Kerncijfers wijken en buurten 2024

Kerncijfers wijken en buurten 2024

Wijken en buurten Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens totaal (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens zonder kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal) Inkomen Personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Personen Personen tot 25% boven armoedegrens (%) Inkomen Huishoudens Gem. gestandaardiseerd inkomen (x 1 000 euro) Inkomen Huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Huishoudens Mediaan vermogen van particuliere huish. (x 1 000 euro) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit K-L Financiële diensten, onroerend goed (aantal) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit M-N Zakelijke dienstverlening (aantal) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit R-U Cultuur, recreatie, overige diensten (aantal)
Wijk 11 Annerveenschekanaal 190 60 80 50 2,1 300 . . 36,6 18,4 3,5 . 36,6 17,8 184,4 0 10 10
Annerveenschekanaal 190 60 80 50 2,1 300 . . 36,5 18,6 3,5 . 36,3 17,9 183,4 0 10 10
Verspreide huizen Annerveenschekanaal 0 0 5 0 2,0 0 . . . . . . . . . . . .
Wijk 12 Eexterveenschekanaal 110 35 45 35 2,1 200 . . 41,3 12,2 4,8 . 33,3 9,0 121,8 0 5 5
Eexterveenschekanaal 110 35 45 30 2,1 200 . . 41,0 12,3 4,3 . 32,7 9,1 122,0 0 5 5
Verspreide huizen Eexterveenschekanaal 0 5 0 0 1,0 0 . . . . . . . . . . . .
Wijk 16 Gasselternijveenschemond 300 80 120 95 2,3 600 . . 43,6 15,5 6,6 . 33,3 15,2 163,7 5 15 10
Gasselternijveenschemond 285 80 115 85 2,2 500 . . 43,6 15,0 6,5 . 34,0 14,9 159,8 5 15 10
Gasselterboerveenschemond 15 0 5 10 2,8 0 . . . . . . . . . . . .
Verspr.h. Gasselternijveenschemond 0 0 0 0 3,5 0 . . . . . . . . . . . .
Boelenslaan 325 105 100 125 2,3 600 . . 45,5 8,7 5,1 . 41,4 12,9 142,0 0 5 10
Verspreide huizen Boelenslaan 185 50 70 70 2,5 400 . . 43,9 17,9 4,0 . 26,6 28,3 316,0 5 20 5
Binnenstad-West 2.005 1.265 515 235 1,5 2.700 47,2 43,4 27,6 22,9 7,1 . 49,3 11,0 25,3 45 190 190
Binnenstad-Oost 1.965 1.065 560 340 1,7 2.900 49,1 43,6 29,4 27,1 4,8 . 40,1 18,2 70,3 50 250 145
Binnenstad 3.420 2.015 870 535 1,6 4.900 34,1 30,7 48,4 10,6 15,8 32,7 64,0 5,4 10,6 40 175 100
Binnenstad Noord 1.480 895 390 195 1,5 2.100 . . 45,8 12,7 13,1 . 62,7 7,0 13,1 25 95 55
Binnenstad Zuid 815 520 215 80 1,5 1.100 . . 43,1 13,1 13,6 . 60,5 4,6 19,1 10 45 15
Vriezenveenseweg e.o. Haghoek Oost 570 185 145 240 2,3 1.100 . . 41,3 12,2 6,1 . 33,1 13,7 140,0 5 25 15
Vriezenveenseweg e.o. Haghoek West 845 395 170 280 1,9 1.300 . . 42,4 9,0 7,6 . 53,4 7,5 30,9 0 10 10
Wierdense Hoek 3.055 1.330 735 985 2,1 5.300 31,5 25,9 52,0 8,5 14,8 38,4 53,8 10,0 34,1 25 110 60
Wierdensebrug en omgeving 15 0 5 10 3,3 0 . . . . . . . . . 5 15 5
Drakensteyn en omgeving 710 320 160 225 2,0 1.200 . . 65,9 2,3 23,4 . 69,2 2,8 3,9 0 10 10
Bedrijvensterrein Draaiersplaats 5 0 0 0 2,0 0 . . . . . . . . . 0 0 0
Werkense polder 570 130 140 300 2,9 1.300 . . 39,3 24,9 1,8 . 24,3 37,3 281,9 10 50 15
Veenseput 115 50 40 20 1,9 200 . . 43,5 22,0 4,2 . 32,7 15,0 212,0 0 10 5
Bekenstein / De Luiaard 920 520 215 185 1,8 1.400 . . 29,8 29,6 4,0 . 45,2 22,6 191,3 30 135 40
Huijgenslaan e.o. 195 50 70 80 2,5 400 . . 25,1 51,3 0,6 . 15,9 64,6 1.084,2 15 55 10
Verhoevenstraat e.o. 485 185 135 170 2,2 900 . . 37,5 27,9 3,1 . 38,2 28,9 266,7 0 55 25
Paddenstoelenbuurt 300 115 95 85 2,0 500 . . 41,7 17,4 7,6 . 42,9 19,3 61,3 5 15 10
Uilenstede, Kronenburg 3.930 3.670 150 110 1,1 3.400 20,7 19,5 75,7 3,3 7,1 17,5 93,2 0,3 0,0 95 265 55
Uilenstede 3.580 3.425 135 25 1,1 3.100 19,2 18,6 79,1 2,8 7,0 16,6 95,3 0,3 0,0 25 110 40
Havens-West 15 10 5 0 1,8 0 . . . . . . . . . 50 150 35
Houthavens 2.780 1.375 730 675 1,9 4.200 76,0 60,8 26,8 46,7 4,2 65,8 34,2 35,8 155,0 65 525 165
Houthavens-West 2.375 1.140 610 625 1,9 3.600 79,5 62,6 26,2 48,9 3,9 . 33,3 38,2 124,9 55 415 120
Houthavens-Oost 405 235 120 50 1,6 600 . . 30,4 33,4 6,1 . 39,8 22,4 413,0 15 110 40
Joris Ivenspleinbuurt 1.500 730 295 475 2,0 2.300 . 40,9 36,5 31,1 11,3 . 43,1 21,4 14,0 5 150 75
Weesp Binnenstad/Zuid 3.000 1.420 780 800 1,9 4.700 49,0 40,8 36,5 26,8 5,5 44,3 44,1 22,3 137,0 75 325 155
Herensingelkwartier 575 295 140 140 1,8 900 . . 29,8 29,9 4,4 . 42,4 24,0 209,4 15 55 25
Venserpolder 5.000 3.095 775 1.130 1,7 6.900 34,4 29,1 47,0 11,9 16,3 30,9 61,7 5,8 3,4 15 250 130
Venserpolder-West 2.980 1.870 455 660 1,6 4.000 34,2 28,8 47,9 11,9 17,3 30,6 62,6 4,8 2,9 10 140 75
Venserpolder-Oost 2.020 1.225 325 470 1,7 2.900 34,8 29,5 45,7 11,8 14,8 . 60,3 7,2 4,5 5 105 55
Binnenstad 4.175 2.765 1.025 380 1,4 5.500 39,5 36,8 36,2 14,9 9,1 34,8 60,7 5,6 11,3 65 350 150
Malkenschoten 105 50 25 30 2,0 200 . . 50,3 25,5 5,8 . 52,4 28,6 30,3 30 45 25
Angerenstein 810 255 245 310 2,3 1.500 . . 30,0 35,8 1,8 . 21,0 39,5 469,4 25 130 30
Paddenstoelenbuurt 280 145 75 60 1,8 400 . . 41,9 6,5 8,1 . 57,9 5,0 28,6 0 5 5
Wijk 17 Gaatkensoog 320 75 100 140 2,4 600 . . 28,7 38,5 2,1 . 17,7 41,5 324,3 5 40 5
Gaatkensoog 320 75 105 140 2,4 600 . . 28,7 38,5 2,1 . 17,7 41,5 324,3 5 40 5
BT Dierenstein 55 50 5 0 1,2 100 . . . . . . . . . 15 35 5
Blankensgoed 225 55 40 130 3,0 500 . . 35,2 25,1 1,6 . 16,5 35,3 295,7 5 20 5
Arensgenhout 220 60 85 75 2,3 400 . . 33,5 25,5 1,4 . 25,2 28,9 315,2 0 20 15
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2024.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per december 2025
De variabelenset van het thema Inkomen is vanaf 2024 gewijzigd. In dat jaar is de nieuwe armoededefinitie gepresenteerd in samenwerking met Nibud en SCP. Dit betekent dat de huidige armoede indicatoren (huishoudens onder of rond sociaal minimum) zijn vervangen door personen in armoede en personen vlak boven de armoedegrens. Voor meer informatie over de nieuwe methode om armoede te meten, zie paragraaf 4.
Binnen de thema’s Wonen en Vastgoed zijn definitieve cijfers over WOZ-waarde toegevoegd. Daarnaast zijn nieuwe cijfers over het thema Zorg opgenomen. Daarbij is een verbeterde methode toegepast vanaf 2024 waardoor de cijfers over het aantal Wmo-cliënten door de wijzigingen minder goed te vergelijken zijn met cijfers in voorgaande jaren. Zo is bijvoorbeeld de methode om de leeftijd van een Wmo-cliënt te bepalen veranderd en zijn er andere kleinere verbeteringen doorgevoerd. Voor meer informatie over deze verbeterde methode zie de korte onderzoekbeschrijving, paragraaf 4.

Wijzigingen per september 2025
Binnen thema Energie zijn vanaf dit jaar geen cijfers over elektriciteitslevering en aardgasverbruik per woningtype opgenomen. Daarvoor in de plaats zijn nieuwe variabelen over woningen (aardgas of aardgasvrij, met zonnestroom en elektrisch verwarmd) en laadpalen toegevoegd.
De variabelenset binnen het thema Arbeid is vanaf 2023 uitgebreid. Vanaf dat jaar zijn cijfers over de werkzame beroepsbevolking beschikbaar via deze tabel. Tevens wordt bij arbeidsparticipatie van werknemers voortaan uitgesplitst naar werknemers met een vaste of flexibele arbeidsrelatie. De voorlopige cijfers over 2024 verschijnen begin 2026 in deze tabel.

Wijzigingen per juni 2025
Binnen het thema Wonen en vastgoed hebben cijfers over woningvoorraad en niet-woningvoorraad ten onrechte de status ‘onbekend’ meegekregen (aangeduid met een ‘.’). Deze zijn vervangen door een ‘0’, omdat bekend is dat er geen (niet-)woningen staan in de betreffende wijk of buurt.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Elk kwartaal worden er nieuwe cijfers toegevoegd indien deze beschikbaar zijn.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
De bevolking van Nederland op 1 januari.

Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.

Het komt voor dat van inwoners wel bekend is binnen welke gemeente ze geregistreerd zijn, maar niet exact waar ze verblijven. Deze inwoners zijn daarom wel meegeteld in de gemeentecijfers, maar niet in de cijfers per wijk en buurt. De cijfers per gemeente kunnen daardoor afwijken van de onderliggende wijken of buurten, zelfs wanneer een gemeente slechts uit één wijk bestaat.
Particuliere huishoudens
Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
Huishoudens totaal
Totaal particuliere huishoudens.
Eenpersoonshuishoudens
Een particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Huishoudens zonder kinderen
Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren zonder kinderen, echtparen zonder kinderen en overige huishoudens.
Huishoudens met kinderen
Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Dit gemiddelde is berekend als het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.
Inkomen
Deze variabelen geven informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

Personen tot 25% boven armoedegrens
Het aantal personen in particuliere huishoudens met een huishoudensinkomen tussen de armoedegrens en 25% boven de armoedegrens, ten opzichte van het totaal aantal personen in particuliere huishoudens.
Huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
Gem. gestandaardiseerd inkomen
Het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.

Het betreft voorlopige cijfers.

40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Het betreft voorlopige cijfers.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Het betreft voorlopige cijfers.
Mediaan vermogen van particuliere huish.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.

Het betreft voorlopige cijfers.
Bedrijfsvestigingen, SBI 2008
Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 2008).

Deze tabel bevat gegevens over het aantal vestigingen van bedrijven naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De vestigingen zijn voorts ingedeeld naar de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar, naar wijken en naar buurten.

Status van de cijfers:
De cijfers hebben een voorlopig karakter.

Vestiging:
Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit ten minste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt.

In deze tabel is gekozen voor de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging. Niet iedere vestiging van een bedrijf houdt zich bezig met de hoofdactiviteit (SBI) van het bedrijf als geheel. Om te weten welke activiteiten worden uitgevoerd in een regio is de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. In de tabel zijn de vestigingen (naast de totalen) ook naar de volgende acht sectoren onderverdeeld:
A Landbouw, bosbouw en visserij
B-F Nijverheid en energie
G+I Handel en horeca
H+J Vervoer, informatie en communicatie
K-L Financiële diensten, onroerend goed
M-N Zakelijke dienstverlening
O-Q Overheid, onderwijs en zorg
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten

Het aantal vestigingen is afgerond op een veelvoud van vijf. In geval van afrondingen kan het voorkomen, dat de totalen niet precies overeenstemmen met de som der opgetelde getallen.
In geval de wijk of buurt van het bedrijf onbekend is, wordt dit bedrijf alleen op gemeentelijk niveau meegeteld. De onderverdeling naar sectoren is alleen vermeld bij 20 of meer bedrijven per buurt.
Bedrijfsvestigingen naar activiteit
K-L Financiële diensten, onroerend goed
M-N Zakelijke dienstverlening
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten