Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2025
Over deze publicatie
In deze rapportage wordt informatie uit diverse bronnen en onderzoeken gecombineerd om een totaalbeeld te geven van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
1. Introductie
De Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2025 is de zevende editie van deze monitor. De impactmonitor draagt bij aan het in beeld brengen van het verschil dat de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling maakt in de levens van de betrokken mensen. Volgens de meest recente schatting van het aantal personen in de bevolking die te maken hebben met huiselijk geweld (prevalentieschatting) hebben in 2024 bijna 1,3 miljoen personen van 16 jaar of ouder in de 12 maanden voorafgaand aan het vaststellen te maken gehad met huiselijk geweld. In 2017 zijn er naar schatting 90 duizend tot 127 duizend kinderen die te maken hebben gehad met kindermishandeling.
Monitoring van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een belangrijk onderdeel van een systematische aanpak van dit type geweld. Deze systematische aanpak vergt een nauw samenspel van vele partijen zoals Rijk, gemeenten, Veilig Thuis, beroepsgroepen in de hulpverlening en zorg, de Raad voor de Kinderbescherming, onderwijs, huisarts, politie, Openbaar Ministerie en Reclassering. Deze monitor levert input waarmee alle betrokken partijen mét elkaar en ván elkaar kunnen leren om zo de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld verder te verbeteren.
De monitoring van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling heeft als doel bij te dragen aan het zichtbaar maken van de regionale en landelijke stand van zaken. Hierbij gaat het zowel om uitvoering als beleid. Daarmee ontstaat een basis voor de verbetering van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling op deze niveaus.
De impactmonitor is in 2019 ontwikkeld vanuit het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De impactmonitor was nadrukkelijk niet bedoeld om de voortgang van dit programma in beeld te brengen. Dat deed het programma in de eigen voortgangsrapportages. Deze impactmonitor laat op structurele basis zien hoe het er in Nederland voorstaat met de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
2. Uitgangspunten van de impactmonitor
2.1. Opzet en inhoud
De opzet van de impactmonitor is gebaseerd op de ‘dummy’-impactmonitor die de onderzoeksadviescommissie van het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ in 2019 heeft ontwikkeld . Belangrijke uitgangspunten hierbij waren het aansluiten op bestaande bronnen en publicaties, het voorkomen van aanvullende registraties en het bevorderen van een lerende verbeterbeweging.
De impactmonitor is opgezet als groeimodel. In deze rapportage wordt gerapporteerd over de indicatoren die op dit moment beschikbaar zijn. Dit zijn indicatoren op de volgende thema’s:
- Aard en omvang van huiselijk geweld en kindermishandeling
- Kenmerken van daders en slachtoffers
- Eerder signaleren en bespreken
- Vergroting bereik Veilig Thuis
- Verbinding zorg en veiligheid
Veel van de uitkomsten die in deze rapportage gepresenteerd worden, zijn niet afkomstig van het CBS. Het CBS heeft data van de externe bronhouders ontvangen en overgenomen, maar geen controles uitgevoerd op de cijfers van de andere partijen. Zie hoofdstuk 7 Verantwoording voor meer informatie over de gebruikte bronnen en rapportages.
De verschillende indicatoren in de impactmonitor gaan niet allemaal over dezelfde periode. Daarnaast kunnen de indicatoren niet allemaal met dezelfde frequentie geactualiseerd worden. Zo zijn er bijvoorbeeld elk half jaar actuele cijfers vanuit de Veilig Thuis-organisaties, maar zijn actuele cijfers over prevalenties slechts met tussenpozen van enkele jaren beschikbaar. Elk jaar zal een rapportage verschijnen op basis van de op dat moment beschikbare gegevens.
In de komende jaren wordt de monitor in overleg met VWS, JenV en VNG stapsgewijs verder uitgebreid als er nieuwe relevante indicatoren beschikbaar komen. De monitor laat ook ontwikkelingen in de tijd zien.
Naast deze jaarlijkse rapportage actualiseert het CBS elk halfjaar (in mei en in december) het interactieve dashboard Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Op het dashboard staan figuren en landkaarten van de meest recente cijfers en ontwikkelingen over de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, op landelijk niveau, maar ook per regio. Veel figuren zijn aan te passen naar verschillende variabelen (bijvoorbeeld achtergrondkenmerken), regio’s en de gewenste periode.
Bij iedere visualisatie is een verwijzing opgenomen naar de bron van de cijfers. Over de verschillende bronnen is daarnaast een korte toelichting geschreven, met links naar andere publicaties over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook kunnen op het dashboard regionale rapportages worden gedownload.
2.2. Definitie van kindermishandeling en huiselijk geweld
In de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo2015) en de Jeugdwet worden huiselijk geweld en kindermishandeling als volgt gedefinieerd:
Huiselijk Geweld
Lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring; familielid, een huisgenoot, de echtgenoot of voormalig echtgenoot of een mantelzorger (Wmo2015). Vormen van geweld in huiselijke kring: kindermishandeling, (ex-)partnergeweld, huwelijksdwang en eergerelateerd geweld, ouderenmishandeling en vrouwelijke genitale verminking.
Kindermishandeling
Elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Vormen:
- Lichamelijke mishandeling
- Lichamelijke verwaarlozing
- Psychische mishandeling
- Psychische verwaarlozing
- Seksueel misbruik
- Getuige zijn van geweld in het gezin
Een deel van de bronnen die in deze impactmonitor zijn gebruikt, hanteert een afwijkende definitie. Bij een indicator die afwijkt van bovenstaande definities, zal de afwijking expliciet benoemd worden. Zie hiervoor ook hoofdstuk 7 Verantwoording van de Impactmonitor.
3. Omvang, aard en kenmerken
Op basis van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag 2024 (PHGSG 2024) wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in de prevalentie van huiselijk geweld en de mate waarin slachtoffers van huiselijk geweld het geweld bespreken met anderen. Daarnaast wordt de aard van het geweld beschreven op basis van gegevens van de Beleidsinformatie Veilig Thuis. Veilig Thuis organisaties zijn het adviespunt en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Tenslotte wordt in dit hoofdstuk nader gekeken naar plegers van huiselijk geweld op basis van een recidiveonderzoek van het WODC, waarbij recidive is gedefinieerd in termen van strafzaken.
Geschat aantal slachtoffers van huiselijk geweld
In de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag 2024 gaf 9 procent van de personen van 16 jaar en ouder aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld. Dit zijn omgerekend bijna 1,3 miljoen personen. In 2022 en 2020 ging dit om vergelijkbare percentages (toen ook 9 procent). Huiselijk geweld omvat één of meer vormen van fysiek geweld in huiselijke kring, psychisch geweld in huiselijke kring, stalking door een ex-partner en seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring. Bij psychisch geweld in huiselijke kring gaat het om alle vormen van intimidatie en geweld in huiselijke kring waarbij de pleger structureel verbaal agressief, dreigend en/of intimiderend is naar het slachtoffer. Bij fysiek geweld in huiselijke kring gaat het om alle vormen van geweld in huiselijke kring waarbij de pleger dreigde met geweld, het slachtoffer verwondde of een poging daartoe deed. Bij stalking door een ex-partner gaat het om het herhaaldelijk, opzettelijk en structureel lastigvallen van de ex-partner. Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring gaat het om alle vormen van offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en/of fysiek seksueel geweld waarbij de pleger iemand is uit de huiselijke kring.
Bijna 7 procent van de personen van 16 jaar en ouder gaf aan in de afgelopen 12 maanden tenminste een van de vormen van huiselijk geweld structureel, dat wil zeggen (bijna) dagelijks, wekelijks of maandelijks te hebben meegemaakt. Alle vormen van psychisch geweld en stalking door de ex-partner zijn als structureel meegeteld. Het betreft een minimumschatting omdat onbekend is hoeveel personen slachtoffer werden van meerdere vormen van geweld, die afzonderlijk niet structureel voorkwamen maar bij elkaar wel optellen tot ‘structureel geweld’. Van de verschillende vormen van huiselijk geweld kwam psychisch geweld het vaakst voor (6 procent), gevolgd door fysiek geweld (4 procent) en stalking door een ex-partner (2 procent). Het kleinste deel werd slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring (1 procent).
