Levensverwachting in Caribisch Nederland, 1998-2025

3. Resultaten

3.1 Bevolkingsontwikkeling Caribisch Nederland

Op 1 januari 2026 telde Caribisch Nederland 33,2 duizend inwoners. Vergeleken met het Europese deel van Nederland is met name het aandeel ouderen kleiner. De gemiddelde leeftijd ligt dan ook 2 jaar lager dan in het Europese deel van Nederland. Dit verschil neemt wel iets af: het aandeel ouderen is sinds 2011 toegenomen in Caribisch Nederland. Eind jaren ’90 had Caribisch Nederland nog ruim 16 duizend inwoners. Tot 2003 daalde het aantal inwoners tot onder de 14 duizend, waarna het aantal geleidelijk toenam. Na 2020 is de bevolking van Caribisch Nederland wat sneller gegroeid door toegenomen immigratie. In de jaren voor 2010 lag het aantal overleden inwoners van Caribisch Nederland rond de 90 per jaar. In de periode daarna, van 2010 tot 2020 overleden zo’n 120 inwoners per jaar. Sindsdien is dat geleidelijk gestegen naar 200 per jaar.

Tabel 3.1.1
Caribisch Nederland, overledenenCaribisch Nederland, bevolking op 1 januariEuropees Nederland, overledenenEuropees Nederland, bevolking op 1 januari
1998891653613748215654192
1999961609714048715760225
20001081517814052715863950
2001711444214037715987075
2002881391514235516105285
2003921378414193616192572
20041061396913655316258032
2005891443513640216305526
2006841519613537216334210
2007*771573013302216357992
2008*671638413513616405399
2009*721733513423516485787
20101171802713605816574989
20111402108713574116655799
2012952230414081316730348
20131092329614124516779575
20141362427913922316829289
20151222459314713416900726
2016992454814899716979120
20171342443915021417081507
20181022505215336317181084
20191252515715188517282163
20201432598716867817407585
20211622680517097217475415
20221962772617011217590672
20231692941816952117811291
20241813039717216517942942
20252033198017349418044027
20263322918130208

* Het aantal overledenen in Saba en Sint Eustatius ontbreekt

3.2 Uitkomsten

Het startpunt van de berekening van de levensverwachting in Caribisch Nederland is het uitrekenen van een verkorte overlevingstafel met als bovengrens de leeftijd van 85 jaar of ouder. Dit geeft een fluctuerende levensverwachting bij geboorte (lichtblauwe lijn in grafiek 3.2.1). Voor 2015 ligt de levensverwachting in Caribisch Nederland in de meeste jaren lager dan in Europees Nederland. Na 2015 ligt de levensverwachting in Caribisch Nederland in de meeste jaren juist wat hoger.

Vervolgens worden de sterftekansen onder 55 jaar vervangen door de leeftijdsspecifieke sterftekansen (inclusief een tijdsontwikkeling) over de hele periode. Op deze manier worden de sterftekansen uitgemiddeld. Deze kunnen anders in de ene leeftijdsgroep heel hoog zijn doordat er iemand is overleden en in een andere leeftijdsgroep juist gelijk aan nul omdat er niemand in die leeftijdsgroep is overleden. Deze aanpassing geeft nog steeds een fluctuerend beeld van de levensverwachting bij geboorte (donkerblauwe lijn in grafiek 3.2.1).

De laatste stap is het toepassen van een Poisson-regressie op de sterftekansen. Hierbij worden de leeftijdsgroepen als factoren behandeld, terwijl de jaren een derdegraads polynoom vormen. Op deze manier worden de sterftekansen per leeftijdsgroep gemiddeld over de jaren, maar wordt er wel rekening gehouden met een toename of afname over de tijd. Het resultaat is een gladde levensverwachting bij geboorte (lichtgroene lijn in grafiek 3.2.1).

3.2.1 Levensverwachting bij geboorte, mannen en vrouwen
 Europees Nederland (Jaren)Caribisch Nederland, startpunt (Jaren)Caribisch Nederland, gecorrigeerd (Jaren)Caribisch Nederland, definitief (Jaren)
19987877,477,978,9
19997877,377,678,1
200078,174,575,877,5
200178,380,379,477,2
200278,478,476,776,9
200378,777,176,476,9
200479,275,675,776,9
200579,577,778,477,1
200679,878,579,777,4
200780,276,477,377,7
200880,479,279,178,1
200980,779,678,878,6
201080,878,679,279,1
201181,177,978,579,6
2012818382,480,2
201381,38282,180,7
201481,679,980,681,3
201581,581,681,481,7
201681,584,684,682,2
201781,781,581,382,6
201881,885,785,382,8
20198283,482,483
202081,483,383,383,1
202181,382,181,583
202281,68080,282,8
202381,882,482,582,4
202481,982,382,181,9
202582,181,782,781,2

