Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd of geconsolideerd Perioden Middelen Inkomen uit vermogen Rente Rente conform nationale rekeningen (mln euro) Bestedingen Inkomen uit vermogen Rente Rente conform nationale rekeningen (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2025* 213.372 202.794
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2025* 104.679 94.101
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2025* 40.732 45.346
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2025* 26.511 31.125
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 148.759 116.443
Financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 130.355 98.039
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 64.476 66.541
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 58.605 60.670
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2025* 6.237 5.659
Centrale bank Geconsolideerd 2025* 6.237 5.659
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2025* 58.239 60.882
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2025* 58.015 60.658
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 55.583 48.991
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 54.814 48.222
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 6.123 487
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2025* 6.073 437
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 49.460 48.504
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2025* 49.039 48.083
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 8.411 9.294
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 7.998 8.881
Overige financiële intermediairs Niet-geconsolideerd 2025* 6.255 6.090
Overige financiële intermediairs Geconsolideerd 2025* 5.882 5.717
Financiële hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 2.156 3.204
Financiële hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 2.140 3.188
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2025* 41.049 39.210
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2025* 41.049 39.210
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 28.700 911
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 28.700 911
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2025* 6.142 513
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2025* 6.142 513
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 22.558 398
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 22.558 398
Overheid Niet-geconsolideerd 2025* 6.960 11.028
Overheid Geconsolideerd 2025* 4.320 8.388
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 4.362 9.727
Centrale overheid Geconsolideerd 2025* 3.932 9.297
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 1.338 1.291
Lokale overheid Geconsolideerd 2025* 1.135 1.088
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 1.260 10
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2025* 1.260 10
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2025* 16.921 29.977
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2025* 16.637 29.693
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 16.474 29.983
Huishoudens Geconsolideerd 2025* 16.190 29.699
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 447 -6
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2025* 447 -6
Buitenland Niet-geconsolideerd 2025* 94.101 104.679
Buitenland Geconsolideerd 2025* 94.101 104.679
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2023 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2023 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 26 maart 2026:
Cijfers over het vierde kwartaal van 2025 en het jaar 2025 zijn beschikbaar. Daarnaast zijn cijfers over 2024 en de eerste drie kwartalen van 2025 aangepast. Cijfers over 2024 zijn aangepast als gevolg van actuele informatie over de overheidsfinanciën. De aanpassingen werken door in meerdere transacties en saldi. Deze bijstellingen zijn in de nationale rekeningen tijdelijk anders verwerkt dan in de overheidsrekeningen. De nationale rekeningen sluiten weer aan op de overheidsrekeningen bij het eerstvolgende publicatiemoment, per 24 juni 2026.

Correctie per 10 april 2025:
Door een verkeerde verwerking van gegevens waren de eerste, voorlopige cijfers van de uitgaven van de overheid in 2024 niet juist berekend en daarmee was ook het gepubliceerde overheidssaldo niet juist. We verwijzen naar de tabellen over de Overheidsfinanciën voor de actuele cijfers. Zie paragraaf 3 voor de verwijzingen. Tot de publicatie eind juni wijken de cijfers in de Sectorrekeningen zodoende af van die over de Overheidsfinanciën.

Correctie per 12 juli 2024:
De totale geconsolideerde middelen en bestedingen zijn gewijzigd voor de meeste sectoren, vanwege een foutieve berekening. Voor de sector buitenland zijn ook de niet-geconsolideerde totale middelen en bestedingen aangepast. Invoer en uitvoer van goederen en diensten werden onterecht niet meegeteld in de totale middelen en bestedingen. Voor de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen werden vermogensheffingen (bestedingen) onterecht als blanco (het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen) weergegeven.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Inkomen uit vermogen
Inkomen uit vermogen ontstaat wanneer de eigenaren van financiële activa of van natuurlijke hulpbronnen deze ter beschikking stellen aan andere institutionele eenheden. Het inkomen dat voor het gebruik van financiële activa verschuldigd is, wordt inkomen uit beleggingen genoemd, terwijl het inkomen dat voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verschuldigd is, inkomen uit natuurlijke hulpbronnen wordt genoemd. Inkomen uit vermogen is de som van inkomen uit beleggingen en inkomen uit natuurlijke hulpbronnen.
Rente
Rente is inkomen uit vermogen dat wordt ontvangen door eigenaren voor het ter beschikking stellen van financiële activa aan een andere institutionele eenheid. Rente wordt toegerekend aan het tijdvak waarin de onderliggende vordering of schuld bestaat.
Rente conform nationale rekeningen
Rente is inkomen uit vermogen dat wordt ontvangen door eigenaren voor het ter beschikking stellen van financiële activa aan een andere institutionele eenheid. Rente wordt toegerekend aan het tijdvak waarin de onderliggende vordering of schuld bestaat. Werkelijke rentebetalingen worden gecorrigeerd voor indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (toegerekende bankdiensten) en voldoen daarmee aan de definitie van nationale rekeningen. Er treedt een verschuiving op van de werkelijke rentebetalingen naar de productie of het verbruik van bankdiensten. Voor producenten van toegerekende bankdiensten leidt dit tot een daling van de ontvangen rente en een stijging van de betaalde rente ten opzichte van de werkelijke rentestromen. Bij de verbruikers van toegerekende bankdiensten leidt dit tot een stijging van ontvangen rente en een daling van de betaalde rente, in vergelijking met de werkelijke rentestromen.
Bestedingen
Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).
Inkomen uit vermogen
Inkomen uit vermogen ontstaat wanneer de eigenaren van financiële activa of van natuurlijke hulpbronnen deze ter beschikking stellen aan andere institutionele eenheden. Het inkomen dat voor het gebruik van financiële activa verschuldigd is, wordt inkomen uit beleggingen genoemd, terwijl het inkomen dat voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verschuldigd is, inkomen uit natuurlijke hulpbronnen wordt genoemd. Inkomen uit vermogen is de som van inkomen uit beleggingen en inkomen uit natuurlijke hulpbronnen.
Rente
Rente is inkomen uit vermogen dat wordt ontvangen door eigenaren voor het ter beschikking stellen van financiële activa aan een andere institutionele eenheid. Rente wordt toegerekend aan het tijdvak waarin de onderliggende vordering of schuld bestaat.
Rente conform nationale rekeningen
Rente is inkomen uit vermogen dat wordt ontvangen door eigenaren voor het ter beschikking stellen van financiële activa aan een andere institutionele eenheid. Rente wordt toegerekend aan het tijdvak waarin de onderliggende vordering of schuld bestaat. Werkelijke rentebetalingen worden gecorrigeerd voor indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (toegerekende bankdiensten) en voldoen daarmee aan de definitie van nationale rekeningen. Er treedt een verschuiving op van de werkelijke rentebetalingen naar de productie of het verbruik van bankdiensten. Voor producenten van toegerekende bankdiensten leidt dit tot een daling van de ontvangen rente en een stijging van de betaalde rente ten opzichte van de werkelijke rentestromen. Bij de verbruikers van toegerekende bankdiensten leidt dit tot een stijging van ontvangen rente en een daling van de betaalde rente, in vergelijking met de werkelijke rentestromen.