Slachtofferschap van huiselijk geweld neemt af met toenemende leeftijd. Zo werd 24 procent van de 16- tot 18-jarigen slachtoffer, tegen 2 procent van de 65-plussers. Vrouwen zijn iets vaker slachtoffer van huiselijk geweld. Voor wat betreft de seksuele oriëntatie krijgen bi-plus vrouwen het vaakst te maken met huiselijk geweld (17 procent).
| Categories1 | Categories2 | Waarde (% personen van 16 jaar en ouder) |
|---|---|---|
| Totaal | 8,8 | |
| Geslacht | vrouwen | 10,1 |
| Geslacht | mannen | 7,4 |
| Leeftijd | 16 tot 18 jaar | 24,1 |
| Leeftijd | 18 tot 24 jaar | 19,4 |
| Leeftijd | 24 tot 45 jaar | 10,9 |
| Leeftijd | 45 tot 65 jaar | 7,0 |
| Leeftijd | 65 jaar of ouder | 2,4 |
| Seksuele oriëntatie | Homoseksuele vrouwen | 15,1 |
| Seksuele oriëntatie | Homoseksuele mannen | 8,8 |
| Seksuele oriëntatie | Bi-plus vrouwen | 17,2 |
| Seksuele oriëntatie | Bi-plus mannen | 11,9 |
| Seksuele oriëntatie | Hetero vrouwen | 9,2 |
| Seksuele oriëntatie | Hetero mannen | 7,1 |
| Bron: CBS/WODC | ||
Tussen het slachtofferschap van huiselijk geweld en het slachtofferschap van seksueel grensoverschrijdend gedrag bestaat overlap. Zo kan huiselijk geweld seksueel van aard zijn, en andersom kan seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring plaatsvinden. In 2024 werd 8 procent slachtoffer van huiselijk geweld dat geen seksueel karakter had. Aan slachtoffers van huiselijk geweld dat geen seksueel karakter had is gevraagd of zij het geweld met één of meerdere personen hebben besproken. Vervolgens is gevraagd met wie zij dit bespraken. Het merendeel van de slachtoffers van huiselijk geweld besprak het geweld met één of meerdere personen (figuur 3.2). Dit gaat om ongeveer 7 à 8 op de tien slachtoffers. Ze bespraken het geweld het vaakst met mensen in de eigen sociale kring; vooral met vrienden, de partner en met andere gezinsleden. Met Veilig Thuis en de politie wordt naar verhouding relatief weinig contact opgenomen.
| Psychisch geweld in huiselijke kring (% van slachtoffers in afgelopen 12 maanden) | Fysiek geweld in huiselijke kring (% van slachtoffers in afgelopen 12 maanden) | Stalking door een ex-partner (% van slachtoffers in afgelopen 12 maanden) | |
|---|---|---|---|
| Met iemand gepraat totaal | 80,7 | 71,3 | 81,0 |
| Met partner | 37,0 | 34,5 | 22,7 |
| Met ander gezins- of familielid | 38,1 | 32,0 | 41,3 |
| Met vriend / vriendin | 44,1 | 30,1 | 50,2 |
| Met hulpverlener (bijv. huisarts, psycholoog, maatschappelijk werker) | 32,6 | 25,8 | 29,8 |
| Met iemand van Veilig Thuis | 2,5 | 2,5 | 2,3 |
| Met de politie | 3,9 | 4,2 | 8,6 |
| Met iemand anders | 8,6 | 7,7 | 12,7 |
| Bron: CBS/WODC | |||
In de periode maart-april 2024 geeft 26 procent van de 16-plussers aan weleens huiselijk geweld bij iemand in de omgeving te hebben vermoed, gehoord of gezien. Vrouwen geven dit vaker aan dan mannen: 28 tegen 24 procent.
Ruim 7 op de 10 personen zeggen met iemand te hebben gepraat over hun vermoeden of dat ze getuige zijn geweest. Het grootste deel geeft aan hierover met het slachtoffer zelf te hebben gepraat of met iemand die het slachtoffer kent. Met de (vermoedelijke) pleger of iemand die de (vermoedelijke) pleger kent is minder vaak gepraat.
| categories1 | Percentage personen vermoeden getuige (% van personen van 16 jaar of ouder met vermoeden/getuige) |
|---|---|
| Totaal | 73,2 |
| Gepraat met het slachtoffer | 34,5 |
| Gepraat met iemand die het slachtoffer kent | 21,6 |
| Gepraat met de pleger | 9,9 |
| Gepraat met iemand die de pleger kent | 9,3 |
| Gepraat met een hulpverlener | 15,3 |
| Gepraat met iemand in eigen omgeving | 12,6 |
| Gepraat met iemand anders | 9,8 |
| Bron: CBS/WODC 1) Meerdere antwoorden mogelijk | |
Aantal meldingen en adviezen kindermishandeling Veilig Thuis
De uitkomsten die in dit hoofdstuk worden getoond zijn op basis van het CBS onderzoek Beleidsinformatie Veilig Thuis. Veilig Thuis-organisaties zijn het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Slachtoffers, omstanders en professionals kunnen contact opnemen met Veilig Thuis als zij een vermoeden hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. Veilig Thuis kan advies en ondersteuning geven over wat de beller zelf kan doen. Is dit niet mogelijk of is de situatie te complex of ernstig? Dan kan de beller een melding doen en komt Veilig Thuis in actie.
In het eerste halfjaar van 2025 hebben de Veilig Thuis organisaties 84 935 keer advies (en ondersteuning) gegeven. Dit is, met 12,7 procent, aanzienlijk meer dan in het eerste halfjaar van 2024. Daarnaast hebben de Veilig Thuis organisaties 66 270 meldingen ontvangen in het eerste halfjaar van 2025; dit is, met 3,8 procent, tevens meer dan in het eerste halfjaar van 2024.
| Gestarte adviezen (Aantal) | Ontvangen meldingen (Aantal) | |
|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 66215 | 60040 |
| 2e halfjaar 2022 | 67885 | 62970 |
| 1e halfjaar 2023 | 70320 | 64470 |
| 2e halfjaar 2023 | 72940 | 62925 |
| 1e halfjaar 2024 | 75360 | 63835 |
| 2e halfjaar 2024 | 78665 | 65415 |
| 1e halfjaar 2025* | 84935 | 66270 |
Aard van het geweld en/of de mishandeling
Kindermishandeling en huiselijk geweld komen voor in allerlei verschillende vormen. Op basis van de vermoedelijke aard van het geweld zoals dat is vastgelegd bij de adviezen en meldingen bij Veilig Thuis, kan hiervan een beeld worden gevormd.
Op hoofdlijnen worden de volgende soorten geweld en mishandeling onderscheiden: kindermishandeling, ouderenmishandeling, geweld tegen ouders, (ex-)partnergeweld of overig huiselijk geweld (bijvoorbeeld tussen broers/zussen). Het gaat hierbij om de vermoedens van de adviesvrager of melder over de aard van het geweld. Dit kan afwijken van de daadwerkelijke aard van het geweld. Ook kan later, tijdens de verdere inzet van Veilig Thuis, blijken dat er nog méér aan de hand is dan alleen de door de adviesvrager of melder genoemde aard van het geweld. Eén advies of melding kan gaan over meerdere soorten van geweld. Ook kan, nadat de mate van (on)veiligheid is beoordeeld worden geconcludeerd dat er geen sprake (meer) is van geweld.
De meeste adviezen en meldingen gaan over situaties waarbij de adviesvrager of melder een vermoeden heeft van kindermishandeling, respectievelijk 45 duizend adviezen en 33 duizend meldingen in het eerste halfjaar 2025 (figuren 3.5 en 3.6). Dit betreft ongeveer de helft van het totaal aantal adviezen en meldingen. Daarbij is het belangrijk om te vermelden dat er meerdere adviezen kunnen uitgaan en/of meldingen binnen kunnen komen over dezelfde casus.
Voor wat betreft de overige typen aard van het geweld is bij adviezen de grootste relatieve toename te zien bij (ex-)partnergeweld, 16 procent toename, en overige vormen van huiselijk geweld, 17 procent toename. Bij de meldingen is de grootste relatieve toename te zien bij geweld tegen ouders, 6 procent toename, gevolgd door overige vormen van huiselijk geweld, 2 procent toename.
