Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR

Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR

Huishoudenskenmerken Perioden Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal consumptieve bestedingen (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Alcoholhoudende dranken en tabak (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Kleding en schoenen (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Huisvesting, water en energie (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Stoffering en huish. apparaten… (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Gezondheid (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Vervoer (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Informatie en communicatie (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Recreatie, sport en cultuur Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (mln euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal consumptieve bestedingen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Alcoholhoudende dranken en tabak (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Kleding en schoenen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Huisvesting, water en energie (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Stoffering en huish. apparaten… (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Gezondheid (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Vervoer (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Informatie en communicatie (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Recreatie, sport en cultuur (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal consumptieve bestedingen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Alcoholhoudende dranken en tabak (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Kleding en schoenen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Huisvesting, water en energie (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Stoffering en huish. apparaten… (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Gezondheid (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Vervoer (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Informatie en communicatie (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Recreatie, sport en cultuur (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (1 000 euro)
Totaal 2023* 463.145 53.143 13.731 23.164 101.684 29.905 14.531 58.976 17.810 39.600 4.426 41.032 38.527 26.616 53,8 6,2 1,6 2,7 11,8 3,5 1,7 6,9 2,1 4,6 0,5 4,8 4,5 3,1 36,8 4,2 1,1 1,8 8,1 2,4 1,2 4,7 1,4 3,1 0,4 3,3 3,1 2,1
