hier aangegeven met b en d. De overlap tussen beide registers wordt gemarkeerd door d en de bijschatting wordt aangeduid met a.

B=0 B=1
A=0 a b
A=1 c d
Totaal N

Doordat aangenomen wordt dat de registers A en B onafhankelijk zijn, geldt dat a/b = c/d. Hierdoor is de schatting van a als volgt te berekenen uit de geobserveerde waarden: (b*c)/d. De populatieomvang N is dan gelijk aan b + c + d + (b*c)/d.

Waarnemingsmethode

Er is gebruik gemaakt van de volgende registers:

  • Personen op opvangadressen: Een binnen CBS samengestelde lijst van personen die volgens de BRP (Basisregistratie Personen) verblijven bij dag- en nachtopvangvoorzieningen voor daklozen. Hiervoor is gebruik gemaakt van een lijst met opvanglocaties van de Federatie Opvang (branchevereniging voor maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd en begeleid wonen) en het Leger des Heils. Deze lijst wordt jaarlijks geüpdatet.
  • WWB: Een binnen het CBS beschikbare lijst met personen die in het bijstandsregister stonden als personen zonder vaste verblijfsplaats, volgens het Besluit Adreslozen binnen de Wet Werk en Bijstand.
  • LADIS: Een selectie van daklozen uit het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem. Sinds 2016 is er additionele relevante informatie beschikbaar in het Ladis bestand. Deze informatie is sindsdien gebruikt om de kwaliteit van de schatting te verbeteren. De extra informatie bestaat uit een woonsituatie-, een leefsituatie variabele (beschikbaar sinds 2016) en de inschrijfdatum van de dakloze persoon in de opvanginstelling (beschikbaar sinds 2017). Op basis van deze informatie zijn voor de daklozenschattingen van 2016, 2017 en 2018 een aantal beslissingen genomen, namelijk:
    • De woonsituatie variabele wordt gebruikt voor zowel 2016, 2017 als 2018 om hiermee de categorie ‘op straat/ zwervend/ pension voor dak- en thuislozen’ te identificeren voor de schatting.
    • In 2016 en 2017 is daarnaast de variabele “leefsituatie” gebruikt. Door een aantal instellingen wordt deze variabele naast de woonsituatievariabele gebruikt om aan te geven dat de persoon zwervend is. Door ook hierop te selecteren worden daklozen in dit register beter geïdentificeerd. Iets wat ook blijkt uit de plausibiliteit van de resulterende schatting. In 2018 is deze variabele niet langer gebruikt. Dit vanwege de vraagtekens over de kwaliteit van deze variabele.
    • Voor de schattingen van 2017 en 2018 is de inschrijfdatum gebruikt. In Ladis wordt de huisvestingssituatie geregistreerd bij inschrijving. Dit betekent dat iemand op de peildatum niet meer dakloos hoeft te zijn. De personen zijn echter wel als dakloos zijnde opgenomen in het Ladis-register. Omdat de kans dat de persoon op de peildatum niet meer dakloos was groter wordt naarmate de inschrijving langer geleden is, is besloten om inschrijvingen tot maximaal 8 jaar voor de peildatum te selecteren. Deze grens is gekozen, omdat uit eerder onderzoek is gebleken dat na 7 jaar nog slechts 11 procent dakloos is.

De gegevens uit deze registers zijn gekoppeld aan de BRP. Als peildatum is daarbij steeds 1 januari van het desbetreffende jaar gehanteerd).

Berichtgevers

  • Personen op opvangadressen: BRP van de gemeenten en voorzieningenlijst met opvangadressen via het internet.
  • WWB: gemeenten of regionale samenwerkingsverbanden of een door de gemeente(n) gemandateerde.
  • LADIS: SIVZ, de Stichting Informatie Voorziening Zorg.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

De kwaliteit van de schatting hangt bij de vangst-hervangst methode af van de mate waarin voldaan wordt aan een aantal aannames, namelijk:

  1. Een gesloten populatie: er mag in de periode van de waarneming niemand op de lijst worden toegevoegd of ervan worden afgevoerd;
  2. Een perfecte koppeling tussen de gebruikte registers: afwezigheid van incorrecte en gemiste koppelingen;
  3. Onafhankelijke insluitkansen: de kans om voor te komen in het ene register moet statistisch los staan van de kans om voor te komen in het andere register; en
  4. Homogeniteit: de kans om voor te komen in een register moet voor iedereen gelijk zijn.

Deze homogeniteitsaanname kan worden versoepeld door in het model variabelen op te nemen die (een deel van) de verschillen in insluitkansen verklaren. Dit wordt ook wel aangeduid met de term geobserveerde heterogeniteit.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

In dit onderzoek kan worden uitgegaan van een gesloten populatie, waarmee voldaan is aan aanname (1). Er is gebruik gemaakt van één peildatum voor de drie registers, waardoor de periode van waarneming zo kort mogelijk is.

Ook aan de aanname (2) – geen koppelfouten – is voldaan. Het nummer waar de registers op gekoppeld werden, de koppelsleutel, is namelijk voor alle drie registers gebaseerd op de unieke persoonsgegevens zoals die in de BRP staan, en zijn daarmee dus identiek als het om dezelfde persoon gaat.

Omdat in dit onderzoek gebruik is gemaakt van drie registers, kan de aanname van onafhankelijkheid (3) worden versoepeld. Er mogen wel paarsgewijze interacties voorkomen, zolang er maar geen drieweg-interactie tussen de registers is. Nadere analyses wijzen uit dat daarvan geen sprake is. Wel is er een paarsgewijze afhankelijkheid tussen het BRP-opvangregister en de WWB. Waar een geconstateerde afhankelijkheid precies vandaan komt, is in dit onderzoek niet te bepalen. Om daarop meer zicht te krijgen, zouden variabelen toegevoegd kunnen worden die iets zeggen over de kans om voor te komen in beide registers, zoals de duur van de dakloosheid of de aanwezigheid van bijkomende (drugs)problematiek. Dergelijke variabelen zijn echter niet voorhanden.

Voor de geobserveerde heterogeniteit – aanname (4) – is in dit onderzoek gecorrigeerd door het meenemen van geslacht, leeftijd, herkomst en al dan niet verblijven in een van de vier grote steden.

Het 95%-betrouwbaarheidsinterval is berekend met de zogeheten parametrische bootstrap. Bij de parametrische bootstrap worden steeds nieuwe steekproeven getrokken op basis van de geschatte populatieverdeling, waarbij de berekening van datgene waarin men geïnteresseerd is steeds opnieuw wordt uitgevoerd. Na een x aantal (bijvoorbeeld duizend) trekkingen worden de waarden gerangschikt. Bij 1000 trekkingen markeren waarden 25/26 en 975/976 het 95%-betrouwbaarheidsinterval.