Minimum European Health Module (MEHM) in de gezondheidsenquête en EU-SILC

3. Resultaten

In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de Gezondheidsenquête en EU-SILC met elkaar vergeleken. Eerst worden de resultaten voor de MEHM voor de jaren 2014 tot en met 2024 vergeleken. Vervolgens wordt dieper ingegaan op het recentste onderzoeksjaar 2024. Eerst worden de persoonskenmerken van beide onderzoeken beschreven voor 2024. Vervolgens worden het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid, het percentage mensen met een langdurige beperking en het percentage mensen met een langdurige aandoening naar achtergrondkenmerken beschreven en vergeleken.

3.1 De MEHM voor de jaren 2014 tot en met 2024

3.1.1 Trends in ervaren gezondheid

In 2024 is het percentage mensen van 16 jaar of ouder met een (zeer) goede ervaren gezondheid hoger in de Gezondheidsenquête dan in EU-SILC.

Het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid verschilt in de jaren 2014 tot en met 2020 niet statistisch significant (minder dan 1 procent) tussen EU-SILC en de Gezondheidsenquête. In 2020 (het eerste jaar met corona) steeg het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid in beide onderzoeken tot 78 procent. Daarna daalde het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid in SILC tot 70 procent in 2023 en 2024.

In de Gezondheidsenquête bleef het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid in 2021 nog relatief hoog (77 procent) en daalde het tot 73 procent in 2024.

3.1.1.1 Ervaren gezondheid, bevolking van 16 jaar of ouder
2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
EU-SILC Zeer goed 23,2 22,2 22,5 22,4 23,5 23,3 26,1 17,6 13,7 14,0 14,4
EU-SILC Goed 54,1 54,0 53,4 53,7 52,2 51,6 51,9 55,6 57,5 55,5 55,4
EU-SILC Gaat wel 17,3 18,6 19,2 19,3 19,6 19,7 17,6 21,6 23,5 24,0 24,2
EU-SILC Slecht of zeer slecht 5,4 5,4 5,3 4,9 4,7 5,5 4,4 5,2 5,3 6,5 6,0
EU-SILC Goed of zeer goed 77,3 76,2 75,9 76,1 75,7 74,8 77,9 73,2 71,2 69,5 69,8
GEZO Zeer goed 22,4 22,0 22,1 21,6 21,2 19,5 22,8 21,6 16,9 16,7 17,6
GEZO Goed 54,6 53,9 53,5 54,3 53,6 56,0 55,6 55,8 56,6 57,1 55,7
GEZO Gaat wel 17,7 19,1 18,4 18,3 19,5 19,4 17,5 18,5 21,0 20,6 21,3
GEZO Slecht of zeer slecht 5,3 5,0 5,9 5,8 5,7 5,1 4,1 4,2 5,5 5,5 5,5
GEZO Goed of zeer goed 77,0 75,9 75,7 75,9 74,8 75,5 78,4 77,3 73,5 73,8 73,2
EU-SILC 77,3 76,2 75,9 76,1 75,7 74,9 77,9 73,2 71,2 69,8 69,8
Gezondheidsenquête 77,0 75,9 75,7 75,9 74,8 75,5 78,4 77,3 73,5 73,8 73,2

Tot 2018 is er minder dan 1 procent verschil in het percentage mensen met een goede en een zeer goede gezondheid tussen beide onderzoeken. In de jaren 2018 tot en met 2020 is het percentage mensen met een zeer goede ervaren gezondheid hoger in EU-SILC en het percentage mensen met een goede ervaren gezondheid lager dan in de Gezondheidsenquête. Hierdoor verschilt het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid niet significant tussen beide onderzoeken in deze periode. In de periode 2021 tot en met 2024 is vooral het percentage mensen met een zeer goede ervaren gezondheid hoger in de Gezondheidsenquête dan in EU-SILC. In de jaren 2021 en 2022 is het percentage mensen dat aangeeft de gezondheid als goed te ervaren ongeveer gelijk in EU-SILC en de Gezondheidsenquête. In 2024 geven meer mensen aan dat hun gezondheid goed is in de Gezondheidsenquête.

Eurostat voegt voor publicaties de groepen mensen samen die hun gezondheid als ‘slecht’ of ‘zeer slecht’ ervaren. Daarom is dit in deze tabel ook gedaan. Voor de jaren 2016 tot en met 2018 is het percentage mensen dat de gezondheid als slecht of zeer slecht ervaart hoger in de Gezondheidsenquête.

