Daklozen

Dit onderzoek richt zich op de populatie feitelijk daklozen. Dit zijn mensen die slapen in de open lucht, in overdekte openbare ruimten, zoals portieken, fietsenstallingen, stations, winkelcentra of een auto, of binnen slapen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang en eendaagse noodopvang, of op niet-structurele basis bij vrienden, kennissen of familie, zonder vaste verblijfplaats.
Het gaat in dit bericht om daklozen die ingeschreven staan in een van de registraties die CBS gebruikt voor dit onderzoek, of om daklozen die de kans hebben om in die registraties voor te komen. De resultaten in dit onderzoek zijn exclusief de mensen die illegaal in Nederland verblijven én dakloos zijn.

Bronnen en methode

In dit onderzoek is voor een schatting van het aantal daklozen gebruik gemaakt van drie bronnen:

1. Een binnen het CBS samengestelde lijst van personen die volgens het BRP (Basisregistratie personen) ingeschreven staan bij dag- en nachtopvangvoorzieningen voor daklozen. Hiervoor is gebruik gemaakt van een lijst van opvanglocaties voor feitelijk daklozen die jaarlijks wordt geüpdatet. Van alle opvanglocaties zijn de meest actuele adressen gezocht. Deze zijn voor de peildatum 1 januari van de jaren 2009 tot en met 2020 gekoppeld aan het BRP, waardoor de unieke personen geïdentificeerd zijn. Uiteraard gebeurde dit met inachtneming van de daarvoor geldende privacyreglementen.
2. Een binnen het CBS beschikbare lijst met personen die op 1 januari van de jaren 2009 tot en met 2018 in het bijstandsregister stonden als personen zonder vaste verblijfsplaats, volgens het Besluit Adreslozen binnen de Wet Werk en Bijstand (WWB).
3. Een selectie van daklozen uit het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) op 1 januari van de jaren 2009 tot en met 2018 (bron 2009-2016: Stichting Informatie Voorziening Zorg, SIVZ). Voor de verslagjaren 2017 en 2018 zijn de gegevens uit LADIS rechtstreeks opgevraagd bij de desbetreffende zorginstellingen. Dit is voor 2019 en 2020 ook gedaan, maar de gegevens zijn niet door alle instellingen aangeleverd, waardoor dit register voor die jaren niet bruikbaar was.
Voor 1 januari 2020 is gebruikgemaakt van een nieuwe bron, de reclassering. Het gaat om een selectie van daklozen gebruikt die bekend waren bij een van drie reclasseringsorganisaties in Nederland (3RO): (1) Reclassering Nederland (RN); (2) Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG); en (3) Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering. Voor deze bron is gekozen vanwege de betere beschikbaarheid en grotere kwaliteit. Uit diverse robuustheidsanalyses is gebleken dat het gebruik van deze nieuwe bron niet leidt tot andere bevindingen. Dit betekent dat de cijfers vergelijkbaar zijn met de gegevens uit eerdere jaren (met gebruik van LADIS). Echter, omdat de validering met het LADIS nog moet plaatsvinden worden de cijfers voor 2020 als voorlopig gepresenteerd. Als de cijfers uit LADIS weer beschikbaar zijn, worden de definitieve cijfers over 2020 gepubliceerd en de cijfers over 2019 toegevoegd.
Terug naar artikel