Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd of geconsolideerd Perioden Middelen Overige inkomensoverdrachten Totaal (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Premies schadeverzekering (netto) (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Uitkeringen schadeverzekeringen (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Inkomensoverdrachten binnen de overheid (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Overdrachten ivm internat. samenwerking (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Overige inkomensoverdrachten n.e.g. (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Middelen van de EU obv van btw en bni (mln euro) Bestedingen Overige inkomensoverdrachten Totaal (mln euro) Bestedingen Overige inkomensoverdrachten Premies schadeverzekering (netto) (mln euro) Bestedingen Overige inkomensoverdrachten Uitkeringen schadeverzekeringen (mln euro) Bestedingen Overige inkomensoverdrachten Inkomensoverdrachten binnen de overheid (mln euro) Bestedingen Overige inkomensoverdrachten Overdrachten ivm internat. samenwerking (mln euro) Bestedingen Overige inkomensoverdrachten Overige inkomensoverdrachten n.e.g. (mln euro) Bestedingen Overige inkomensoverdrachten Middelen van de EU obv van btw en bni (mln euro) Saldi Saldo primaire inkomens (bruto) (mln euro) Saldi Saldo primaire inkomens (netto) (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 74.173 4.886 5.915 56.884 354 6.134 77.689 5.542 5.284 56.884 1.025 6.933 2.021 301.988 252.731
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.487 196 887 0 354 50 5.003 852 256 0 1.025 849 2.021 301.988 252.731
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.506 1.393 113 1.945 1.246 699 47.448 21.182
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.506 1.393 113 1.945 1.246 699 47.448 21.182
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 6.205 4.886 1.253 66 6.574 1.202 5.284 88 5.500 3.865
Financiële instellingen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 5.293 4.474 818 1 5.662 790 4.849 23 5.500 3.865
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 108 43 65 103 38 65 3.239 2.526
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 43 43 0 38 38 0 3.239 2.526
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 0 0 0 65 0 65 272 260
Centrale bank Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 0 0 0 65 0 65 272 260
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 108 43 65 38 38 0 2.967 2.266
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 108 43 65 38 38 0 2.967 2.266
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 32 31 1 28 28 0 484 -54
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 32 31 1 28 28 0 484 -54
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1 1 0 1 1 0 322 135
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1 1 0 1 1 0 322 135
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 31 30 1 27 27 0 162 -189
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 31 30 1 27 27 0 162 -189
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 16 15 1 13 13 0 1.450 1.099
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 16 15 1 13 13 0 1.450 1.099
Overige financiële intermediairs Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 5 4 1 4 4 0 667 551
Overige financiële intermediairs Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 5 4 1 4 4 0 667 551
Financiële hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 11 11 0 9 9 0 783 548
Financiële hulpbedrijven Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 11 11 0 9 9 0 783 548
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 15 15 0 14 14 0 -1.288 -1.288
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 15 15 0 14 14 0 -1.288 -1.288
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 6.065 4.886 1.179 0 6.443 1.136 5.284 23 1.777 1.393
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 5.351 4.537 814 0 5.729 787 4.919 23 1.777 1.393
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 6.009 4.886 1.123 0 6.389 1.082 5.284 23 -85 -395
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 5.405 4.591 814 0 5.785 787 4.975 23 -85 -395
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 56 56 0 54 54 0 1.862 1.788
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 56 56 0 54 54 0 1.862 1.788
Overheid Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 58.125 0 64 56.884 354 823 62.033 65 0 56.884 1.025 2.038 2.021 39.306 30.411
Overheid Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.241 0 64 0 354 823 5.149 65 0 0 1.025 2.038 2.021 39.306 30.411
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 9.926 0 1 9.035 294 596 55.736 1 0 50.944 1.024 1.746 2.021 32.676 28.315
Centrale overheid Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 1.619 0 1 728 294 596 47.429 1 0 42.637 1.024 1.746 2.021 32.676 28.315
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 33.337 0 63 32.998 60 216 5.479 64 0 5.122 1 292 7.050 2.553
Lokale overheid Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 28.308 0 63 27.969 60 216 450 64 0 93 1 292 7.050 2.553
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 14.862 0 0 14.851 0 11 818 0 0 818 0 0 -420 -457
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 14.679 0 0 14.668 0 11 635 0 0 635 0 0 -420 -457
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 8.337 3.205 5.132 7.137 3.029 4.108 209.734 197.273
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 5.721 3.205 2.516 4.521 3.029 1.492 209.734 197.273
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 5.379 3.193 2.186 5.953 3.018 2.935 209.515 197.105
Huishoudens Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 4.795 3.193 1.602 5.369 3.018 2.351 209.515 197.105
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.958 12 2.946 1.184 11 1.173 219 168
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 2.677 12 2.665 903 11 892 219 168
Buitenland Niet-geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 5.003 852 256 1.025 849 2.021 1.487 196 887 354 50
Buitenland Geconsolideerd 2026 2e kwartaal* 5.003 852 256 1.025 849 2.021 1.487 196 887 354 50
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2024 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2024 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 23 september 2026:
Cijfers over het tweede kwartaal van 2026 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Overige inkomensoverdrachten
Hieronder vallen inkomensoverdrachten die niet in de andere categorieën zijn ingedeeld.
