2. Overzicht van wijzigingen
Huidige berekeningswijze
Voor het berekenen van de prijsindex van elektriciteit wordt momenteel gebruikgemaakt van het gemiddelde gesaldeerde jaarverbruik. Met dit gesaldeerde verbruik worden zogenoemde rekenprijzen berekend. De rekenprijs van elektriciteit geeft de kosten weer die een huishouden voor elektriciteit op jaarbasis moet betalen, met de prijzen die gelden in een bepaalde maand. Voor het berekenen van de rekenprijs moeten de afzonderlijke prijscomponenten bekend zijn: het kilowattuurtarief, de energiebelasting, vastrecht, transporttarief en vermindering energiebelasting. De twee consumptieafhankelijke componenten, het kilowattuurtarief en de energiebelasting, worden vermenigvuldigd met het verbruik en vervolgens worden vastrecht, transporttarief en vermindering energiebelasting (-) erbij opgeteld. Deze rekenprijzen worden gebruikt om de index voor elektriciteit te berekenen, zie voor de prijsbepaling en indexberekening ook Processing energy prices for the Consumer Price Index | CBS.
Energieverbruik
De realisaties van het meest recente gemiddelde jaarverbruik zijn bij het bepalen van de rekenprijs nog niet bekend. Voor de CPI en HICP wordt daarom uitgegaan van de prognose van het jaarverbruik zoals door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) elk jaar wordt berekend. Om tot de prognose van het nettoverbruik te komen wordt de verwachte door zonnepanelen opgewekte hoeveelheid energie in mindering gebracht op de verwachte hoeveelheid geleverde energie. Vervolgens wordt een gemiddeld verbruik berekend door de hoeveelheid te delen door het aantal bewoonde woningen. Dit nettoverbruik wordt gebruikt voor de huidige bepaling van de rekenprijs. Voor het berekenen van het brutoverbruik wordt de teruglevering niet in mindering gebracht. Zelf opgewekte elektriciteit voor eigen gebruik wordt niet tot het brutoverbruik gerekend. Dit komt overeen met de aanvoer vanuit het net, maar wordt verder in dit artikel aangeduid als brutoverbruik. Zie ook de technische toelichting van de energierekening.
Wijzigingen in 2027
Vanaf 2027 wordt voor de berekening van de prijsindex van elektriciteit niet langer met het nettoverbruik gerekend, maar met het brutoverbruik. De reden voor deze wijziging is de scheiding tussen consumptie enerzijds en productie anderzijds. Door het beëindigen van de salderingsregeling mogen huishoudens de teruggeleverde elektriciteit niet meer wegstrepen tegen de levering door energiemaatschappijen. De beëindiging zorgt er namelijk voor dat de prijs voor de geleverde elektriciteit verschilt van die van de teruggeleverde elektriciteit. De levering door energiemaatschappijen wordt volgens CPI- en HICP-voorschriften beschouwd als consumptie, terwijl de teruglevering door huishoudens als productie gezien moet worden. Daardoor valt de teruglevering buiten het bereik van de CPI en HICP. Dit leidt tot een tweetal wijzigingen in de berekening:
- Het brutoverbruik wordt ingezet voor het bepalen van de rekenprijs;
- De verdeling van de vermindering energiebelasting wijzigt.
Belangrijk om te noemen is dat de wijziging geen direct effect heeft op de inflatie en afgeleide reeks. Dat wordt met voorbeelden toegelicht in de volgende paragrafen.