Ook zijn er 24 duizend adviezen en 13 duizend meldingen ontvangen in het eerste halfjaar van 2025 over andere problematiek dan huiselijk geweld of kindermishandeling. Bij deze meldingen betreft het onder andere politiemeldingen met overige zorgen over een minderjarige en de meldingen die de politie doet naar aanleiding van het ProKid signaleringsinstrument of vanwege een strafbaar feit.
| Categories1 | Kindermishandeling (aantal gestarte adviezen) | Geweld tegen ouders (aantal gestarte adviezen) | (Ex-)Partnergeweld (aantal gestarte adviezen) | Ouderenmishandeling (ouder dan 65 jaar) (aantal gestarte adviezen) | Huiselijk geweld overig (aantal gestarte adviezen) | Andere problematiek... (aantal gestarte adviezen) | Onbekend (aantal gestarte adviezen) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 33985 | 1435 | 15040 | 1850 | 5750 | 20170 | 355 |
| 2e halfjaar 2022 | 34655 | 1675 | 15595 | 1970 | 5345 | 20885 | 500 |
| 1e halfjaar 2023 | 37435 | 1700 | 16120 | 1950 | 5225 | 20885 | 565 |
| 2e halfjaar 2023 | 38560 | 1840 | 17345 | 2080 | 5410 | 21330 | 515 |
| 1e halfjaar 2024 | 40500 | 1850 | 17445 | 2220 | 5415 | 21740 | 820 |
| 2e halfjaar 2024 | 40815 | 1950 | 18785 | 2340 | 5885 | 22790 | 1100 |
| 1e halfjaar 2025* | 45185 | 2060 | 20235 | 2270 | 6315 | 23955 | 1020 |
| 1) Er kunnen meerdere aarden van geweld/mishandeling van toepassing zijn op één advies | |||||||
| Categories1 | Kindermishandeling (aantal ontvangen meldingen) | Geweld tegen ouders (aantal ontvangen meldingen) | (Ex-)Partnergeweld (aantal ontvangen meldingen) | Ouderenmishandeling (ouder dan 65 jaar) (aantal ontvangen meldingen) | Huiselijk geweld overig (aantal ontvangen meldingen) | Andere problematiek... (aantal ontvangen meldingen) | Onbekend (aantal ontvangen meldingen) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 30165 | 3285 | 23320 | 1170 | 6960 | 13520 | 1310 |
| 2e halfjaar 2022 | 32295 | 3490 | 24930 | 1295 | 7220 | 14100 | 1260 |
| 1e halfjaar 2023 | 33345 | 3715 | 24650 | 1255 | 7810 | 14550 | 1105 |
| 2e halfjaar 2023 | 32405 | 3765 | 25105 | 1080 | 7445 | 13655 | 1220 |
| 1e halfjaar 2024 | 33005 | 3890 | 24830 | 1205 | 7590 | 14795 | 860 |
| 2e halfjaar 2024 | 34025 | 4095 | 26440 | 1300 | 7790 | 13440 | 1035 |
| 1e halfjaar 2025* | 33000 | 4115 | 25200 | 1165 | 7765 | 13000 | 3965 |
| 1) Er kunnen meerdere aarden van geweld/mishandeling van toepassing zijn op één melding | |||||||
Moord en doodslag door (ex-)partnergeweld
In sommige gevallen leidt (ex-)partnergeweld tot het overlijden van het slachtoffer. In 2024 zijn 3 mannen en 21 vrouwen om het leven gekomen door moord of doodslag waarbij de (vermoedelijke) dader de (ex-)partner was. In 2023 waren dat er respectievelijk 6 en 19.
In de periode van 2020 tot en met 2024 had de politie bij 96,7 procent van de vrouwelijke slachtoffers van moord en doodslag een dader in beeld. Bij ruim de helft (53,4 procent) was de vermoedelijke dader de (ex-)partner. In dezelfde periode (van 2020 tot en met 2024) was bij de mannelijke slachtoffers van moord en doodslag bij 86,4 procent een dader in beeld: bij 5,5 procent daarvan was de vermoedelijke dader de (ex-)partner. Bij vrouwelijke slachtoffers was bij 21 procent de (bekende) dader de ouder of een ander familielid, bij de mannelijke slachtoffers was dit bij 14 procent het geval. Bij vrouwelijke slachtoffers ging het in 74 procent van de gevallen om huiselijk geweld, waarbij de dader de (ex-)partner, een ouder, of een ander familielid was; bij mannelijke slachtoffers ging het in 20 procent van de gevallen om huiselijk geweld.
| Category | (ex) Partner (aantal) | Familie (aantal) | Andere relatie tot slachtoffer (aantal) | Geen verdachte/dader bekend (aantal) |
|---|---|---|---|---|
| Mannen | ||||
| 2024* | 3 | 9 | 50 | 14 |
| 2023 | 6 | 11 | 62 | 5 |
| 2022 | 2 | 9 | 65 | 19 |
| 2021 | 5 | 12 | 58 | 13 |
| 2020 | 4 | 10 | 57 | 6 |
| 2019 | 4 | 8 | 57 | 12 |
| Vrouwen | ||||
| 2024* | 21 | 7 | 13 | 3 |
| 2023 | 19 | 5 | 14 | 3 |
| 2022 | 24 | 12 | 12 | 0 |
| 2021 | 23 | 4 | 10 | 1 |
| 2020 | 24 | 15 | 5 | 0 |
| 2019 | 23 | 9 | 11 | 1 |
In de periode van 2010 tot en met 2024 was het merendeel van de (vermoedelijk) door hun (ex-)partner omgebrachte vrouwen op het moment van overlijden gehuwd (38 procent) of ongehuwd (37 procent), bijna 19 procent was gescheiden en bijna 7 procent was weduwe. In verhouding kwam (ex-)partnerdoding het meest voor bij gescheiden vrouwen, met 5,6 slachtoffers per miljoen vrouwen. Bij gehuwde vrouwen was dat 2,5 per miljoen. Onder ongehuwde vrouwen en weduwen kwam partnerdoding door een partner of ex met iets meer dan 2 per miljoen het minst vaak voor. De burgerlijke staat van het slachtoffer gaat niet per definitie over de relatie tussen slachtoffer en dader. Een slachtoffer kan dus bijvoorbeeld verweduwd zijn en daarna een niet-officiële relatie zijn aangegaan.
| Burgerlijke staat | Gedood door (ex-)partner (per miljoen vrouwen) |
|---|---|
| Gescheiden | 5,6 |
| Gehuwd | 2,5 |
| Verweduwd | 2,2 |
| Ongehuwd | 2,1 |
Partnerdoding kwam het vaakst voor bij vrouwen tussen de 20 en de 40 jaar. In de periode van 2010 tot en met 2024 werden gemiddeld op iedere miljoen vrouwen in die leeftijdsgroep 4,5 door een (ex-)partner gedood. Onder vrouwen van 40 tot 60 jaar was dat 3,5 per miljoen vrouwen. Bij vrouwen van 60 jaar of ouder was het aandeel lager, met 1,6 per miljoen. Bij de jongste leeftijdsgroep was het aandeel het laagst, met 0,4 per miljoen vrouwen tot 20 jaar. In totaal waren er 11 slachtoffers jonger dan 20 jaar in de periode van 2010 tot en met 2024.
| Leeftijd | Gedood door (ex-)partner (per miljoen vrouwen) |
|---|---|
| Jonger dan 20 jaar | 0,4 |
| 20 tot 40 jaar | 4,5 |
| 40 tot 60 jaar | 3,5 |
| 60 jaar en ouder | 1,6 |
4. Vergroting bereik Veilig Thuis
Het is van belang dat het bereik van Veilig Thuis als het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling zo groot mogelijk is; iedereen met een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling moet de weg naar Veilig Thuis zo snel mogelijk kunnen vinden.
In het eerste halfjaar van 2025 zijn 54 procent van de adviezen gegeven aan beroepsmatige adviesvragers, het aandeel van de politie hierin is zeer beperkt (4 procent; zie figuur 4.1). 44 procent van de adviezen is gegeven aan burgers.
