© ANP

Ontwikkeling van de consumentenprijzen (CPI)

De ontwikkeling van de consumentenprijzen (consumentenprijsindex, CPI) geeft aan hoeveel duurder het leven voor een gemiddeld huishouden in Nederland is geworden in een jaar tijd.

De CPI geeft de prijsontwikkeling weer van een mandje goederen en diensten. Dit mandje is gebaseerd op wat de Nederlandse bevolking gemiddeld consumeert. Hoe meer er gemiddeld aan een product besteed wordt, hoe zwaarder het meetelt in de CPI. Zo tellen de kosten van huisvesting, energie en water het zwaarst mee. Eten en drinken is goed voor 10 procent van het mandje.

Het CBS berekent elke maand de consumentenprijsindex. Voor de ConjunctuurBekerStrijd moet de gemiddelde prijsstijging van de consumentenprijzen (=inflatie) worden geschat. Dit is het procentuele verschil van de CPI van een jaar t.o.v. een jaar eerder.

In 2016 was de ontwikkeling van de consumentenprijzen gemiddeld 0,3 procent. Dit was de laagste prijsstijging van goederen en diensten voor consumenten na 1987. Op 1 januari 2019 is het lage btw-tarief verhoogd van 6 naar 9 procent, dit had een duidelijke invloed op de consumentenprijzen in 2019. De inflatie was in 2019 gemiddeld 2,6 procent, de grootste prijsstijging na 2002. Een jaar later zakte de inflatie naar 1,3 procent. Dat komt onder meer doordat het effect van de btw-verhoging was uitgewerkt.

In de loop van 2021 stegen de prijzen van elektriciteit en gas steeds harder. Elektriciteit was in 2021 gemiddeld 22,2 procent duurder dan een jaar eerder. In 2020 was elektriciteit nog 39,6 procent goedkoper dan het jaar ervoor. Gas was gemiddeld 16,7 procent duurder dan het jaar ervoor, in 2020 was de stijging 2,6 procent. Mede hierdoor lagen de consumentenprijzen in 2021 gemiddeld 2,7 procent hoger dan in 2020.

Consumentenprijsindex (CPI)
 %-verandering (%-verandering t.o.v. jaar eerder)
20051,7
20061,1
20071,6
20082,5
20091,2
20101,3
20112,3
20122,5
20132,5
20141
20150,6
20160,3
20171,4
20181,7
20192,6
20201,3
20212,7