Economie groeit in 2025 in alle provincies

© ANP / Corné Sparidaens

De Nederlandse economie is in 2025 met 1,8 procent gegroeid, meer dan de 1,1 procent een jaar eerder. De groei is in alle provincies te zien. Het sterkst groeide Fryslân, met 2,4 procent. Het traagst groeide Limburg, met 0,8 procent. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van een jaarlijks rapport over de regionale economie.

De regionale economie stond in 2025 in het teken van een omslag. In veel regio’s waar de economie in 2024 nog matig groeide of zelfs kromp, vond in 2025 een sterke groei plaats. Fryslân had in 2024 nog een krimpende economie maar was in 2025 de snelst groeiende provincie. Ook de provincie Groningen groeide weer, na drie jaar krimp. De omslag geldt deels ook andersom: regio’s die in 2024 snel groeiden stonden in 2025 niet meer bovenaan. Utrecht en Flevoland groeiden in 2025 als enige provincies minder hard dan het jaar ervoor, terwijl deze provincies in 2024 juist het snelst groeiden.

Economische groei, 2025*
statnaameconomische groei t.o.v. een jaar eerder (%)
Drenthe2,1
Flevoland2,0
Fryslân2,4
Gelderland1,6
Groningen1,1
Limburg0,8
Noord-Brabant1,7
Noord-Holland1,8
Overijssel1,9
Utrecht2,0
Zeeland1,5
Zuid-Holland1,6
*voorlopige cijfers

Minder gunstig jaar voor Flevoland en Zeeland

Voor Flevoland was 2025 een minder gunstig jaar. De economische groei nam er af, de werkloosheid steeg, het aantal faillissementen nam toe en het ondernemersvertrouwen daalde. Ook in Zeeland namen de werkloosheid en het aantal faillissementen toe, en nam het ondernemersvertrouwen af. De economische groei nam weliswaar iets toe, maar was wel onder het gemiddelde.
Werkloosheid, 15- tot 75-jarigen
Regio2025 (% van de beroepsbevolking)2024 (% van de beroepsbevolking)
Nederland3,93,7
Zuid-Holland4,54,0
Groningen4,34,2
Noord-Holland4,14,0
Flevoland4,03,9
Fryslân3,83,6
Drenthe3,63,4
Overijssel3,63,4
Utrecht3,63,6
Noord-Brabant3,63,2
Limburg3,63,6
Gelderland3,43,3
Zeeland3,22,9

Beter jaar voor Limburg en Utrecht

In Limburg was de groei weliswaar het laagst, maar wel hoger dan in 2024. Bovendien bleef de werkloosheid gelijk. Ook daalde het aantal faillissementen en nam het ondernemersvertrouwen toe. Ook het beeld van de provincie Utrecht is overwegend positief. De economische groei nam licht af maar is nog altijd bovengemiddeld, de werkloosheid bleef gelijk en het ondernemersvertrouwen steeg. Alleen nam het aantal faillissementen toe.
Aantal indicatoren bovenaan de provincie-ranglijst brede welvaart 'hier en nu'
statnaamBovenaanen hier en nu ( indicatoren)
Drenthe12
Flevoland4
Fryslân12
Gelderland5
Groningen4
Limburg4
Noord-Brabant7
Noord-Holland8
Overijssel9
Utrecht12
Zeeland7
Zuid-Holland5
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025
De kaart toont het aantal indicatoren waarvoor een provincie behoort tot het bovenste kwart van de ranglijst van provincies.

Utrecht en Fryslân goede scores op brede welvaart

De provincie Utrecht had niet alleen economisch gezien een goed jaar, ook de brede welvaart ‘hier en nu’ steekt er gunstig af bij veel andere provincies. Utrecht doet het vooral goed op de thema’s materiële welvaart en arbeid en vrije tijd. Dankzij een hoog menselijk en sociaal kapitaal heeft Utrecht ook een hoge brede welvaart ‘later’: dit betekent dat er goede vooruitzichten zijn op een hoge brede welvaart voor toekomstige generaties.

Ook in Fryslân is zowel de brede welvaart ‘hier en nu’ als de brede welvaart ‘later’ hoog. Dat de brede welvaart ‘hier en nu’ hoog is, hangt vooral samen met de thema’s veiligheid en milieu. De brede welvaart ‘later’ is er hoog door een omvangrijk natuurlijk en sociaal kapitaal.

Flevoland valt op doordat het een lage brede welvaart ‘hier en nu’ heeft, maar geen lage brede welvaart ‘later’. De lage brede welvaart ‘hier en nu’ wordt onder andere veroorzaakt door de grote afstand tot openbaar vervoer, sportterreinen, basisscholen en cafés, en lage scores binnen de thema’s samenleving en subjectief welzijn. Dat de brede welvaart ‘later’ niet laag is, dankt de provincie aan een groot natuurlijk kapitaal.