| 1e halfjaar 2025* (%) | 1e halfjaar 2024 (%) | 1e halfjaar 2023 (%) | |
|---|---|---|---|
| Preventieve basisvoorzieningen 1) | 1,8 | 1,8 | 2 |
| Huisarts | 2,2 | 2,3 | 2,4 |
| Overig gezondheidszorg 2) | 3,8 | 4,4 | 4,1 |
| GGZ | 4,3 | 4,4 | 4,6 |
| Kinderopvang | 1,7 | 1,6 | 1,6 |
| Onderwijs | 10,1 | 8,2 | 10 |
| Jeugdhulp/zorg | 7,3 | 7,1 | 7,6 |
| Politie | 4,4 | 4,3 | 4,2 |
| Justitie en veiligheid, exclusief politie | 1,8 | 2 | 2,3 |
| Maatschappelijk werk | 6,5 | 6,7 | 6,7 |
| Beroepsmatig overig | 10,4 | 10,6 | 10,5 |
| Burger | 44,2 | 45,1 | 42,6 |
| Onbekend | 1,4 | 1,6 | 1,4 |
| 1) Hieronder wordt verstaan: GGD, jeugdgezondheidszorg, verloskundigenpraktijk, kraamzorg, ambulance 2) Hieronder wordt verstaan: ziekenhuis, verzorgings- of verpleeghuis, gehandicaptenzorg | |||
In het eerste halfjaar 2025 is het merendeel van de meldingen aan Veilig Thuis gedaan door de politie (66 procent; zie figuur 4.2). Het aandeel meldingen van de politie is licht gestegen (met een procentpunt) ten opzichte van het eerste halfjaar van 2024. De overige beroepsmatige melders nemen in het eerste halfjaar van 2025 33 procent van alle meldingen voor hun rekening, 8 procent van alle meldingen is gedaan door burgers. Een groot aantal professionals is op basis van de wet ‘Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ verplicht om een stappenplan te doorlopen als hij of zij vermoedens heeft van huiselijk geweld of kindermishandeling. Dit geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Wanneer Veilig Thuis (anoniem) wordt benadert voor advies kan direct worden overgegaan op advies voor wat betreft overdracht.
| Categories1 | 1e halfjaar 2025* (%) | 1e halfjaar 2024 (%) | 1e halfjaar 2023 (%) |
|---|---|---|---|
| Preventieve basisvoorzieningen 1) | 2,9 | 3,5 | 3,6 |
| Huisarts | 1,1 | 1,1 | 1,1 |
| Overig gezondheidszorg 2) | 3,2 | 3,6 | 3,6 |
| GGZ | 1,5 | 1,6 | 1,6 |
| Kinderopvang | 0,5 | 0,4 | 0,5 |
| Onderwijs | 5 | 4,8 | 4,7 |
| Jeugdhulp/zorg | 2,3 | 2,2 | 2,1 |
| Politie | 66,3 | 65,6 | 66,2 |
| Justitie en veiligheid, exclusief politie | 1,5 | 1,7 | 1,1 |
| Maatschappelijk werk | 2,2 | 2,4 | 2,4 |
| Beroepsmatig overig | 5,1 | 4,9 | 5 |
| Burger | 7,9 | 7,4 | 7,6 |
| Onbekend | 0,6 | 0,6 | 0,5 |
| 1) Hieronder wordt verstaan: GGD, jeugdgezondheidszorg, verloskundigenpraktijken, kraamzorg, ambulance. 2) Hieronder wordt verstaan: ziekenhuis, verzorgings- of verpleeghuis, gehandicaptenzorg. | |||
In de contacten met de adviesvrager c.q. melder vraagt Veilig Thuis ook hoelang zij vermoeden dat het geweld of de mishandeling al duurt. Hierbij kan gekozen worden uit een aantal categorieën. De ervaring leert dat adviesvragers en melders dit soms een moeilijke vraag vinden en het eigenlijk niet goed weten. De Veilig Thuis medewerker probeert de adviesvrager/melder dan toch een categorie te laten kiezen, waarbij vaak gekozen wordt voor de kortste categorie (‘niet langer dan een week’) als men het écht niet weet. Daarnaast blijkt in de praktijk dat de duur van het geweld niet altijd bijgehouden wordt in de administraties van Veilig Thuis en dus onbekend blijft; deze gevallen zijn tevens opgenomen in de categorie ‘niet langer dan een week’. Dit kan resulteren in een overschatting van deze categorie. In figuren 4.3a en 4.3b is te zien wat de vermoedelijke duur van het geweld is bij de gestarte adviezen en de ontvangen meldingen. Bij de adviezen dacht 52 procent van de adviesvragers in het eerste halfjaar 2025 dat het geweld niet langer dan een week duurde. In het eerste halfjaar van 2020 was dat nog 29 procent. In 54 procent van de meldingen in het eerste halfjaar 2025 gaf de melder aan dat de duur van het geweld niet langer dan een week was. In het eerste halfjaar 2020 was dit nog 37 procent. Het is onbekend in hoeverre de hierboven geschetste knelpunten bij het vastleggen van de vermoedelijke duur van geweld een rol spelen bij deze toename bij zowel de meldingen als de adviezen.
| Categories1 | Niet langer dan 1 week (aantal) | > 1 week, < 1 maand (aantal) | > 1 maand, < 6 maanden (aantal) | > 6 maanden, < 1 jaar (aantal) | > 1 jaar,< 5 jaar (aantal) | langer dan 5 jaar (aantal) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 26685 | 7880 | 12475 | 8010 | 8235 | 2935 |
| 2e halfjaar 2022 | 28560 | 8750 | 12490 | 7625 | 7665 | 2790 |
| 1e halfjaar 2023 | 29090 | 8970 | 13370 | 8200 | 7915 | 2770 |
| 2e halfjaar 2023 | 31165 | 8590 | 13770 | 8570 | 7945 | 2905 |
| 1e halfjaar 2024 | 31820 | 9035 | 14225 | 8980 | 8415 | 2885 |
| 2e halfjaar 2024 | 34195 | 9530 | 14310 | 9170 | 8435 | 3020 |
| 1e halfjaar 2025* | 44005 | 8300 | 12915 | 8315 | 8255 | 3140 |
| Categories1 | Niet langer dan 1 week (aantal) | > 1 week, < 1 maand (aantal) | > 1 maand, < 6 maanden (aantal) | > 6 maanden, < 1 jaar (aantal) | > 1 jaar,< 5 jaar (aantal) | langer dan 5 jaar (aantal) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 27465 | 6405 | 9165 | 6465 | 8205 | 2335 |
| 2e halfjaar 2022 | 27910 | 7020 | 10360 | 6790 | 8495 | 2390 |
| 1e halfjaar 2023 | 28610 | 7470 | 10905 | 6775 | 8210 | 2500 |
| 2e halfjaar 2023 | 28770 | 7335 | 10080 | 6355 | 7940 | 2440 |
| 1e halfjaar 2024 | 28970 | 7190 | 10115 | 6575 | 8510 | 2475 |
| 2e halfjaar 2024 | 29820 | 7410 | 10305 | 6840 | 8480 | 2560 |
| 1e halfjaar 2025* | 35960 | 5750 | 8485 | 5650 | 7735 | 2690 |
Bij ontvangst van een melding schat Veilig Thuis als eerste de ernst van de melding in; dit is de zogeheten veiligheidstaxatie. In 42 procent van de ontvangen meldingen in het eerste halfjaar van 2025 betrof het een melding van acute en/of structureel onveilige casuïstiek; in het eerste halfjaar van 2024 was dit 45 procent. In de overige gevallen ging het bijvoorbeeld om een eenmalige onveilige situatie, een multi-problematische leefsituatie of waren er geen zorgen over de veiligheid. Het aantal meldingen waarbij geen zorgen waren over de veiligheid is in het eerste halfjaar van 2025 met ruim 11 procent (315 meldingen) gedaald ten opzichte van het aantal meldingen in het eerste halfjaar van 2024.
Op basis van de veiligheidstaxatie besluit Veilig Thuis of ze de vervolgstappen bij Veilig Thuis zelf beleggen, of dat ze de melding overdragen aan een lokale hulpverlenende instantie, die dan aan de slag gaat met de betrokkenen. Ook kijken ze of er al een hulpverlener betrokken is bij het gezin. In dat geval kijkt Veilig Thuis, samen met de hulpverlener, of deze de melding mee kan nemen in het hulptraject en of ondersteuning van Veilig Thuis hierbij nodig is. De vervolgstappen kunnen ook belegd worden bij het cliëntsysteem zelf óf er kan besloten worden dat in het geheel geen vervolgstappen nodig zijn. Ook kan het een nieuwe melding betreffen op een al lopende casus. In dat geval neemt Veilig Thuis de informatie uit de nieuwe melding mee in de lopende casus.
Als de vervolgstappen bij Veilig Thuis zelf worden belegd zijn er twee mogelijkheden: de dienst ‘Onderzoek’ of de dienst ‘Voorwaarden en Vervolg’. De dienst ‘Onderzoek’ is gericht op het bevestigen of weerleggen van de gemelde vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling en het vervolgens zo nodig vaststellen van veiligheidsvoorwaarden en inzetten van vervolghulp. De dienst ‘Voorwaarden en Vervolg’ is gericht op het organiseren van de directe veiligheid van de betrokkenen en het inzetten van vervolghulp.
