Productie- en inkomenscomponenten bbp; bedrijfstak; nationale rekeningen

Productie- en inkomenscomponenten bbp; bedrijfstak; nationale rekeningen

Bedrijfstakken branches (SBI 2008) Perioden Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde in werkelijke prijzen Output basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde in werkelijke prijzen Intermediair verbruik (-) (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde in werkelijke prijzen Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde prijsniveau 2021 Output basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde prijsniveau 2021 Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Output basisprijzen (%) Toegevoegde waarde vanuit productie Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (%) Toegevoegde waarde vanuit productie Prijsindexcijfers Output basisprijzen (2021 =100) Toegevoegde waarde vanuit productie Prijsindexcijfers Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (2021 =100) Toegevoegde waarde uit inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (mln euro)
A-U Alle economische activiteiten 2025* 2.253.412 1.203.578 1.049.834 1.869.485 855.817 1,6 1,7 120,5 122,7 1.049.834
A Landbouw, bosbouw en visserij 2025* 47.548 27.746 19.802 37.383 14.299 0,5 0,6 127,2 138,5 19.802
01 Landbouw 2025* 46.537 27.247 19.290 36.489 13.807 0,5 0,7 127,5 139,7 19.290
02 Bosbouw 2025* 544 290 254 424 208 -0,7 -4,5 128,2 122,1 254
03 Visserij 2025* 467 209 258 465 283 -1,7 -2,0 100,5 91,3 258
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie 2025* 530.376 373.156 157.220 431.429 121.600 1,7 2,5 122,9 129,3 157.220
B Delfstoffenwinning 2025* 12.213 5.296 6.917 6.855 3.179 -1,2 -3,9 178,2 217,6 6.917
06 Winning van aardolie en aardgas 2025* 8.177 2.525 5.652 4.129 2.409 -6,0 -7,0 198,0 234,6 5.652
08 Delfstoffenwinning (geen olie en gas) 2025* 1.468 1.044 424 1.088 295 -2,8 -3,8 134,9 143,7 424
09 Dienstverlening delfstoffenwinning 2025* 2.568 1.727 841 2.148 699 19,4 23,7 119,5 120,3 841
C Industrie 2025* 462.107 339.215 122.892 390.099 105.287 1,6 2,8 118,5 116,7 122.892
10-12 Voedings-, genotmiddelenindustrie 2025* 117.679 96.164 21.515 88.015 16.454 1,0 2,4 133,7 130,8 21.515
10 Voedingsmiddelenindustrie 2025* 108.359 89.516 18.843 80.389 13.883 1,1 3,0 134,8 135,7 18.843
11 Drankenindustrie 2025* 7.812 6.392 1.420 6.255 1.411 -0,6 1,5 124,9 100,7 1.420
12 Tabaksindustrie 2025* 1.508 256 1.252 1.316 1.099 -3,6 -4,5 114,6 113,9 1.252
13-15 Textiel-, kleding-, lederindustrie 2025* 4.263 3.016 1.247 3.609 967 -1,0 -2,5 118,1 128,9 1.247
16-18 Hout-, papier-, grafische industr. 2025* 17.065 11.901 5.164 14.511 4.363 0,9 1,9 117,6 118,4 5.164
16 Houtindustrie 2025* 5.123 3.597 1.526 4.411 1.389 0,3 -0,1 116,1 109,8 1.526
17 Papierindustrie 2025* 8.708 6.361 2.347 7.286 1.818 1,7 4,8 119,5 129,1 2.347
18 Grafische industrie 2025* 3.234 1.943 1.291 2.811 1.121 -0,4 -0,8 115,0 115,1 1.291
19 Aardolie-industrie 2025* 35.699 33.837 1.862 32.109 925 2,4 -0,6 111,2 201,4 1.862
20-21 Chemie en farmaceutische industrie 2025* 80.006 59.664 20.342 73.285 21.601 -2,2 0,2 109,2 94,2 20.342
20 Chemische industrie 2025* 58.575 50.451 8.124 54.069 9.334 -4,3 -4,3 108,3 87,0 8.124
21 Farmaceutische industrie 2025* 21.431 9.213 12.218 19.725 11.871 4,2 3,7 108,6 102,9 12.218
22-23 Kunststof- en bouwmateriaalindustr 2025* 19.430 12.989 6.441 15.760 4.968 2,7 2,7 123,3 129,7 6.441
22 Rubber- en kunststofproductindustrie 2025* 11.430 7.521 3.909 9.619 2.890 5,1 5,4 118,8 135,3 3.909
23 Bouwmaterialenindustrie 2025* 8.000 5.468 2.532 6.164 2.060 -0,6 -1,1 129,8 122,9 2.532
24-25 Basismetaal, metaalprod.-industrie 2025* 38.149 26.170 11.979 34.398 10.690 0,9 -0,7 110,9 112,1 11.979
24 Basismetaalindustrie 2025* 10.339 8.248 2.091 10.121 2.383 5,4 2,5 102,2 87,7 2.091
25 Metaalproductenindustrie 2025* 27.810 17.922 9.888 24.391 8.383 -0,7 -1,4 114,0 118,0 9.888
26-27 Elektrische en elektron. Industrie 2025* 32.806 21.838 10.968 29.307 9.307 -2,5 -3,9 111,9 117,9 10.968
26 Elektrotechnische industrie 2025* 18.592 11.783 6.809 17.364 6.149 -2,0 -3,1 107,1 110,7 6.809
27 Elektrische apparatenindustrie 2025* 14.214 10.055 4.159 11.961 3.150 -3,0 -5,3 118,8 132,0 4.159
28 Machine-industrie 2025* 67.168 39.231 27.937 58.452 24.431 10,4 11,1 114,9 114,3 27.937
29-30 Transportmiddelenindustrie 2025* 23.164 18.018 5.146 20.279 4.395 -4,3 -4,9 114,2 117,1 5.146
29 Auto- en aanhangwagenindustrie 2025* 12.267 9.071 3.196 10.690 2.593 -6,1 -6,2 114,8 123,2 3.196
30 Overige transportmiddelenindustrie 2025* 10.897 8.947 1.950 9.637 1.790 -2,3 -2,8 113,1 108,9 1.950
31-33 Overige industrie en reparatie 2025* 26.678 16.387 10.291 21.999 7.550 7,1 6,3 121,3 136,3 10.291
31-32 Meubel- en overige industrie 2025* 9.393 5.436 3.957 7.791 3.047 3,1 3,4 120,6 129,9 3.957
31 Meubelindustrie 2025* 5.035 2.993 2.042 3.878 1.257 -1,6 -2,5 129,8 162,5 2.042
32 Overige industrie 2025* 4.358 2.443 1.915 3.977 1.880 9,0 10,2 109,6 101,8 1.915
33 Reparatie en installatie van machines 2025* 17.285 10.951 6.334 14.224 4.470 9,4 8,3 121,5 141,7 6.334
D Energievoorziening 2025* 39.733 18.299 21.434 23.309 11.053 4,0 3,8 170,5 193,9 21.434
35 Energiebedrijven 2025* 39.733 18.299 21.434 23.309 11.053 4,0 3,8 170,5 193,9 21.434
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2025* 16.323 10.346 5.977 13.104 4.687 1,1 -0,1 124,6 127,5 5.977
36 Waterleidingbedrijven 2025* 2.443 991 1.452 1.727 944 -1,5 -2,3 141,5 153,8 1.452
37-39 Riolering, afvalbeheer en sanering 2025* 13.880 9.355 4.525 11.379 3.736 1,6 0,6 122,0 121,1 4.525
F Bouwnijverheid 2025* 175.152 119.710 55.442 141.349 43.167 1,9 1,2 123,9 128,4 55.442
41 Algemene bouw en projectontwikkeling 2025* 72.876 54.020 18.856 58.458 14.376 1,4 0,8 124,7 131,2 18.856
42 Grond-, water- en wegenbouw 2025* 29.624 21.761 7.863 24.359 6.579 10,5 10,9 121,6 119,5 7.863
43 Gespecialiseerde bouw 2025* 72.652 43.929 28.723 58.374 22.008 -0,8 -1,1 124,5 130,5 28.723
G-I Handel, vervoer en horeca 2025* 422.354 217.828 204.526 353.397 175.484 2,0 1,7 119,5 116,5 204.526
G Handel 2025* 250.264 115.411 134.853 212.983 118.117 1,8 1,7 117,5 114,2 134.853
45 Autohandel en -reparatie 2025* 30.242 16.530 13.712 24.943 11.169 -2,1 -1,2 121,2 122,8 13.712
46 Groothandel en handelsbemiddeling 2025* 152.077 70.989 81.088 130.390 71.774 2,6 2,2 116,6 113,0 81.088
47 Detailhandel (niet in auto's) 2025* 67.945 27.892 40.053 57.716 35.260 1,9 1,7 117,7 113,6 40.053
H Vervoer en opslag 2025* 126.807 77.874 48.933 105.317 40.828 2,7 2,7 120,4 119,9 48.933
49 Vervoer over land 2025* 43.657 25.989 17.668 35.936 14.597 1,4 1,5 121,5 121,0 17.668
50 Vervoer over water 2025* 14.511 9.748 4.763 12.826 4.310 8,9 8,8 113,1 110,5 4.763
51 Vervoer door de lucht 2025* 15.446 10.537 4.909 13.008 3.923 5,9 8,8 118,7 125,1 4.909
52 Opslag, dienstverlening voor vervoer 2025* 42.530 23.674 18.856 34.858 15.722 2,1 1,9 122,0 119,9 18.856
53 Post en koeriers 2025* 10.663 7.926 2.737 8.545 2.030 -2,5 -5,8 124,8 134,8 2.737
I Horeca 2025* 45.283 24.543 20.740 35.194 16.575 0,6 -0,2 128,7 125,1 20.740
55 Logiesverstrekking 2025* 13.838 7.638 6.200 10.623 4.876 0,4 -0,3 130,3 127,2 6.200
56 Eet- en drinkgelegenheden 2025* 31.445 16.905 14.540 24.551 11.685 0,7 -0,2 128,1 124,4 14.540
J Informatie en communicatie 2025* 121.757 69.451 52.306 106.759 47.373 2,0 -0,2 114,0 110,4 52.306
58-60 Uitgeverijen, film,radio en t.v. 2025* 21.201 14.304 6.897 17.653 5.962 4,0 -0,5 120,1 115,7 6.897
58 Uitgeverijen 2025* 8.385 5.456 2.929 7.118 2.598 2,3 0,7 117,8 112,7 2.929
59-60 Film, TV en radio 2025* 12.816 8.848 3.968 10.531 3.371 5,2 -1,4 121,7 117,7 3.968
