Kerncijfers wijken en buurten 2024

Kerncijfers wijken en buurten 2024

Wijken en buurten Wonen en vastgoed Gemiddelde WOZ-waarde van woningen (x 1 000 euro) Inkomen Personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Huishoudens Gem. gestandaardiseerd inkomen (x 1 000 euro) Inkomen Huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Huishoudens Mediaan vermogen van particuliere huish. (x 1 000 euro) Stedelijkheid Mate van stedelijkheid (code)
Verspreide huizen ten westen van Aalten 430 200 . . 44,5 14,2 . . . . 5
Filmwijk Zuid-noord van Walt Disneyplts. 381 1.900 . . 36,2 21,3 . 31,7 22,3 160,2 3
Filmwijk Zuid-zuid van Walt Disneyplts. 372 1.400 . . 44,6 18,4 . 37,9 19,5 39,8 4
Van Boetzelaerstraat 390 2.500 . 38,0 33,1 25,7 . 27,1 24,2 214,9 1
Gerrit van Stellingwerfstraat e.o. 350 1.300 . . 32,7 22,7 . 41,3 18,6 112,5 1
Kop van Isselt 97 200 . . 55,2 1,4 . 97,6 0,0 -0,7 1
Juliana van Stolberg 317 1.100 . . 41,4 20,2 . 57,9 12,2 27,3 1
Park van de Tijden-West 479 1.500 . . 32,5 31,9 . 10,4 45,7 275,8 2
Park van de Tijden-Oost 475 1.600 . . 35,7 31,1 . 20,3 42,4 217,7 2
Van der Leekbuurt 581 2.000 . 46,9 32,9 33,5 . 29,2 31,1 80,3 1
Laan van Spartaan 425 2.100 . 37,9 38,7 29,7 . 49,5 17,2 5,6 1
Van Galenbuurt 413 4.700 42,9 37,2 41,2 22,0 35,4 57,8 11,2 5,8 1
Pieter van der Doesbuurt 462 1.600 . . 39,0 24,2 . 54,7 15,1 4,1 1
Filips van Almondekwartier 517 900 . . 32,3 33,6 . 46,7 21,8 15,3 1
Van Brakelkwartier 471 800 . . 46,7 20,3 . 53,6 11,2 4,3 1
Van Lennepbuurt 450 6.000 45,7 40,4 42,6 24,1 37,5 57,9 11,8 11,6 1
Van Tijenbuurt 465 2.100 . 25,7 46,8 14,5 . 45,8 18,2 18,3 1
Lodewijk van Deysselbuurt 290 2.600 27,8 21,1 59,1 6,5 . 60,9 7,7 1,6 1
Emanuel van Meterenbuurt 439 1.600 . . 43,2 21,8 . 50,5 19,6 14,4 1
Van der Helstpleinbuurt 511 3.400 58,5 51,9 31,9 34,7 . 47,5 19,3 18,7 1
Van Tuyllbuurt 562 3.500 62,6 52,8 27,7 38,1 . 41,4 24,4 33,0 1
Theo van Goghparkbuurt 667 4.300 58,6 42,1 36,6 36,6 . 28,8 39,8 126,2 2
Van der Kunbuurt 380 400 . . 58,8 8,7 . 66,9 6,0 1,2 1
Plan van Gool 395 2.500 33,8 27,1 51,8 13,2 . 51,0 9,9 8,3 1
Van der Pekbuurt 354 3.800 33,5 27,4 52,4 11,6 . 62,7 7,3 3,4 1
Bedrijventerrein Van Houten 704 500 . . 39,3 23,6 . 56,9 18,5 4,0 2
Van Verschuerbuurt 262 600 . . 38,4 15,9 . 56,7 7,7 3,6 1
West van Schaarsbergen . 300 . . 58,2 9,5 . 76,7 6,7 8,4 5
N.O. van Schaarsbergen . 200 . . 38,0 29,8 . . . . 5
Vanboeijen . 0 . . . . . . . . 4
Verspr.h. ten O. en Z. van de spoorlijn 478 100 . . . . . . . . 5
Van den Valgaetstraat e.o. 370 300 . . 42,1 15,8 . 29,1 18,2 324,1 4
Prins van Luikstraat e.o. 395 400 . . 38,7 16,2 . 26,4 21,4 304,9 5
Van den Tillaartstraat e.o. 476 300 . . 36,6 17,1 . 29,8 18,5 312,1 5
Van Reenen 1.116 500 . . 39,7 33,0 . 27,9 44,4 1.279,9 4
Monseigneur van Den Hurklaan 568 600 . . 35,4 26,7 . 13,2 43,6 507,6 3
Van 't Rijk 274 400 . . 58,4 6,0 . 60,7 5,0 11,9 4
Bijvanck 430 3.200 41,9 34,7 38,5 20,5 . 35,7 18,3 216,3 2
Kern Sas van Gent 182 2.800 35,5 28,9 44,7 11,9 . 49,4 8,9 83,6 4
Kern Sas van Gent 182 2.800 35,5 28,9 44,7 11,9 . 49,4 8,9 83,6 4
Buitengebied Sas van Gent 313 300 . . 37,1 22,3 . 31,8 21,6 241,3 5
Buitengebied Sas van Gent 313 300 . . 37,1 22,3 . 31,8 21,6 241,3 5
Sassenheim Midden 419 3.200 45,4 37,9 33,6 23,7 . 29,5 24,8 199,1 2
Sassenheim Oost 389 4.900 44,1 36,8 37,6 21,7 42,9 36,1 22,6 190,4 2
Sassenheim Zuid 733 100 . . 33,9 23,6 . . . . 5
Sassenheim West 451 5.000 47,3 40,2 35,2 24,0 52,1 34,6 26,4 261,7 2
Sassenheim buiten . 100 . . . . . . . . 4
Sassenheim buitengebied Noord . 0 . . . . . . . . 4
Sassenheim buitengebied Oost . 0 . . . . . . . . 4
Sassenheim buitengebied Zuid . 0 . . . . . . . . 5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2024.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per december 2025
De variabelenset van het thema Inkomen is vanaf 2024 gewijzigd. In dat jaar is de nieuwe armoededefinitie gepresenteerd in samenwerking met Nibud en SCP. Dit betekent dat de huidige armoede indicatoren (huishoudens onder of rond sociaal minimum) zijn vervangen door personen in armoede en personen vlak boven de armoedegrens. Voor meer informatie over de nieuwe methode om armoede te meten, zie paragraaf 4.
Binnen de thema’s Wonen en Vastgoed zijn definitieve cijfers over WOZ-waarde toegevoegd. Daarnaast zijn nieuwe cijfers over het thema Zorg opgenomen. Daarbij is een verbeterde methode toegepast vanaf 2024 waardoor de cijfers over het aantal Wmo-cliënten door de wijzigingen minder goed te vergelijken zijn met cijfers in voorgaande jaren. Zo is bijvoorbeeld de methode om de leeftijd van een Wmo-cliënt te bepalen veranderd en zijn er andere kleinere verbeteringen doorgevoerd. Voor meer informatie over deze verbeterde methode zie de korte onderzoekbeschrijving, paragraaf 4.

