Eenzaamheid; persoonskenmerken

Eenzaamheid; persoonskenmerken

Marges Kenmerken Mate van eenzaamheid Perioden Eenzaamheid (%) Sociale eenzaamheid (%) Emotionele eenzaamheid (%)
Waarde Positie in huishouden: alleenstaande Niet 2025 48,0 50,4 47,0
Waarde Positie in huishouden: alleenstaande Enigszins 2025 36,3 30,9 36,4
Waarde Positie in huishouden: alleenstaande Sterk 2025 15,8 18,7 16,6
Waarde Positie in huishouden: eenouder Niet 2025 50,9 52,1 49,7
Waarde Positie in huishouden: eenouder Enigszins 2025 30,1 28,8 34,7
Waarde Positie in huishouden: eenouder Sterk 2025 19,0 19,2 15,6
Waarde Positie in huishouden: lid van ouderpaar Niet 2025 67,3 60,6 68,1
Waarde Positie in huishouden: lid van ouderpaar Enigszins 2025 25,1 25,7 25,2
Waarde Positie in huishouden: lid van ouderpaar Sterk 2025 7,6 13,7 6,7
Waarde Positie in huish.: lid paar geen ouder Niet 2025 64,8 58,2 68,6
Waarde Positie in huish.: lid paar geen ouder Enigszins 2025 27,8 27,2 24,4
Waarde Positie in huish.: lid paar geen ouder Sterk 2025 7,5 14,5 7,0
Waarde Positie in huishouden: kind Niet 2025 58,6 56,1 54,6
Waarde Positie in huishouden: kind Enigszins 2025 32,2 31,7 34,9
Waarde Positie in huishouden: kind Sterk 2025 9,2 12,2 10,5
Waarde Positie in huishouden: overig lid Niet 2025 . . .
Waarde Positie in huishouden: overig lid Enigszins 2025 . . .
Waarde Positie in huishouden: overig lid Sterk 2025 . . .
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: alleenstaande Niet 2025 45,4 47,8 44,4
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: alleenstaande Enigszins 2025 33,8 28,5 33,9
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: alleenstaande Sterk 2025 13,9 16,8 14,8
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: eenouder Niet 2025 44,2 45,3 42,9
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: eenouder Enigszins 2025 24,3 23,1 28,5
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: eenouder Sterk 2025 14,2 14,4 11,2
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: lid van ouderpaar Niet 2025 65,2 58,4 66,0
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: lid van ouderpaar Enigszins 2025 23,2 23,8 23,3
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: lid van ouderpaar Sterk 2025 6,4 12,2 5,6
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huish.: lid paar geen ouder Niet 2025 62,9 56,4 66,8
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huish.: lid paar geen ouder Enigszins 2025 26,1 25,6 22,8
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huish.: lid paar geen ouder Sterk 2025 6,5 13,2 6,0
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: kind Niet 2025 55,3 52,8 51,3
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: kind Enigszins 2025 29,1 28,7 31,8
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: kind Sterk 2025 7,5 10,1 8,6
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: overig lid Niet 2025 . . .
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: overig lid Enigszins 2025 . . .
Betrouwbaarheidsmarge ondergrens Positie in huishouden: overig lid Sterk 2025 . . .
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: alleenstaande Niet 2025 50,5 53,0 49,6
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: alleenstaande Enigszins 2025 38,8 33,3 39,0
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: alleenstaande Sterk 2025 17,8 20,8 18,7
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: eenouder Niet 2025 57,6 58,7 56,5
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: eenouder Enigszins 2025 36,6 35,3 41,5
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: eenouder Sterk 2025 25,0 25,1 21,3
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: lid van ouderpaar Niet 2025 69,4 62,7 70,2
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: lid van ouderpaar Enigszins 2025 27,1 27,7 27,2
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: lid van ouderpaar Sterk 2025 8,9 15,3 7,9
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huish.: lid paar geen ouder Niet 2025 66,6 60,1 70,4
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huish.: lid paar geen ouder Enigszins 2025 29,5 29,0 26,1
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huish.: lid paar geen ouder Sterk 2025 8,6 15,9 8,1
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: kind Niet 2025 61,8 59,4 57,9
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: kind Enigszins 2025 35,3 34,9 38,1
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: kind Sterk 2025 11,4 14,5 12,8
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: overig lid Niet 2025 . . .
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: overig lid Enigszins 2025 . . .
Betrouwbaarheidsmarge bovengrens Positie in huishouden: overig lid Sterk 2025 . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat informatie over eenzaamheid van personen van 15 jaar en ouder voor de jaren 2019 en 2021 en verder. Alle onderwerpen zijn uitgesplitst naar geslacht, leeftijd, migratieachtergrond, hoogst behaald onderwijsniveau, positie in het huishouden, stedelijkheid van de gemeente, inkomensgroep gebaseerd op het gestandaardiseerde besteedbare huishoudinkomen, ervaren gezondheid en contacten met familie, vrienden en buren.

In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de verkorte versie van de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 2006). Deze schaal benadert eenzaamheid als meerdimensionaal begrip en maakt daarbij onderscheid tussen sociale en emotionele eenzaamheid.

Respondenten kregen 6 stellingen voorgelegd, 3 stellingen hebben betrekking op sociale eenzaamheid, en 3 op emotionele eenzaamheid. De stellingen luiden als volgt:
1. Ik ervaar een leegte om me heen.
2. Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen.
3. Ik heb veel mensen op wie ik volledig kan vertrouwen.
4. Ik mis mensen om me heen.
5. Er zijn voldoende mensen met wie ik me nauw verbonden voel.
6. Vaak voel ik me in de steek gelaten.

Respondenten kunnen telkens antwoorden met ‘ja’, ‘min of meer’ of ‘nee. Bij het vaststellen van de schaalscores en de mate van eenzaamheid zijn de richtlijnen van de ontwikkelaars van de schaal gevolgd (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 1999). Daarbij worden de volgende stappen gezet:

Eerst worden de antwoorden op de items in twee categorieën verdeeld. Als mensen ‘min of meer’ of ‘ja’ antwoorden op de stellingen, waarbij stelling 2, 3 en 5 zijn gehercodeerd, krijgen ze een score ‘1’ voor het desbetreffende item. Vervolgens wordt een somscore berekend door de scores van de items op te tellen. Ten slotte wordt een driedeling gemaakt in niet eenzaam (een score van 0 of 1), enigszins eenzaam (een score van 2 tot en met 4) en sterk eenzaam (een score van 5 of 6).

Voor sociale en emotionele eenzaamheid kan men een score van 0 tot en met 3 krijgen op de bijbehorende drie stellingen, waarbij 0 ‘niet eenzaam’ is en 3 ‘sterk eenzaam’ is. De tussenliggende categorieën 1 en 2 geven in dit geval ‘enigszins eenzaam’ weer.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2019

Status van de cijfers:
Definitief

Wijzigingen per 20 maart 2026:
De cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers:
Nieuwe gegevens verschijnen jaarlijks, in het 3e kwartaal.

Toelichting onderwerpen

Eenzaamheid
Eenzaamheid zoals gemeten met de verkorte versie van de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 2006).
Sociale eenzaamheid
Sociale eenzaamheid zoals gemeten met de verkorte versie van de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 2006).
Emotionele eenzaamheid
Emotionele eenzaamheid zoals gemeten met de verkorte versie van de Eenzaamheidsschaal van De Jong Gierveld (De Jong Gierveld en Van Tilburg, 2006).