Kerncijfers wijken en buurten 2024

Kerncijfers wijken en buurten 2024

Wijken en buurten Bevolking Geboorte en sterfte Geboorte totaal (aantal) Bevolking Geboorte en sterfte Geboorte relatief (per 1 000 inwoners) Bevolking Geboorte en sterfte Sterfte totaal (aantal) Bevolking Geboorte en sterfte Sterfte relatief (per 1 000 inwoners) Energie Gemiddelde elektriciteitslevering Gemiddelde elektriciteitsteruglevering (kWh) Inkomen Personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Huishoudens Gem. gestandaardiseerd inkomen (x 1 000 euro) Inkomen Huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Oppervlakte Oppervlakte water (ha)
Wijk 03 Gasteren 0 3 5 8 2.070 400 . . 30,9 29,7 . 16,8 33,7 9
Gasteren 0 3 5 8 2.080 300 . . 30,9 29,8 . 16,7 33,9 0
Verspreide huizen Gasteren 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 9
Wijk 06 Eexterveen 5 11 5 11 2.730 400 . . 33,2 27,2 . 19,4 28,1 12
Eexterveen 5 11 5 11 2.690 400 . . 33,6 27,6 . 20,2 27,7 0
Verspreide huizen Eexterveen 0 0 0 0 4.120 0 . . . . . . . 12
Wijk 12 Eexterveenschekanaal 0 4 5 17 1.370 200 . . 41,3 12,2 . 33,3 9,0 4
Eexterveenschekanaal 0 4 5 17 1.370 200 . . 41,0 12,3 . 32,7 9,1 4
Verspreide huizen Eexterveenschekanaal 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 0
Wijk 13 Eexterzandvoort 5 8 5 8 2.000 100 . . 31,6 30,7 . . . 5
Eexterzandvoort 0 11 0 0 1.800 100 . . . . . . . 0
Verspreide huizen Eexterzandvoort 0 0 0 33 3.530 0 . . . . . . . 5
Wijk 15 Gasselternijveen 10 6 10 5 1.280 1.500 . . 47,4 13,2 . 40,4 14,3 11
Gasselternijveen 10 6 10 6 1.270 1.500 . . 47,7 12,9 . 41,2 14,1 2
Gasselterboerveen 0 0 0 0 1.470 0 . . . . . . . 0
Verspreide huizen Gasselternijveen 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 8
Wijk 16 Gasselternijveenschemond 5 6 5 7 1.590 600 . . 43,6 15,5 . 33,3 15,2 5
Gasselternijveenschemond 5 6 5 6 1.590 500 . . 43,6 15,0 . 34,0 14,9 1
Gasselterboerveenschemond 0 0 0 28 1.910 0 . . . . . . . 1
Verspr.h. Gasselternijveenschemond 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 4
Wijk 18 Gieterveen 5 2 15 10 1.750 1.100 . . 38,4 17,6 . 34,2 20,0 20
Gieterveen 0 3 5 4 1.440 600 . . 39,1 16,1 . 38,0 18,3 0
Verspreide huizen Gieterveen 0 0 0 5 2.600 200 . . 38,9 21,1 . 40,0 20,0 18
Uiterweg 10 9 5 5 1.300 700 . . 32,9 30,3 . 26,4 40,8 704
Kootstertille 15 7 10 6 950 1.700 . . 48,4 7,1 . 43,7 11,6 19
Gerkesklooster 5 12 10 10 1.160 600 . . 45,1 7,2 . 41,1 12,1 2
Verspreide huizen Kootstertille 5 11 0 11 1.590 300 . . 37,8 19,2 . 19,1 28,2 28
Verspreide huizen Gerkesklooster 0 0 0 0 3.120 100 . . . . . . . 10
Surhuisterveen 55 10 90 15 870 4.500 34,3 28,0 47,8 10,7 34,9 46,9 12,6 0
Verspreide huizen Surhuisterveen 0 7 5 10 1.100 300 . . 46,1 14,2 . 30,4 22,4 1
Waterland 0 2 5 9 700 400 . . 36,9 18,4 . 33,1 28,7 0
Wijk 05 Bedrijventerrein 0 0 0 0 600 100 . . 35,8 4,7 . 82,7 3,1 31
Wijk 07 Rotterdam-Albrandswaard 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 1
Burgemeesterskwartier 20 11 10 8 610 1.300 . . 31,1 32,4 . 16,5 41,7 0
Oosterhout 10 6 10 8 70 800 . . 36,2 13,4 . 49,6 5,5 8
Oterleek 0 2 15 30 1.970 500 . . 37,8 27,5 . 24,2 39,8 19
Bedrijventerrein Bornsestraat 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 1
Bedrijventerrein Dollegoor Turfkade 0 31 0 15 310 100 . . . . . . . 28
Sluitersveld 85 12 65 9 1.100 5.600 40,0 33,0 44,4 18,4 38,9 43,4 21,5 8
Wester Sluitersveldlanden 30 17 10 8 200 1.400 . . 58,1 4,6 . 73,9 3,1 0
Achterlanden en omgeving 5 7 10 13 320 500 . . 56,5 3,8 . 61,7 5,8 0
Bedrijventerrein Twentepoort - Stadion 5 7 0 7 2.040 100 . . 40,6 27,8 . . . 1
Bedrijventerrein XL Businesspark 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 4
Achterwerf 10 12 0 3 430 600 . . 30,1 18,2 . 26,2 13,6 0
Schapenmeent en Terpmeent 0 3 5 8 550 700 . . 34,9 18,8 . 32,7 17,4 0
Splittershoek 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 0
Bedrijventerrein De Paal 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 0
Waterlandse Tuinen, Windhoek en Schapenb 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . 0
Laterna Magikapark 0 0 0 . . 0 . . . . . . . 0
Waterwijk 65 9 40 5 710 6.000 39,1 31,8 37,1 16,9 38,4 33,1 17,6 32
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2024.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per december 2025
De variabelenset van het thema Inkomen is vanaf 2024 gewijzigd. In dat jaar is de nieuwe armoededefinitie gepresenteerd in samenwerking met Nibud en SCP. Dit betekent dat de huidige armoede indicatoren (huishoudens onder of rond sociaal minimum) zijn vervangen door personen in armoede en personen vlak boven de armoedegrens. Voor meer informatie over de nieuwe methode om armoede te meten, zie paragraaf 4.
Binnen de thema’s Wonen en Vastgoed zijn definitieve cijfers over WOZ-waarde toegevoegd. Daarnaast zijn nieuwe cijfers over het thema Zorg opgenomen. Daarbij is een verbeterde methode toegepast vanaf 2024 waardoor de cijfers over het aantal Wmo-cliënten door de wijzigingen minder goed te vergelijken zijn met cijfers in voorgaande jaren. Zo is bijvoorbeeld de methode om de leeftijd van een Wmo-cliënt te bepalen veranderd en zijn er andere kleinere verbeteringen doorgevoerd. Voor meer informatie over deze verbeterde methode zie de korte onderzoekbeschrijving, paragraaf 4.