Beschikbaar inkomen 1e 10%-groep 2023* 26.961 3.417 1.268 1.420 6.264 1.544 830 2.707 1.321 1.954 593 2.008 2.029 1.607 31,3 4,0 1,5 1,6 7,3 1,8 1,0 3,1 1,5 2,3 0,7 2,3 2,4 1,9 24,2 3,1 1,1 1,3 5,6 1,4 0,7 2,4 1,2 1,8 0,5 1,8 1,8 1,4
Beschikbaar inkomen 2e 10%-groep 2023* 29.579 4.085 1.244 1.396 6.740 1.805 1.023 2.985 1.525 2.450 311 1.891 2.187 1.938 34,4 4,7 1,4 1,6 7,8 2,1 1,2 3,5 1,8 2,8 0,4 2,2 2,5 2,3 26,4 3,6 1,1 1,2 6,0 1,6 0,9 2,7 1,4 2,2 0,3 1,7 1,9 1,7
Beschikbaar inkomen 3e 10%-groep 2023* 31.368 4.167 1.266 1.525 6.690 1.925 1.076 3.408 1.526 2.721 308 2.236 2.497 2.024 36,5 4,8 1,5 1,8 7,8 2,2 1,3 4,0 1,8 3,2 0,4 2,6 2,9 2,4 28,1 3,7 1,1 1,4 6,0 1,7 1,0 3,1 1,4 2,4 0,3 2,0 2,2 1,8
Beschikbaar inkomen 4e 10%-groep 2023* 36.153 4.588 1.289 1.815 7.423 2.277 1.217 4.298 1.632 3.126 342 2.967 2.925 2.255 42,0 5,3 1,5 2,1 8,6 2,6 1,4 5,0 1,9 3,6 0,4 3,4 3,4 2,6 30,9 3,9 1,1 1,6 6,3 1,9 1,0 3,7 1,4 2,7 0,3 2,5 2,5 1,9
Beschikbaar inkomen 5e 10%-groep 2023* 41.306 5.049 1.334 2.098 8.560 2.657 1.363 5.134 1.738 3.556 388 3.619 3.319 2.490 48,0 5,9 1,6 2,4 9,9 3,1 1,6 6,0 2,0 4,1 0,5 4,2 3,9 2,9 33,6 4,1 1,1 1,7 7,0 2,2 1,1 4,2 1,4 2,9 0,3 2,9 2,7 2,0
Beschikbaar inkomen 6e 10%-groep 2023* 46.506 5.489 1.383 2.373 9.914 3.030 1.499 5.932 1.836 3.973 439 4.212 3.708 2.719 54,0 6,4 1,6 2,8 11,5 3,5 1,7 6,9 2,1 4,6 0,5 4,9 4,3 3,2 36,0 4,2 1,1 1,8 7,7 2,3 1,2 4,6 1,4 3,1 0,3 3,3 2,9 2,1
Beschikbaar inkomen 7e 10%-groep 2023* 51.770 5.932 1.420 2.624 11.347 3.404 1.640 6.711 1.932 4.410 481 4.769 4.146 2.953 60,2 6,9 1,7 3,0 13,2 4,0 1,9 7,8 2,2 5,1 0,6 5,5 4,8 3,4 38,5 4,4 1,1 2,0 8,4 2,5 1,2 5,0 1,4 3,3 0,4 3,5 3,1 2,2
Beschikbaar inkomen 8e 10%-groep 2023* 56.809 6.304 1.452 2.845 12.777 3.748 1.764 7.464 2.010 4.836 511 5.283 4.645 3.169 66,0 7,3 1,7 3,3 14,8 4,4 2,1 8,7 2,3 5,6 0,6 6,1 5,4 3,7 41,2 4,6 1,1 2,1 9,3 2,7 1,3 5,4 1,5 3,5 0,4 3,8 3,4 2,3
Beschikbaar inkomen 9e 10%-groep 2023* 62.609 6.636 1.500 3.083 14.474 4.117 1.882 8.365 2.074 5.322 531 5.868 5.365 3.391 72,8 7,7 1,7 3,6 16,8 4,8 2,2 9,7 2,4 6,2 0,6 6,8 6,2 3,9 44,6 4,7 1,1 2,2 10,3 2,9 1,3 6,0 1,5 3,8 0,4 4,2 3,8 2,4
Beschikbaar inkomen 10e 10%-groep 2023* 80.084 7.476 1.575 3.985 17.495 5.398 2.237 11.972 2.216 7.252 522 8.179 7.706 4.070 93,1 8,7 1,8 4,6 20,3 6,3 2,6 13,9 2,6 8,4 0,6 9,5 9,0 4,7 56,9 5,3 1,1 2,8 12,4 3,8 1,6 8,5 1,6 5,1 0,4 5,8 5,5 2,9
Eenpersoonshuish.: persoon tot 65 jaar 2023* 75.849 7.305 3.623 3.483 19.326 4.124 1.771 9.121 3.122 6.486 856 7.700 5.051 3.884 36,0 3,5 1,7 1,7 9,2 2,0 0,8 4,3 1,5 3,1 0,4 3,7 2,4 1,8 37,7 3,6 1,8 1,7 9,6 2,0 0,9 4,5 1,5 3,2 0,4 3,8 2,5 1,9
