Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron en techniek

Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron en techniek

Bron/Techniek Perioden Bruto eindverbruik (TJ) Bruto eindverbruik relatief (% van totaal eindverbruik energie)
Totaal hernieuwbare energie 2025** 401.467 22,73
Totaal, inclusief niet-hernieuwbaar 2025** 1.766.530
Waterkracht 2025** 300 0,02
Totaal windenergie 2025** 120.692 6,83
Windenergie op land 2025** 62.668 3,55
Windenergie op zee 2025** 58.024 3,28
Totaal zonne-energie 2025** 94.302 5,34
Zonnestroom 2025** 93.170 5,27
Zonnewarmte 2025** 1.132 0,06
Aardwarmte 2025** 7.737 0,44
Bodemwarmte 2025** 7.667 0,43
Buitenluchtwarmte 2025** 26.530 1,50
Hernieuwbare koude 2025** 7.065 0,40
Totaal biomassa 2025** 137.174 7,77
Afvalverbrandingsinstallaties 2025** 17.979 1,02
Bij- en meestoken biomassa in centrales 2025** 14.840 0,84
Totaal biomassa huishoudens 2025** 16.150 0,91
Totaal biomassaketels bedrijven 2025** 21.278 1,20
Biomassaketels bedrijven, WKK 2025** 11.410 0,65
Biomassaketels bedrijven, alleen warmte 2025** 9.868 0,56
Totaal Biogas 2025** 9.033 0,51
Biogas uit stortplaatsen 2025** 169 0,01
Biogas rioolwaterzuiveringsinstallaties 2025** 2.217 0,13
Biogas, co-vergisting van mest 2025** 3.127 0,18
Overig biogas 2025** 3.520 0,20
Vloeibare biotransportbrandstof, totaal 2025** 57.895 3,28
Biobenzine 2025** 10.782 0,61
Biodiesel 2025** 33.442 1,89
Biokerosine 2025** 13.671 0,77
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over het bruto eindverbruik (absoluut en relatief) van hernieuwbare energie. Hernieuwbare energie is energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Het is energie uit natuurlijke processen die constant wordt aangevuld. De gegevens kunnen worden uitgesplitst naar energiebron/techniek.

Het bruto eindverbruik van hernieuwbare energie als percentage van het totale bruto eindverbruik wordt gebruikt als doel voor het Europese en nationale beleid voor hernieuwbare energie. Deze tabel richt zich op het aandeel hernieuwbare energie volgens de EU Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III).
Een verwijzing naar de tabel met het bruto eindverbruik over de perioden 1990-2024 (berekend volgens RED I en II) is te vinden in de paragraaf 'Relevante tabellen'.

Het totale bruto eindverbruik (de noemer gebruikt voor de berekening van het percentage hernieuwbare energie per 'Bron/Techniek') is in de tabel te vinden als 'Totaal, inclusief niet-hernieuwbaar'.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2025

Status van de cijfers:
Cijfers over 2025 zijn nader voorlopig.

Wijzigingen per juni 2026:
Geen. Nieuwe tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers:
Voorlopige cijfers over het bruto eindverbruik van hernieuwbare energie op hoofdlijnen over het voorafgaande jaar verschijnen elk jaar in juni.

In november worden alle cijfers over het verbruik van hernieuwbare energie in het voorafgaande jaar gepubliceerd. Deze cijfers krijgen de status nader voorlopig, definitieve cijfers verschijnen in november van het tweede jaar na het verslagjaar. Belangrijkste (verwachte) wijzigingen tussen nader voorlopig in november en definitief een jaar later zijn de cijfers over zonnestroom. Ook kunnen de cijfers over het aandeel in het totale energieverbruik van Nederland door het beschikbaar komen van bijgestelde cijfers over totaal energieverbruik nog worden gewijzigd.

Toelichting onderwerpen

Bruto eindverbruik
In deze tabel wordt als eenheid de TeraJoule (TJ) gebruikt.
Dit is 1 000 000 000 000 joule (een 1 met 12 nullen). Een joule is een eenheid van energie die overeenkomt met 0,24 calorie.
Een TJ komt overeen met 31 600 kubieke meter aardgas of 278 000 kilowattuur elektriciteit.
Bruto eindverbruik relatief
Bruto eindverbruik van hernieuwbare energie als percentage van het totaal bruto energetisch eindverbruik, berekend volgens definities uit de herziene EU Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2023 (RED III). Het totaal bruto energetisch eindverbruik is de som van drie componenten:
1. Het energetisch eindverbruik van de eindgebruikssectoren: industrie (exclusief raffinaderijen), huishoudens, diensten, landbouw, visserij en vervoer;
2. Transport- en distributieverliezen van elektriciteit en warmte;
3. Het eigen verbruik van de producenten van elektriciteit en warmte bij de productie van elektriciteit en verkochte warmte.