Eenzaamheid; persoonskenmerken

Eenzaamheid; persoonskenmerken

Marges Kenmerken Mate van eenzaamheid Perioden Eenzaamheid (%) Sociale eenzaamheid (%) Emotionele eenzaamheid (%)
Waarde Zeer sterk stedelijk Niet 2025 55,8 53,4 56,3
Waarde Zeer sterk stedelijk Enigszins 2025 33,5 29,8 33,3
Waarde Zeer sterk stedelijk Sterk 2025 10,7 16,9 10,4
Waarde Sterk stedelijk Niet 2025 59,2 56,2 60,6
Waarde Sterk stedelijk Enigszins 2025 29,6 28,3 28,8
Waarde Sterk stedelijk Sterk 2025 11,2 15,5 10,6
Waarde Matig stedelijk Niet 2025 64,5 59,1 64,0
Waarde Matig stedelijk Enigszins 2025 26,4 28,0 26,1
Waarde Matig stedelijk Sterk 2025 9,1 12,9 9,9
Waarde Weinig stedelijk Niet 2025 63,6 59,8 64,1
Waarde Weinig stedelijk Enigszins 2025 27,4 25,4 27,0
Waarde Weinig stedelijk Sterk 2025 9,0 14,8 9,0
Waarde Niet stedelijk Niet 2025 62,5 56,9 61,9
Waarde Niet stedelijk Enigszins 2025 29,3 30,7 29,9
Waarde Niet stedelijk Sterk 2025 8,2 12,4 8,1
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Zeer sterk stedelijk Niet 2025 53,4 51,0 53,9
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Zeer sterk stedelijk Enigszins 2025 31,3 27,6 31,0
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Zeer sterk stedelijk Sterk 2025 9,3 15,1 9,0
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Sterk stedelijk Niet 2025 57,1 54,1 58,6
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Sterk stedelijk Enigszins 2025 27,8 26,5 26,9
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Sterk stedelijk Sterk 2025 9,9 14,1 9,3
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Matig stedelijk Niet 2025 61,7 56,3 61,1
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Matig stedelijk Enigszins 2025 23,9 25,4 23,6
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Matig stedelijk Sterk 2025 7,5 11,1 8,2
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Weinig stedelijk Niet 2025 61,2 57,4 61,6
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Weinig stedelijk Enigszins 2025 25,2 23,3 24,8
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Weinig stedelijk Sterk 2025 7,6 13,1 7,6
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Niet stedelijk Niet 2025 57,9 52,2 57,2
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Niet stedelijk Enigszins 2025 25,2 26,5 25,8
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Niet stedelijk Sterk 2025 5,9 9,6 5,9
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Zeer sterk stedelijk Niet 2025 58,2 55,7 58,7
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Zeer sterk stedelijk Enigszins 2025 35,8 32,0 35,6
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Zeer sterk stedelijk Sterk 2025 12,3 18,7 12,0
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Sterk stedelijk Niet 2025 61,2 58,2 62,7
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Sterk stedelijk Enigszins 2025 31,6 30,2 30,7
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Sterk stedelijk Sterk 2025 12,6 17,1 12,0
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Matig stedelijk Niet 2025 67,3 62,0 66,8
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Matig stedelijk Enigszins 2025 29,0 30,6 28,8
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Matig stedelijk Sterk 2025 11,0 15,0 11,9
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Weinig stedelijk Niet 2025 66,0 62,2 66,5
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Weinig stedelijk Enigszins 2025 29,6 27,6 29,3
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Weinig stedelijk Sterk 2025 10,6 16,7 10,6
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Niet stedelijk Niet 2025 66,9 61,5 66,4
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Niet stedelijk Enigszins 2025 33,8 35,2 34,5
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Niet stedelijk Sterk 2025 11,3 15,9 11,1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat informatie over eenzaamheid van personen van 15 jaar en ouder voor de jaren 2019 en 2021 en verder. Alle onderwerpen zijn uitgesplitst naar geslacht, leeftijd, migratieachtergrond, hoogst behaald onderwijsniveau, positie in het huishouden, stedelijkheid van de gemeente, inkomensgroep gebaseerd op het gestandaardiseerde besteedbare huishoudinkomen, ervaren gezondheid en contacten met familie, vrienden en buren.

In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de verkorte versie van de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 2006). Deze schaal benadert eenzaamheid als meerdimensionaal begrip en maakt daarbij onderscheid tussen sociale en emotionele eenzaamheid.

Respondenten kregen 6 stellingen voorgelegd, 3 stellingen hebben betrekking op sociale eenzaamheid, en 3 op emotionele eenzaamheid. De stellingen luiden als volgt:
1. Ik ervaar een leegte om me heen.
2. Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen.
3. Ik heb veel mensen op wie ik volledig kan vertrouwen.
4. Ik mis mensen om me heen.
5. Er zijn voldoende mensen met wie ik me nauw verbonden voel.
6. Vaak voel ik me in de steek gelaten.

Respondenten kunnen telkens antwoorden met ‘ja’, ‘min of meer’ of ‘nee. Bij het vaststellen van de schaalscores en de mate van eenzaamheid zijn de richtlijnen van de ontwikkelaars van de schaal gevolgd (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 1999). Daarbij worden de volgende stappen gezet:

Eerst worden de antwoorden op de items in twee categorieën verdeeld. Als mensen ‘min of meer’ of ‘ja’ antwoorden op de stellingen, waarbij stelling 2, 3 en 5 zijn gehercodeerd, krijgen ze een score ‘1’ voor het desbetreffende item. Vervolgens wordt een somscore berekend door de scores van de items op te tellen. Ten slotte wordt een driedeling gemaakt in niet eenzaam (een score van 0 of 1), enigszins eenzaam (een score van 2 tot en met 4) en sterk eenzaam (een score van 5 of 6).

Voor sociale en emotionele eenzaamheid kan men een score van 0 tot en met 3 krijgen op de bijbehorende drie stellingen, waarbij 0 ‘niet eenzaam’ is en 3 ‘sterk eenzaam’ is. De tussenliggende categorieën 1 en 2 geven in dit geval ‘enigszins eenzaam’ weer.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2019

Status van de cijfers:
Definitief

Wijzigingen per 20 maart 2026:
De cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers:
Nieuwe gegevens verschijnen jaarlijks, in het 3e kwartaal.

Toelichting onderwerpen

Eenzaamheid
Eenzaamheid zoals gemeten met de verkorte versie van de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 2006).
Sociale eenzaamheid
Sociale eenzaamheid zoals gemeten met de verkorte versie van de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 2006).
Emotionele eenzaamheid
Emotionele eenzaamheid zoals gemeten met de verkorte versie van de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 2006).