Eenpersoonshuish.: persoon vanaf 65 jaar 2023* 44.040 4.719 1.603 1.443 12.549 2.363 1.292 3.986 1.952 4.251 91 2.614 4.514 2.663 35,4 3,8 1,3 1,2 10,1 1,9 1,0 3,2 1,6 3,4 0,1 2,1 3,6 2,1 37,0 4,0 1,3 1,2 10,6 2,0 1,1 3,4 1,6 3,6 0,1 2,2 3,8 2,2
Eenouderhuishouden 2023* 22.560 2.629 623 1.148 5.539 1.341 718 2.550 1.057 1.703 429 1.948 1.576 1.298 50,6 5,9 1,4 2,6 12,4 3,0 1,6 5,7 2,4 3,8 1,0 4,4 3,5 2,9 32,3 3,8 0,9 1,6 7,9 1,9 1,0 3,7 1,5 2,4 0,6 2,8 2,3 1,9
Paar: geen kind (thuis), tot 65 jaar 2023* 63.039 7.383 2.084 3.743 6.994 4.950 2.251 9.948 2.504 6.066 468 7.060 5.632 3.955 53,7 6,3 1,8 3,2 6,0 4,2 1,9 8,5 2,1 5,2 0,4 6,0 4,8 3,4 37,4 4,4 1,2 2,2 4,1 2,9 1,3 5,9 1,5 3,6 0,3 4,2 3,3 2,3
Paar: geen kind (thuis), vanaf 65 jaar 2023* 64.300 9.118 1.828 2.924 7.505 4.694 2.782 8.423 2.824 6.635 85 5.016 7.929 4.538 48,6 6,9 1,4 2,2 5,7 3,5 2,1 6,4 2,1 5,0 0,1 3,8 6,0 3,4 33,8 4,8 1,0 1,5 3,9 2,5 1,5 4,4 1,5 3,5 0,0 2,6 4,2 2,4
Paar met 1 of 2 kind(eren) 2023* 117.176 13.481 2.386 6.474 28.840 7.682 3.561 15.167 3.976 8.864 1.604 10.370 8.408 6.363 82,0 9,4 1,7 4,5 20,2 5,4 2,5 10,6 2,8 6,2 1,1 7,3 5,9 4,5 40,8 4,7 0,8 2,3 10,1 2,7 1,2 5,3 1,4 3,1 0,6 3,6 2,9 2,2
Paar met meer dan 2 kinderen 2023* 33.761 3.512 532 1.698 12.071 1.844 800 3.802 924 2.168 313 2.582 1.951 1.562 99,9 10,4 1,6 5,0 35,7 5,5 2,4 11,2 2,7 6,4 0,9 7,6 5,8 4,6 38,2 4,0 0,6 1,9 13,7 2,1 0,9 4,3 1,0 2,5 0,4 2,9 2,2 1,8
Overige huishoudens 2023* 42.420 4.996 1.052 2.251 8.860 2.907 1.356 5.979 1.451 3.427 580 3.742 3.466 2.353 77,5 9,1 1,9 4,1 16,2 5,3 2,5 10,9 2,7 6,3 1,1 6,8 6,3 4,3 31,7 3,7 0,8 1,7 6,6 2,2 1,0 4,5 1,1 2,6 0,4 2,8 2,6 1,8
Inkomensbron: gemengd inkomen 2023* 40.394 4.479 1.080 1.996 9.269 2.762 1.239 5.544 1.411 3.509 392 4.065 2.246 2.403 67,1 7,4 1,8 3,3 15,4 4,6 2,1 9,2 2,3 5,8 0,7 6,8 3,7 4,0 41,0 4,5 1,1 2,0 9,4 2,8 1,3 5,6 1,4 3,6 0,4 4,1 2,3 2,4
Inkomensbron: beloning van werknemers 2023* 241.796 26.145 6.577 12.931 53.598 15.771 7.178 33.123 8.490 20.028 2.434 23.699 18.730 13.088 64,1 6,9 1,7 3,4 14,2 4,2 1,9 8,8 2,3 5,3 0,6 6,3 5,0 3,5 40,8 4,4 1,1 2,2 9,1 2,7 1,2 5,6 1,4 3,4 0,4 4,0 3,2 2,2
Inkomensbron: uitkering i.v.m. ouderdom 2023* 115.122 14.912 3.872 4.734 23.357 7.481 4.237 12.483 5.258 11.142 400 7.800 11.919 7.528 41,8 5,4 1,4 1,7 8,5 2,7 1,5 4,5 1,9 4,0 0,1 2,8 4,3 2,7 33,7 4,4 1,1 1,4 6,8 2,2 1,2 3,6 1,5 3,3 0,1 2,3 3,5 2,2
Inkomensbron: inkomen uit vermogen 2023* 10.187 764 127 519 1.235 739 263 1.883 200 1.091 24 1.226 1.659 458 151,1 11,3 1,9 7,7 18,3 11,0 3,9 27,9 3,0 16,2 0,4 18,2 24,6 6,8 103,6 7,8 1,3 5,3 12,6 7,5 2,7 19,1 2,0 11,1 0,2 12,5 16,9 4,7