Om een beeld te krijgen van de gekozen vervolgstappen, is gekeken naar alle casussen waarbinnen een veiligheidsbeoordeling is uitgevoerd en/of waarbinnen Veilig Thuis een dienst ‘Onderzoek’ of ‘Voorwaarden en Vervolg' is gestart in een bepaalde periode. In het eerste halfjaar van 2025 is in 78 procent van deze casussen besloten tot een directe overdracht (naar het lokale veld, een reeds betrokken hulpverlenende instantie, een multidisciplinair team of naar het cliëntsysteem zelf). In 12 procent is een dienst ‘Onderzoek’ gestart en in 13 procent een dienst ‘Voorwaarden en Vervolg’. Ten opzichte van het eerste halfjaar van 2024 is het aandeel directe overdracht en het aandeel gestarte diensten ‘Voorwaarden en Vervolg’ nagenoeg hetzelfde gebleven.
| Periode | Overdracht buiten VT (%) | Onderzoek (%) | Voorwaarden en Vervolg (%) |
|---|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 74,3 | 12,4 | 16,3 |
| 2e halfjaar 2022 | 76,2 | 11,7 | 15 |
| 1e halfjaar 2023 | 76,8 | 11,5 | 14,5 |
| 2e halfjaar 2023 | 78,4 | 11,4 | 13 |
| 1e halfjaar 2024 | 77,7 | 12 | 13,2 |
| 2e halfjaar 2024 | 78,7 | 11,2 | 12,8 |
| 1e halfjaar 2025* | 77,9 | 11,9 | 13,1 |
5. Verbinding zorg en veiligheid
Voor een optimale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een goede verbinding nodig tussen de zorgketen enerzijds en de justitie- en veiligheidsketen anderzijds. Dit geldt zowel bij het in beeld krijgen van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling als bij het stoppen en duurzaam oplossen van het geweld.
Zoals in hoofdstuk 4 is beschreven, was 42 procent van de door Veilig Thuis ontvangen meldingen in het eerste halfjaar van 2025 een melding van acute en/of structureel onveilige casuïstiek. Dit betrof 4 475 meldingen van acute onveiligheid en 27 615 meldingen van structurele onveiligheid (acute en structurele onveiligheid kunnen bij dezelfde melding aan de orde zijn).
Ruim de helft van de acute onveilige situaties en 65 procent van de structureel onveilige situaties werd gemeld door de politie (zie figuren 5.1 en 5.2). Van het totale aantal meldingen in het eerste halfjaar 2025 was 66 procent afkomstig van de politie (zie figuur 4.2a in het vorige hoofdstuk).
| Categories1 | 1e halfjaar 2025* (%) | 1e halfjaar 2024 (%) | 1e halfjaar 2023 (%) |
|---|---|---|---|
| Preventieve basisvoorzieningen 1) | 3,9 | 3,7 | 4,4 |
| Huisarts | 1,7 | 1,3 | 1,9 |
| Overig gezondheidszorg 2) | 6,1 | 5,8 | 6,2 |
| GGZ | 1,7 | 1,9 | 1,8 |
| Kinderopvang | 0,8 | 0,5 | 0,7 |
| Onderwijs | 7,8 | 7,4 | 7,7 |
| Jeugdhulp/zorg | 4,4 | 3,5 | 2,6 |
| Politie | 50,9 | 50,8 | 48,8 |
| Justitie en veiligheid, exclusief politie | 1,8 | 1,9 | 1,3 |
| Maatschappelijk werk | 2,9 | 3,8 | 4,9 |
| Beroepsmatig overig | 7,2 | 7,5 | 7,3 |
| Burger | 9,1 | 9,8 | 10,7 |
| Onbekend | 1,8 | 2 | 1,7 |
| 1) Hieronder wordt verstaan: GGD, jeugdgezondheidszorg, verloskundigenpraktijken, kraamzorg, ambulance. 2) Hieronder wordt verstaan: ziekenhuis, verzorgings- of verpleeghuis, gehandicaptenzorg. | |||
| Categories1 | 1e halfjaar 2025* (%) | 1e halfjaar 2024 (%) | 1e halfjaar 2023 (%) |
|---|---|---|---|
| Preventieve basisvoorzieningen 1) | 2,2 | 2,9 | 3 |
| Huisarts | 1,1 | 1,1 | 1,1 |
| Overig gezondheidszorg 2) | 2,4 | 2,8 | 2,6 |
| GGZ | 1,8 | 2 | 1,9 |
| Kinderopvang | 0,5 | 0,4 | 0,5 |
| Onderwijs | 5,5 | 5,2 | 5,2 |
| Jeugdhulp/zorg | 2,9 | 2,7 | 2,6 |
| Politie | 65,4 | 64,9 | 65,1 |
| Justitie en veiligheid, exclusief politie | 1,1 | 1,2 | 0,5 |
| Maatschappelijk werk | 2,6 | 2,9 | 2,9 |
| Beroepsmatig overig | 5,5 | 5,3 | 5,7 |
| Burger | 8,5 | 8 | 8,4 |
| Onbekend | 0,5 | 0,5 | 0,4 |
| 1) Hieronder wordt verstaan: GGD, jeugdgezondheidszorg, verloskundigenpraktijken, kraamzorg, ambulance. 2) Hieronder wordt verstaan: ziekenhuis, verzorgings- of verpleeghuis, gehandicaptenzorg. | |||
Als een kind ernstig in de knel dreigt te raken helpt de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) om samen met het kind en de ouders de beste oplossing te zoeken. Alleen als het echt niet anders kan, wordt de rechter erbij betrokken, maar het draait altijd om het belang van het kind. Als de (fysieke) veiligheid en de ontwikkeling van het kind gevaar lopen, dan voert de RvdK een onderzoek uit naar de noodzaak en/of toegevoegde waarde van een kinderbeschermingsmaatregel. De RvdK voert in dit verband twee typen onderzoek uit: onderzoek naar een kinderbeschermingsmaatregel en onderzoek naar een maatregel ná ondertoezichtstelling (OTS). Bij onderzoek van de tweede soort loopt al een OTS en is de gecertificeerde instelling die de OTS uitvoert van mening dat de opgelegde OTS niet binnen aanvaardbare termijn het gewenste resultaat zal bereiken, namelijk dat ouders de verantwoording voor de opvoeding weer zelfstandig op kunnen pakken (eventueel met vrijwillige hulp).
In het eerste halfjaar van 2025 heeft de RvdK 6 088 onderzoeken (naar een kinderbeschermingsmaatregel of naar een maatregel ná OTS) afgerond; dit zijn er 263 minder dan in het eerste halfjaar van 2024. Elk onderzoek heeft betrekking op één kind. In 825 van de afgeronde onderzoeken naar een kinderbeschermingsmaatregel werd bij aanvang van het onderzoek direct een voorlopige OTS aangevraagd, bij 54 onderzoeken werd bij de start direct al een voorlopige voogdij aangevraagd. In het onderzoek beoordeelt de raadsonderzoeker of verplichte hulp de beste oplossing is voor het kind. Als verplichte hulp noodzakelijk wordt geacht, doet de RvdK een verzoek (rekest) aan de rechter voor een kinderbeschermingsmaatregel (OTS of gezagsbeëindiging met als resultaat voogdij). In 64 procent van de 6 088 afgeronde onderzoeken diende de RvdK een rekest in voor een gezagsbeëindigde maatregel (resulterend in voogdij) of een OTS (figuur 5.3). In het eerste halfjaar van 2024 was dit percentage hetzelfde.
| Categories1 | Rekest Ondertoezichtstelling (aantal) | Rekest Ondertoezichtstelling + maatregel uithuisplaatsing (aantal) | Voogdij (direct) / gezagsbeëindigende maatregel na OTS (aantal) | Geen (nieuwe) kinderbeschermingsmaatregel gevraagd (aantal) |
|---|---|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 2820 | 836 | 522 | 2356 |
| 2e halfjaar 2022 | 2688 | 816 | 449 | 2215 |
| 1e halfjaar 2023 | 2799 | 948 | 421 | 2458 |
| 2e halfjaar 2023 | 2687 | 919 | 330 | 2102 |
| 1e halfjaar 2024 | 2813 | 914 | 311 | 2313 |
| 2e halfjaar 2024 | 2615 | 902 | 260 | 2027 |
| 1e halfjaar 2025 | 2689 | 930 | 249 | 2220 |
| 1) Alleen onderzoeken naar kinderbeschermingsmaatregel en onderzoeken naar maatregel ná OTS Bron: Raad voor de Kinderbescherming | ||||
Als de rechter vervolgens besluit tot het opleggen van een jeugdbeschermingsmaatregel, wordt de maatregel uitgevoerd door een gecertificeerde instelling (GI). In het eerste halfjaar van 2025 zijn 3 830 (voorlopige) ondertoezichtstellingen gestart bij de GI’s. In het eerste halfjaar van 2024 waren dit er 4 110.
