Milieubelastingen en -heffingen; milieurekeningen

Milieubelastingen en -heffingen; milieurekeningen

Betalingsplichtigen Perioden Milieubelastingen en -heffingen (mln euro) Energiegerelateerde belastingen Totaal energiegerelateerde belastingen (mln euro) Energiegerelateerde belastingen Accijns op benzine en ov.minerale oliën (mln euro) Energiegerelateerde belastingen Energiebelasting (mln euro) Energiegerelateerde belastingen Opslag duurzame energie (mln euro) Energiegerelateerde belastingen Emissierechten (mln euro) Energiegerelateerde belastingen Overige CO₂ heffingen (mln euro) Energiegerelateerde belastingen Voorraadheffing olieproducten (mln euro) Energiegerelateerde belastingen Brandstoffenbelasting (mln euro) Energiegerelateerde belastingen Inframarginale elektriciteitsheffing (mln euro) Vervoersgerelateerde belastingen Totaal vervoersgerelateerde belastingen (mln euro) Vervoersgerelateerde belastingen Belast.personenauto's en motorrijwielen (mln euro) Vervoersgerelateerde belastingen Motorrijtuigenbelasting (mln euro) Vervoersgerelateerde belastingen Vliegbelasting (mln euro) Vervuilende activiteiten Totaal belast./heff. vervuilende activit (mln euro) Vervuilende activiteiten Waterverontreinigingsheffing (mln euro) Vervuilende activiteiten Rioolheffing en rioolrechten (mln euro) Vervuilende activiteiten Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten (mln euro) Vervuilende activiteiten Afvalstoffenbelasting (mln euro) Vervuilende activiteiten Verpakkingenbelastingen (mln euro) Vervuilende activiteiten Geluidsheffing burgerluchtvaart (mln euro) Vervuilende activiteiten Mineralenheffingen (mln euro) Vervuilende activiteiten Grondwaterheffing en nazorgheffing (mln euro) Belastingen op grondstoffengebruik Leidingwater- en grondwaterbelasting (mln euro) Overige posten Vermindering op energiebelasting (mln euro)
Totaal betalingsplichtigen 2015 27.310 15.259 7.866 6.676 279 137 106 195 7.001 1.462 5.539 4.789 1.212 1.512 1.755 84 178 31 3 14 261 -2.471
Totaal betalingsplichtigen 2025* 36.049 18.940 7.745 10.117 920 52 105 1 9.320 1.331 7.220 769 7.425 1.920 2.082 2.660 290 448 1 6 18 364 -4.797
A-U Alle economische activiteiten 2015 9.435 6.259 3.402 2.322 149 137 54 195 1.968 899 1.069 1.197 328 242 320 81 178 31 3 14 11 -247
A-U Alle economische activiteiten 2025* 14.504 9.896 3.638 5.220 920 52 65 1 2.470 844 1.395 231 2.127 492 336 545 281 448 1 6 18 11 -480
Totaal particuliere huishoudens 2015 17.414 8.563 4.232 4.157 122 52 0 5.032 562 4.470 3.589 884 1.270 1.432 3 0 0 0 230 -2.224
Totaal particuliere huishoudens 2025* 21.185 8.779 3.965 4.777 0 0 37 0 6.770 484 5.825 461 5.296 1.428 1.746 2.113 9 0 0 0 0 340 -4.317
Totaal niet-ingezetenen 2015 461 437 232 197 8 0 0 1 1 0 3 0 0 3 0 0 0 0 20 0
Totaal niet-ingezetenen 2025* 360 265 142 120 0 0 3 0 80 3 0 77 2 0 0 2 0 0 0 0 0 13 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Ter ondersteuning en financiering van het milieubeleid zijn door de overheid diverse belastingen en heffingen ingesteld. Deze tabel geeft een overzicht van de opbrengsten van de milieubelastingen en milieuheffingen, ingedeeld naar vier categorieën: energie, vervoer, vervuiling en grondstoffen.
De opbrengsten van de milieubelastingen en milieuheffingen kunnen worden onderverdeeld naar betalingsplichtige. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in particuliere huishoudens, bedrijfstakken en niet-ingezetenen die de belastingen betalen.
De hierboven genoemde opbrengsten van de milieubelastingen en -heffingen worden in volgende grootheden weergegeven:
- Waarde in werkelijke prijzen, mln. euro

De tabel maakt deel uit van de milieurekeningen. De milieurekeningen kwantificeren de relatie tussen economie en milieu. Om tot een consistente statistische beschrijving te komen van deze relatie sluiten de milieurekeningen aan op de classificaties, definities en de revisiestrategie van de milieurekeningen. Hierdoor wijken milieucijfers uit de milieurekeningen in een aantal gevallen af van de milieucijfers elders op de CBS website, en in sommige gevallen, van de nationale rekeningen zelf.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers over de verslagjaren 2024 en 2025 hebben de status voorlopig. De cijfers over de verslagjaren 1995 tot en met 2023 hebben de status definitief.