Inkomensbron: overige 2023* 55.646 6.843 2.075 2.984 14.225 3.152 1.614 5.943 2.451 3.830 1.176 4.242 3.973 3.139 39,4 4,8 1,5 2,1 10,1 2,2 1,1 4,2 1,7 2,7 0,8 3,0 2,8 2,2 25,9 3,2 1,0 1,4 6,6 1,5 0,8 2,8 1,1 1,8 0,5 2,0 1,8 1,5
Hoofdkostwinner: tot 35 jaar 2023* 67.350 7.476 2.250 3.919 14.468 4.182 1.902 8.913 2.777 5.402 1.242 7.349 4.073 3.397 42,0 4,7 1,4 2,4 9,0 2,6 1,2 5,6 1,7 3,4 0,8 4,6 2,5 2,1 33,1 3,7 1,1 1,9 7,1 2,1 0,9 4,4 1,4 2,7 0,6 3,6 2,0 1,7
Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar 2023* 82.914 9.243 2.196 4.597 21.617 5.217 2.318 10.509 2.966 6.317 817 7.642 5.243 4.234 63,2 7,0 1,7 3,5 16,5 4,0 1,8 8,0 2,3 4,8 0,6 5,8 4,0 3,2 38,3 4,3 1,0 2,1 10,0 2,4 1,1 4,9 1,4 2,9 0,4 3,5 2,4 2,0
Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar 2023* 100.766 10.824 2.375 5.318 25.447 6.264 2.898 12.767 3.432 7.850 1.288 9.082 7.488 5.732 70,3 7,6 1,7 3,7 17,8 4,4 2,0 8,9 2,4 5,5 0,9 6,3 5,2 4,0 39,8 4,3 0,9 2,1 10,0 2,5 1,1 5,0 1,4 3,1 0,5 3,6 3,0 2,3
Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar 2023* 95.222 10.689 3.274 4.590 18.276 6.597 3.048 13.192 3.537 8.468 789 8.755 8.435 5.573 60,6 6,8 2,1 2,9 11,6 4,2 1,9 8,4 2,3 5,4 0,5 5,6 5,4 3,5 39,4 4,4 1,4 1,9 7,6 2,7 1,3 5,5 1,5 3,5 0,3 3,6 3,5 2,3
Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 2023* 116.893 14.911 3.636 4.740 21.876 7.645 4.365 13.595 5.098 11.563 290 8.204 13.288 7.680 43,5 5,6 1,4 1,8 8,1 2,8 1,6 5,1 1,9 4,3 0,1 3,1 4,9 2,9 34,1 4,4 1,1 1,4 6,4 2,2 1,3 4,0 1,5 3,4 0,1 2,4 3,9 2,2
Woningbezit: eigen woning 2023* 323.851 36.287 7.732 15.485 70.737 21.978 10.500 42.154 11.292 28.883 2.505 29.630 28.155 18.515 68,6 7,7 1,6 3,3 15,0 4,7 2,2 8,9 2,4 6,1 0,5 6,3 6,0 3,9 43,1 4,8 1,0 2,1 9,4 2,9 1,4 5,6 1,5 3,8 0,3 3,9 3,7 2,5
Woningbezit: huurwoning 2023* 139.294 16.856 5.999 7.679 30.947 7.927 4.031 16.822 6.518 10.717 1.921 11.402 10.372 8.101 35,9 4,3 1,5 2,0 8,0 2,0 1,0 4,3 1,7 2,8 0,5 2,9 2,7 2,1 27,5 3,3 1,2 1,5 6,1 1,6 0,8 3,3 1,3 2,1 0,4 2,3 2,1 1,6
Vermogenssaldo 1e 10%-groep 2023* 25.702 2.944 1.224 1.501 6.518 1.362 676 2.783 1.234 1.768 668 2.251 1.423 1.349 29,9 3,4 1,4 1,7 7,6 1,6 0,8 3,2 1,4 2,1 0,8 2,6 1,7 1,6 25,4 2,9 1,2 1,5 6,4 1,3 0,7 2,8 1,2 1,7 0,7 2,2 1,4 1,3
Vermogenssaldo 2e 10%-groep 2023* 28.984 3.531 1.335 1.555 7.036 1.640 807 3.296 1.426 2.164 459 2.384 1.715 1.635 33,7 4,1 1,6 1,8 8,2 1,9 0,9 3,8 1,7 2,5 0,5 2,8 2,0 1,9 27,0 3,3 1,2 1,4 6,5 1,5 0,8 3,1 1,3 2,0 0,4 2,2 1,6 1,5
