Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen
| Institutionele sectoren | Niet-geconsolideerd of geconsolideerd | Perioden | Middelen Beloning van werknemers Totaal (mln euro) | Middelen Beloning van werknemers Lonen (mln euro) | Middelen Beloning van werknemers Sociale premies t.l.v. werkgevers (mln euro) | Bestedingen Beloning van werknemers Totaal (mln euro) | Bestedingen Beloning van werknemers Lonen (mln euro) | Bestedingen Beloning van werknemers Sociale premies t.l.v. werkgevers (mln euro) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totale binnenlandse sectoren | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 134.566 | 102.789 | 31.777 | 137.549 | 105.104 | 32.445 |
| Totale binnenlandse sectoren | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 134.566 | 102.789 | 31.777 | 137.549 | 105.104 | 32.445 |
| Niet-financiële vennootschappen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 100.553 | 77.697 | 22.856 | |||
| Niet-financiële vennootschappen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 100.553 | 77.697 | 22.856 | |||
| Financiële instellingen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 6.920 | 5.446 | 1.474 | |||
| Financiële instellingen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 6.920 | 5.446 | 1.474 | |||
| Monetaire financiële instellingen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 2.838 | 2.153 | 685 | |||
| Monetaire financiële instellingen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 2.838 | 2.153 | 685 | |||
| Centrale bank | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 84 | 65 | 19 | |||
| Centrale bank | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 84 | 65 | 19 | |||
| Ov. deposito-instellingen en GMF's | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 2.754 | 2.088 | 666 | |||
| Ov. deposito-instellingen en GMF's | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 2.754 | 2.088 | 666 | |||
| Overige financiële instellingen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 3.143 | 2.537 | 606 | |||
| Overige financiële instellingen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 3.143 | 2.537 | 606 | |||
| Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 12 | 9 | 3 | |||
| Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 12 | 9 | 3 | |||
| Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 3.131 | 2.528 | 603 | |||
| Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 3.131 | 2.528 | 603 | |||
| Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 2.879 | 2.306 | 573 | |||
| Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 2.879 | 2.306 | 573 | |||
| Overige financiële intermediairs | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 443 | 365 | 78 | |||
| Overige financiële intermediairs | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 443 | 365 | 78 | |||
| Financiële hulpbedrijven | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 2.436 | 1.941 | 495 | |||
| Financiële hulpbedrijven | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 2.436 | 1.941 | 495 | |||
| Fin. instellingen binnen concernverband | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 252 | 222 | 30 | |||
| Fin. instellingen binnen concernverband | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 252 | 222 | 30 | |||
| Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 939 | 756 | 183 | |||
| Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 939 | 756 | 183 | |||
| Verzekeringsinstellingen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 892 | 719 | 173 | |||
| Verzekeringsinstellingen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 892 | 719 | 173 | |||
| Pensioenfondsen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 47 | 37 | 10 | |||
| Pensioenfondsen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 47 | 37 | 10 | |||
| Overheid | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 24.378 | 17.521 | 6.857 | |||
| Overheid | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 24.378 | 17.521 | 6.857 | |||
| Centrale overheid | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 9.863 | 7.025 | 2.838 | |||
| Centrale overheid | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 9.863 | 7.025 | 2.838 | |||
| Lokale overheid | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 13.957 | 10.094 | 3.863 | |||
| Lokale overheid | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 13.957 | 10.094 | 3.863 | |||
| Socialezekerheidsfondsen | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 558 | 402 | 156 | |||
| Socialezekerheidsfondsen | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 558 | 402 | 156 | |||
| Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 134.566 | 102.789 | 31.777 | 5.698 | 4.440 | 1.258 |
| Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 134.566 | 102.789 | 31.777 | 5.698 | 4.440 | 1.258 |
| Huishoudens | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 134.566 | 102.789 | 31.777 | 4.380 | 3.420 | 960 |
| Huishoudens | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 134.566 | 102.789 | 31.777 | 4.380 | 3.420 | 960 |
| IZW's t.b.v. huishoudens | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 1.318 | 1.020 | 298 | |||
| IZW's t.b.v. huishoudens | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 1.318 | 1.020 | 298 | |||
| Buitenland | Niet-geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 4.074 | 3.209 | 865 | 1.091 | 894 | 197 |
| Buitenland | Geconsolideerd | 2026 1e kwartaal* | 4.074 | 3.209 | 865 | 1.091 | 894 | 197 |
| Bron: CBS. | ||||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.
Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.
Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2024 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2024 hebben de status voorlopig.
Wijzigingen per 1 juli 2026:
Cijfers over het eerste kwartaal van 2026 zijn toegevoegd.
Conform revisiebeleid zijn gegevens van 2024 en 2025 geactualiseerd, en zijn de tijdreeksen van de sectorrekeningen gereviseerd (jaarlijkse revisie).
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.
Toelichting onderwerpen
- Middelen
- Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
- Beloning van werknemers
- De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
- Totaal
- Lonen
- De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is 'loon in geld' (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
- Sociale premies t.l.v. werkgevers
- De sociale premies ten laste van de werkgever hebben betrekking op de werkgeversbijdragen in het kader van de sociale zekerheid. De sociale premies ten laste van werkgevers kunnen onderverdeeld worden in werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers en toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers. De werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers omvatten alle premies voor de wettelijke sociale verzekering en de particuliere sociale premies (waaronder pensioenpremies t.l.v. werkgevers). De toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers zijn rechtstreekse sociale uitkeringen door werkgevers aan (voormalige) werknemers zonder tussenkomst van andere institutionele eenheden of fondsen. Het merendeel bestaat uit doorbetaalde lonen bij ziekte.
- Bestedingen
- Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).
- Beloning van werknemers
- De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
- Totaal
- De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer.
- Lonen
- De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is 'loon in geld' (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
- Sociale premies t.l.v. werkgevers
- De sociale premies ten laste van de werkgever hebben betrekking op de werkgeversbijdragen in het kader van de sociale zekerheid. De sociale premies ten laste van werkgevers kunnen onderverdeeld worden in werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers en toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers. De werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers omvatten alle premies voor de wettelijke sociale verzekering en de particuliere sociale premies (waaronder pensioenpremies t.l.v. werkgevers). De toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers zijn rechtstreekse sociale uitkeringen door werkgevers aan (voormalige) werknemers zonder tussenkomst van andere institutionele eenheden of fondsen. Het merendeel bestaat uit doorbetaalde lonen bij ziekte.