Wijzigingen per 2 oktober 2026:
De cijfers over de verslagjaren 2024 en 2025 zijn bijgewerkt. De selectie Milieubelastingen en heffingen zijn nu onderwerpen geworden. Dit om de weergave van de tabel beter te maken.
Verder zijn de heffingen 'overige CO2 heffingen’ en ‘inframarginale elektriciteitsheffing’ toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden jaarlijks, rond oktober, gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Milieubelastingen en -heffingen
Totaal milieubelastingen en -heffingen (exclusief vermindering energiebelasting)
Energiegerelateerde belastingen
Totaal energiegerelateerde belastingen
Het totaal van energiegerelateerde belastingen
Accijns op benzine en ov.minerale oliën
Verbruiksbelasting die wordt geheven over benzine en andere minerale oliën, zoals diesel, LPG, zware stookolie en methaan. De belangrijkste energieproducten voor vervoer zijn benzine en diesel. Energieproducten voor verbruik op locatie omvatten ook overige minerale oliën.

In 2004 is een deel van de brandstoffenbelasting opgenomen in de accijns op minerale oliën.

Volgens de richtlijnen van de Milieurekeningen horen accijnzen op benzine en overige brandstoffen die verbruikt worden in vervoer bij de energiegerelateerde belastingen, en niet bij de vervoersgerelateerde belastingen.
Energiebelasting
Belasting die wordt geheven op het verbruik van elektriciteit en aardgas.
Opslag duurzame energie
De opslag duurzame energie (ODE) wordt net als de energiebelasting geheven op het verbruik van elektriciteit en aardgas.
Deze belasting is vanaf 2013 in werking getreden. De opbrengsten van deze belasting worden gebruikt om investeringen in duurzame energie te stimuleren in de vorm van de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) regeling.
Emissierechten
Ondernemingen die deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) moeten voor elke ton CO2 die zij uitstoten een emissierecht inleveren, om daarmee de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De overheidsinkomsten in verband met de geveilde emissierechten worden gerekend tot de belastingen.
Overige CO₂ heffingen
Deze categorie omvat vooralsnog alleen een CO₂-heffing voor de glastuinbouw. Deze heffing is onderdeel van een convenant om besparing en verduurzaming van energie in de sector te versnellen. Vanaf 1 januari 2025 geldt er daarom een individuele CO₂-heffing die bij zal dragen aan het verminderen van de uitstoot.
Voorraadheffing olieproducten
Heffing die wordt geheven op alle minerale oliën, behalve zware stookolie.
Brandstoffenbelasting
Belasting die is verschuldigd door personen die kolen winnen, produceren, of importeren, en deze vervolgens gebruiken als brandstof of aan anderen leveren. Het doel van de belasting is het tegengaan van milieuvervuiling en het terugdringen van energiegebruik. Er is geen brandstoffenbelasting verschuldigd voor kolen die gebruikt worden om elektriciteit op te wekken.

Met ingang van 2004 is deze belasting grotendeels opgenomen in de energiebelasting en de accijns op minerale oliën. Voor kolen blijft de brandstoffenbelasting bestaan. De brandstoffenbelasting is een productgebonden belasting en maakt deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.
Inframarginale elektriciteitsheffing
De Inframarginale elektriciteitsheffing (IME) was een eenmalige heffing die de opbrengsten van elektriciteitsproducenten plafonneerde (meestal op 130 euro per MWh), voor zover producenten gebruik hebben gemaakt van inframarginale energiebronnen. Voor Nederland betreft dit voornamelijk wind, zon, waterkracht, biomassa, biogas, afval en kernenergie. Daarnaast valt de elektriciteitsproductie uit steenkool ook onder de IME. De IME betrof met terugwerkende kracht de opbrengsten in de periode van 1 december 2022 tot 1 juli 2023. De betaling is geboekt in het jaar 2024.
Vervoersgerelateerde belastingen
Totaal vervoersgerelateerde belastingen
Het totaal van vervoersgerelateerde belastingen.
Belast.personenauto's en motorrijwielen
Belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM).