3.1.1.2 Percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid.
 EU-SILCGezondheidsenquête
201477,377,0
201576,275,9
201675,975,7
201776,175,9
201875,774,8
201974,975,5
202077,978,4
202173,277,3
202271,273,5
202369,873,8
202469,873,2

3.1.2 Trends in langdurige beperkingen

In 2024 is het percentage mensen met een GALI-beperking hoger in de Gezondheidsenquête dan in EU-SILC; 35 tegen 31 procent. Dit was ook het geval in de jaren 2019 en 2020. In de Gezondheidsenquête is het percentage mensen met een GALI-beperking gestegen tussen 2014 en 2024. In EU-SILC is geen sprake van een stijging.

Het percentage mensen dat een niet-ernstige beperking heeft is zowel in de Gezondheidsenquête als in EU-SILC toegenomen tussen 2014 en 2024.

3.1.2.1 Langdurige beperking, bevolking van 16 jaar of ouder
20142015201620172018201920202021202220232024
EU-SILCErnstig beperkt (%)5,57,36,16,15,55,04,74,35,04,94,5
Wel beperkt maar niet ernstig (%)22,923,423,524,325,724,323,925,627,327,227,0
Beperking (%)28,430,729,530,431,229,328,629,932,332,131,4
GEZOErnstig beperkt (%)6,47,17,37,06,95,85,04,96,36,06,2
Wel beperkt maar niet ernstig (%)22,523,023,325,425,424,224,524,624,425,126,4
Beperking (%)29,030,130,532,432,330,029,429,430,731,132,6

3.1.2.2 Percentage mensen met een GALI-beperking
 EU-SILCGezondheidsenquête
201428,429,0
201530,730,1
201629,530,5
201730,432,4
201831,232,3
201929,332,2
202028,631,4
202129,931,5
202232,333,1
202332,133,6
202431,435,0

3.1.3 Trends in langdurige aandoeningen

In 2024 is er geen significant verschil tussen het percentage mensen met een langdurige aandoening in EU-SILC en de Gezondheidsenquête. Het percentage mensen met een langdurige aandoening was in de jaren 2018 tot en met 2020 iets hoger in de Gezondheidsenquête dan in EU-SILC.

3.1.3.1 Langdurige aandoening, bevolking van 16 jaar of ouder
20142015201620172018201920202021202220232024
EU-SILC34,735,333,033,432,432,332,533,436,336,336,3
GEZO34,234,034,434,935,235,335,034,834,835,435,2

3.1.3.2 Percentage mensen met een langdurige aandoening
 EU-SILCGezondheidsenquête
201434,734,2
201535,334,0
201633,034,4
201733,434,9
201832,435,2
201932,335,3
202032,535,0
202133,434,8
202236,334,8
202336,335,4
202436,335,2

3.2 MEHM naar persoonskenmerken

In tabel 3.2 staan de persoonskenmerken van de Gezondheidsenquête en EU-SILC weergegeven voor de mensen van 16 jaar of ouder. Zowel in EU-SILC als in de Gezondheidsenquête worden de percentages gewogen om een zo goed mogelijke afspiegeling te krijgen van de Nederlandse bevolking. Voor geslacht en leeftijd zijn de gewogen percentages tussen EU-SILC en Gezondheidsenquête gelijk.

Voor onderwijsniveau zijn er wel verschillen tussen de Gezondheidsenquête en EU-SILC. Onderwijsniveau is dan ook geen variabele in het weegmodel van beide onderzoeken, maar een onderwerp dat in beide onderzoeken wordt uitgevraagd. Voor beide onderzoeken is voor 16 tot 25 jaar gekeken naar de hoogst gevolgde opleiding en voor 25 jaar of ouder naar de hoogst behaalde opleiding.

In EU-SILC is het aandeel mensen dat basisonderwijs, vmbo of mbo volgenden/behaalden lager dan in de Gezondheidsenquête en het aandeel mensen dat hbo of wo volgden/behaalden hoger. Het (gewogen) aandeel missende waarden is hoger in de Gezondheidsenquête.

