Milieubelastingen en -heffingen; milieurekeningen
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Ter ondersteuning en financiering van het milieubeleid zijn door de overheid diverse belastingen en heffingen ingesteld. Deze tabel geeft een overzicht van de opbrengsten van de milieubelastingen en milieuheffingen, ingedeeld naar vier categorieën: energie, vervoer, vervuiling en grondstoffen.
De opbrengsten van de milieubelastingen en milieuheffingen kunnen worden onderverdeeld naar betalingsplichtige. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in particuliere huishoudens, bedrijfstakken en niet-ingezetenen die de belastingen betalen.
De hierboven genoemde opbrengsten van de milieubelastingen en -heffingen worden in volgende grootheden weergegeven:
- Waarde in werkelijke prijzen, mln. euro
De tabel maakt deel uit van de milieurekeningen. De milieurekeningen kwantificeren de relatie tussen economie en milieu. Om tot een consistente statistische beschrijving te komen van deze relatie sluiten de milieurekeningen aan op de classificaties, definities en de revisiestrategie van de milieurekeningen. Hierdoor wijken milieucijfers uit de milieurekeningen in een aantal gevallen af van de milieucijfers elders op de CBS website, en in sommige gevallen, van de nationale rekeningen zelf.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1995
Status van de cijfers:
De cijfers over de verslagjaren 2024 en 2025 hebben de status voorlopig. De cijfers over de verslagjaren 1995 tot en met 2023 hebben de status definitief.
Wijzigingen per 2 oktober 2026:
De cijfers over de verslagjaren 2024 en 2025 zijn bijgewerkt. De selectie Milieubelastingen en heffingen zijn nu onderwerpen geworden. Dit om de weergave van de tabel beter te maken.
Verder zijn de heffingen 'overige CO2 heffingen’ en ‘inframarginale elektriciteitsheffing’ toegevoegd.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden jaarlijks, rond oktober, gepubliceerd.
De opbrengsten van de milieubelastingen en milieuheffingen kunnen worden onderverdeeld naar betalingsplichtige. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in particuliere huishoudens, bedrijfstakken en niet-ingezetenen die de belastingen betalen.
De hierboven genoemde opbrengsten van de milieubelastingen en -heffingen worden in volgende grootheden weergegeven:
- Waarde in werkelijke prijzen, mln. euro
De tabel maakt deel uit van de milieurekeningen. De milieurekeningen kwantificeren de relatie tussen economie en milieu. Om tot een consistente statistische beschrijving te komen van deze relatie sluiten de milieurekeningen aan op de classificaties, definities en de revisiestrategie van de milieurekeningen. Hierdoor wijken milieucijfers uit de milieurekeningen in een aantal gevallen af van de milieucijfers elders op de CBS website, en in sommige gevallen, van de nationale rekeningen zelf.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1995
Status van de cijfers:
De cijfers over de verslagjaren 2024 en 2025 hebben de status voorlopig. De cijfers over de verslagjaren 1995 tot en met 2023 hebben de status definitief.
Wijzigingen per 2 oktober 2026:
De cijfers over de verslagjaren 2024 en 2025 zijn bijgewerkt. De selectie Milieubelastingen en heffingen zijn nu onderwerpen geworden. Dit om de weergave van de tabel beter te maken.
Verder zijn de heffingen 'overige CO2 heffingen’ en ‘inframarginale elektriciteitsheffing’ toegevoegd.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden jaarlijks, rond oktober, gepubliceerd.
Toelichting onderwerpen
- Milieubelastingen en -heffingen
- Totaal milieubelastingen en -heffingen (exclusief vermindering energiebelasting)
- Energiegerelateerde belastingen
- Totaal energiegerelateerde belastingen
- Het totaal van energiegerelateerde belastingen
- Accijns op benzine en ov.minerale oliën
- Verbruiksbelasting die wordt geheven over benzine en andere minerale oliën, zoals diesel, LPG, zware stookolie en methaan. De belangrijkste energieproducten voor vervoer zijn benzine en diesel. Energieproducten voor verbruik op locatie omvatten ook overige minerale oliën.
In 2004 is een deel van de brandstoffenbelasting opgenomen in de accijns op minerale oliën.
Volgens de richtlijnen van de Milieurekeningen horen accijnzen op benzine en overige brandstoffen die verbruikt worden in vervoer bij de energiegerelateerde belastingen, en niet bij de vervoersgerelateerde belastingen.
