© ANP

Koopwoningen

Het CBS publiceert over de ontwikkelingen van de verkoopprijzen van bestaande koopwoningen. De prijzen van nieuwbouwwoningen worden hierbij niet meegenomen.

Voor de ConjunctuurBekerStrijd moet de procentuele verandering worden geschat van de prijzen van bestaande koopwoningen in een jaar ten opzichte van een jaar eerder. In tijden van hoogconjunctuur, zoals in de jaren negentig van de vorige eeuw, gaat het goed met de huizenmarkt. In economisch slechtere tijden verandert dat. De prijzen van bestaande koopwoningen en ook het aantal verkochte woningen lopen dan terug. In 2008 bereikten de huizenprijzen een piek. Daarna daalden ze tot halverwege 2013. Sindsdien stijgen de prijzen weer.

Ondanks de coronacrisis bleven de huizenprijzen in 2020 stijgen. Belangrijkste oorzaken lijken de lage hypotheekrente en de schaarste op de woningmarkt, maar ook de relatief lage werkloosheid, de hogere lonen en de toegenomen besparing kunnen een rol spelen. Een bestaande koopwoning was in 2020 gemiddeld 7,8 procent duurder dan in 2019.

In 2021 stegen de prijzen van bestaande koopwoningen verder. Een koopwoning was gemiddeld 15,2 procent duurder dan in 2020. Dit is de grootste prijsstijging na 2000. De prijsindex bestaande koopwoningen steeg naar het hoogste niveau sinds de start van de meting in 1995.

Prijzen van bestaande koopwoningen (PBK)
 %-verandering t.o.v. jaar eerder (%-verandering t.o.v. jaar eerder)
20053,9
20064,6
20074,2
20083
2009-3,4
2010-2,2
2011-2,4
2012-6,5
2013-6,6
20140,9
20152,8
20165
20177,6
20189
20196,9
20207,8
202115,2