Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR
| Huishoudenskenmerken | Perioden | Totaal bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (mln euro) | Gemiddeld bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (1 000 euro) |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2023* | 186.320 | 21,7 | 14,8 |
| Beschikbaar inkomen 1e 10%-groep | 2023* | 17.161 | 19,9 | 15,4 |
| Beschikbaar inkomen 2e 10%-groep | 2023* | 21.263 | 24,7 | 19,0 |
| Beschikbaar inkomen 3e 10%-groep | 2023* | 21.535 | 25,0 | 19,3 |
| Beschikbaar inkomen 4e 10%-groep | 2023* | 18.220 | 21,2 | 15,6 |
| Beschikbaar inkomen 5e 10%-groep | 2023* | 17.610 | 20,5 | 14,3 |
| Beschikbaar inkomen 6e 10%-groep | 2023* | 19.060 | 22,1 | 14,7 |
| Beschikbaar inkomen 7e 10%-groep | 2023* | 19.304 | 22,4 | 14,4 |
| Beschikbaar inkomen 8e 10%-groep | 2023* | 17.809 | 20,7 | 12,9 |
| Beschikbaar inkomen 9e 10%-groep | 2023* | 17.292 | 20,1 | 12,3 |
| Beschikbaar inkomen 10e 10%-groep | 2023* | 17.066 | 19,8 | 12,1 |
| Eenpersoonshuish.: persoon tot 65 jaar | 2023* | 21.262 | 10,1 | 10,5 |
| Eenpersoonshuish.: persoon vanaf 65 jaar | 2023* | 23.673 | 19,0 | 19,9 |
| Eenouderhuishouden | 2023* | 13.811 | 31,0 | 19,8 |
| Paar: geen kind (thuis), tot 65 jaar | 2023* | 13.836 | 11,8 | 8,2 |
| Paar: geen kind (thuis), vanaf 65 jaar | 2023* | 26.274 | 19,9 | 13,8 |
| Paar met 1 of 2 kind(eren) | 2023* | 43.576 | 30,5 | 15,2 |
| Paar met meer dan 2 kinderen | 2023* | 18.500 | 54,7 | 20,9 |
| Overige huishoudens | 2023* | 25.388 | 46,4 | 19,0 |
| Inkomensbron: gemengd inkomen | 2023* | 11.336 | 18,8 | 11,5 |
| Inkomensbron: beloning van werknemers | 2023* | 65.182 | 17,3 | 11,0 |
| Inkomensbron: uitkering i.v.m. ouderdom | 2023* | 39.608 | 14,4 | 11,6 |
| Inkomensbron: inkomen uit vermogen | 2023* | 1.109 | 16,4 | 11,3 |
| Inkomensbron: overige | 2023* | 69.085 | 49,0 | 32,1 |
| Hoofdkostwinner: tot 35 jaar | 2023* | 24.050 | 15,0 | 11,8 |
| Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar | 2023* | 33.477 | 25,5 | 15,5 |
| Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar | 2023* | 38.543 | 26,9 | 15,2 |
| Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar | 2023* | 28.712 | 18,3 | 11,9 |
| Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder | 2023* | 61.538 | 22,9 | 18,0 |
| Woningbezit: eigen woning | 2023* | 97.876 | 20,7 | 13,0 |
| Woningbezit: huurwoning | 2023* | 88.444 | 22,8 | 17,5 |
| Vermogenssaldo 1e 10%-groep | 2023* | 14.654 | 17,0 | 14,5 |
| Vermogenssaldo 2e 10%-groep | 2023* | 19.496 | 22,7 | 18,1 |
| Vermogenssaldo 3e 10%-groep | 2023* | 18.748 | 21,8 | 17,1 |
| Vermogenssaldo 4e 10%-groep | 2023* | 17.524 | 20,4 | 15,0 |
| Vermogenssaldo 5e 10%-groep | 2023* | 17.020 | 19,8 | 13,6 |
| Vermogenssaldo 6e 10%-groep | 2023* | 18.334 | 21,3 | 13,9 |
| Vermogenssaldo 7e 10%-groep | 2023* | 18.909 | 22,0 | 14,0 |
| Vermogenssaldo 8e 10%-groep | 2023* | 18.858 | 21,9 | 13,6 |
| Vermogenssaldo 9e 10%-groep | 2023* | 18.815 | 21,9 | 13,3 |
| Vermogenssaldo 10e 10%-groep | 2023* | 23.962 | 27,8 | 15,9 |
| Bron: CBS. | ||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft inzicht in de verdeling van inkomen, consumptie, besparingen en vermogens binnen de huishoudensector, uitgesplitst naar huishoudensgroepen. In tegenstelling tot macro-economische totalen en gemiddelden, die slechts een algemeen beeld geven, maken verdelingsstatistieken zichtbaar hoe economische middelen en ontwikkelingen zijn verdeeld over verschillende delen van de bevolking. Dit is van belang omdat groei van de gehele huishoudenssector niet noodzakelijk betekent dat alle huishoudens daarvan in gelijke mate profiteren. De huishoudens worden onderscheiden naar de voornaamste bron van inkomen, woonsituatie, samenstelling van het huishouden, leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner, 10%-inkomensgroepen en 10%-vermogensgroepen.
De cijfers zijn samengesteld door microdata over huishoudens (zoals administratieve gegevens en steekproeven) te combineren met de totalen uit de nationale rekeningen. Daarbij is expliciet gekozen voor consistentie met de nationale rekeningen, zodat de verdelingsuitkomsten optellen tot de officiële macro-economische totalen. Om dit te bereiken zijn verschillen in definities, populatie en methoden tussen micro- en macrostatistieken geanalyseerd en, waar nodig, gecorrigeerd. De nationale rekeningen zijn internationaal geharmoniseerd wat betreft concepten en methoden, waardoor de totalen goed vergelijkbaar zijn tussen landen. Door in deze statistiek expliciet aan te sluiten bij deze totalen wordt die internationale vergelijkbaarheid ook op de verdelingsuitkomsten doorgetrokken.
De gehanteerde methodiek is ontwikkeld in internationaal verband binnen expertgroepen van de OECD, ECB en Eurostat, onder meer in het kader van de werkzaamheden van de Expert Group on Disparities in a National Accounts framework (EG DNA). De methodiek is vastgelegd in het OECD Handbook on the Compilation of Household Distributional Results on Income, Consumption and Saving in Line with National Accounts Totals.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2021.
Status van de cijfers:
Alle gegevens zijn voorlopig. De macro cijfers waarop aangesloten wordt van 2023 zijn definitief, echter de gebruikte micro data kennen een wisselende status. De methodologie is internationaal in ontwikkeling.
Wijzigingen per 29 januari 2026:
Geen. Dit is een nieuwe tabel.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in 2024 de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Deze tabel geeft de cijfers na revisie weer. Voor meer informatie zie paragraaf 3.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Cijfers voor de huishoudensverdelingen komen uiterlijk T+2 beschikbaar.
Toelichting onderwerpen
- Totaal bedrag
- Inkomens
- Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
- Sociale overdrachten in natura
- Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.
- Gemiddeld bedrag
- Bedrag per huishouden.
- Inkomens
- Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
- Sociale overdrachten in natura
- Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.
- Gestandaardiseerd bedrag
- Bedrag per huishouden omgerekend naar eenpersoonshuishouden.
- Inkomens
- Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
- Sociale overdrachten in natura
- Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.