In de Enquête beroepsbevolking (EBB), de bron waarop het onderwijsniveau van de Nederlandse bevolking wordt bepaald, ziet men onder de 15- tot 90-jarigen (StatLine) dat 27,9 procent van de bevolking basisonderwijs, vmbo, mbo1 heeft behaald, 36,0 procent havo, vwo of mbo2-4 en 35,6 procent hbo of wo. De gewogen percentages van de Gezondheidsenquête liggen dichter bij de EBB dan de percentages van EU-SILC. Mogelijk speelt hier een paneleffect mee. Vooral onder jongeren zal het aandeel dat hbo of wo volgt, stijgen in volgende peilmomenten omdat de jongeren hun opleiding (kunnen) afronden.

Wat betreft de indelingen in kwintielgroepen van het gestandaardiseerd inkomen wijken de gewogen percentages in de Gezondheidsenquête en EU-SILC nauwelijks van elkaar af. Alleen in het derde kwintiel is er een klein verschil. Daarnaast ziet men dat de inkomens in EU-SILC geen missende waarden hebben, terwijl de Gezondheidsenquête ruim 1 procent missende waarden heeft. Omdat inkomen de belangrijkste doelvariabele is van EU-SILC, worden huishoudens waarvan het inkomen onbekend is verwijderd uit het analysebestand van EU-SILC.

Ongewogen zijn de verschillen in de kwintielgroepen tussen beide onderzoeken groter. Dit kan mogelijk verklaard worden door de gestratificeerde steekproeftrekking en de oversampling van mensen met een laag inkomen in EU-SILC.

3.2.1 Achtergrondkenmerken respondenten Gezondheidsenquête en EU-SILC, 2024
EU-SILCGezondheidsenquête
% Gewogen% Ongewogen% Gewogen% Ongewogen
GeslachtMan49,449,549,448,4
GeslachtVrouw50,650,550,651,6
Leeftijd16-25 jaar13,44,813,411,2
Leeftijd25-45 jaar30,719,930,728,3
Leeftijd45-65 jaar32,031,932,031,7
Leeftijd65-75 jaar13,223,713,217,0
Leeftijd75 jaar of ouder10,819,610,811,8
Onderwijsniveaubasisonderwijs, vmbo, mbo117,420,721,821,8
Onderwijsniveauhavo, vwo, mbo2-434,735,436,936,8
Onderwijsniveauhbo, wo46,343,139,639,9
OnderwijsniveauOnbekend1,50,81,71,5
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd1ste kwintiel15,314,115,411,7
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd2de kwintiel16,819,116,916,0
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd3de kwintiel19,921,918,620,1
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd4de kwintiel22,822,222,724,2
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd5de kwintiel25,222,725,126,8
Huishoudinkomen, gestandaardiseerdOnbekend..1,31,2

3.2.1 Ervaren gezondheid naar persoonskenmerken

In de Gezondheidsenquête is het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid (74 procent) hoger dan in EU-SILC (70 procent). Ook onder mannen en vrouwen is het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid hoger in de Gezondheidsenquête evenals als in de jongste en oudste leeftijdsgroepen. In alle opleidingsgroepen en in het eerste, derde en vijfde inkomenskwintiel is het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid ook hoger in de Gezondheidsenquête.

De patronen in het hebben van een (zeer) goede ervaren gezondheid zijn wel gelijk in beide onderzoeken. Meer mannen dan vrouwen hebben een (zeer) goede ervaren gezondheid. Het percentage mensen met een (zeer) goede ervaren gezondheid daalt met de leeftijd en stijgt met de inkomensgroep. Ook ziet men gelijkaardige verschillen tussen de opleidingsgroepen in de Gezondheidsenquête en EU-SILC.

3.2.1.1 Ervaren gezondheid naar achtergrondkenmerken, bevolking van 16 jaar of ouder, 2024
EU-SILC 95%-betrouwbaar-
heidsinterval
Gezondheids-
enquête 95%-betrouwbaar-
heidsinterval
Verschil onderzoeken
%OndergrensBovengrens%OndergrensBovengrens%-punten
Totaal, 16 jaar of ouder69,869,070,673,272,374,23,4
GeslachtMan71,270,072,375,474,076,74,2
GeslachtVrouw68,567,369,671,169,872,52,7
Leeftijd16-25 jaar80,678,682,585,283,187,34,7
Leeftijd25-45 jaar79,478,180,780,578,982,11,1
Leeftijd45-65 jaar66,765,368,269,767,971,53,0
Leeftijd65-75 jaar60,157,762,564,761,967,64,6
Leeftijd75 jaar of ouder49,947,252,658,455,261,78,5
Onderwijsniveaubasisonderwijs, vmbo, mbo151,549,453,758,856,461,17,2
Onderwijsniveauhavo, vwo, mbo2-468,967,570,373,972,375,55,0
Onderwijsniveauhbo, wo78,177,079,281,680,282,93,5
Onbekend44,637,451,950,542,158,95,9
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd1ste kwintiel50,748,453,056,453,659,15,6
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd2de kwintiel61,959,864,166,363,768,84,3
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd3de kwintiel68,967,170,873,270,975,44,2
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd4de kwintiel75,874,277,476,774,778,60,9
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd5de kwintiel81,880,483,285,183,586,63,3
Huishoudinkomen, gestandaardiseerdOnbekend...75,867,584,0

