5. Conclusies
Sectie 3 bevat aanbevelingen voor toekomstig veldwerk en voor de analyse van de bestaande data. Het is belangrijk om jaarlijks een willekeurig deel van de proefvlakken te blijven opnemen, omdat veranderingen van opnamefrequentie dan geen statistische problemen opleveren. Opnamen op dezelfde plaats die met een ander proefvlakformaat zijn uitgevoerd moeten als nieuwe tijdreeks worden behandeld, dus het is raadzaam om veranderingen in proefvlakformaat zoveel mogelijk te beperken. De spreiding in bezoekmoment per proefvlak door de jaren heen (dagnummer) kan beter worden beperkt. Er zijn geen signalen van ruimtelijke correlatiestructuur gevonden in de data, dus daar hoeft in de analyse geen rekening mee te worden gehouden.
Sectie 4 bevat de resultaten van een poweranalyse die op basis van de bestaande waarnemingen is uitgevoerd. De vraag hoeveel meetinspanning minimaal nodig is moet per casus (onderzoeksvraag, soort, gebied) worden beantwoord. De uitkomsten voor de 15 geanalyseerde soort-gebiedscombinaties geven samen aanknopingspunten om de beschikbare meetinspanning zo efficiënt mogelijk in te zetten en om in te schatten wanneer de huidige meetinspanning tekort schiet. Eén generieke aanbeveling is dat vaker bezoeken dan eens in de zes jaar raadzaam is om effecten in bedekking per soort te detecteren, ook als dat ten koste gaat van het aantal meetlocaties dat kan worden gehandhaafd.