Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest tweede kwartaal 2026

2. Fosfaat- en stikstofexcretie

2.1 Fosfaat- en stikstofexcretie met rundveestapel op peildata I&R

Na afloop van elk kwartaal wordt op basis van beschikbaar gekomen nieuwe en actuele gegevens een berekening opgesteld van de totale fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel. De methodiek sluit aan bij de geharmoniseerde rekenmethodiek die door het CBS wordt toegepast (WUM, 2010; CBS, 2025). De berekeningen vormen een momentopname waarbij de omvang van de rundveestapel is gebaseerd op het aantal dieren in het I&R-register na afloop van ieder kwartaal. De omvang van de rundveestapel in de voorliggende kwartaalrapportage is gebaseerd op het aantal runderen in het I&R-register met de stand op 1 Juli 2026. Voor overige diercategorieën zijn dit de voorlopige cijfers van de landbouwtelling 1 april 2026.

In de kwartaalrapportages wordt steeds gebruik gemaakt van de meest recente gegevens over de omvang van de veestapel, de melkproductie per koe en van gegevens over de beschikbaarheid en de samenstelling van krachtvoer en ruwvoer. De kwartaalrapportages verschijnen ongeveer zes weken na afloop van het kwartaal.

In voorliggende kwartaalrapportage is de prognose gegeven van de fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel in 2026 naar de situatie op 1 Juli 2026. Hierin zijn de volgende gegevens verwerkt:

Veestapel:

Rundvee: I&R-gegevens per 1 Juli 2026 (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland - RVO).

  • Varkens, pluimvee, schapen, geiten, paarden, pony’s en konijnen: voorlopige cijfers van de Landbouwtelling op de peildatum 1 april 2026, zonder bijtellingen voor leegstand van stallen op de peildatum. Eventuele veranderingen in dieraantallen na 1 april komen hierin nog niet tot uiting.

Voerverbruik en voersamenstelling

  • Krachtvoer voor rundvee: het verbruik van mengvoer voor melkvee is berekend als een voortschrijdend jaartotaal (derde kwartaal 2025 tot en met het tweede kwartaal 2026). Vergeleken met de vorige kwartaalrapportage (tweede kwartaal 2025 tot en met het eerste kwartaal 2026) is het verbruik van melkveemengvoer gedaald met 0,6 procent, de hoeveelheid stikstof en de hoeveelheid fosfor bleven nagenoeg gelijk(Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie - Nevedi). Voor vleesvee zijn de N- en P-gehalten van het mengvoer in 2025 gebruikt (RVO).
  •  Het verbruik van graskuil en hooi in 2026 (uitgedrukt in droge stof) is nog niet bekend en daarom gebaseerd op het gemiddelde verbruik in de laatste vijf jaren waarvan definitieve cijfers bekend zijn (2020-2021: Centrale Database Kringloopwijzer; 2022-2025: CBS), waarbij de jaren met de hoogste en de laagste waarde buiten beschouwing blijven.
  • Het verbruik van snijmaïs in 2026 is geschat door de snijmaïsopbrengst per hectare in de laatste vijf jaar (2021-2025) te middelenwaarbij de jaren met de hoogste en de laagste waarde buiten beschouwing blijven. Deze gemiddelde opbrengst per hectare is vermenigvuldigd met het maïsareaal in 2025 als indicatie voor de beschikbare hoeveelheid. De maïsopbrengsten per hectare in 2021-2023 zijn gebaseerd op cijfers uit het Bedrijveninformatienet (BIN) van Wageningen Social & Economic Research. De maïsopbrengst in 2024 en 2025 is gebaseerd op cijfers over de akkerbouwproductie van het CBS.
  • Ruwvoersamenstelling: de gemiddelde samenstelling van het verbruikte graskuil en snijmaïs in 2026 wordt bepaald door de samenstelling van de oogsten in 2025 en 2026. Er wordt hierbij van uitgegaan dat de oogst in een jaar voldoende is tot en met de weideperiode van het daaropvolgende jaar. De samenstelling van de graskuiloogst is een gemiddelde samenstelling van voorjaars-, zomer- en najaarskuilen (Eurofins Agro), waarbij de samenstelling globaal voor 50 procent wordt bepaald door de voorjaarskuilen (tot en met 15 juni), voor 40 procent door de zomerkuilen (16 juni-31 augustus) en voor 10 procent door de najaarskuilen (vanaf 1 september). De samenstelling van de zomer- en najaarskuilen van 2026 is nog niet bekend. Hiervoor is uitgegaan van vijfjaarsgemiddelden waarbij de jaren met de hoogste en de laagste waarde buiten beschouwing blijven. Dit is ook gedaan voor de samenstelling van de snijmaïsoogst van 2026 en voor de samenstelling van vers gras in 2026.