Totaal
Premies schadeverzekering (netto)
Premies die betaald worden om schade als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval, ziekte, diefstal of aanrijding te verzekeren. De premies worden betaald door polishouders aan verzekeringsinstellingen.
De schadepremies worden netto geregistreerd, d.w.z. na aftrek van de uitvoeringskosten.
Uitkeringen schadeverzekeringen
Uitkeringen die betaald worden ter compensatie van schade als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval, ziekte, diefstal of aanrijding. De uitkeringen worden betaald door verzekeringsinstellingen aan polishouders.
Inkomensoverdrachten binnen de overheid
Onderlinge overdrachten (geen kapitaaloverdrachten) tussen de verschillende overheidsinstellingen.
Overdrachten ivm internat. samenwerking
Overdrachten in verband met internationale samenwerking tussen binnenlandse sectoren en overheden of internationale organisaties in het buitenland met uitzondering van kapitaaloverdrachten.
Overige inkomensoverdrachten n.e.g.
Onder de overige inkomensoverdrachten niet elders genoemd vallen onder andere:
- inkomensoverdrachten aan izw's t.b.v. huishoudens omvatten alle vrijwillige bijdragen (met uitzondering van legaten), lidmaatschapsgelden en financiële steun die deze instellingen ontvangen van huishoudens (met inbegrip van niet-ingezeten huishoudens) en in mindere mate van andere eenheden;
- inkomensoverdrachten tussen huishoudens omvatten alle inkomensoverdrachten in geld of in natura, betaald (of ontvangen) door ingezeten huishoudens aan (of van) andere ingezeten of niet-ingezeten huishoudens. Het gaat met name om bedragen die door emigranten of permanent (of voor een periode van ten minste één jaar) in het buitenland werkzame personen aan familieleden in hun land van herkomst of door ouders aan hun elders verblijvende kinderen worden overgemaakt;
- boetes die door rechtbanken of door semirechterlijke organen aan institutionele eenheden worden opgelegd, worden beschouwd als andere overige inkomensoverdrachten;
- de bedragen die worden uitbetaald aan de winnaars van een loterij;
- sponsoring door ondernemingen, indien dergelijke betalingen niet kunnen worden beschouwd als verwerving van publicitaire of andere diensten (bv. overdrachten voor een goed doel, studiebeurzen).
Middelen van de EU obv van btw en bni
De derde en vierde bron van eigen middelen van de EU, op basis van btw en bni, zijn inkomensoverdrachten van de overheid van iedere lidstaat aan de instellingen van de Europese Unie.
De op de btw en het bni gebaseerde derde resp. vierde bron van eigen middelen van de EU zijn bijdragen aan de begroting van de instellingen van de Unie. De hoogte van de bijdrage van elke lidstaat is gebaseerd op diens btw- respectievelijk bni-niveau.
Deze categorie omvat tevens diverse niet-belastingbijdragen van de overheid aan de instellingen van de Europese Unie.
Bestedingen
Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).
Overige inkomensoverdrachten
Hieronder vallen inkomensoverdrachten die niet in de andere categorieën zijn ingedeeld.
Totaal
Premies schadeverzekering (netto)
Premies die betaald worden om schade als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval, ziekte, diefstal of aanrijding te verzekeren. De premies worden betaald door polishouders aan verzekeringsinstellingen.
De schadepremies worden netto geregistreerd, d.w.z. na aftrek van de uitvoeringskosten.
Uitkeringen schadeverzekeringen
die betaald worden ter compensatie van schade als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval, ziekte, diefstal of aanrijding. De uitkeringen worden betaald door verzekeringsinstellingen aan polishouders.
Inkomensoverdrachten binnen de overheid
Onderlinge overdrachten (geen kapitaaloverdrachten) tussen de verschillende overheidsinstellingen.
Overdrachten ivm internat. samenwerking
Overdrachten in verband met internationale samenwerking tussen binnenlandse sectoren en overheden of internationale organisaties in het buitenland met uitzondering van kapitaaloverdrachten.
Overige inkomensoverdrachten n.e.g.