Berekening met brutoverbruik
Gewijzigde verdeling vermindering energiebelasting
Voor de berekening van de prijsindex van elektriciteit en gas verdeelt het CBS de vermindering energiebelasting naar beide energiesoorten. Zie voor verdere uitleg van de verdeling van de vermindering energiebelasting het verdiepende artikel Wijziging van de behandeling van de teruggave energiebelasting in de CPI | CBS. Deze verdeling wordt gemaakt op basis van de som van energiebelasting van elektriciteit en gas die gemiddeld betaald wordt. Als gerekend wordt met een hoger elektriciteitsverbruik leidt dat tot een hoger bedrag aan energiebelasting, wat weer een hoger aandeel in de som betekent. In tabel 1 is dit als voorbeeld uitgewerkt. Deze uitwerking is bedoeld als illustratie van de berekening en geeft niet exact de cijfers weer die voor de berekening van de CPI en HICP zijn gebruikt. In het onderstaande voorbeeld wordt gerekend met de gemiddelde maandprijzen van 2025.
| elektriciteit met netto verbruik | elektriciteit met bruto verbruik | gas | ||
|---|---|---|---|---|
| verbruik | kilowattuur, m3 | 1700 | 2900 | 987 |
| tarief energiebelasting | euro / kilowattuur, euro / m3 | 0,12 | 0,12 | 0,70 |
| energiebelasting | euro | 204 | 348 | 691 |
| aandeel | procent | 23 | 77 | |
| aandeel | procent | 33 | 67 | |
In plaats van te rekenen met een verbruik van 1700 kWh, wordt er gerekend 2900 kWh. Vermenigvuldigd met een belastingtarief van 0,12 euro wordt er daardoor gerekend met 348 euro belasting in plaats van 204 euro. Voor gas zijn er geen wijzigingen van het bedrag aan belastingen, waardoor het aandeel van elektriciteit in de som van belastingen toeneemt van 23 naar 33 procent.
Indexberekening elektriciteit
Elke wijziging in verbruik of nieuwe verdeling van de belastingvermindering mag geen direct effect op de prijsindex hebben, omdat deze beschouwd worden als een volumeverandering. Een verschil in rekenprijs veroorzaakt door een verbruikswijziging of andere verdeling van de belastingvermindering zal zich niet direct vertalen in de prijsindex. Dit komt doordat de CPI en HICP als kettingindex berekend worden. Een verdere uitleg van de kettingindex is te vinden in de lange onderzoeksbeschrijving van de CPI. Het onderstaande voorbeeld is een illustratie van de berekening met een kettingindex. De daadwerkelijke berekening voor de CPI en HICP gebeurt met behulp van de Geary-Khamis index en is daardoor complexer dan het hier getoonde voorbeeld. In Index methodology for transaction data in the Dutch CPI | CBS wordt nader ingegaan op de Geary-Khamis index en de toepassing in de CPI.
| 2024 december | 2025 januari | 2025 februari | ||
|---|---|---|---|---|
| nettoverbruik | kilowattuur | 1700 | 1700 | |
| brutoverbruik | kilowattuur | 2900 | 2900 | |
| variabel leveringstarief | euro/kilowattuur | 0,16 | 0,16 | 0,16 |
| energiebelasting | euro/kilowattuur | 0,13 | 0,12 | 0,12 |
| vast leveringstarief | euro/jaar | 101 | 105 | 106 |
| transporttarief | euro/jaar | 416 | 467 | 467 |
| vermindering energiebelasting met nettoverbruik | euro/jaar | -147 | -148 | -148 |
| vermindering energiebelasting met brutoverbruik | euro/jaar | -215 | -216 | -216 |
| vermindering energiebelasting totaal | euro/jaar | -631 | -635 | -635 |
| rekenprijs op basis van nettoverbruik | euro/jaar | 863 | 903 | 904 |
| rekenprijs op basis van brutoverbruik | euro/jaar | 1143 | 1173 | 1173 |
| prijsindex elektriciteit nettoverbruik | december 2024 = 100 | 100 | 104,7 | 104,7 |
| prijsindex elektriciteit brutoverbruik | december 2024 = 100 | 100 | 102,6 | 102,6 |
Voor de bepaling van rekenprijzen met netto- of brutoverbruik wordt met één vaststaande hoeveelheid energie gerekend voor een periode van december van het voorgaande jaar tot en met december van het verslagjaar. De prijsveranderingen die gedurende het jaar optreden worden steeds vergeleken met de situatie in december, die fungeert als koppelmaand van de kettingindex. In deze koppelmaand wordt gerekend met het jaarverbruik van het opvolgende jaar, en ook de verdeling van de belastingvermindering is hetzelfde. Dat geldt overigens niet voor de hoogte van de belastingvermindering. Het voorbeeld laat dit ook zien. Hoewel elektriciteit een groter aandeel in de belastingvermindering krijgt als gerekend wordt met de brutoverbruik, leidt dit niet tot een grotere mutatie. De totale belastingvermindering wijzigde van (-)631 euro naar (-)635 euro in januari 2025. In beide gevallen wijzigt het gedeelte belastingvermindering dat aan elektriciteit wordt toegerekend met 1 euro, namelijk van (-)147 naar (-)148 euro en van (-)215 naar (-)216 euro.