- Energiebelasting
- Belasting die wordt geheven op het verbruik van elektriciteit en aardgas.
- Opslag duurzame energie
- De opslag duurzame energie (ODE) wordt net als de energiebelasting geheven op het verbruik van elektriciteit en aardgas.
Deze belasting is vanaf 2013 in werking getreden. De opbrengsten van deze belasting worden gebruikt om investeringen in duurzame energie te stimuleren in de vorm van de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) regeling.
- Emissierechten
- Ondernemingen die deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) moeten voor elke ton CO2 die zij uitstoten een emissierecht inleveren, om daarmee de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De overheidsinkomsten in verband met de geveilde emissierechten worden gerekend tot de belastingen.
- Overige CO₂ heffingen
- Deze categorie omvat vooralsnog alleen een CO₂-heffing voor de glastuinbouw. Deze heffing is onderdeel van een convenant om besparing en verduurzaming van energie in de sector te versnellen. Vanaf 1 januari 2025 geldt er daarom een individuele CO₂-heffing die bij zal dragen aan het verminderen van de uitstoot.
- Voorraadheffing olieproducten
- Heffing die wordt geheven op alle minerale oliën, behalve zware stookolie.
- Brandstoffenbelasting
- Belasting die is verschuldigd door personen die kolen winnen, produceren, of importeren, en deze vervolgens gebruiken als brandstof of aan anderen leveren. Het doel van de belasting is het tegengaan van milieuvervuiling en het terugdringen van energiegebruik. Er is geen brandstoffenbelasting verschuldigd voor kolen die gebruikt worden om elektriciteit op te wekken.
Met ingang van 2004 is deze belasting grotendeels opgenomen in de energiebelasting en de accijns op minerale oliën. Voor kolen blijft de brandstoffenbelasting bestaan. De brandstoffenbelasting is een productgebonden belasting en maakt deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.
- Inframarginale elektriciteitsheffing
- De Inframarginale elektriciteitsheffing (IME) was een eenmalige heffing die de opbrengsten van elektriciteitsproducenten plafonneerde (meestal op 130 euro per MWh), voor zover producenten gebruik hebben gemaakt van inframarginale energiebronnen. Voor Nederland betreft dit voornamelijk wind, zon, waterkracht, biomassa, biogas, afval en kernenergie. Daarnaast valt de elektriciteitsproductie uit steenkool ook onder de IME. De IME betrof met terugwerkende kracht de opbrengsten in de periode van 1 december 2022 tot 1 juli 2023. De betaling is geboekt in het jaar 2024.
- Vervoersgerelateerde belastingen
- Totaal vervoersgerelateerde belastingen
- Het totaal van vervoersgerelateerde belastingen.
- Belast.personenauto's en motorrijwielen
- Belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM).
Belasting die verschuldigd is als er een nieuw voertuig in Nederland wordt gekocht. De importeur van het voertuig zorgt voor de aangifte en de betaling van de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). BPM is een eenmalige belasting die wordt geheven op degene die een voertuig (personenauto, bestelauto, motorrijwiel) als eerste op zijn naam laat registreren bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer.
- Motorrijtuigenbelasting
- Belasting voor het bezit van een motorrijtuig, zoals een personenauto, bestelbus, motorrijwiel of vrachtauto.
- Vliegbelasting
- Belasting die wordt geheven op vliegtickets voor passagiers die vanuit Nederland vetrekken. Deze belasting is in 2008 in werking getreden en in 2010 afgeschaft. In 2021 is wederom een vliegbelasting ingevoerd.
- Vervuilende activiteiten
- Totaal belast./heff. vervuilende activit
- Het totaal van belastingen en heffingen op vervuilende activiteiten.
- Waterverontreinigingsheffing
- Heffing die aan bedrijven en huishoudens wordt opgelegd die rechtstreeks afvalwater lozen op oppervlaktewater in beheer bij het Rijk of waterschappen, om daarmee de kosten voor het zuiveren van afvalwater te financieren.
- Rioolheffing en rioolrechten
- Rioolheffingen worden door gemeenten geheven om de inzameling, het transport en de verwerking van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater te kunnen bekostigen. Rioolrechten moeten worden betaald door gebruikers van een onroerend goed van waaruit afvalwater wordt afgevoerd via het rioolnetwerk.
- Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
- De afvalstoffenheffing is een vergoeding voor de kosten van het periodiek ophalen en verwerken van huishoudelijk afval door gemeenten. Gebruikers van een perceel dienen deze gemeentelijke heffing te betalen.
Reinigingsrechten zijn een betaling door een ondernemer voor het ophalen van bedrijfsafvalstoffen. Met de opbrengsten van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten worden de kosten voor de inzameling en de verwerking van huishoudelijk afval en bedrijfsafval gedekt.
- Afvalstoffenbelasting
- Belasting die wordt geheven over het storten en verbranden van afvalstoffen door ondernemingen met een afvalverbrandingsinstallatie of stortplaats.
- Verpakkingenbelastingen
- Belasting die wordt geheven op verpakkingen of verpakte producten die voor het eerst op de Nederlandse markt worden gebracht. Per verpakkingssoort gelden aparte tarieven, afhankelijk van hoe belastend deze zijn voor het milieu. De verpakkingenbelasting is in 2008 in werking getreden en in 2013 vervangen door afvalbeheersbijdragen aan het Afvalfonds Verpakkingen.
- Geluidsheffing burgerluchtvaart
- Heffing die door het Rijk wordt geheven op de eigenaar of houder van een burgerluchtvaartuig dat op een luchtvaartterrein landt, om daarmee geluidwerende voorzieningen mee te financieren voor omringende woningen. De hoogte van de geluidsheffing burgerluchtvaart is gerelateerd aan de geluidsproductie en gewicht van het burgerluchtvaartuig.
- Mineralenheffingen
- Heffingen die worden opgelegd aan mestproducerende bedrijven voor productie boven de toegestane norm en aan ondernemingen die dierlijke mest aanvoeren. Vanaf eind jaren '80 zijn er verschillende soorten mineralenheffingen van kracht geweest. De opbrengsten van deze milieumaatregel worden niet (meer) besteed aan het oplossen van de mestproblematiek en gaan naar de algemene middelen van de overheid. Daarom worden de mineralenheffingen formeel tot de milieubelastingen gerekend en niet tot de milieuheffingen. Vanaf 2017 zijn de opbrengsten van het fosfaatreductieplan toegevoegd aan de opbrengsten van de mineralenheffingen.
- Grondwaterheffing en nazorgheffing
- Grondwaterheffing provincies (inclusief heffing nazorg stortplaatsen).
Grondwaterheffing provincies: heffing die door provincies wordt geheven voor het aan de bodem onttrekken van grondwater, zoals het oppompen van water ten behoeve van drinkwater of proceswater.
Heffing nazorg stortplaatsen: heffing die door provincies wordt opgelegd aan exploitanten van stortplaatsen.
- Belastingen op grondstoffengebruik
- Leidingwater- en grondwaterbelasting
- De leidingwaterbelasting, die is ingesteld vanaf 2000, moet worden betaald door bedrijven of huishoudens die water geleverd krijgen via een aansluiting, al dan niet van drinkwaterkwaliteit. De belasting op leidingwater is ingevoerd met het idee dat het heffen van deze belasting zou leiden tot een lager waterverbruik. De belasting op leidingwater is een productgebonden belasting en maakt deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.
De grondwaterbelasting was een belasting die tot 2012 door het rijk werd geheven op het onttrekken van grote hoeveelheden zoet grondwater aan de bodem via een inrichting, zoals bedoeld in de Grondwaterwet. Dit betrof niet particulieren die kleinere hoeveelheden water onttrekken. De grondwaterbelasting was eveneens een productgebonden belasting en maakte deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.
- Overige posten
- Vermindering op energiebelasting
- De vermindering op de energiebelasting is ingevoerd in 2001. Een deel van het energieverbruik wordt gezien als basisbehoefte. Daarom vermindert het rijk de verschuldigde energiebelasting met een vast bedrag per jaar per elektriciteitsaansluiting. De vermindering geldt alleen voor onroerende zaken met verblijfsfunctie (zoals een huis of kantoor).
Volgens de richtlijnen van de Milieurekeningen wordt de vermindering op energiebelasting niet gerekend tot de milieubelastingen en -heffingen, omdat het geregistreerd wordt als inkomensoverdracht in de nationale rekeningen.