Tot en met 2014 ligt de levensverwachting in Europees Nederland gemiddeld hoger dan in Caribisch Nederland, maar in de periode erna is dit juist omgekeerd. In de meest recente periode (2023 tot en met 2025) ligt de levensverwachting dicht bij die van Europees Nederland. De levensverwachting in Caribisch Nederland steeg van 2003 tot 2019, daarna is een lichte daling zichtbaar. In Europees Nederland nam de levensverwachting in de periode 2002-2012 sterker toe dan gemiddeld en na 2012 zette deze trend niet door (Stoeldraijer, 2020). Aan het begin van de coronapandemie is er voor Europees Nederland een daling zichtbaar van de levensverwachting in 2020 met in de jaren erna een licht herstel. In Caribisch Nederland is er geen zichtbare daling in 2020, maar is wel duidelijk dat de stijgende trend van voor de coronapandemie niet doorzet. In de meest recente periode (2023 tot en met 2025) was de ruwe levensverwachting in Caribisch Nederland vrij stabiel. Er lijkt geen sprake te zijn van een dalende trend. Door de sterke fluctuaties in de levensverwachting voor Caribisch Nederland is de precieze richting echter onzeker en zal deze pas na een wat langere tijd duidelijker worden.

De levensverwachting in Caribisch Nederland ligt voor vrouwen hoger dan voor mannen, net als in Europees Nederland het geval is. Op basis van het startpunt van de berekening, waarin veel fluctuaties te zien zijn, is de levensverwachting voor mannen in enkele jaren hoger dan voor vrouwen. Door het kleine aantal inwoners kan dit wel eens voorkomen. Het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen op basis van de modelwaarden is in de eerste tien jaar van de periode iets afgenomen en daarna weer toegenomen tot 4 jaar. In Europees Nederland is het verschil tussen mannen en vrouwen in 2023 3 jaar. Ook hier was vanaf 1998 een afname te zien in het verschil, maar dit is meer geleidelijk verminderd in de periode.

3.2.2 Levensverwachting bij geboorte in Caribisch Nederland naar geslacht
 Definitief mannen (Jaren)Startpunt mannen (Jaren)Definitief vrouwen (Jaren)Startpunt vrouwen (Jaren)
199876,873,38186,4
199976,176,180,178,6
200075,673,179,476
200175,387,778,979,2
200275,176,178,680,9
20037575,478,578,4
200475,173,678,577,5
200575,376,178,679,7
200675,676,278,981,3
200775,970,779,284,4
200876,376,979,681,8
200976,878,280,181,1
201077,378,280,679
201177,87681,280,5
201278,48381,783,2
201378,980,682,383,6
201479,477,682,982,7
201579,979,883,484,1
201680,381,983,988
201780,780,684,383
201880,989,784,784,8
201981,180,58586,6
202081,279,585,189,1
202181,181,385,183
202280,978,48581,8
202380,581,484,783,6
20248080,384,384,7
202579,378,683,785,6

3.3 Onzekerheidsmarges

Met behulp van de berekende sterftekansen, de waargenomen bevolkingsaantallen en de methode in Silcocks, Jenner en Reza (2001) kunnen onzekerheidsmarges worden berekend rond de levensverwachting bij geboorte en op iedere leeftijd. De onzekerheidsmarges geven de bandbreedte weer waarbinnen de jaar-op-jaar-variatie in de levensverwachting naar alle waarschijnlijkheid zal liggen.

In grafiek 3.3.1 wordt de levensverwachting weergegeven met de onzekerheidsmarge rondom de levensverwachting van Caribisch Nederland. Van 2007 tot 2010 is de onzekerheid iets groter dan in de jaren hier direct voor en na. Dat komt doordat voor deze jaren alleen de sterftecijfers van Bonaire beschikbaar zijn. De totale bandbreedte neemt af: van 8 jaar in 1998 tot 5 jaar in 2025. Wat opvalt is dat de levensverwachting in het Europese deel van Nederland volledig binnen de marge valt van de levensverwachting in Caribisch Nederland. Hieruit kan worden opgemaakt dat de levensverwachting in Caribisch Nederland niet significant verschilt van de levensverwachting in het Europese deel van Nederland.

3.3.1 Levensverwachting bij geboorte met 95%-betrouwbaarheidsinterval, mannen en vrouwen
 Europees Nederland (Jaren)Caribisch Nederland (Jaren)Caribisch Nederland (95%-betrouwbaarheidsinterval) (Jaren)
19987878,975 – 82,8
19997878,174,3 – 82
200078,177,573,7 – 81,4
200178,377,273,3 – 81,0
200278,476,973,1 – 80,8
200378,776,973,1 – 80,7
200479,276,973,2 – 80,7
200579,577,173,4 – 80,7
200679,877,473,8 – 80,9
200780,277,773,6 – 81,8
200880,478,174,1 – 82,1
200980,778,674,7 – 82,5
201080,879,175,9 – 82,3
201181,179,676,6 – 82,7
20128180,277,2 – 83,2
201381,380,777,8 – 83,7
201481,681,378,3 – 84,2
201581,581,778,8 – 84,7
201681,582,279,2 – 85,2
201781,782,679,6 – 85,5
201881,882,879,9 – 85,8
2019828380,1 – 85,9
202081,483,180,3 – 85,9
202181,38380,3 – 85,8
202281,682,880,2 – 85,4
202381,882,479,9 – 85,0
202481,981,979,5 – 84,3
202582,181,278,9 – 83,5