Welvaart van particuliere huishoudens; kerncijfers
| Kenmerken van huishoudens | Perioden | Particuliere huishoudens (x 1 000) | Mediaan vermogen (1 000 euro) | Huishoudens arm (%) |
|---|---|---|---|---|
| Particuliere huishoudens | 2024* | 8.258,9 | 135,5 | 4,2 |
| Type: Eenpersoonshuishouden | 2024* | 3.236,2 | 18,7 | 7,1 |
| Type: Meerpersoonshuishouden | 2024* | 5.022,8 | 226,7 | 2,3 |
| Type: Meerpersoonshuishouden, overig | 2024* | 162,0 | 143,1 | 4,2 |
| Bron: CBS. | ||||
Tabeltoelichting
Het doel van deze tabel is om een beeld te geven van de verdeling van de welvaart van huishoudens in Nederland, gemeten door het inkomen. Deze gegevens kunnen worden uitgesplitst naar kenmerken van het huishouden als samenstelling huishouden, leeftijd en voornaamste inkomensbron.
Voor de armoedekwalificatie wordt de nieuwe meetmethode van het CBS, SCP en NIBUD gehanteerd.
De gegevens hebben betrekking op alle particuliere huishoudens met inkomen, per 1 januari van het verslagjaar.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2011.
Status van de cijfers:
De cijfers voor 2011 t/m 2023 zijn definitief. De cijfers voor 2024 zijn voorlopig.
Wijzigingen per 6 februari 2026:
Geen, dit is een nieuwe tabel.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden in het najaar van 2026 gepubliceerd.
Toelichting onderwerpen
- Particuliere huishoudens
- Aantal particuliere huishoudens per 1 januari van het verslagjaar, met inkomen.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften. - Mediaan vermogen
- Mediaan vermogen van particuliere huishoudens.
Het mediane vermogen is gelijk aan het middelste vermogen indien de vermogens van alle huishoudens van laag naar hoog worden gerangschikt. Dat wil zeggen dat de helft van de huishoudens meer, en de andere helft minder vermogen bezit.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan uit financiële bezittingen (banktegoeden en effecten), onroerend goed en ondernemingsvermogen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. - Huishoudens arm
- Het aantal arme huishoudens, in procenten van het totaal aantal huishoudens per categorie.
De armoedegrens is gebaseerd op de minimale levensbehoeften. Als er na het betalen van de vaste lasten aan wonen, energie en de zorgpremie te weinig geld overblijft voor de andere levensbehoeften, dan is een huishouden – en de mensen die er deel van uitmaken – arm. Waar de armoedegrens voor een huishouden ligt, is afhankelijk van het soort huishouden. Hoe meer mensen in het huishouden, hoe meer geld er nodig is om te kunnen leven en mee te kunnen doen in de samenleving. De benodigde bedragen worden door het Nibud voor 35 verschillende typen huishoudens vastgesteld. Naast geld voor wonen, energie, verzekeringen, kleding en de dagelijkse boodschappen, gaat het ook om bijvoorbeeld een telefoon, toegang tot het internet en sociale activiteiten.
Om vast te stellen of een huishouden in armoede leeft, wordt het besteedbare inkomen van het huishouden vergeleken met het minimaal benodigde budget inclusief de betaalde vaste lasten aan wonen en energie. Ook wordt er gekeken naar de vermogensbuffer (spaargeld of ander direct te besteden bezit) van het huishouden. Een huishouden wordt niet als arm gekwalificeerd als vanuit de vermogensbuffer zeker twaalf maanden lang uitgaven kunnen worden gedaan op het niveau van de armoedegrens.