Overige uitgangspunten:

  • Het P-gehalte van melk in 2026 is nog niet bekend en daarom gebaseerd op het gemiddelde van de laatste vijf jaren waarover gegevens bekend zijn (2021-2025) waarbij de jaren met de hoogste en de laagste waarde buiten beschouwing blijven (referentiemelk; Qlip). De samenstelling van andere dierlijke producten zijn niet gewijzigd ten opzichte van de vorige kwartaalrapportage.
  • De melkproductie per koe is berekend als een voortschrijdend gemiddelde, van juli 2025 tot en met juni 2026. De totale melkproductie is de som van de melkleveringen aan fabrieken (RVO) en de melk die achterblijft op de boerderij (Wageningen Social & Economic Research).
  • Voor de berekening van de mineralenuitscheiding van varkens, pluimvee en konijnen zijn de voorlopige excretiefactoren van 2025 (CBS, 2026) toegepast.

Tabel 2.1.1 laat zien dat het aantal melkkoeien in het tweede kwartaal van 2026 is gedaald met 1 procent ten opzichte van de vorige kwartaalrapportage. Het aantal stuks vleesvee nam af met 2,1 procent.

2.1.1 Aantal dieren (x 1 000)
4e kwartaalrapportage 2025 1)1e kwartaalrapportage 2026 2)2e kwartaalrapportage 2026 3)
Rundvee - melkveeTotaal2 4942 4702 453
Rundvee - melkveeVrouwelijk jongvee tot 1 jaar 441444456
Rundvee - melkveeMannelijk jongvee tot 1 jaar433943
Rundvee - melkveeVrouwelijk jongvee van 1 jaar en ouder474461443
Rundvee - melkveeMelkkoeien1 5221 5131 498
Rundvee - melkveeFokstieren van 1 jaar en ouder131314
Rundvee - vleesveeTotaal1 1151 1041 081
Rundvee - vleesveeWitvleeskalveren591583525
Rundvee - vleesveeRosévleeskalveren297298311
Rundvee - vleesveeVrouwelijk jongvee tot 1 jaar 313136
Rundvee - vleesveeVleesstieren tot 1 jaar454447
Rundvee - vleesveeVrouwelijk jongvee van 1 jaar en ouder494650
Rundvee - vleesveeVleesstieren van 1 jaar en ouder484747
Rundvee - vleesveeWeide- en zoogkoeien555464
SchapenOoien447447449
MelkgeitenMelkgeiten ouder dan 1 jaar444444432
PaardenTotaal656565
Pony'sTotaal383838
VarkensTotaal (exclusief biggen tot spenen)7 8807 8807 472
VarkensVleesvarkens4 3214 3214 120
VarkensOpfokvarkens173173175
VarkensZeugen666666641
VarkensGespeende biggen2 7142 7142 533
VarkensDekberen553
PluimveeTotaal81 60081 60082 478
PluimveeVleeskuikens36 32736 32736 730
PluimveeOpfokouderdieren vleeskuikens2 4482 4482 420
PluimveeOuderdieren vleeskuikens3 4613 4613 187
PluimveeOpfokleghennen incl ouderdieren in opfok7 8447 8449 370
PluimveeLeghennen incl ouderdieren, tot ca 20 maanden26 44026 44024 214
PluimveeLeghennen ouder dan ca 20 maanden 4 5134 5136 091
PluimveeEenden301301217
PluimveeKalkoenen266266248
KonijnenVoedsters323227
1) Het aantal runderen in het I&R-register op 1-1-2026, pluimvee op 1-12-2025. Voor de overige dieren zijn de aantallen uit de Landbouwtelling (peildatum 1 april 2025) gebruikt.
2) Het aantal runderen in het I&R-register op 1-4-2026, pluimvee op 1-12-2025. Voor de overige dieren zijn de aantallen uit de Landbouwtelling (peildatum 1 april 2025) gebruikt.
3) Het aantal runderen in het I&R-register op 1-7-2026. Voor de overige dieren zijn de voorlopige aantallen uit de Landbouwtelling (peildatum 1 april 2026) gebruikt.