Belasting die verschuldigd is als er een nieuw voertuig in Nederland wordt gekocht. De importeur van het voertuig zorgt voor de aangifte en de betaling van de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). BPM is een eenmalige belasting die wordt geheven op degene die een voertuig (personenauto, bestelauto, motorrijwiel) als eerste op zijn naam laat registreren bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer.
Motorrijtuigenbelasting
Belasting voor het bezit van een motorrijtuig, zoals een personenauto, bestelbus, motorrijwiel of vrachtauto.
Vliegbelasting
Belasting die wordt geheven op vliegtickets voor passagiers die vanuit Nederland vetrekken. Deze belasting is in 2008 in werking getreden en in 2010 afgeschaft. In 2021 is wederom een vliegbelasting ingevoerd.
Vervuilende activiteiten
Totaal belast./heff. vervuilende activit
Het totaal van belastingen en heffingen op vervuilende activiteiten.
Waterverontreinigingsheffing
Heffing die aan bedrijven en huishoudens wordt opgelegd die rechtstreeks afvalwater lozen op oppervlaktewater in beheer bij het Rijk of waterschappen, om daarmee de kosten voor het zuiveren van afvalwater te financieren.
Rioolheffing en rioolrechten
Rioolheffingen worden door gemeenten geheven om de inzameling, het transport en de verwerking van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater te kunnen bekostigen. Rioolrechten moeten worden betaald door gebruikers van een onroerend goed van waaruit afvalwater wordt afgevoerd via het rioolnetwerk.
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
De afvalstoffenheffing is een vergoeding voor de kosten van het periodiek ophalen en verwerken van huishoudelijk afval door gemeenten. Gebruikers van een perceel dienen deze gemeentelijke heffing te betalen.

Reinigingsrechten zijn een betaling door een ondernemer voor het ophalen van bedrijfsafvalstoffen. Met de opbrengsten van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten worden de kosten voor de inzameling en de verwerking van huishoudelijk afval en bedrijfsafval gedekt.
Afvalstoffenbelasting
Belasting die wordt geheven over het storten en verbranden van afvalstoffen door ondernemingen met een afvalverbrandingsinstallatie of stortplaats.
Verpakkingenbelastingen
Belasting die wordt geheven op verpakkingen of verpakte producten die voor het eerst op de Nederlandse markt worden gebracht. Per verpakkingssoort gelden aparte tarieven, afhankelijk van hoe belastend deze zijn voor het milieu. De verpakkingenbelasting is in 2008 in werking getreden en in 2013 vervangen door afvalbeheersbijdragen aan het Afvalfonds Verpakkingen.
Geluidsheffing burgerluchtvaart
Heffing die door het Rijk wordt geheven op de eigenaar of houder van een burgerluchtvaartuig dat op een luchtvaartterrein landt, om daarmee geluidwerende voorzieningen mee te financieren voor omringende woningen. De hoogte van de geluidsheffing burgerluchtvaart is gerelateerd aan de geluidsproductie en gewicht van het burgerluchtvaartuig.
Mineralenheffingen
Heffingen die worden opgelegd aan mestproducerende bedrijven voor productie boven de toegestane norm en aan ondernemingen die dierlijke mest aanvoeren. Vanaf eind jaren '80 zijn er verschillende soorten mineralenheffingen van kracht geweest. De opbrengsten van deze milieumaatregel worden niet (meer) besteed aan het oplossen van de mestproblematiek en gaan naar de algemene middelen van de overheid. Daarom worden de mineralenheffingen formeel tot de milieubelastingen gerekend en niet tot de milieuheffingen. Vanaf 2017 zijn de opbrengsten van het fosfaatreductieplan toegevoegd aan de opbrengsten van de mineralenheffingen.
Grondwaterheffing en nazorgheffing
Grondwaterheffing provincies (inclusief heffing nazorg stortplaatsen).

Grondwaterheffing provincies: heffing die door provincies wordt geheven voor het aan de bodem onttrekken van grondwater, zoals het oppompen van water ten behoeve van drinkwater of proceswater.

Heffing nazorg stortplaatsen: heffing die door provincies wordt opgelegd aan exploitanten van stortplaatsen.
Belastingen op grondstoffengebruik
Leidingwater- en grondwaterbelasting
De leidingwaterbelasting, die is ingesteld vanaf 2000, moet worden betaald door bedrijven of huishoudens die water geleverd krijgen via een aansluiting, al dan niet van drinkwaterkwaliteit. De belasting op leidingwater is ingevoerd met het idee dat het heffen van deze belasting zou leiden tot een lager waterverbruik. De belasting op leidingwater is een productgebonden belasting en maakt deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.


De grondwaterbelasting was een belasting die tot 2012 door het rijk werd geheven op het onttrekken van grote hoeveelheden zoet grondwater aan de bodem via een inrichting, zoals bedoeld in de Grondwaterwet. Dit betrof niet particulieren die kleinere hoeveelheden water onttrekken. De grondwaterbelasting was eveneens een productgebonden belasting en maakte deel uit van de door het rijk geheven belastingen op milieugrondslag.
Overige posten
Vermindering op energiebelasting
De vermindering op de energiebelasting is ingevoerd in 2001. Een deel van het energieverbruik wordt gezien als basisbehoefte. Daarom vermindert het rijk de verschuldigde energiebelasting met een vast bedrag per jaar per elektriciteitsaansluiting. De vermindering geldt alleen voor onroerende zaken met verblijfsfunctie (zoals een huis of kantoor).

Volgens de richtlijnen van de Milieurekeningen wordt de vermindering op energiebelasting niet gerekend tot de milieubelastingen en -heffingen, omdat het geregistreerd wordt als inkomensoverdracht in de nationale rekeningen.