Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd of geconsolideerd Perioden Middelen Beloning van werknemers Lonen (mln euro) Bestedingen Beloning van werknemers Lonen (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2025* 420.150 429.538
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2025* 420.150 429.538
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2025* 314.610
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2025* 314.610
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 20.211
Financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 20.211
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 8.028
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 8.028
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2025* 250
Centrale bank Geconsolideerd 2025* 250
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2025* 7.778
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2025* 7.778
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 8.854
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 8.854
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 30
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2025* 30
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 8.824
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2025* 8.824
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 8.161
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 8.161
Overige financiële intermediairs Niet-geconsolideerd 2025* 1.646
Overige financiële intermediairs Geconsolideerd 2025* 1.646
Financiële hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 6.515
Financiële hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 6.515
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2025* 663
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2025* 663
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 3.329
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 3.329
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2025* 3.206
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2025* 3.206
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 123
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 123
Overheid Niet-geconsolideerd 2025* 76.625
Overheid Geconsolideerd 2025* 76.625
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 30.487
Centrale overheid Geconsolideerd 2025* 30.487
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 44.470
Lokale overheid Geconsolideerd 2025* 44.470
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 1.668
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2025* 1.668
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2025* 420.150 18.092
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2025* 420.150 18.092
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 420.150 14.630
Huishoudens Geconsolideerd 2025* 420.150 14.630
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 3.462
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2025* 3.462
Buitenland Niet-geconsolideerd 2025* 13.074 3.686
Buitenland Geconsolideerd 2025* 13.074 3.686
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2023 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2023 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 26 maart 2026:
Cijfers over het vierde kwartaal van 2025 en het jaar 2025 zijn beschikbaar. Daarnaast zijn cijfers over 2024 en de eerste drie kwartalen van 2025 aangepast. Cijfers over 2024 zijn aangepast als gevolg van actuele informatie over de overheidsfinanciën. De aanpassingen werken door in meerdere transacties en saldi. Deze bijstellingen zijn in de nationale rekeningen tijdelijk anders verwerkt dan in de overheidsrekeningen. De nationale rekeningen sluiten weer aan op de overheidsrekeningen bij het eerstvolgende publicatiemoment, per 24 juni 2026.

Correctie per 10 april 2025:
Door een verkeerde verwerking van gegevens waren de eerste, voorlopige cijfers van de uitgaven van de overheid in 2024 niet juist berekend en daarmee was ook het gepubliceerde overheidssaldo niet juist. We verwijzen naar de tabellen over de Overheidsfinanciën voor de actuele cijfers. Zie paragraaf 3 voor de verwijzingen. Tot de publicatie eind juni wijken de cijfers in de Sectorrekeningen zodoende af van die over de Overheidsfinanciën.

Correctie per 12 juli 2024:
De totale geconsolideerde middelen en bestedingen zijn gewijzigd voor de meeste sectoren, vanwege een foutieve berekening. Voor de sector buitenland zijn ook de niet-geconsolideerde totale middelen en bestedingen aangepast. Invoer en uitvoer van goederen en diensten werden onterecht niet meegeteld in de totale middelen en bestedingen. Voor de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen werden vermogensheffingen (bestedingen) onterecht als blanco (het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen) weergegeven.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Lonen
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is 'loon in geld' (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
Bestedingen
Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Lonen
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is 'loon in geld' (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.