Wijzigingen per september 2025
Binnen thema Energie zijn vanaf dit jaar geen cijfers over elektriciteitslevering en aardgasverbruik per woningtype opgenomen. Daarvoor in de plaats zijn nieuwe variabelen over woningen (aardgas of aardgasvrij, met zonnestroom en elektrisch verwarmd) en laadpalen toegevoegd.
De variabelenset binnen het thema Arbeid is vanaf 2023 uitgebreid. Vanaf dat jaar zijn cijfers over de werkzame beroepsbevolking beschikbaar via deze tabel. Tevens wordt bij arbeidsparticipatie van werknemers voortaan uitgesplitst naar werknemers met een vaste of flexibele arbeidsrelatie. De voorlopige cijfers over 2024 verschijnen begin 2026 in deze tabel.

Wijzigingen per juni 2025
Binnen het thema Wonen en vastgoed hebben cijfers over woningvoorraad en niet-woningvoorraad ten onrechte de status ‘onbekend’ meegekregen (aangeduid met een ‘.’). Deze zijn vervangen door een ‘0’, omdat bekend is dat er geen (niet-)woningen staan in de betreffende wijk of buurt.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Elk kwartaal worden er nieuwe cijfers toegevoegd indien deze beschikbaar zijn.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
De bevolking van Nederland op 1 januari.

Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.

