Huishoudens met energiearmoede

Huishoudens met energiearmoede hebben een laag inkomen in combinatie met hoge energiekosten en/of een woning met een lage energetische (kosten)kwaliteit. Lage energetische (kosten)kwaliteit betekent dat een woning slecht te verwarmen is (bijvoorbeeld door slechte isolatie) en/of er geen mogelijkheden zijn om energie op te wekken (bijvoorbeeld met zonnepanelen). De energiekosten bestaan uit de energierekening, verminderd met eventuele financiële steunmaatregelen vanuit de overheid.
Een laag huishoudensinkomen is maximaal 20 procent hoger dan de armoedegrens. In 2024 hebben het CBS, Nibud en het SCP een nieuwe methode geïntroduceerd om armoede in Nederland te meten. Dit jaar is de definitie voor een laag inkomen binnen de monitor energiearmoede daarop aangepast en voor alle jaren herberekend. Voor de risicohuishoudens, oftewel de huishoudens net boven de gehanteerde inkomensgrens, is de definitie ook aangepast naar maximaal 20 tot 70 procent van de armoedegrens. Deze huishoudens zijn niet energiearm, maar lopen bij hoge energieprijzen het risico dat de energiekosten ook te hoog worden ten opzichte van hun inkomen.