Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd of geconsolideerd Perioden Middelen Beloning van werknemers Totaal (mln euro) Middelen Beloning van werknemers Lonen (mln euro) Middelen Beloning van werknemers Sociale premies t.l.v. werkgevers (mln euro) Bestedingen Beloning van werknemers Totaal (mln euro) Bestedingen Beloning van werknemers Lonen (mln euro) Bestedingen Beloning van werknemers Sociale premies t.l.v. werkgevers (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 156.329 121.738 34.591 159.773 124.398 35.375
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 156.329 121.738 34.591 159.773 124.398 35.375
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 118.442 93.197 25.245
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 118.442 93.197 25.245
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 6.734 5.299 1.435
Financiële instellingen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 6.734 5.299 1.435
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.695 2.176 519
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.695 2.176 519
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 84 65 19
Centrale bank Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 84 65 19
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.611 2.111 500
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.611 2.111 500
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.862 2.251 611
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.862 2.251 611
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 13 10 3
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 13 10 3
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.849 2.241 608
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.849 2.241 608
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.663 2.082 581
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.663 2.082 581
Overige financiële intermediairs Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 456 383 73
Overige financiële intermediairs Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 456 383 73
Financiële hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.207 1.699 508
Financiële hulpbedrijven Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.207 1.699 508
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 186 159 27
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 186 159 27
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.177 872 305
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.177 872 305
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.126 836 290
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.126 836 290
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 51 36 15
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 51 36 15
Overheid Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 27.923 20.618 7.305
Overheid Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 27.923 20.618 7.305
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 10.778 7.849 2.929
Centrale overheid Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 10.778 7.849 2.929
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 16.509 12.310 4.199
Lokale overheid Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 16.509 12.310 4.199
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 636 459 177
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 636 459 177
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 156.329 121.738 34.591 6.674 5.284 1.390
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 156.329 121.738 34.591 6.674 5.284 1.390
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 156.329 121.738 34.591 5.240 4.160 1.080
Huishoudens Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 156.329 121.738 34.591 5.240 4.160 1.080
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.434 1.124 310
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.434 1.124 310
Buitenland Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 4.710 3.712 998 1.266 1.052 214
Buitenland Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 4.710 3.712 998 1.266 1.052 214
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2024 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2024 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 23 september 2026:
Cijfers over het tweede kwartaal van 2026 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Totaal
Lonen
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is 'loon in geld' (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
Sociale premies t.l.v. werkgevers
De sociale premies ten laste van de werkgever hebben betrekking op de werkgeversbijdragen in het kader van de sociale zekerheid. De sociale premies ten laste van werkgevers kunnen onderverdeeld worden in werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers en toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers. De werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers omvatten alle premies voor de wettelijke sociale verzekering en de particuliere sociale premies (waaronder pensioenpremies t.l.v. werkgevers). De toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers zijn rechtstreekse sociale uitkeringen door werkgevers aan (voormalige) werknemers zonder tussenkomst van andere institutionele eenheden of fondsen. Het merendeel bestaat uit doorbetaalde lonen bij ziekte.
Bestedingen
Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Totaal
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer.
Lonen
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is 'loon in geld' (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
Sociale premies t.l.v. werkgevers
De sociale premies ten laste van de werkgever hebben betrekking op de werkgeversbijdragen in het kader van de sociale zekerheid. De sociale premies ten laste van werkgevers kunnen onderverdeeld worden in werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers en toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers. De werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers omvatten alle premies voor de wettelijke sociale verzekering en de particuliere sociale premies (waaronder pensioenpremies t.l.v. werkgevers). De toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers zijn rechtstreekse sociale uitkeringen door werkgevers aan (voormalige) werknemers zonder tussenkomst van andere institutionele eenheden of fondsen. Het merendeel bestaat uit doorbetaalde lonen bij ziekte.