59 Film- en tv-productie; geluidsopname 2025* 10.116 7.126 2.990 8.302 2.522 7,6 -0,8 121,9 118,6 2.990
60 Radio- en televisieomroepen 2025* 2.700 1.722 978 2.229 843 -3,2 -3,2 121,1 116,0 978
61 Telecommunicatie 2025* 15.446 7.680 7.766 15.919 9.143 1,6 1,9 97,0 84,9 7.766
62-63 IT- en informatiedienstverlening 2025* 85.110 47.467 37.643 73.117 32.247 1,6 -0,5 116,4 116,7 37.643
62 IT-dienstverlening 2025* 70.369 38.162 32.207 60.336 27.280 0,7 -2,3 116,6 118,1 32.207
63 Diensten op het gebied van informatie 2025* 14.741 9.305 5.436 12.778 4.983 6,1 10,9 115,4 109,1 5.436
K Financiële dienstverlening 2025* 99.844 46.639 53.205 93.789 49.815 1,6 2,5 106,5 106,8 53.205
64 Bankwezen 2025* 49.125 19.151 29.974 44.960 29.531 0,8 3,5 109,3 101,5 29.974
65 Verzekeraars en pensioenfondsen 2025* 28.657 18.229 10.428 29.926 8.980 1,0 -4,4 95,8 116,1 10.428
66 Overige financiële dienstverlening 2025* 22.062 9.259 12.803 18.803 11.275 4,3 6,1 117,3 113,6 12.803
L Verhuur en handel van onroerend goed 2025* 120.679 38.826 81.853 103.574 53.989 1,6 1,4 116,5 151,6 81.853
68 Verhuur en handel van onroerend goed 2025* 120.679 38.826 81.853 103.574 53.989 1,6 1,4 116,5 151,6 81.853
M-N Zakelijke dienstverlening 2025* 342.757 170.373 172.384 283.437 142.405 0,7 0,9 120,9 121,1 172.384
M Specialistische zakelijke diensten 2025* 205.818 109.790 96.028 174.621 83.038 1,0 1,1 117,9 115,6 96.028
69-71 Management- en technisch advies 2025* 170.036 91.064 78.972 144.295 68.200 1,2 1,4 117,8 115,8 78.972
69-70 Juridisch en managementadvies 2025* 140.014 77.007 63.007 118.671 54.339 0,9 1,1 118,0 116,0 63.007
69 Juridische diensten en administratie 2025* 27.330 9.730 17.600 22.666 14.513 2,1 2,3 120,6 121,3 17.600
70 Holdings en managementadviesbureaus 2025* 112.684 67.277 45.407 96.007 39.815 0,6 0,7 117,4 114,0 45.407
71 Architecten-, ingenieursbureaus e.d. 2025* 30.022 14.057 15.965 25.623 13.870 2,8 2,4 117,2 115,1 15.965
72 Research 2025* 11.189 4.924 6.265 9.121 5.071 1,0 2,1 122,7 123,5 6.265
73-75 Reclame, design, overige diensten 2025* 24.593 13.802 10.791 21.204 9.723 -0,3 -1,6 116,0 111,0 10.791
73 Reclamewezen en marktonderzoek 2025* 12.252 7.636 4.616 10.812 4.458 -1,9 -3,3 113,3 103,5 4.616
74-75 Overige professionele diensten 2025* 12.341 6.166 6.175 10.378 5.259 1,3 -0,2 118,9 117,4 6.175
74 Design, fotografie, vertaalbureaus 2025* 10.835 5.690 5.145 9.229 4.517 2,2 1,0 117,4 113,9 5.145
75 Veterinaire dienstverlening 2025* 1.506 476 1.030 1.161 753 -5,0 -5,9 129,7 136,7 1.030
N Verhuur en overige zakelijke diensten 2025* 136.939 60.583 76.356 108.977 59.464 0,3 0,7 125,7 128,4 76.356
77 Verhuur van roerende goederen 2025* 28.244 12.600 15.644 22.940 12.704 -5,4 -5,6 123,1 123,1 15.644
78 Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling 2025* 49.107 17.600 31.507 37.913 23.866 0,5 0,5 129,5 132,0 31.507
79 Reisbureaus, reisorganisatie en -info 2025* 26.307 15.078 11.229 21.816 9.240 7,1 13,0 120,6 121,5 11.229
80-82 Overige zakelijke dienstverlening 2025* 33.281 15.305 17.976 26.274 13.608 -0,2 -0,5 126,7 132,1 17.976
80 Beveiligings- en opsporingsdiensten 2025* 4.914 2.387 2.527 3.826 1.885 -1,5 -2,3 128,4 134,1 2.527
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens van de nationale rekeningen over de opbouw van de totale toegevoegde waarde vanuit de productie en inkomensvorming. Van verschillende bedrijfstakken wordt de productie, het verbruik, de toegevoegde waarde en de inkomenscomponenten weergegeven.

Gegevens beschikbaar vanaf 1995.

Status van de cijfers:
De gegevens van 1995 tot en met 2024 zijn definitief. De gegevens over 2025 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 1 juli 2026:
Data van 2025 zijn toegevoegd aan deze tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Na afloop van het verslagjaar worden na zes maanden voorlopige cijfers gepubliceerd. Na 18 maanden worden de definitieve cijfers gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Toegevoegde waarde vanuit productie