Vermogenssaldo 3e 10%-groep 2023* 31.783 3.854 1.316 1.681 7.225 1.834 930 3.842 1.494 2.524 358 2.711 2.139 1.875 36,9 4,5 1,5 2,0 8,4 2,1 1,1 4,5 1,7 2,9 0,4 3,2 2,5 2,2 29,0 3,5 1,2 1,5 6,6 1,7 0,8 3,5 1,4 2,3 0,3 2,5 2,0 1,7
Vermogenssaldo 4e 10%-groep 2023* 36.319 4.456 1.348 1.903 7.702 2.227 1.135 4.570 1.621 3.019 345 3.132 2.676 2.184 42,2 5,2 1,6 2,2 9,0 2,6 1,3 5,3 1,9 3,5 0,4 3,6 3,1 2,5 31,2 3,8 1,2 1,6 6,6 1,9 1,0 3,9 1,4 2,6 0,3 2,7 2,3 1,9
Vermogenssaldo 5e 10%-groep 2023* 44.608 5.310 1.396 2.286 9.501 2.920 1.432 5.740 1.801 3.834 405 4.049 3.325 2.609 51,8 6,2 1,6 2,7 11,0 3,4 1,7 6,7 2,1 4,5 0,5 4,7 3,9 3,0 35,6 4,2 1,1 1,8 7,6 2,3 1,1 4,6 1,4 3,1 0,3 3,2 2,7 2,1
Vermogenssaldo 6e 10%-groep 2023* 50.499 5.917 1.371 2.489 11.355 3.349 1.645 6.352 1.923 4.378 441 4.475 3.850 2.954 58,7 6,9 1,6 2,9 13,2 3,9 1,9 7,4 2,2 5,1 0,5 5,2 4,5 3,4 38,3 4,5 1,0 1,9 8,6 2,5 1,2 4,8 1,5 3,3 0,3 3,4 2,9 2,2
Vermogenssaldo 7e 10%-groep 2023* 53.555 6.240 1.365 2.567 12.133 3.571 1.769 6.692 1.981 4.696 436 4.647 4.304 3.155 62,2 7,3 1,6 3,0 14,1 4,1 2,1 7,8 2,3 5,5 0,5 5,4 5,0 3,7 39,6 4,6 1,0 1,9 9,0 2,6 1,3 4,9 1,5 3,5 0,3 3,4 3,2 2,3
Vermogenssaldo 8e 10%-groep 2023* 56.379 6.505 1.395 2.673 12.494 3.790 1.872 7.137 2.027 4.991 431 4.887 4.861 3.316 65,5 7,6 1,6 3,1 14,5 4,4 2,2 8,3 2,4 5,8 0,5 5,7 5,6 3,9 40,8 4,7 1,0 1,9 9,0 2,7 1,4 5,2 1,5 3,6 0,3 3,5 3,5 2,4
Vermogenssaldo 9e 10%-groep 2023* 60.390 6.808 1.447 2.856 12.919 4.093 1.986 7.845 2.082 5.382 430 5.307 5.733 3.502 70,2 7,9 1,7 3,3 15,0 4,8 2,3 9,1 2,4 6,3 0,5 6,2 6,7 4,1 42,6 4,8 1,0 2,0 9,1 2,9 1,4 5,5 1,5 3,8 0,3 3,7 4,0 2,5
Vermogenssaldo 10e 10%-groep 2023* 74.926 7.578 1.534 3.653 14.801 5.119 2.279 10.719 2.221 6.844 453 7.189 8.501 4.037 87,1 8,8 1,8 4,2 17,2 5,9 2,6 12,5 2,6 8,0 0,5 8,4 9,9 4,7 49,7 5,0 1,0 2,4 9,8 3,4 1,5 7,1 1,5 4,5 0,3 4,8 5,6 2,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft inzicht in de verdeling van inkomen, consumptie, besparingen en vermogens binnen de huishoudensector, uitgesplitst naar huishoudensgroepen. In tegenstelling tot macro-economische totalen en gemiddelden, die slechts een algemeen beeld geven, maken verdelingsstatistieken zichtbaar hoe economische middelen en ontwikkelingen zijn verdeeld over verschillende delen van de bevolking. Dit is van belang omdat groei van de gehele huishoudenssector niet noodzakelijk betekent dat alle huishoudens daarvan in gelijke mate profiteren. De huishoudens worden onderscheiden naar de voornaamste bron van inkomen, woonsituatie, samenstelling van het huishouden, leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner, 10%-inkomensgroepen en 10%-vermogensgroepen.
