Prijsontwikkeling van huisvesting in de CPI
De toegerekende huurwaarde voor een eigen woning wordt in deze berekening gelijkgesteld aan de huur voor een vergelijkbare huurwoning. De toegerekende huurwaarde stijgt als de huur van de vergelijkbare woning stijgt. Omdat niet alle woningen aan elkaar gelijk zijn, wordt bovendien rekening gehouden met het verschil in samenstelling van het bestand aan huurwoningen en eigen woningen. Er wordt dan bijvoorbeeld gekeken naar het woningtype en de locatie van de woningen. De ontwikkeling van de toegerekende huur is daardoor niet precies gelijk aan de ontwikkeling van de woninghuren. Op basis van voorlopige cijfers waren in juli 2026 de woninghuren gemiddeld 4,4 procent hoger dan in juli 2025. De toegerekende huur had een gemiddelde stijging van 4,3 procent.
In de CPI worden alle bestedingen opgedeeld in consumptiecategorieën. Het aandeel van de bestedingen in een categorie binnen het totaal van de bestedingen bepaalt de wegingsfactor. De woninghuur en de toegerekende huur eigen woning zijn twee van deze categorieën. In 2026 heeft de categorie woninghuur een weging van ruim 6 procent en de categorie toegerekende huur een weging van ruim 12 procent. In totaal heeft huisvesting daarmee in 2026 een weging van ruim 18,5 procent in de CPI. Deze wegingsfactoren worden jaarlijks geactualiseerd.
De behandeling van de toegerekende huur voor eigen woningen in de CPI wordt in meer detail uitgelegd in deze toelichting. In de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) wordt in tegenstelling tot in de CPI geen rekening gehouden met de kosten van het wonen in de eigen woning.