De opbouw van de totaal toegevoegde waarde vanuit de productie. Het wordt berekend als de output minus het intermediair verbruik van alle bedrijfstakken. De toegevoegde waarde wordt geregistreerd tegen basisprijzen, de prijzen zijn die door producenten zijn ervaren.
Waarde in werkelijke prijzen
De bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van de betreffende verslagperiode. Dit in tegenstelling tot zogeheten constante prijzen, waarbij bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van een bepaalde basisperiode.
Output basisprijzen
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd, ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde bedrijfseenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de output van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Intermediair verbruik (-)
Goederen en diensten die als input in een productieproces worden gebruikt, met uitzondering van de vaste activa (investeringsgoederen). Het gaat hierbij om goederen die tijdens het productieproces worden verwerkt in andere producten of volledig worden verbruikt (dit gebeurt per definitie met de ingehuurde diensten). Volgens internationale afspraken wordt een aangeschaft goed of een ingehuurde dienst niet als intermediair verbruik maar als vast activum (investering) gezien wanneer het meer dan één jaar ingezet kan worden in een productieproces. De intermediair verbruikte goederen en diensten worden gewaardeerd tegen de aankoopprijzen die op het moment van gebruik voor soortgelijke goederen of diensten gelden.
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.

Waarde prijsniveau 2021
De bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van het basisjaar 2021. Hiertoe zijn inflatiecorrecties gebruikt. Zonder dergelijke correcties spreekt men van waarde in werkelijke prijzen.
Output basisprijzen
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd, ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde bedrijfseenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de output van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar
Het gewogen gemiddelde van de veranderingen in de hoeveelheid en de kwaliteit van de onderdelen van een bepaalde goederen- of dienstentransactie of salditransactie, jaarlijkse procentuele veranderingen.
Output basisprijzen
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd, ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde bedrijfseenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de output van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Prijsindexcijfers
Het gewogen gemiddelde van de prijsveranderingen van de onderdelen van een bepaalde variabele. Deflatoren ten opzichte van het referentiejaar 2021.
Output basisprijzen
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd, ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde bedrijfseenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de output van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Toegevoegde waarde uit inkomensvorming
De opbouw van de totaal toegevoegde waarde vanuit de inkomens uit productie. Deze bestaan uit de beloning van werknemers en het exploitatieoverschot/gemengd inkomen. Om uit te komen op de totaal toegevoegde waarde tegen basisprijzen moet het saldo van de niet-productgebonden belastingen en subsidies hierbij worden opgeteld.
Waarde in werkelijke prijzen
De bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van de betreffende verslagperiode. Dit in tegenstelling tot zogeheten constante prijzen, waarbij bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van een bepaalde basisperiode.
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.