Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd of geconsolideerd Perioden Middelen Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Belasting over toegevoegde waarde (btw) (mln euro) Saldi Bruto toegevoegde waarde (mln euro) Saldi Netto toegevoegde waarde (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2025* 82.966 1.058.830 870.555
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2025* 82.966 1.058.830 870.555
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2025* 693.746 595.149
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2025* 693.746 595.149
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 52.129 45.882
Financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 52.129 45.882
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 25.344 22.660
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 25.344 22.660
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2025* 382 336
Centrale bank Geconsolideerd 2025* 382 336
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2025* 24.962 22.324
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2025* 24.962 22.324
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 16.689 14.654
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 16.689 14.654
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 1.997 1.277
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2025* 1.997 1.277
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 14.692 13.377
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2025* 14.692 13.377
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 13.910 12.595
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 13.910 12.595
Overige financiële intermediairs Niet-geconsolideerd 2025* 3.259 2.819
Overige financiële intermediairs Geconsolideerd 2025* 3.259 2.819
Financiële hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 10.651 9.776
Financiële hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 10.651 9.776
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2025* 782 782
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2025* 782 782
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 10.096 8.568
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 10.096 8.568
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2025* 9.166 7.935
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2025* 9.166 7.935
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 930 633
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 930 633
Overheid Niet-geconsolideerd 2025* 82.966 139.793 105.388
Overheid Geconsolideerd 2025* 82.966 139.793 105.388
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 82.966 59.180 42.390
Centrale overheid Geconsolideerd 2025* 82.966 59.180 42.390
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 0 78.156 60.679
Lokale overheid Geconsolideerd 2025* 0 78.156 60.679
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 0 2.457 2.319
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2025* 0 2.457 2.319
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2025* 173.162 124.136
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2025* 173.162 124.136
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 168.446 119.625
Huishoudens Geconsolideerd 2025* 168.446 119.625
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 4.716 4.511
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2025* 4.716 4.511
Buitenland Niet-geconsolideerd 2025*
Buitenland Geconsolideerd 2025*
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2023 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2023 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 26 maart 2026:
Cijfers over het vierde kwartaal van 2025 en het jaar 2025 zijn beschikbaar. Daarnaast zijn cijfers over 2024 en de eerste drie kwartalen van 2025 aangepast. Cijfers over 2024 zijn aangepast als gevolg van actuele informatie over de overheidsfinanciën. De aanpassingen werken door in meerdere transacties en saldi. Deze bijstellingen zijn in de nationale rekeningen tijdelijk anders verwerkt dan in de overheidsrekeningen. De nationale rekeningen sluiten weer aan op de overheidsrekeningen bij het eerstvolgende publicatiemoment, per 24 juni 2026.

Correctie per 10 april 2025:
Door een verkeerde verwerking van gegevens waren de eerste, voorlopige cijfers van de uitgaven van de overheid in 2024 niet juist berekend en daarmee was ook het gepubliceerde overheidssaldo niet juist. We verwijzen naar de tabellen over de Overheidsfinanciën voor de actuele cijfers. Zie paragraaf 3 voor de verwijzingen. Tot de publicatie eind juni wijken de cijfers in de Sectorrekeningen zodoende af van die over de Overheidsfinanciën.

Correctie per 12 juli 2024:
De totale geconsolideerde middelen en bestedingen zijn gewijzigd voor de meeste sectoren, vanwege een foutieve berekening. Voor de sector buitenland zijn ook de niet-geconsolideerde totale middelen en bestedingen aangepast. Invoer en uitvoer van goederen en diensten werden onterecht niet meegeteld in de totale middelen en bestedingen. Voor de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen werden vermogensheffingen (bestedingen) onterecht als blanco (het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen) weergegeven.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Belastingen op productie en invoer
Verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend. Dergelijke belastingen zijn verschuldigd ongeacht gemaakte winst. Zowel productgebonden als niet-productgebonden belastingen behoren hiertoe.
Productgebonden belastingen
Belastingen die moeten worden betaald per eenheid van een bepaald goed dat of bepaalde dienst die is geproduceerd of ingevoerd. De belasting kan een bepaald bedrag per kwantitatieve eenheid van een goed of een dienst zijn, of worden berekend als een bepaald percentage van de prijs per eenheid of van de waarde van de geproduceerde of verhandelde goederen en diensten.
Belasting over toegevoegde waarde (btw)
Een productgebonden belasting die op de verschillende momenten van levering door producenten wordt geïnd en uiteindelijk volledig ten laste komt van de eindgebruikers. Producenten dragen alleen het verschil af tussen de btw op hun verkopen en de btw op hun aankopen.
Saldi
Een saldo wordt verkregen door van de totale waarde van de posten aan de ene zijde van een rekening de totale waarde van de posten aan de andere zijde af te trekken.
Bruto toegevoegde waarde
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief niet-aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Netto toegevoegde waarde
De netto toegevoegde waarde is de bruto toegevoegde waarde verminderd met het verbruik van vaste activa.
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief niet-aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.