Wijzigingen per september 2025
Binnen thema Energie zijn vanaf dit jaar geen cijfers over elektriciteitslevering en aardgasverbruik per woningtype opgenomen. Daarvoor in de plaats zijn nieuwe variabelen over woningen (aardgas of aardgasvrij, met zonnestroom en elektrisch verwarmd) en laadpalen toegevoegd.
De variabelenset binnen het thema Arbeid is vanaf 2023 uitgebreid. Vanaf dat jaar zijn cijfers over de werkzame beroepsbevolking beschikbaar via deze tabel. Tevens wordt bij arbeidsparticipatie van werknemers voortaan uitgesplitst naar werknemers met een vaste of flexibele arbeidsrelatie. De voorlopige cijfers over 2024 verschijnen begin 2026 in deze tabel.

Wijzigingen per juni 2025
Binnen het thema Wonen en vastgoed hebben cijfers over woningvoorraad en niet-woningvoorraad ten onrechte de status ‘onbekend’ meegekregen (aangeduid met een ‘.’). Deze zijn vervangen door een ‘0’, omdat bekend is dat er geen (niet-)woningen staan in de betreffende wijk of buurt.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Elk kwartaal worden er nieuwe cijfers toegevoegd indien deze beschikbaar zijn.

Toelichting onderwerpen

Wonen en vastgoed
Gemiddelde WOZ-waarde van woningen
Voor de bepaling van de gemiddelde WOZ-waarde van woningen wordt alleen gebruik gemaakt van BAG-objecten met een woonfunctie waarvoor een WOZ-waarde bekend is en die tussen de 10 duizend en de 5 miljoen euro ligt.

Er wordt geen gemiddelde WOZ-waarde bepaald voor een regio als:
-  de woningvoorraad kleiner is dan 20 woningen
-  er voor minder dan 20 woningen een WOZ-waarde bekend is
-  er voor minder dan 85 procent van de woningen een WOZ-waarde bekend is.

De gemiddelde woningwaarde wordt bepaald met de waardepeildatum van voorgaand jaar, bijv:
- 2024: waardepeildatum 1 januari 2023

Inkomen
Deze variabelen geven informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

Huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
Gem. gestandaardiseerd inkomen
Het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.

Het betreft voorlopige cijfers.

40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Het betreft voorlopige cijfers.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Het betreft voorlopige cijfers.
Mediaan vermogen van particuliere huish.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.

Het betreft voorlopige cijfers.
Stedelijkheid
Mate van stedelijkheid
Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd:
1: zeer sterk stedelijk >= 2 500 adressen per km²
2: sterk stedelijk 1 500 - 2 500 adressen per km²
3: matig stedelijk 1 000 - 1 500 adressen per km²
4: weinig stedelijk 500 - 1 000 adressen per km²
5: niet stedelijk < 500 adressen per km²