Wanneer een OTS-maatregel wordt opgelegd, dan blijft het kind meestal thuis wonen. Soms zijn de zorgen over het kind echter zo ernstig dat het beter is als het kind ergens anders gaat wonen en wordt er door de rechter ook een machtiging uithuisplaatsing (MUHP) opgelegd. Niet alle door de rechter opgelegde machtigingen worden in de praktijk ook ten uitvoer gelegd. Een MUHP vervalt als deze niet binnen drie maanden wordt uitgevoerd. Het is niet bekend hoeveel machtigingen niet worden uitgevoerd.
In het eerste halfjaar van 2025 waren er 7 340 jeugdigen over wie de rechter een MUHP heeft uitgesproken. Over 2 060 jongeren werd in het eerste halfjaar van 2025 een nieuwe MUHP uitgesproken (figuur 5.4). Bij 1 000 jongeren ging het bij de start van de MUHP om een voorlopige OTS en dus om een spoedmachtiging uithuisplaatsing. Van 2 200 jongeren liep de opgelegde MUHP af in het eerste halfjaar 2025.
| Instroom (Aantal) | Uitstroom (Aantal) | |
|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 2065 | 2405 |
| 1e halfjaar 2023 | 2070 | 2225 |
| 1e halfjaar 2024 | 2020 | 2105 |
| 1e halfjaar 2025* | 2060 | 2200 |
In het eerste halfjaar van 2025 zijn 4 290 huiselijk geweldzaken ingestroomd bij het Openbaar Ministerie (OM), een stijging van 1 procent ten opzichte van het eerste halfjaar van 2024. Van deze huiselijk geweldzaken is 79 procent ingestroomd via Zorgvuldig Snel Maatwerk (ZSM); dit is een procentpunt meer ten opzichte van het eerste halfjaar van 2024. Het doel van deze werkwijze is om zorgvuldig, snel en op maat te reageren op criminaliteit. De essentie is dat in elke zaak maatwerk wordt geleverd via een aanpak die recht doet aan de belangen van de verdachte, het slachtoffer en de maatschappij. Daarbij is snelheid een belangrijk element: verdachten en slachtoffers weten snel waar ze aan toe zijn.
In het eerste halfjaar van 2025 zijn 4 355 huiselijk geweldzaken uitgestroomd bij het OM; dit is een afname van 2 procent ten opzichte van het eerste halfjaar van 2024. In 61 procent van deze zaken besloot het OM de zaak voor de rechter te brengen (beoordeling dagvaarden), een daling van 2 procentpunt ten opzichte van het eerste halfjaar van 2024, in welke periode in totaal 4 460 huiselijk geweld zaken zijn uitgestroomd bij het OM (zie figuur 5.5).
| Categories1 | Beoordeling dagvaarden (aantal) | OM-strafbeschikking / OM-transactie (aantal) | Onvoorwaardelijk sepot (aantal) | Overig (aantal) | Voorwaardelijk sepot (aantal) |
|---|---|---|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 2610 | 150 | 1285 | 15 | 425 |
| 2e halfjaar 2022 | 2650 | 165 | 1285 | 0 | 445 |
| 1e halfjaar 2023 | 2715 | 170 | 1280 | 0 | 355 |
| 2e halfjaar 2023 | 2630 | 150 | 1175 | 0 | 340 |
| 1e halfjaar 2024 | 2815 | 160 | 1170 | 0 | 315 |
| 2e halfjaar 2024 | 2660 | 205 | 1130 | 15 | 345 |
| 1e halfjaar 2025 | 2640 | 230 | 1120 | 0 | 360 |
In het eerste halfjaar van 2025 heeft de rechter in eerste aanleg een eindvonnis uitgesproken in 2 655 zaken waarin huiselijk geweld ten laste is gelegd. In dezelfde zaak kunnen meerdere feiten ten laste zijn gelegd. Hoewel de feiten los worden beoordeeld, heeft het eindvonnis betrekking op de hele zaak. Hierdoor hoeft het eindvonnis geen betrekking te hebben op het huiselijk geweld; een schuldigverklaring kan dus voor een ander feit zijn dan huiselijk geweld. In 79 procent van de zaken is een schuldigverklaring uitgesproken en in 8 procent een vrijspraak, in het eerste halfjaar 2024 was dit vergelijkbaar met respectievelijk 77 en 8 procent. In de overige 335 zaken in het eerste halfjaar van 2025 is een ander eindvonnis uitgesproken, dit betreft onder andere gevoegde zaken, dagvaarding nietig, OM niet ontvankelijk en ontslag van rechtsvervolging.
In het eerste halfjaar van 2025 waren er 990 zaken waarin alleen huiselijk geweld bewezen is verklaard, dit is een toename van 5 procent ten opzichte van het eerste halfjaar 2024. Deze zaken kunnen dus één of meerdere huiselijk geweldfeiten betreffen per zaak, maar géén feiten van een andere aard. Bij deze zaken kan dus met zekerheid gezegd worden dat de straf is opgelegd voor huiselijk geweld. In één zaak kunnen meerdere straffen worden opgelegd. In 630 van de huiselijk geweldzaken is een taakstraf opgelegd (in het eerste halfjaar 2025 betrof dit nagenoeg alleen werkstraffen), al dan niet (deels) voorwaardelijk. In 515 zaken is een vrijheidsstraf opgelegd en in 75 zaken een geldboete, zie figuur 5.6. In 350 zaken is daarnaast ook een schadevergoeding opgelegd en in 15 gevallen een terbeschikkingstelling (TBS).
| categories1 | Geldboete (aantal opgelegde straffen) | Taakstraf (aantal opgelegde straffen) | Vrijheidsstraf (aantal opgelegde straffen) |
|---|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 130 | 1175 | 790 |
| 2e halfjaar 2022 | 90 | 800 | 630 |
| 1e halfjaar 2023 | 105 | 695 | 555 |
| 2e halfjaar 2023 | 70 | 585 | 470 |
| 1e halfjaar 2024 | 65 | 595 | 495 |
| 2e halfjaar 2024 | 90 | 625 | 515 |
| 1e halfjaar 2025 | 75 | 630 | 515 |
Soms treft de politie of Veilig Thuis bij mensen thuis een dreigende situatie aan, maar zijn er (nog) geen strafbare feiten gepleegd. De politie kan dan niet iemand aanhouden of vervolgen. Met een tijdelijk huisverbod (THV) bestaat toch de mogelijkheid om in zo’n situatie in te grijpen. Daarmee zijn partner, kinderen en/of andere huisgenoten veiliger. Tijdens de periode van het tijdelijk huisverbod mag de pleger het huis niet betreden en geen contact opnemen met de partner en/of de kinderen. De burgemeester legt dit tijdelijk huisverbod op. Het verbod kan uitsluitend worden opgelegd aan een meerderjarig persoon voor een periode van tien dagen en het kan verlengd worden tot ten hoogste vier weken.
In het eerste halfjaar van 2025 werden per 100 duizend inwoners ongeveer 10 tijdelijke huisverboden aangevraagd, waarvan er iets minder dan 8 ook werden opgelegd (figuur 5.7). Zes jaar daarvoor kwam het opleggen van een tijdelijk huisverbod iets vaker voor: in het eerste halfjaar van 2019 werden ongeveer 9 tijdelijke huisverboden opgelegd per 100 duizend inwoners. Uit figuur 5.8 is op te maken dat het tijdelijk huisverbod regelmatig wordt verlengd. In het eerste halfjaar van 2025 duurde 35 procent van de opgelegde tijdelijke huisverboden niet langer dan 10 dagen. De meerderheid van de opgelegde tijdelijke huisverboden (57 procent) duurde uiteindelijk 25 tot 28 dagen.