3.2.2 Langdurige beperkingen naar persoonskenmerken

Het aandeel 16-plussers met een langdurige beperking (volgens de GALI-indicator) is hoger in de Gezondheidsenquête (35 procent) dan in EU-SILC (31 procent). Dit verschil ziet men bij zowel mannen als vrouwen. Daarnaast is het percentage mensen met langdurige beperking ook hoger onder 45- tot 65-jarigen en onder mensen in het vierde inkomenskwintiel.

De patronen naar persoonskenmerken verschillen niet tussen beide onderzoeken. Het aandeel mensen met een langdurige beperking is hoger onder vrouwen dan onder mannen, en neemt toe naarmate de leeftijd toeneemt. Onder mensen met een lager inkomen is het aandeel mensen met een beperking hoger.

3.2.2.1 Langdurige beperking naar achtergrondkenmerken, bevolking van 16 jaar of ouder, 2024
EU-SILC GezondheidsenquêteVerschil onderzoeken
95%-betrouwbaarheidsinterval95%-betrouwbaarheidsinterval
%OndergrensBovengrens%OndergrensBovengrens%-punten
Totaal, 16 jaar of ouder31,430,632,332,631,633,61,2
Man28,026,829,129,127,730,61,2
Vrouw34,933,636,136,034,637,51,2
16-25 jaar14,012,315,715,012,917,21,0
25-45 jaar21,520,222,921,019,422,6-0,5
45-65 jaar34,132,635,636,534,738,42,4
65-75 jaar45,242,747,648,445,451,43,2
75 jaar of ouder55,953,158,656,653,359,90,8
basisonderwijs, vmbo, mbo147,044,849,247,645,350,00,7
havo, vwo, mbo2-433,031,534,432,030,333,6-1,0
hbo, wo24,423,225,524,823,326,30,4
Onbekend47,739,755,637,429,245,6-10,3
1ste kwintiel46,444,048,845,542,848,3-0,8
2de kwintiel41,038,843,241,939,244,50,8
3de kwintiel33,031,134,934,031,636,41,0
4de kwintiel25,423,827,128,025,930,02,5
5de kwintiel21,119,622,622,620,824,41,5
Onbekend15,836,63,6

3.2.3 Langdurige aandoeningen naar persoonskenmerken

Het percentage mensen met een langdurige aandoening is niet significant verschillend tussen respondenten van EU-SILC en respondenten van de Gezondheidsenquête. Ook naar geslacht en inkomen zijn er geen verschillen tussen beide onderzoeken. Alleen onder respondenten van 16 tot 25 jaar en mensen met havo, vwo, mbo2-4 onderwijs (en onderwijsniveau onbekend) is het percentage mensen met een langdurige aandoening hoger in EU-SILC.

3.2.3.1 Langdurige aandoening naar achtergrondkenmerken, bevolking van 16 jaar of ouder, 2024
EU-SILC 95%-betrouwbaar-
heidsinterval
Gezondheids-
enquête 95%-betrouwbaar-
heidsinterval
Verschil onderzoeken
%OndergrensBovengrens%OndergrensBovengrens%-punten
Totaal, 16 jaar of ouder36,335,437,135,234,236,31,0
GeslachtMan33,732,434,931,930,533,41,7
GeslachtVrouw38,837,640,038,537,039,90,4
Leeftijd16-25 jaar16,915,118,813,111,115,13,8
Leeftijd25-45 jaar25,824,427,225,023,226,70,9
Leeftijd45-65 jaar41,239,642,741,839,943,7-0,6
Leeftijd65-75 jaar53,551,156,051,448,454,42,2
Leeftijd75 jaar of ouder54,651,957,352,749,456,11,9
Onderwijsniveaubasisonderwijs, vmbo, mbo147,044,849,145,242,947,61,7
Onderwijsniveauhavo, vwo, mbo2-438,236,839,734,933,236,63,4
Onderwijsniveauhbo, wo30,128,931,330,028,431,60,1
OnderwijsniveauOnbekend61,253,768,735,727,643,725,5
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd1ste kwintiel49,246,951,544,541,747,24,7
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd2de kwintiel41,439,243,641,839,244,4-0,4
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd3de kwintiel36,834,838,736,133,738,50,7
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd4de kwintiel31,830,133,532,630,534,8-0,8
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd5de kwintiel29,027,430,627,425,529,41,5
Huishoudinkomen, gestandaardiseerdOnbekend24,416,132,7