Het komt voor dat van inwoners wel bekend is binnen welke gemeente ze geregistreerd zijn, maar niet exact waar ze verblijven. Deze inwoners zijn daarom wel meegeteld in de gemeentecijfers, maar niet in de cijfers per wijk en buurt. De cijfers per gemeente kunnen daardoor afwijken van de onderliggende wijken of buurten, zelfs wanneer een gemeente slechts uit één wijk bestaat.
Geboorte en sterfte
Geboorte totaal
Het aantal levendgeborenen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar. Levendgeborenen zijn kinderen die na geboorte enig teken van leven hebben vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Geboorte relatief
Het aantal levendgeborenen van 1 januari tot en met 31 december, per 1 000 inwoners op 1 januari van het betreffende jaar.
Het relatieve aantal geboorten kan hoger uitvallen dan verwacht op basis van het inwonertal. Het relatieve cijfer betreft namelijk het aantal geboorten gedurende het jaar ten opzichte van het aantal inwoners op 1 januari. In nieuwbouwwijken kan het aantal inwoners sterk groeien in een jaar. Zo kunnen er in 1 jaar 10 kinderen geboren worden in een wijk waarin op 1 januari slechts 10 inwoners wonen, maar aan het eind van het jaar bijvoorbeeld 200 inwoners. Waarden voor wijken en buurten met minder dan 10 inwoners en een aantal geboorten ongelijk aan nul zijn op onbekend gezet.
Sterfte totaal
Alle overledenen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend.
Sterfte relatief
Het aantal overledenen van 1 januari tot en met 31 december, per 1 000 inwoners op 1 januari van het betreffende jaar.
Het relatieve aantal overledenen kan hoger uitvallen dan verwacht op basis van het inwonertal. Het relatieve cijfer betreft namelijk het aantal overledenen gedurende het jaar ten opzichte van het aantal inwoners op 1 januari. In een buurt met een verpleeghuis kunnen op 1 januari 100 mensen wonen, maar door overlijdensgevallen komen er steeds nieuwe inwoners (bewoners van het verpleeghuis). Zo kan het aantal overlijdensgevallen ook 100 zijn, terwijl er inmiddels al vele mensen in die buurt (of dat verpleeghuis) hebben gewoond. Waarden voor wijken en buurten met minder dan 10 inwoners en een aantal sterften ongelijk aan nul zijn op onbekend gezet.
Energie
Gemiddelde elektriciteitslevering
De gemiddelde jaarlevering van elektriciteit op individuele aansluitingen van particuliere woningen op het openbare elektriciteitsnet, zoals berekend vanuit de aansluitingenregisters van de netbedrijven. Collectieve elektriciteitsleveringen aan bijvoorbeeld liftinstallaties of hal-/galerijverlichting zijn niet meegeteld bij de berekening.

De cijfers zijn afgerond op tientallen.
Gemiddelde elektriciteitsteruglevering
De gemiddelde teruglevering van elektriciteit vanaf individuele aansluitingen van particuliere woningen aan het openbare elektriciteitsnet.
De cijfers zijn afgerond op tientallen.
Inkomen
Deze variabelen geven informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

Huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
Gem. gestandaardiseerd inkomen
Het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.

Het betreft voorlopige cijfers.

40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Het betreft voorlopige cijfers.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Het betreft voorlopige cijfers.
Oppervlakte
Voor de bepaling van oppervlaktecijfers is gebruik gemaakt van het digitale wijk- en buurtgrenzenbestand van het CBS.

Met totale oppervlakte per gemeente wordt de oppervlakte inclusief het gemeentelijk ingedeeld buitenwater bedoeld. Bij oppervlaktecijfers over wijken en buurten is de oppervlakte land en water opgenomen exclusief buitenwater. Door dit laatste kan de optelling van de wijken of buurten verschillen met de gepubliceerde totalen per gemeente. Deze verschillen doen zich vooral voor bij kustgemeenten.
Oppervlakte water
Oppervlakte water omvat zowel binnen- als buitenwater. Tot binnenwater wordt gerekend alle water niet onderhevig aan getijden, breder dan 6 meter en groter dan 1 hectare. Voorbeelden zijn het IJsselmeer, Markermeer, Randmeren, sloten, rivieren en kanalen. Onder het buitenwater valt alle water onderhevig aan getijden, zoals de Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde en het gemeentelijk ingedeelde gedeelte van de Noordzee.
De oppervlakte water is bepaald door het meest recente digitale bestand Bodemgebruik te combineren met het digitale bestand van gemeente-, wijk- en buurtgrenzen.
De arealen land en water voor het jaar 2022, 2023 en 2024 zijn gebaseerd op het Bestand Bodemgebruik 2017 (BBG2017).
De arealen land en water voor de jaren 2020 en 2021 zijn gebaseerd op het Bestand Bodemgebruik 2015 (BBG2015). Zowel in BBG2017 als in BBG2015 is daarbij rekening gehouden met de wijzigingen in de landsgrens tussen Nederland en België bij Maastricht en Eijsden per 1-1-2018.

Het buitenwater is alleen op gemeenteniveau vermeld, water per wijk of buurt bestaat alleen uit binnenwater. De oppervlakte water wordt uitgedrukt in hele hectaren (ha.).