| Rijlabels | THV opgelegd (Aantal) | THV niet opgelegd (Aantal) |
|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 8,2 | 1,7 |
| 2e halfjaar 2022 | 8,4 | 1,8 |
| 1e halfjaar 2023 | 8,4 | 1,7 |
| 2e halfjaar 2023 | 7,7 | 1,3 |
| 1e halfjaar 2024 | 8,1 | 1,4 |
| 2e halfjaar 2024 | 8 | 1,5 |
| 1e halfjaar 2025 | 8,4 | 1,4 |
| 0 t/m 10 dagen (%) | 10 t/m 25 dagen (%) | 25 t/m 28 dagen (%) | |
|---|---|---|---|
| 1e halfjaar 2022 | 37,7 | 9,2 | 53 |
| 2e halfjaar 2022 | 38,4 | 9 | 52,7 |
| 1e halfjaar 2023 | 36,8 | 8,7 | 54,5 |
| 2e halfjaar 2023 | 36,7 | 11 | 52,3 |
| 1e halfjaar 2024 | 40,6 | 9,4 | 50 |
| 2e halfjaar 2024 | 37,8 | 9,6 | 52,6 |
| 1e halfjaar 2025 | 34,7 | 8,8 | 56,6 |
6. Conclusies en toekomstperspectieven
Deze rapportage biedt een overzicht van de huidige stand van zaken van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling door databronnen van diverse betrokken partijen met elkaar te combineren. Dit betreft partijen zoals Veilig Thuis, Jeugdbescherming, hulpverlening, politie, de RvdK, het OM en andere betrokken organisaties. Het is een stap in de richting van een meer gedetailleerde en brede monitoring van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Deze monitoring heeft als doel bij te dragen aan het zichtbaar maken van landelijke ontwikkelingen. Hierbij gaat het zowel om de uitvoering als het beleid. Naast deze jaarlijkse rapportage actualiseert het CBS ook elk halfjaar het interactieve dashboard, met figuren en kaarten van de meest recente cijfers en ontwikkelingen over de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Naast de landelijke stand van zaken zijn ook de regionale uitkomsten te vinden op het dashboard.
Deze rapportage en het bijbehorende dashboard bevatten soms slechts een selectie van de beschikbare informatie van een bronhouder. Hierbij is een afweging gemaakt om de hoeveelheid informatie overzichtelijk te houden. Dit geldt ook voor de cijfers uit de Beleidsinformaties Jeugd en Veilig Thuis. Meer cijfers over de Beleidsinformatie Veilig Thuis zijn te vinden op het dashboard Veilig Thuis en op StatLine. Meer cijfers over de Beleidsinformatie Jeugd zijn te vinden op het dashboard Jeugdzorg en op StatLine.
In de toekomst zal voor deze Impactmonitor steeds worden ingezet op het verbeteren en uitbreiden van de beschikbaarheid van informatie. Momenteel zijn er bijvoorbeeld geen actuele cijfers over de prevalentie van kindermishandeling; de meest recente cijfers zijn op basis van het scholierenonderzoek van de Radboud Universiteit uit 2016. Deze zijn opgenomen in de rapportage van de Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling van vorig jaar.
Daarnaast ontbreken in deze rapportage de outcome-indicatoren van het Verwey-Jonker Instituut. Outcome-indicatoren geven aan of het beoogde resultaat is bereikt, bijvoorbeeld of het geweld is gestopt en of het welzijn is verbeterd. In de vorige rapportage van de Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling zijn cijfers opgenomen over het 2e cohortonderzoek, het 3e cohortonderzoek en een longitudinaal onderzoek naar de meerwaarde van de jeugdbescherming in gezinnen waar sprake is van kindermishandeling. In deze onderzoeken is het effect onderzocht van de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld onder gezinnen/huishoudens die in aanraking zijn gekomen met Veilig Thuis. Op het moment van publiceren van deze rapportage zijn de nieuwste resultaten van het Verwey-Jonker Instituut nog niet beschikbaar. Begin 2026 zullen op het dashboard nieuwe cijfers worden opgenomen. In de rapportage van 2026 zullen deze worden beschreven.
Bij de moord en doodslag cijfers zal in de toekomst meer informatie worden opgenomen over femicide. Met de nieuwe EU-wetgeving die geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld bestrijdt hebben alle lidstaten tot mei 2027 de tijd om de richtlijnen om te zetten in nationale wetgeving, en daarmee femicide beter inzichtelijk te krijgen. Verder moeten een aantal maatregelen worden ingevoerd om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen en slachtoffers van deze misdrijven te beschermen. Wanneer in de toekomst nieuwe cijfers beschikbaar komen, dan zullen deze worden opgenomen in de Impactmonitor aanpak huiselijk geweld in kindermishandeling.
Ook wordt gedacht aan een uitbreiding van de cijfers over de Machtigingen Uithuisplaatsing (MUHP). Momenteel worden alleen het volume, de instroom en de uitstroom van MUHP gepresenteerd in een tabel in de rapportage Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Deze aantallen zullen in de toekomst mogelijk worden uitgebreid met achtergrondkenmerken van jongeren met een MUHP, en verwerkt worden tot een StatLine-tabel.
In de afsluitende paragraaf hieronder staat meer informatie over de geraadpleegde bronnen voor de Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2025.
7. Verantwoording van de impactmonitor
De vorige hoofdstukken van deze rapportage beschrijven de meest recente cijfers over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij is gekeken naar de onderwerpen die de onderzoeksadviescommissie van het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ als meest relevant heeft beschouwd. Een belangrijk uitgangspunt voor de impactmonitor is dat zo veel mogelijk wordt aangesloten op bestaande bronnen en dat aanvullende registraties worden voorkomen.
Meer achtergrondinformatie over de opzet en inhoud van de monitor is te vinden in:
- Advies opzet monitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, Adviescommissie onderzoeks- en kennisprogramma Geweld hoort nergens thuis, november 2018
- Advies dummy-monitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, Adviescommissie onderzoeks- en kennisprogramma Geweld hoort nergens thuis, juni 2019 (te vinden op archief rijksoverheid)
In deze editie wordt gerapporteerd op basis van beschikbare gegevensbronnen en bestaande publicaties. Dit betreft gegevens op basis van de volgende bronnen:
- Beleidsinformatie Veilig Thuis (VT, bron CBS)
- Beleidsinformatie Jeugd (BiJ, bron CBS)
- Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag van CBS en WODC (bron CBS/WODC)
- Tijdelijke huisverboden (bron Khonraad)
- Registraties van de Raad voor de Kinderbescherming (bron RvdK)
- Registraties van Openbaar Ministerie en Raad voor de Rechtsspraak (bron OM en RvdR)
- Aantal slachtoffers moord- en doodslag (bron CBS)
Het CBS heeft geen controles uitgevoerd op cijfers van externe bronnen. Ook heeft het CBS de methode waarmee deze cijfers zijn berekend niet gecontroleerd of beoordeeld.
7.1 Beleidsinformatie Veilig Thuis
De indicatoren over Veilig Thuis zijn gebaseerd op het CBS onderzoek Beleidsinformatie Veilig Thuis. Dit onderzoek levert uitkomsten over huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals dat bij Veilig Thuis in beeld was. Het CBS stelt deze beleidsinformatie halfjaarlijks samen op basis van gegevens afkomstig van de Veilig Thuis organisaties. De aanlevering van deze gegevens aan het CBS is vastgelegd in de wet Wmo2015, in de vorm van een Informatieprotocol beleidsinformatie Veilig Thuis. Dit informatieprotocol legt gedetailleerd vast welke gegevens aangeleverd moeten worden. De uitkomsten worden op vaste momenten gepubliceerd. De cijfers over het eerste halfjaar verschijnen eind oktober, die over het gehele jaar verschijnen eind april en zijn te vinden op StatLine en in een regionaal dashboard.
7.2 Beleidsinformatie Jeugd
De indicator over het aantal gestarte ondertoezichtstellingen is gebaseerd op het CBS onderzoek Beleidsinformatie Jeugd. Dit onderzoek levert uitkomsten over het aantal jongeren met jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het CBS stelt deze beleidsinformatie halfjaarlijks samen op basis van gegevens afkomstig van de jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen. De aanlevering van deze gegevens aan het CBS is vastgelegd in de Jeugdwet, in de vorm van een Informatieprotocol Beleidsinformatie Jeugd. Dit informatieprotocol legt gedetailleerd vast welke gegevens aangeleverd moeten worden. De uitkomsten worden ieder jaar op vaste momenten gepubliceerd. De cijfers over het eerste half jaar verschijnen eind oktober, die over het gehele jaar verschijnen eind april en zijn te vinden op StatLine en in een regionaal dashboard.
7.5 Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag 2024 CBS/WODC
Informatie over het aantal slachtoffers (van 16 jaar en ouder) van huiselijk geweld is afkomstig uit de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (PHGSG) 2024 van het CBS en WODC. De cijfers in PHGSG zijn gebaseerd op een internetenquête onder de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder in maart en april 2024. Voor het onderzoek zijn 100 duizend personen benaderd. Ruim 25 duizend personen hebben de vragenlijst ingevuld, een respons van 25,6 procent. Dit grote aantal respondenten maakt het mogelijk om betrouwbare en gedetailleerde uitspraken te doen over de prevalentie van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland.