Het niveau van de rekenprijzen wijzigt door te rekenen met een ander verbruik. Bijvoorbeeld ligt de rekenprijs van het brutoverbruik van januari 270 euro hoger dan de rekenprijs van het nettoverbruik. Omdat alleen rekenprijzen met elkaar vergeleken mogen worden die op hetzelfde verbruik zijn gebaseerd, is er geen direct effect op de prijsindex. Wel is duidelijk te zien dat de getoonde prijsindexen niet aan elkaar gelijk zijn. In het voorbeeld kan dit hoofdzakelijk worden toegeschreven aan de wijziging van het transporttarief. Het is daarom niet vooraf bekend hoe groot het effect zal zijn op de prijsindex van januari 2027, dat is afhankelijk van de wijzigingen van de verschillende prijscomponenten. De consumptieafhankelijke componenten krijgen een groter gewicht, dus hun mutatie telt sterker door in de totale prijsindex van elektriciteit. Concluderend kan gesteld worden dat rekenen met het brutoverbruik leidt tot een wegingseffect op de prijsindex, maar niet tot een direct prijseffect.
Jaar Maand Elektriciteit nettoverbruik (december 2024=100) Elektriciteit brutoverbruik (december 2024=100) 2024 december 100 100 2025 januari 104,7 102,6 2025 februari 104,7 102,6 2025 maart 104,3 102,0 2025 april 103,6 101,1 2025 mei 103,0 100,2 2025 juni 102,8 99,9 2025 juli 102,9 100,1 2025 augustus 102,9 100,2 2025 september 103,1 100,3 2025 oktober 103,7 101,1 2025 november 103,8 101,2 2025 december 103,9 101,3
Indexberekening gas
De wijziging van de belastingvermindering heeft ook invloed op de prijsindex van gas. Het hogere aandeel van elektriciteit leidt tot een lager aandeel van gas in de totale belastingvermindering. De rekenprijzen van gas veranderen hierdoor, deze stijgen iets door een lagere belastingvermindering. De grafiek is wederom een illustratie van de effecten op de prijsindex en geen exacte bepaling. Het effect op de prijsindex van gas in dit voorbeeld loopt op tot maximaal 0,3 indexpunt. Deze verschillen zijn net als de verschillen van de elektriciteitsindex het gevolg van een wegingseffect. Door een lagere vermindering energiebelasting wegen de consumptieafhankelijke prijscomponenten (variabel tarief per m3 en de energiebelasting) verhoudingsgewijs minder zwaar.
Jaar Maand Gas nettoverbruik (december 2024=100) Gas brutoverbruik (december 2024=100) 2024 december 100 100 2025 januari 101,7 101,6 2025 februari 103,0 102,9 2025 maart 103,4 103,2 2025 april 104,4 104,2 2025 mei 104,5 104,2 2025 juni 104,2 104,0 2025 juli 103,2 103,1 2025 augustus 101,8 101,8 2025 september 101,7 101,7 2025 oktober 100,5 100,5 2025 november 99,9 100,0 2025 december 99,5 99,6
Afgeleide reeks
De voorbeelden en grafiek laten zien dat de wijziging geen directe invloed heeft op de prijsindex. De afgeleide reeks wijzigt hierdoor ook zelf niet. Wel zal in 2027 voor de berekening van de indexcijfers gebruikgemaakt worden van de manier van verdelen van de belastingvermindering zoals getoond in tabel 1