In Tabel 2.1.2 is de samenstelling van de belangrijkste voedermiddelen voor graasdieren weergegeven. De samenstelling van het verbruikte ruwvoer in 2026 wordt bepaald door de oogst van het vorige jaar (2025) en de oogst van het huidige jaar (2026). De samenstelling van de graskuilen van 2025 en de voorlopige samenstelling van de voorjaarskuilen van 2026 zijn in deze kwartaalrapportage verwerkt. Voor de samenstelling van de zomer- en najaarskuilen van 2026 en voor de samenstelling van de snijmaïsoogst en vers gras in 2026 is uitgegaan van vijfjaarsgemiddelden waarbij de jaren met de hoogste en de laagste waarden buiten beschouwing blijven.

2.1.2 Samenstelling van ruwvoer en melkveemengvoer
StikstofFosforstikstoffosfor
1e kwartaal-
rapportage
2026
1e kwartaal-
rapportage
2026
2e kwartaal-
rapportage
2026
2e kwartaal-
rapportage
2026
Mengvoer melkvee (g/kg)1)28,34,2328,294,23
Graskuil oogstjaar 2025 (g/kg droge stof)2)27,73,6527,713,65
Graskuil oogstjaar 2026 (g/kg droge stof)2) 3)26,43,6726,663,65
Snijmaïs oogstjaar 2025 (g/kg droge stof)2)10,91,7010,881,70
Snijmaïs oogstjaar 2026 (g/kg droge stof)2) 3)11,01,7310,991,73
Vers gras 2026 (g/kg droge stof)2) 3)31,33,9331,253,93
1) Bron: Nevedi.
2) Bron: Eurofins Agro.
3) In de eerste kwartaalrapportage is het cijfer het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren zonder het jaar met de laagste en het jaar met de hoogste waarde.

In Tabel 2.1.3 is de melkproductie per koe per jaar weergegeven. Het cijfer is een voortschrijdend gemiddelde over de voorgaande 12 maanden, van juli 2025 tot en met juni 2026. Ten opzichte van de vorige kwartaalrapportage steeg de melkproductie per koe met 0,5 procent.

Tabel 2.1.3 Melkproductie per koe (kg/koe/jaar)
4e kwartaalrapportage 20251e kwartaalrapportage 20262e kwartaalrapportage 2026
Melkproductie937095259575

In Tabel 2.1.4 is de prognose weergegeven van de fosfaat- en stikstofexcretie.

Tabel 2.1.4 Fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel met de rundveestapel op peildata van het I&R-systeem1) (mln kg)
FosfaatFosfaatFosfaatStikstofStikstofStikstof
4e kwartaal-rapportage 20251e kwartaal-rapportage 20262e kwartaal-rapportage 20264e kwartaal-rapportage 20251e kwartaal-rapportage 20262e kwartaal-rapportage 2026
RundveeTotaal83,881,981,2290,7296,0293,4
RundveeMelkvee7573,372,4259,3264,8261,8
RundveeVleeskalveren5,45,35,119,119,118,2
RundveeOverig vleesvee3,53,33,712,312,113,3
VarkensTotaal29,729,729,073,873,874,2
PluimveeTotaal19,819,819,546,946,947,4
PluimveeKippen19,619,619,346,346,346,9
PluimveeKalkoenen0,20,20,10,50,50,4
PluimveeEenden0,10,10,10,20,20,1
Paarden, pony’s, schapen en geitenTotaal7,277,021,221,121,0
KonijnenTotaal0,10,10,10,30,30,2
VeestapelTotaal140,7138,6136,8432,9438,0436,2
VeestapelProductieplafond2)135,0135,0135,0440,0440,0440,0
1)De omvang van de rundveestapel in de kwartaalrapportages is gebaseerd op de aantallen in het I&R-systeem voor rundvee aan het einde van elk kwartaal.
2) Door de Europese Commissie en in Nederlandse wetgeving vastgesteld productieplafond voor Nederland.
N.B. de momentopnames na afloop van elk kwartaal zijn door veranderingen in de rundveestapel niet representatief voor de fosfaat- en stikstofexcretie in het hele jaar. Daarnaast zijn de waarden van een aantal variabelen in de kwartaalrapportages geschat, zoals het verbruik en de samenstelling van bepaalde voeders, omdat deze gegevens op het moment van rapportage nog niet beschikbaar waren.

In 2025 zijn vanwege de derogatiebeschikking (EC, 2022) de productieplafonds verlaagd tot 440 miljoen kilogram stikstof en 135 miljoen kilogram fosfaat (Stb-2024-369). De stikstofexcretie van de gehele veestapel is volgens de momentopname in het tweede kwartaal van 2026 436,2 miljoen kilogram, 0,9 procent onder het stikstofproductieplafond. De fosfaatexcretie van de gehele veestapel bedroeg in het tweede kwartaal 136,8 miljoen kilogram, 1,3 procent boven het productieplafond. 

Vergeleken met de vorige kwartaalrapportage is de stikstofexcretie afgenomen. De prognose van de fosfaat- en stikstofexcretie in 2026 in deze kwartaalrapportage berust voor een groot deel op voorlopige cijfers over de omvang van de veestapel en de hoeveelheden en de samenstelling van ruwvoer en krachtvoer. Dit betekent dat de onzekerheid in de prognose van de excretie in 2026 in deze kwartaalrapportage relatief groot is.  

2.2 Fosfaat- en stikstofexcretie met gemiddeld aantal dieren

Na afloop van elk kalenderjaar berekent het CBS achtereenvolgens voorlopige en definitieve cijfers over de fosfaat- en stikstofexcretie van de veestapel. Bij de definitieve cijfers wordt uitgegaan van de excretiefactoren per dier die zijn vastgesteld door de Werkgroep Uniformering berekening Mest- en mineralencijfers (WUM) en het aantal dieren in de Landbouwtelling. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat het aantal dieren op de peildatum 1 april van de Landbouwtelling overeenkomt met het gemiddeld aantal aanwezige dieren in het jaar, behalve in jaren met uitbraken van dierziekten of andere bijzondere omstandigheden. In Tabel 2.2.1 is de excretie van stikstof en fosfaat in 2024 en voorlopig 2025 weergegeven. De definitieve cijfers van 2025 worden in september 2026 verwacht.

Tabel 2.2.1 Fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel op basis van het aantal dieren op de peildatum 1 april van de Landbouwtelling (mln kg)
FosfaatFosfaatStikstofStikstof
20242025*20242025*
RundveeTotaal86,184,0298,4292,3
RundveeMelkvee76,775,0265,2260,5
RundveeVleeskalveren5,55,319,618,6
RundveeOverig vleesvee3,93,713,713,3
VarkensTotaal32,330,380,177,7
PluimveeTotaal20,820,048,748,1
PluimveeKippen20,319,847,647,5
PluimveeKalkoenen0,30,10,90,4
PluimveeEenden0,10,10,20,2
Paarden, pony’s,
schapen en geiten
Totaal7,47,121,521,2
KonijnenTotaal0,10,10,30,3
VeestapelTotaal146,7141,5448,9439,6
N.B. Door afronding kunnen de weergegeven totalen afwijken van de som van de afzonderlijke getallen.