De PHGSG beschrijft de aard en de mate waarin huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland voorkomen. Bij huiselijk geweld gaat het om vormen van geweld als psychisch geweld, fysiek geweld, stalking door een ex-partner en seksueel grensoverschrijdend gedrag die gepleegd worden door iemand binnen de huiselijke kring. De term ‘huiselijke kring’ heeft betrekking op de sociale relatie tussen slachtoffer en pleger. Tot de huiselijke kring worden gezins- en familieleden en ook eventuele (ex-)partners gerekend. Seksueel grensoverschrijdend gedrag omvat alle vormen van seksuele intimidatie en geweld. Seksueel grensoverschrijdend gedrag kan binnen en buiten de huiselijke kring plaatsvinden, zowel online als offline, in de ‘echte’ wereld. Een deel van het seksueel grensoverschrijdend gedrag dat in PHGSG wordt onderzocht valt formeel niet binnen de scope van deze impactmonitor, namelijk het seksueel grensoverschrijdend gedrag dat buiten de huiselijke kring plaatsvindt. Uit de PHGSG 2024 blijkt dat seksueel grensoverschrijdend gedrag voor het grootste deel niet in huiselijke kring plaatsvindt: 11 procent van de bevolking van 16 jaar en ouder is slachtoffer geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag buiten de huiselijke kring. Bij 1 procent gebeurde dit binnen de huiselijke kring.
Ter vergelijking zijn ook enkele uitkomsten uit de PHGSG 2022 en 2020 opgenomen. In de PHGSG 2024 zijn enkele concepten aangepast ten opzichte van eerdere versies. Waar in de voorgaande metingen (2020 en 2022) verbale agressie in huiselijke kring en dwingende controle in huiselijke kring als concepten werden gemeten, zijn deze in 2024 vervangen door het nieuwe concept psychisch geweld in huiselijke kring. Bij psychisch geweld gaat het om de structurele vormen van verbale agressie in huiselijke kring. Dat wil zeggen de vormen die maandelijks of vaker voorkomen. In de nieuwe conceptualisering gaat het om een herordening van vragen. Deze vragen zijn in 2020, 2022 en 2024 op vergelijkbare manier uitgevraagd. Om die reden kan het concept psychisch geweld, en de concepten van huiselijk geweld die daar aan verbonden zijn, in zowel 2024, als ook in 2022 en 2020 (opnieuw) worden bepaald. De reeds gepubliceerde cijfers over huiselijk geweld in de eerdere PHGSG edities zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met de cijfers in de huidige monitor; het gaat hier om een andere operationalisering van huiselijk geweld. In de Impactmonitor 2025 worden de cijfers over 2020, 2022 en 2024 getoond volgens de nieuwe concepten uit de PHGSG 2024.
7.6 Tijdelijke huisverboden (Khonraad)
Gegevens over tijdelijke huisverboden zijn afkomstig uit het IT-systeem van de firma Khonraad. Khonraad maakt het voor sectorale partijen (o.a. gemeenten, GGZ-instellingen, diverse maatschappelijke dienstverleners, politie, justitie en inspectie) mogelijk om samen te werken in elektronische dossiers in het kader van de uitvoering van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, de Wet zorg en dwang en de Wet tijdelijk huisverbod. De gegevens in het centrale IT-systeem van Khonraad geven inzicht in de tijdelijke huisverboden die worden aangevraagd en vervolgens al dan niet worden opgelegd in gemeenten die gebruik maken van dit centrale IT-systeem. In 2024 maakt ongeveer twee derde van de gemeenten gebruik van het Khonraad-systeem. Voor regio’s waar niet alle gemeenten gebruik maken van het Khonraad-systeem zijn geen gegevens beschikbaar. De cijfers die in deze rapportage worden gepresenteerd zijn het totaal van alle gemeenten waarover gegevens beschikbaar zijn.
7.8 Registraties Raad voor de Kinderbescherming
Het aantal onderzoeken en besluiten heeft het CBS ontvangen van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) vanuit het digitale Kinderbescherming Bedrijfsprocessensysteem (KBPS). In dit systeem legt de RvdK een dossier aan van ieder kind naar wie een onderzoek wordt ingesteld. Per dossier worden persoonlijke gegevens van het kind geregistreerd, en per onderzoek o.a. contacten, binnengekomen en uitgaande stukken, de overwegingen en besluiten van de onderzoeken.
7.9 Registraties OM en Raad voor de Rechtspraak
De instroom en beslissingen van het Openbaar Ministerie (OM) in huiselijk geweldzaken heeft het CBS ontvangen van het OM. Het aantal zaken waarin huiselijk geweld ten laste is gelegd en de opgelegde straffen en maatregelen heeft het CBS ontvangen van de Raad voor de Rechtspraak. Deze gegevens zijn afkomstig uit de systemen COMPAS en GPS. In het Communicatiesysteem Openbaar Ministerie Parket AdminiStratie (COMPAS) zijn gegevens opgenomen over de ingeschreven rechtbankstrafzaken bij het Openbaar Ministerie (OM), evenals de afdoening van deze zaken door het OM en de rechter in eerste aanleg.
Het systeem bevat een grote hoeveelheid gegevens over het verloop en de afloop van elke strafzaak inclusief gegevens over de verdachte en/of de vervolgde (rechts)persoon. Het Geïntegreerd Processysteem (GPS) is ontwikkeld ter vervanging van COMPAS en is sinds 2008 geleidelijk ingevoerd. De meerderheid van de relatief eenvoudige zaken worden in GPS geregistreerd en beoordeeld. De complexe zaken, bijvoorbeeld zaken die door de meervoudige kamer behandeld worden of grote onderzoekszaken, worden geregistreerd in COMPAS.
In het Geïntegreerd Processysteem (GPS) zijn gegevens opgenomen over de ingeschreven rechtbankstrafzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) evenals de afdoening van deze zaken door het OM en de rechter in eerste aanleg. Het systeem bevat een grote hoeveelheid gegevens over het verloop en de afloop van elke strafzaak inclusief gegevens over de verdachte en/of de vervolgde (rechts)persoon.
7.10 Aantal slachtoffers moord- en doodslag CBS
Elk jaar publiceert het CBS het aantal slachtoffers van moord- en doodslag, waarbij deze slachtoffers worden uitgesplitst naar een aantal kenmerken, waaronder de relatie tot de (vermoedelijke) dader.
Deze cijfers hebben betrekking op alle moorden die in Nederland hebben plaatsgevonden. Het gaat hierbij zowel om ingezetenen (personen die op het moment van overlijden staan ingeschreven bij de Basisregistratie Personen), als om niet-ingezetenen (in 2024 was dit 12,5 procent van alle slachtoffers van moord en doodslag). Deze gegevens worden opgenomen in de “Statistiek van de niet-natuurlijke dood”, die vanaf 1996 wordt bijgehouden.
De belangrijkste bronnen voor deze cijfers over moord en doodslag zijn:
- gegevens uit de door een forensisch arts ingevulde doodsoorzaakverklaringen;
- rechtbankdossiers in geval van niet-natuurlijke dood.
Hierbij kan het onderscheid tussen doodslag (iemand is opzettelijk van het leven beroofd) en moord (er is tevens sprake van voorbedachten rade) niet worden gemaakt, omdat op het moment van raadpleging van de rechtbankdossierszaak (nog) geen gerechtelijk vonnis is geveld. Hierdoor kan het onderscheid tussen verdachte en dader eveneens niet worden gemaakt.
De meest recente cijfers die het CBS hierover heeft gepubliceerd zijn op de website van het CBS te vinden, zie: Slachtoffers moord en doodslag 2024 en Vrouwelijke slachtoffers partnerdoding 2024.
Afkortingen
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
EGG
Eergerelateerd geweld
G4
Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht
GGD
Gemeentelijke gezondheidsdienst
GGZ
Geestelijke Gezondheidszorg
HGKM
Huiselijk geweld en kindermishandeling
JenV
Ministerie van Justitie en Veiligheid
MUHP
Machtiging Uithuisplaatsing
OM
Openbaar Ministerie
RvdR
Raad voor de Rechtspraak
RvdK
Raad voor de Kinderbescherming
SHG
Steunpunt Huiselijk Geweld
THV
Tijdelijk huisverbod
VGV
Vrouwelijke genitale verminking
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VO
voortgezet onderwijs
VT
Veilig Thuis
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wmo2015
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
WODC
Wetenschappelijk Onderzoeks- en documentatiecentrum