3.3 Interpretatie van de verschillen in resultaten

Voor de hele bevolking van 16 jaar of ouder is het percentage met een (zeer) goede ervaring hoger in de Gezondheidsenquête dan in EU-SILC terwijl in EU-SILC minder mensen aangeven een langdurige beperking te hebben dan in de Gezondheidsenquête. Er is vrijwel geen verschil in het percentage 16-plussers dat aangeeft een langdurige aandoening te hebben tussen beide onderzoeken.

Zoals in paragraaf twee is aangegeven bestaan er methodologische verschillen tussen de Gezondheidsenquête en EU-SILC. Voor een aantal verschillen wordt in deze paragraaf gekeken of dit de verklaring is voor de significante verschillen in ervaren gezondheid en langdurige beperkingen.

3.3.1 Verschillen in design: panel versus jaarlijkse steekproef

EU-SILC is een panelonderzoek. Respondenten doen 6 keer mee aan het panel met een tussenpauze van steeds 1 jaar. Op deze manier zitten er ieder jaar respondenten van peiling 1 tot en met peiling 6 in de steekproef. Omdat de jaarlijkse Gezondheidsenquête bestaat uit steeds een volledige nieuwe steekproef wordt in tabel 3.3.1.1 peiling 1 van EU-SILC vergeleken met de Gezondheidsenquête. Hierbij werd een nieuwe weging gemaakt voor alleen peiling 1.

3.3.1.1 Peiling 1 EU-SILC vergeleken met Gezondheidsenquête, 2024
EU-SILC peiling 1GezondheidsenquêteVerschil onderzoeken
95%-Betrouwbaarheidsinterval95%-Betrouwbaarheidsinterval
%OndergrensBovengrens%OndergrensBovengrens%-punten
(Zeer) goede ervaren gezondheid69,167,570,773,272,374,24,2
Langdurige beperking30,829,132,432,631,633,61,9
Langdurige aandoening35,634,037,335,234,236,30,6

In peiling 1 van EU-SILC gaf 69 procent van de respondenten van 16 jaar en ouder aan de gezondheid als (zeer) goed te ervaren en 31 procent gaf aan een langdurige beperking te hebben. Het percentage mensen met een als (goed) ervaren gezondheid is ook voor respondenten die de eerste peiling in 2024 hadden lager dan in de Gezondheidsenquête. Ook het aandeel mensen met een langdurige beperking is lager in EU-SILC op peiling 1. Er is geen verschil in het percentage mensen met een langdurige aandoening tussen peiling 1 van EU-SILC en de Gezondheidsenquête.

3.3.2 Leeftijd

Omdat de EU-SILC steekproef wordt getrokken voor personen van 16 jaar of ouder en deze respondenten worden gevolgd in de tijd, zijn er minder jongeren van 16 tot 20 jaar in de steekproef. In slechts een van de zes peilmomenten in de steekproef zitten er bijvoorbeeld 16-jarigen en slechts 2 peilmomenten 17-jarigen. Hierdoor is de opleiding ook anders want jongeren zijn doorgaans nog niet afgestudeerd. Daarom wordt er in tabel 3.3.2.1 alleen naar respondenten van 25 jaar of ouder gekeken. Voor deze leeftijdsgrens is gekozen, omdat de meeste jongeren zijn afgestudeerd op hun 25ste.