Onder de overige inkomensoverdrachten niet elders genoemd vallen onder andere:
- inkomensoverdrachten aan izw's t.b.v. huishoudens omvatten alle vrijwillige bijdragen (met uitzondering van legaten), lidmaatschapsgelden en financiële steun die deze instellingen ontvangen van huishoudens (met inbegrip van niet-ingezeten huishoudens) en in mindere mate van andere eenheden;
- inkomensoverdrachten tussen huishoudens omvatten alle inkomensoverdrachten in geld of in natura, betaald (of ontvangen) door ingezeten huishoudens aan (of van) andere ingezeten of niet-ingezeten huishoudens. Het gaat met name om bedragen die door emigranten of permanent (of voor een periode van ten minste één jaar) in het buitenland werkzame personen aan familieleden in hun land van herkomst of door ouders aan hun elders verblijvende kinderen worden overgemaakt;
- boetes die door rechtbanken of door semirechterlijke organen aan institutionele eenheden worden opgelegd, worden beschouwd als andere overige inkomensoverdrachten;
- de bedragen die worden uitbetaald aan de winnaars van een loterij;
- sponsoring door ondernemingen, indien dergelijke betalingen niet kunnen worden beschouwd als verwerving van publicitaire of andere diensten (bv. overdrachten voor een goed doel, studiebeurzen).
Middelen van de EU obv van btw en bni
De derde en vierde bron van eigen middelen van de EU, op basis van btw en bni, zijn inkomensoverdrachten van de overheid van iedere lidstaat aan de instellingen van de Europese Unie.
De op de btw en het bni gebaseerde derde resp. vierde bron van eigen middelen van de EU zijn bijdragen aan de begroting van de instellingen van de Unie. De hoogte van de bijdrage van elke lidstaat is gebaseerd op diens btw- respectievelijk bni-niveau.
Deze categorie omvat tevens diverse niet-belastingbijdragen van de overheid aan de instellingen van de Europese Unie.
Saldi
Een saldo wordt verkregen door van de totale waarde van de posten aan de ene zijde van een rekening de totale waarde van de posten aan de andere zijde af te trekken.
Saldo primaire inkomens (bruto)
Het totaal van de door ingezeten institutionele eenheden ontvangen primaire inkomens: beloning van werknemers, netto-exploitatieoverschot / netto gemengd inkomen, het saldo van ontvangen en betaald inkomen uit vermogen en de belastingen op productie en invoer minus subsidies. Inkomens uit vermogen die van de ene binnenlandse sector naar de andere gaan, vallen in dit inkomensbegrip tegen elkaar weg. Het bruto nationaal inkomen (tegen marktprijzen) is gelijk aan het bbp minus het primaire inkomen dat ingezeten eenheden aan niet-ingezeten eenheden betalen plus het primaire inkomen dat ingezeten eenheden uit het buitenland ontvangen. De afdrachten van lidstaten aan de Europese Unie is voor een groot deel gebaseerd op het bruto nationaal inkomen.

Het begrip nationaal inkomen is geen productie-, maar een inkomensbegrip; het is daarom relevanter indien het netto wordt uitgedrukt, dat wil zeggen na aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa).

Het primaire inkomen (nationaal inkomen) is het inkomen dat de sectoren ontvangen voor hun directe deelname aan het productieproces en het inkomen dat zij ontvangen in ruil voor het beschikbaar stellen van financiële middelen, grond e.d. Het nationaal inkomen is gelijk aan het bruto binnenlands product (bbp) plus het per saldo uit het buitenland ontvangen (primaire) inkomen. Het kan ook berekend worden als de som van de primaire inkomens van alle sectoren samen (totale economie). Bruto is inclusief verbruik van vaste activa.
Saldo primaire inkomens (netto)
Het totaal van de door ingezeten institutionele eenheden ontvangen primaire inkomens: beloning van werknemers, netto-exploitatieoverschot / netto gemengd inkomen, het saldo van ontvangen en betaald inkomen uit vermogen en de belastingen op productie en invoer minus subsidies. Inkomens uit vermogen die van de ene binnenlandse sector naar de andere gaan, vallen in dit inkomensbegrip tegen elkaar weg. Het bruto nationaal inkomen (tegen marktprijzen) is gelijk aan het bbp minus het primaire inkomen dat ingezeten eenheden aan niet-ingezeten eenheden betalen plus het primaire inkomen dat ingezeten eenheden uit het buitenland ontvangen. De afdrachten van lidstaten aan de Europese Unie is voor een groot deel gebaseerd op het bruto nationaal inkomen.

Het begrip nationaal inkomen is geen productie-, maar een inkomensbegrip; het is daarom relevanter indien het netto wordt uitgedrukt, dat wil zeggen na aftrek van het verbruik van vaste activa.