Bruto-investeringen in materiële vaste activa; volumecijfers per maand

Bruto-investeringen in materiële vaste activa; volumecijfers per maand

Perioden Volume-index (2021=100) Volumeontwikkeling t.o.v. jaar eerder (%)
2020 januari 96,8 2,8
2020 februari 102,2 4,8
2020 maart 117,7 3,5
2020 april 93,8 -8,3
2020 mei 88,9 -16,1
2020 juni 104,4 -1,9
2020 juli 98,4 -1,0
2020 augustus 69,6 -17,5
2020 september 98,1 -1,0
2020 oktober 93,1 -4,2
2020 november 98,6 -1,9
2020 december 106,9 1,3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De uitkomsten betreffen de indexcijfers en de jaar-op-jaar-ontwikkelingen van het volume van de bruto-investeringen in materiële vaste activa. De indexcijfers zijn op basis van 2021=100. Onder de investeringen in materiële vaste activa vallen de uitgaven door vennootschappen, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk en overheid aan geproduceerde materiële activa die langer dan een jaar in het productieproces worden gebruikt. Investeringen in immateriële vaste activa (onderzoek en ontwikkeling, software, licenties e.d.) zijn niet meegerekend.

Gegevens beschikbaar vanaf januari 2004.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2023, 2024 en 2025 zijn voorlopig. De overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 22 december 2025:
Nieuwe cijfers zijn toegevoegd voor de maand oktober 2025.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Ongeveer zeven weken na de verslagperiode. De cijfers kunnen worden bijgesteld door het beschikbaar komen van nieuwe en bijgestelde broninformatie. Bovendien worden de maandcijfers aangepast aan de uitkomsten van de kwartaalrekeningen en nationale rekeningen. Jaarlijks vindt er een basisverlegging plaats van de jaar- en kwartaalrekeningen. De maandcijfers van de laatste drie jaar worden hierop aangepast. Eens in de vijf jaar vindt een revisie van de nationale rekeningen plaats.

Toelichting onderwerpen

Volume-index
Volume-index op basis van 2021=100

Bruto investeringen in materiële vaste activa:
De aanschaf van productiemiddelen die kunnen worden ingezet tijdens een productieproces en hierbij niet direct worden opgebruikt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een gebouw of een machine zoals een hoogoven. Dit in tegenstelling tot goederen of diensten die tijdens het productieproces worden opgebruikt, zoals ijzererts, het 'intermediair verbruik'. Bij grensgevallen wordt volgens internationale afspraken van vaste activa gesproken wanneer zij ten minste één jaar bruikbaar zijn. Hoewel zij niet worden opgebruikt, kunnen vaste activa in de loop der jaren wel in waarde verminderen, door slijtage of omdat bijvoorbeeld de techniek veroudert ('economische veroudering'). Voor dit verouderingsproces moeten producenten afschrijvingen doen. Bij 'bruto-investeringen' zijn die afschrijvingen niet afgehaald van de waarde van de investeringen, bij 'netto-investeringen' is dit wel het geval.

De volgende investeringen in materiële vaste activa worden onderscheiden: bouwwerken, machines, apparatuur, vervoermiddelen, wapensystemen, computers en in cultuur gebrachte biologische hulpbronnen. De precieze afbakening van de investeringen is te vinden in artikel 3.124 e.v. van het Europees Systeem van Rekeningen 2010 (ESR 2010).
Volumeontwikkeling t.o.v. jaar eerder
Procentuele volumeontwikkeling ten opzichte van een jaar eerder. De volumeontwikkeling geeft de voor de prijsontwikkeling gecorrigeerde ontwikkeling van de bruto investeringen in materiële vaste activa weer.

Bruto investeringen in materiële vaste activa:
De aanschaf van productiemiddelen die kunnen worden ingezet tijdens een productieproces en hierbij niet direct worden opgebruikt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een gebouw of een machine zoals een hoogoven. Dit in tegenstelling tot goederen of diensten die tijdens het productieproces worden opgebruikt, zoals ijzererts, het 'intermediair verbruik'. Bij grensgevallen wordt volgens internationale afspraken van vaste activa gesproken wanneer zij ten minste één jaar bruikbaar zijn. Hoewel zij niet worden opgebruikt, kunnen vaste activa in de loop der jaren wel in waarde verminderen, door slijtage of omdat bijvoorbeeld de techniek veroudert ('economische veroudering'). Voor dit verouderingsproces moeten producenten afschrijvingen doen. Bij 'bruto-investeringen' zijn die afschrijvingen niet afgehaald van de waarde van de investeringen, bij 'netto-investeringen' is dit wel het geval.

De volgende investeringen in materiële vaste activa worden onderscheiden: bouwwerken, machines, apparatuur, vervoermiddelen, wapensystemen, computers en in cultuur gebrachte biologische hulpbronnen. De precieze afbakening van de investeringen is te vinden in artikel 3.124 e.v. van het Europees Systeem van Rekeningen 2010 (ESR 2010).