3.3.2.1 EU-SILC en Gezondheidsenquête vergeleken voor personen van 25 jaar of ouder, 2024
EU-SILCGezondheidsenquêteVerschil onderzoeken
95%-betrouwbaarheidsinterval95%-betrouwbaarheidsinterval
%OndergrensBovengrens%OndergrensBovengrens%-punten
(Zeer) goede ervaren gezondheid68,167,269,071,470,372,43,2
Langdurige beperking34,133,235,135,334,236,51,2
Langdurige aandoening39,338,340,237,836,738,9-1,5

In EU-SILC geven minder personen van 25 jaar of ouder aan een (zeer) goede ervaren gezondheid te hebben dan in de Gezondheidsenquête. Het percentage mensen dat aangeeft een langdurige beperking te hebben is onder respondenten van 25 jaar of ouder niet verschillend tussen EU-SILC en de Gezondheidsenquête. Het lijkt erop dat voor langdurige beperkingen alleen de groep 18 tot 25 jaar verschilt tussen beide onderzoeken. Het hebben van een langdurige aandoening verschilt, net zoals onder 18-plussers, ook niet onder de 25-plussers tussen beide onderzoeken.

3.3.3 Verschil CAPI en CATI

In de Gezondheidsenquête worden alleen bepaalde doelgroepen via CAPI benaderd als ze niet responderen op de CAWI vragenlijst. In EU-SILC worden alle non-respondenten van CAWI benaderd via CATI indien een telefoonnummer beschikbaar is.

3.3.3.1 EU-SILC en Gezondheidsenquête vergeleken per mode, 2024
EU-SILCGezondheidsenquêteVerschil in onderzoeken
95%-betrouwbaarheidsinterval95%-betrouwbaarheidsinterval
%OndergrensBovengrens%OndergrensBovengrens%-punten
(Zeer) goede ervaren gezondheidCAWI69,368,470,272,971,874,03,6
CATI/CAPI72,070,273,974,272,276,12,1
Langdurige beperkingCAWI31,030,131,934,032,835,23,0
CATI/CAPI33,431,435,428,426,430,4-5,0
Langdurige aandoeningCAWI36,235,237,236,535,337,70,3
CATI/CAPI36,634,538,630,328,332,4-6,2

In de CAWI mode is het percentage mensen van 16 jaar of ouder met een (zeer) goede ervaren gezondheid hoger in de Gezondheidsenquête dan in EU-SILC. Tussen CATI en CAPI verschilt het percentage mensen met een (zeer) goede ervaring echter niet. In EU-SILC is het percentage mensen met een langdurige beperking onder CAWI-respondenten lager in dan in de Gezondheidsenquête. Ook hier zijn er geen verschillen in het percentage mensen met een langdurige beperking tussen CATI (EU-SILC) en CAPI (Gezondheidsenquête).

Voor langdurige aandoeningen zien we het omgekeerde beeld. Geen verschil onder CAWI-respondenten tussen de onderzoeken, maar het percentage mensen met een langdurige aandoening is hoger onder CATI-respondenten dan onder CAPI-respondenten.

De kwaliteit en de beschikbaarheid van de telefoonnummers loopt de afgelopen jaren echter fors terug. In 2019 was de CATI-respons van EU-SILC nog bijna 26 procent terwijl dit in 2024 nog maar 13 procent was. In de Gezondheidsenquête was ruim 35 procent CAPI in 2019 en bijna 22 procent in 2024. Mogelijk kan dit een van de verklaringen zijn waarom de ervaren gezondheid verschilt tussen beide onderzoeken.

3.3.4 Verschil weging

Het weegmodel voor EU-SILC en de Gezondheidsenquête is niet gelijk. Zie paragrafen 2.2 en 2.3.

In tabel 3.3.4.1 staan de ongewogen resultaten weergeven voor EU-SILC en de Gezondheidsenquête naar achtergrondkenmerken. Het percentage mensen van 16 jaar of ouder dat de gezondheid als (zeer) goed beoordeelt is lager in EU-SILC dan in de Gezondheidsenquête. Dit is ook terug te zien in de ongewogen resultaten. In EU-SILC hebben meer 16-plussers een langdurige beperking dan in de Gezondheidsenquête als de data niet worden gewogen. Na weging is dit echter omgekeerd (zie vorige paragrafen). Ook het percentage mensen met een langdurige aandoening is hoger in EU-SILC dan in de Gezondheidsenquête.

Hierbij kan ook de steekproeftrekking een rol spelen. Als er niet wordt gewogen lijken de respondenten in EU-SILC ongezonder dan in de Gezondheidsenquête, door de weging komen de resultaten meer in de buurt (ervaren gezondheid en langdurige aandoening).

3.3.4.1 Ongewogen resultaten naar achtergrondkenmerken, 2024
EU-SILCGezondheidsenquêteVerschil in onderzoeken
95%-betrouwbaarheidsinterval95%-betrouwbaarheidsinterval
Geslacht%OndergrensBovengrens%OndergrensBovengrens%-punten
(Zeer) goede ervaren gezondheidMannen66,064,867,275,173,776,49,1
Vrouwen63,962,765,172,170,773,58,2
Totaal64,964,165,873,572,674,58,6
Langdurige beperkingMannen35,634,436,831,029,532,5-4,6
Vrouwen40,939,742,236,134,737,6-4,8
Totaal38,337,439,233,632,634,7-4,6
Langdurige aandoeningMannen42,341,043,533,932,435,4-8,4
Vrouwen45,544,346,838,737,240,2-6,8
Totaal43,943,044,836,435,337,5-7,5
Leeftijd
(Zeer) goede ervaren gezondheid16 tot 25 jaar80,477,283,685,683,287,95,2
25 tot 45 jaar78,376,679,981,780,183,33,4
45 tot 65 jaar66,364,867,870,969,172,64,6
65 tot 75 jaar60,959,262,766,664,169,15,7
75 jaar of ouder50,348,252,359,756,562,89,4
Langdurige beperking16 tot 25 jaar15,712,718,715,012,717,4-0,7
25 tot 45 jaar22,721,024,420,719,122,4-2,0
45 tot 65 jaar35,433,936,936,234,438,10,8
65 tot 75 jaar45,143,346,947,244,649,92,1
75 jaar of ouder55,853,857,855,852,659,00,0
Langdurige aandoening16 tot 25 jaar18,515,421,713,110,915,4-5,4
25 tot 45 jaar28,026,229,824,823,026,6-3,2
45 tot 65 jaar42,841,244,441,739,843,6-1,1
65 tot 75 jaar53,651,855,550,247,552,9-3,5
75 jaar of ouder56,454,458,452,148,955,3-4,3
Huishoudinkomen, gestandaardiseerd
(Zeer) goede ervaren gezondheidEerste kwintiel (laagste inkomens)48,546,150,956,553,359,67,9
Tweede kwintiel55,453,457,465,162,567,79,7
Derde kwintiel65,063,266,871,969,774,16,9
Vierde kwintiel70,268,571,976,274,378,16,0
Vijfde kwintiel (hoogste inkomens)77,876,379,484,783,286,26,9
Onbekend76,067,484,7.
Langdurige beperkingEerste kwintiel (laagste inkomens)53,851,456,247,644,450,8-6,2
Tweede kwintiel48,346,350,443,841,146,5-4,5
Derde kwintiel39,837,941,736,233,838,5-3,6
Vierde kwintiel31,830,133,629,727,731,7-2,1
Vijfde kwintiel (hoogste inkomens)25,724,127,424,022,225,8-1,7
Onbekend15,68,223,0.
Langdurige aandoeningEerste kwintiel (laagste inkomens)54,752,357,145,942,749,1-8,8
Tweede kwintiel50,248,152,243,741,046,5-6,4
Derde kwintiel44,742,846,638,135,740,5-6,6
Vierde kwintiel40,438,542,234,332,236,4-6,1
Vijfde kwintiel (hoogste inkomens)34,933,136,729,027,131,0-5,8
Onbekend24,015,332,7.
Onderwijsniveau
(Zeer) goede ervaren gezondheidbasisonderwijs, vmbo, mbo150,448,552,459,557,261,89,1
havo, vwo, mbo2-464,062,665,574,172,575,710,1
hbo, wo73,071,874,281,480,182,88,4
Onbekend43,033,152,953,844,762,910,8
Langdurige beperkingbasisonderwijs, vmbo, mbo151,049,053,048,145,850,5-2,8
havo, vwo, mbo2-440,238,741,733,131,434,8-7,1
hbo, wo30,629,331,926,024,527,6-4,6
Onbekend52,441,563,339,030,147,9-13,4
Langdurige aandoeningbasisonderwijs, vmbo, mbo151,349,353,346,043,648,3-5,4
havo, vwo, mbo2-445,844,347,336,134,437,9-9,7
hbo, wo38,737,340,031,429,833,1-7,2
Onbekend55,445,165,835,326,644,0-20,1

Paginanavigatie