De cijfers zijn samengesteld door microdata over huishoudens (zoals administratieve gegevens en steekproeven) te combineren met de totalen uit de nationale rekeningen. Daarbij is expliciet gekozen voor consistentie met de nationale rekeningen, zodat de verdelingsuitkomsten optellen tot de officiële macro-economische totalen. Om dit te bereiken zijn verschillen in definities, populatie en methoden tussen micro- en macrostatistieken geanalyseerd en, waar nodig, gecorrigeerd. De nationale rekeningen zijn internationaal geharmoniseerd wat betreft concepten en methoden, waardoor de totalen goed vergelijkbaar zijn tussen landen. Door in deze statistiek expliciet aan te sluiten bij deze totalen wordt die internationale vergelijkbaarheid ook op de verdelingsuitkomsten doorgetrokken.
De gehanteerde methodiek is ontwikkeld in internationaal verband binnen expertgroepen van de OECD, ECB en Eurostat, onder meer in het kader van de werkzaamheden van de Expert Group on Disparities in a National Accounts framework (EG DNA). De methodiek is vastgelegd in het OECD Handbook on the Compilation of Household Distributional Results on Income, Consumption and Saving in Line with National Accounts Totals.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2021.

Status van de cijfers:
Alle gegevens zijn voorlopig. De macro cijfers waarop aangesloten wordt van 2023 zijn definitief, echter de gebruikte micro data kennen een wisselende status. De methodologie is internationaal in ontwikkeling.

Wijzigingen per 29 januari 2026:
Geen. Dit is een nieuwe tabel.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in 2024 de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Deze tabel geeft de cijfers na revisie weer. Voor meer informatie zie paragraaf 3.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Cijfers voor de huishoudensverdelingen komen uiterlijk T+2 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Totaal bedrag
Bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
Consumptieve bestedingen
Totaal consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Alcoholhoudende dranken en tabak
Alcoholhoudende dranken, tabak en verdovende en stimulerende middelen
Kleding en schoenen
Kleding en schoenen
Huisvesting, water en energie
Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen
Stoffering en huish. apparaten…
Stoffering, huidhoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning
Gezondheid
Gezondheid inclusief gezondheidsdiensten die worden gekocht bij gezondheidscentra van scholen en universiteiten
Vervoer
Vervoer
Informatie en communicatie
Informatie en communicatie
Recreatie, sport en cultuur
Recreatie, sport en cultuur
Onderwijs
Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
Restaurants en accommodatiediensten
Restaurants en accommodatiediensten
Verzekeringen en financiële diensten
Verzekeringen en financiële diensten
Diverse goederen en diensten
Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten
Gemiddeld bedrag
Bedrag per huishouden.
Bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
Consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag
Totaal consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Alcoholhoudende dranken en tabak
Alcoholhoudende dranken, tabak en verdovende en stimulerende middelen
Kleding en schoenen
Kleding en schoenen
Huisvesting, water en energie
Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen
Stoffering en huish. apparaten…
Stoffering, huidhoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning
Gezondheid
Gezondheid inclusief gezondheidsdiensten die worden gekocht bij gezondheidscentra van scholen en universiteiten
Vervoer
Vervoer
Informatie en communicatie
Informatie en communicatie
Recreatie, sport en cultuur
Recreatie, sport en cultuur
Onderwijs
Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
Restaurants en accommodatiediensten
Restaurants en accommodatiediensten
Verzekeringen en financiële diensten
Verzekeringen en financiële diensten
Diverse goederen en diensten
Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten
Gestandaardiseerd bedrag
Bedrag per huishouden omgerekend naar eenpersoonshuishouden.
Bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
Consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Totaal consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Alcoholhoudende dranken en tabak
Alcoholhoudende dranken, tabak en verdovende en stimulerende middelen
Kleding en schoenen
Kleding en schoenen
Huisvesting, water en energie
Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen
Stoffering en huish. apparaten…
Stoffering, huidhoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning
Gezondheid
Gezondheid inclusief gezondheidsdiensten die worden gekocht bij gezondheidscentra van scholen en universiteiten
Vervoer
Vervoer
Informatie en communicatie
Informatie en communicatie
Recreatie, sport en cultuur
Recreatie, sport en cultuur
Onderwijs
Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
Restaurants en accommodatiediensten
Restaurants en accommodatiediensten
Verzekeringen en financiële diensten
Verzekeringen en financiële diensten
Diverse goederen en diensten
Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten