Kerncijfers wijken en buurten 2024

Kerncijfers wijken en buurten 2024

Wijken en buurten Bevolking Bevolking naar herkomst Herkomstland Nederland (aantal) Bevolking Bevolking naar herkomst Herkomstland Europa (exclusief Nederland) (aantal) Bevolking Bevolking naar herkomst Geboren in Nederland Nederland (aantal) Bevolking Bevolking naar herkomst Geboren in Nederland Europa (exclusief Nederland) (aantal) Bevolking Bevolking naar herkomst Geboren in Nederland Buiten Europa (aantal) Bevolking Bevolking naar herkomst Geboren buiten Nederland Europa (exclusief Nederland) (aantal) Bevolking Bevolking naar herkomst Geboren buiten Nederland Buiten Europa (aantal) Wonen en vastgoed Woningen naar bouwjaar Bouwjaar meer dan tien jaar geleden (%) Inkomen Personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Personen Personen in armoede (%) Inkomen Personen Personen tot 25% boven armoedegrens (%)
Nederland 12.941.748 1.677.093 12.941.748 608.406 1.477.849 1.068.687 1.846.252 92 14.480.600 42,2 34,9 40,0 20,0 3,1 6,4
Wijk 02 Bredevoort 1.805 95 1.805 55 25 40 35 95 1.600 . . 40,7 13,2 0,7 3,3
Verspreide huizen Bredevoort 210 10 210 10 0 5 0 85 200 . . 39,5 18,4 0,5 0,9
Bredevoort 1.355 70 1.355 35 20 35 30 95 1.200 . . 40,7 11,9 0,7 3,4
Redersbuurt 530 35 525 15 30 20 40 100 500 . . 48,7 10,8 2,2 10,7
Staatsliedenbuurt 1.090 180 1.090 70 165 110 250 100 1.300 . . 45,8 12,9 3,8 11,5
Staatsliedenkwartier en Landstraten 1.580 120 1.580 65 165 60 210 99 1.700 . . 41,7 18,2 3,2 9,8
Goedewerf en Wittewerf 295 50 295 30 95 25 120 100 400 . . 47,7 7,8 5,4 12,7
Hofmark, Redemark en Sportmark 1.005 135 1.000 70 125 65 160 97 1.100 . . 40,5 13,4 3,7 7,1
Staatsliedenwijk 755 215 755 65 615 150 860 100 1.900 . . 48,5 9,5 5,9 19,6
Staatsliedenwijk Oost 275 70 275 20 235 50 330 100 700 . . 56,4 6,2 7,1 28,1
Staatsliedenwijk Midden 250 60 255 20 215 40 315 100 600 . . 49,3 8,1 6,1 19,4
Staatsliedenwijk West 230 80 230 25 160 55 220 100 600 . . 37,9 15,0 3,9 8,8
Stedenwijk 4.195 825 4.195 310 2.355 520 2.960 100 8.100 34,1 27,1 46,0 11,6 4,8 11,2
Stedenwijk Noord 610 95 605 40 710 55 695 100 1.600 . . 55,0 6,7 6,5 16,7
Stedenwijk Midden-noord 485 100 485 30 350 70 405 100 1.000 . . 46,3 11,8 5,5 7,2
Stedenwijk Midden-oost 1.135 225 1.135 80 640 145 830 100 2.300 . 27,9 44,3 11,1 4,6 13,3
Stedenwijk Zuid 1.040 205 1.040 85 365 120 590 100 1.700 . . 41,4 14,4 4,6 9,5
Stedenwijk Midden-west 920 200 920 75 300 130 440 100 1.500 . . 44,1 14,2 3,0 6,5
Landgoederenbuurt 2.315 335 2.315 140 655 200 725 95 3.200 41,6 33,3 36,4 20,6 3,4 5,8
Landgoederenbuurt Noord 760 145 760 55 245 90 275 100 1.200 . . 36,6 18,3 3,8 4,3
Landgoederenbuurt Oost 680 110 680 40 280 65 305 84 1.000 . . 42,0 14,6 4,7 9,6
Landgoederenbuurt Zuid en West 875 85 875 40 135 40 150 100 1.000 . . 30,7 29,3 1,5 3,3
Bedrijventerrein De Rederij 60 10 60 5 30 5 15 36 100 . . . . . .
Edelstenenbuurt 1.225 300 1.225 75 510 230 695 100 2.200 . 28,8 45,6 12,8 5,1 12,9
Nederberg 1.335 325 1.335 70 145 255 290 97 1.900 . . 30,1 22,1 4,1 8,2
Staatsliedenbuurt-Oost 440 50 445 25 45 25 30 100 500 . . 31,0 49,0 0,5 0,0
Staatsliedenbuurt-West 950 65 950 30 55 40 45 90 900 . . 26,8 43,6 1,4 1,4
Zuiderzeestedenbuurt-Oost 1.720 205 1.720 90 320 110 310 100 1.900 . 40,7 29,0 35,0 1,4 4,1
Zuiderzeestedenbuurt-West 1.195 120 1.195 55 170 65 130 99 1.100 . . 24,7 47,6 1,1 1,1
Vredeveldbuurt 795 450 795 105 250 345 755 76 1.700 . . 25,2 38,2 4,3 2,6
Uilenstede, Kronenburg 1.815 1.210 1.820 125 325 1.085 970 68 3.400 20,7 19,5 75,7 3,3 11,5 7,1
Uilenstede 1.810 775 1.810 120 320 655 900 68 3.100 19,2 18,6 79,1 2,8 8,3 7,0
Frederikspleinbuurt 495 225 495 50 85 175 150 98 800 . . 28,9 41,6 5,2 3,9
Staatsliedenbuurt 5.765 2.780 5.765 650 1.655 2.130 2.805 97 11.300 48,4 42,4 38,1 27,8 6,5 11,5
Staatsliedenbuurt-Noordoost 500 205 505 50 180 160 330 100 1.100 . . 45,9 17,3 4,9 17,6
Frederik Hendrikbuurt 3.830 1.765 3.830 425 920 1.335 1.750 99 7.000 51,9 46,2 35,6 29,9 7,3 10,6
Frederik Hendrikbuurt-Noord 1.830 875 1.830 220 440 660 710 99 3.300 50,0 43,7 35,7 29,1 7,4 9,6
Frederik Hendrikbuurt-Zuidwest 620 220 615 70 130 155 245 100 1.000 . . 38,8 29,2 5,4 11,5
Frederik Hendrikbuurt-Zuidoost 1.380 665 1.380 140 350 530 795 100 2.700 54,3 49,1 34,2 31,2 8,0 11,4
Staatsliedenkwartier 1.880 210 1.880 80 370 125 505 100 2.400 . 27,0 48,7 8,9 5,2 13,5
Vredenburg/Kronenburg 4.635 715 4.635 300 1.235 415 1.930 100 7.100 35,8 30,8 44,6 12,9 5,9 12,8
Vredenburg 2.575 430 2.575 165 715 265 1.045 100 3.900 36,4 30,9 41,6 13,8 5,6 8,8
Vredeveld Noord 1.595 115 1.595 60 85 55 80 87 1.600 . . 38,6 11,4 2,8 8,1
Vredeveld Zuid 1.880 80 1.885 45 120 30 190 92 1.900 . . 45,6 9,9 2,6 12,4
Kloosterstede 795 50 795 30 100 20 65 100 800 . . 37,5 20,5 1,7 3,8
Staatsliedenwijk 1.045 100 1.040 30 85 70 95 94 1.000 . . 40,0 19,0 2,9 6,1
Wijk 06 Ter Leede 1.440 95 1.445 60 110 35 55 94 1.300 . . 30,1 34,5 0,2 1,6
Ter Leede 1.445 90 1.445 55 110 35 60 94 1.300 . . 30,1 34,5 0,2 1,6
Wijk 14 Meerwede 3.630 500 3.630 235 1.040 260 870 100 4.800 45,9 37,6 35,9 26,4 3,5 3,8
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2024.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per december 2025
De variabelenset van het thema Inkomen is vanaf 2024 gewijzigd. In dat jaar is de nieuwe armoededefinitie gepresenteerd in samenwerking met Nibud en SCP. Dit betekent dat de huidige armoede indicatoren (huishoudens onder of rond sociaal minimum) zijn vervangen door personen in armoede en personen vlak boven de armoedegrens. Voor meer informatie over de nieuwe methode om armoede te meten, zie paragraaf 4.
Binnen de thema’s Wonen en Vastgoed zijn definitieve cijfers over WOZ-waarde toegevoegd. Daarnaast zijn nieuwe cijfers over het thema Zorg opgenomen. Daarbij is een verbeterde methode toegepast vanaf 2024 waardoor de cijfers over het aantal Wmo-cliënten door de wijzigingen minder goed te vergelijken zijn met cijfers in voorgaande jaren. Zo is bijvoorbeeld de methode om de leeftijd van een Wmo-cliënt te bepalen veranderd en zijn er andere kleinere verbeteringen doorgevoerd. Voor meer informatie over deze verbeterde methode zie de korte onderzoekbeschrijving, paragraaf 4.

Wijzigingen per september 2025
Binnen thema Energie zijn vanaf dit jaar geen cijfers over elektriciteitslevering en aardgasverbruik per woningtype opgenomen. Daarvoor in de plaats zijn nieuwe variabelen over woningen (aardgas of aardgasvrij, met zonnestroom en elektrisch verwarmd) en laadpalen toegevoegd.
De variabelenset binnen het thema Arbeid is vanaf 2023 uitgebreid. Vanaf dat jaar zijn cijfers over de werkzame beroepsbevolking beschikbaar via deze tabel. Tevens wordt bij arbeidsparticipatie van werknemers voortaan uitgesplitst naar werknemers met een vaste of flexibele arbeidsrelatie. De voorlopige cijfers over 2024 verschijnen begin 2026 in deze tabel.

Wijzigingen per juni 2025
Binnen het thema Wonen en vastgoed hebben cijfers over woningvoorraad en niet-woningvoorraad ten onrechte de status ‘onbekend’ meegekregen (aangeduid met een ‘.’). Deze zijn vervangen door een ‘0’, omdat bekend is dat er geen (niet-)woningen staan in de betreffende wijk of buurt.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Elk kwartaal worden er nieuwe cijfers toegevoegd indien deze beschikbaar zijn.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
De bevolking van Nederland op 1 januari.

Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.

Het komt voor dat van inwoners wel bekend is binnen welke gemeente ze geregistreerd zijn, maar niet exact waar ze verblijven. Deze inwoners zijn daarom wel meegeteld in de gemeentecijfers, maar niet in de cijfers per wijk en buurt. De cijfers per gemeente kunnen daardoor afwijken van de onderliggende wijken of buurten, zelfs wanneer een gemeente slechts uit één wijk bestaat.
Bevolking naar herkomst
De bevolking van Nederland op 1 januari.

Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Herkomst:
Kenmerk dat weergeeft in welk land iemand geboren is of waar diens ouders geboren zijn.
De herkomst van personen die in het buitenland zijn geboren wordt bepaald door hun eigen geboorteland. Bij personen die in Nederland geboren zijn, wordt de herkomst bepaald door het geboorteland van de ouders.
Wanneer beide ouders in het buitenland zijn geboren, is het geboorteland van de moeder leidend in het bepalen van de herkomst. De geboortegegevens van de moeder zijn vaker bekend dan die van de vader. Wanneer de moeder in Nederland is geboren of het geboorteland van de moeder onbekend is, dan wordt het geboorteland van de vader gebruikt.
Herkomstland
Nederland
Europa (exclusief Nederland)
Herkomst Europa (exclusief Nederland). De landen Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Turkije vallen binnen deze indeling onder Azië.
Geboren in Nederland
Nederland
Europa (exclusief Nederland)
Geboren in Nederland, herkomst Europa (exclusief Nederland). De landen Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Turkije vallen binnen deze indeling onder Azië
Buiten Europa
Geboren in Nederland, herkomst buiten Europa.
Geboren buiten Nederland
Europa (exclusief Nederland)
Geboren buiten Nederland. Herkomst Europa (exclusief Nederland). De landen Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Turkije vallen binnen deze indeling onder Azië.
Buiten Europa
Geboren buiten Nederland, herkomst buiten Europa.
Wonen en vastgoed
Woningen naar bouwjaar
De aanduiding van het bouwjaar van een pand, waarin een woning zich bevindt. Oorspronkelijk als het pand bouwkundig gereed is of wordt opgeleverd. Latere wijziging aan een pand leidt niet tot wijziging van het bouwjaar. Bij een verblijfobject dat in meerdere panden is gelegen, wordt het oudste bouwjaar genomen.
De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden:
1) in de afgelopen tien jaar gebouwd;
2) meer dan tien jaar geleden gebouwd.
Onbekende bouwjaren worden niet weergegeven. Daardoor kan het voorkomen dat de categorieën niet optellen tot 100 procent.
Bouwjaar meer dan tien jaar geleden
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal woningen met bouwjaar meer dan tien jaar geleden, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.
Inkomen
Deze variabelen geven informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

Personen in armoede
Het aantal personen in particuliere huishoudens met een huishoudensinkomen onder de armoedegrens ten opzichte van het totaal aantal personen in particuliere huishoudens.
Personen tot 25% boven armoedegrens
Het aantal personen in particuliere huishoudens met een huishoudensinkomen tussen de armoedegrens en 25% boven de armoedegrens, ten opzichte van het totaal aantal personen in particuliere huishoudens.