Kerncijfers wijken en buurten 2023
| Wijken en buurten | Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (aantal) | Energie Gemiddeld aardgasverbruik Percentage woningen met stadsverwarming (%) | Arbeid Onderverdeling werkenden Werknemers met vaste arbeidsrelatie (%) | Arbeid Onderverdeling werkenden Werknemers met flexibele arbeidsrelatie (%) | Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) | Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) | Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) | Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) | Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) | Zorg Jongeren met jeugdzorg in natura (aantal) | Zorg Percentage jongeren met jeugdzorg (%) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Binnenhof en Langshof (met Nieuwstraat) | 150 | . | 47 | 39 | 52,4 | 6,0 | 63,6 | 4,8 | 4,3 | 30 | 9,6 |
| Emanuel van Meterenbuurt | 350 | 32,9 | 41 | 33 | 44,3 | 20,7 | 51,9 | 16,8 | 11,3 | 70 | 10,6 |
| Schoorl met Bregtdorp | 435 | . | 50 | 22 | 39,7 | 23,6 | 31,8 | 24,6 | 3,3 | 55 | 8,5 |
| Groet met Hargen | 235 | . | 51 | 24 | 43,4 | 17,6 | 32,7 | 21,9 | 4,9 | 25 | 8,3 |
| Ommeren met Den Eng | 70 | . | 48 | 29 | 38,0 | 20,6 | 35,9 | 26,8 | 3,1 | 15 | 13,6 |
| Landmetersbuurt | 155 | . | 64 | 29 | 41,3 | 12,4 | 45,5 | 7,5 | 2,7 | 25 | 9,8 |
| Wijk 02 Meterik | 270 | . | 57 | 26 | 38,7 | 17,3 | 30,9 | 25,4 | 2,2 | 35 | 9,1 |
| Meterik | 115 | . | 61 | 28 | 36,7 | 15,2 | 29,3 | 21,2 | 1,0 | 15 | 10,0 |
| Verspreide huizen Meterik | 160 | . | 55 | 24 | 40,2 | 19,0 | 32,1 | 28,6 | 3,2 | 20 | 8,6 |
| Hussenberg met Snijdersberg | 120 | . | 60 | 21 | 39,2 | 21,9 | 30,9 | 23,4 | 1,9 | 15 | 8,0 |
| Nieuwemolen met Driehoek | 20 | . | . | . | 32,5 | 31,7 | . | . | . | ||
| Kom Dodewaard met Hien | 545 | . | 58 | 27 | 43,8 | 14,7 | 38,7 | 19,3 | 3,2 | 95 | 10,3 |
| Metslawier | 230 | 7,0 | 53 | 22 | 41,9 | 12,4 | 34,1 | 18,0 | 1,9 | 45 | 10,8 |
| Metslawier | 110 | 12,7 | 54 | 24 | 42,3 | 11,0 | 41,3 | 15,3 | 1,8 | 20 | 9,9 |
| Verspreide huizen Metslawier | 5 | . | . | . | . | . | . | . | . | ||
| Straten met Moleneind | 40 | . | 47 | 18 | 40,7 | 28,9 | . | . | . | ||
| Mettegeupel | 370 | . | 60 | 25 | 35,2 | 25,8 | 11,6 | 40,2 | 1,4 | 50 | 8,5 |
| Duindigt met Groenendaal | 40 | . | . | . | 37,6 | 37,1 | . | . | . | ||
| Rijksdorp met De Pan | 35 | . | 38 | 20 | 38,7 | 39,4 | 31,8 | 48,0 | 12,3 | ||
| Meteren | 1.000 | . | 62 | 24 | 32,9 | 28,2 | 18,0 | 35,2 | 1,7 | 160 | 9,2 |
| Meteren | 150 | . | 53 | 26 | 39,4 | 21,2 | 30,8 | 26,3 | 4,3 | 30 | 11,1 |
| Meteren - Kalenberg | 455 | . | 62 | 26 | 36,2 | 27,2 | 20,0 | 36,4 | 1,1 | 75 | 10,1 |
| Meteren - De Plantage | 350 | . | 68 | 21 | 24,2 | 33,2 | 9,3 | 36,2 | 0,9 | 50 | 8,2 |
| Meteren e.o. | 45 | . | 40 | 23 | 37,6 | 26,7 | . | . | . | ||
| Methen | 420 | . | 60 | 29 | 40,7 | 14,8 | 39,4 | 15,6 | 2,8 | 70 | 11,6 |
| Bron: CBS. | |||||||||||
Tabeltoelichting
Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.
Gegevens beschikbaar over: 2023.
Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Wijzigingen per januari 2026
Binnen het thema Inkomen zijn nieuwe cijfers toegevoegd. Binnen het thema Wonen zijn nieuwe cijfers over gemiddelde WOZ-waarde van woningen opgenomen.
Wijzigingen per september 2025
De variabelenset binnen het thema Arbeid is uitgebreid. Vanaf 2023 zijn cijfers over de werkzame beroepsbevolking beschikbaar via deze tabel. Tevens wordt bij arbeidsparticipatie van werknemers voortaan uitgesplitst naar werknemers met een vaste of flexibele arbeidsrelatie.
Wijzigingen per juni 2025
De cijfers voor het thema Nabijheid voorzieningen zijn herberekend na de introductie van een nieuwe versie van de benodigde software, waarbij een afwijkende wijze van afronden ten opzichte van eerdere jaren geprogrammeerd was. Ook zijn diverse verbeteringen en correcties doorgevoerd in het wegennetwerk. Voor heel Nederland gemiddeld zijn de afstanden met maximaal 0,1 km afgenomen. Voor enkele gemeenten zijn de afstanden met maximaal 1,2 km afgenomen. Voor een aantal wijken en buurten zijn de afstanden tot 4,6 km afgenomen en in andere wijken en buurten tot 2,3 km toegenomen.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Elk kwartaal worden er nieuwe cijfers toegevoegd indien deze beschikbaar zijn.
Toelichting onderwerpen
- Bevolking
- De bevolking van Nederland op 1 januari.
Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.
Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.
Het komt voor dat van inwoners wel bekend is binnen welke gemeente ze geregistreerd zijn, maar niet exact waar ze verblijven. Deze inwoners zijn daarom wel meegeteld in de gemeentecijfers, maar niet in de cijfers per wijk en buurt. De cijfers per gemeente kunnen daardoor afwijken van de onderliggende wijken of buurten, zelfs wanneer een gemeente slechts uit één wijk bestaat.- Particuliere huishoudens
- Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.- Huishoudens met kinderen
- Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens.
- Energie
- Gemiddeld aardgasverbruik
- Het gemiddeld jaarverbruik voor aardgas van particuliere woningen, zoals berekend uit de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven.
Bij de berekening van het gemiddeld aardgasverbruik zijn woningen met een zeer laag of zelfs nulverbruik meegeteld indien er sprake is van stadsverwarming. Hierdoor valt in gebieden waar stadsverwarming aanwezig is het gemiddeld aardgasverbruik van woningen laag uit.
De cijfers zijn afgerond op tientallen en vermeld bij zes of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom.- Percentage woningen met stadsverwarming
- Het percentage woningen dat is aangesloten op stadsverwarming.
Stadsverwarming is een verwarmingssysteem waarbij de woningen in een wijk worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. In veel gevallen maakt stadsverwarming gebruik van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales. Het aardgasverbruik van deze woningen is in veel gevallen zeer laag of zelfs nul. De hoeveelheid warmte die door aangesloten woningen in een jaar wordt afgenomen van de stadsverwarming is niet beschikbaar. Het percentage is vermeld bij tien of meer (bewoonde) woningen. Voor de gemeentes is een percentage van minder dan vijf of groter dan 95 afgerond op vijftallen.
- Arbeid
- Deze variabelen geven per gemeente, wijk en buurt inzicht in de werkzame beroepsbevolking, nettoarbeidsparticipatie en het percentage werknemers en zelfstandigen.
De nettoarbeidsparticipatie is vermeld als percentage van het totaal aantal personen van 15 tot 75 jaar en vermeld bij minimaal 150 inwoners in een buurt. Het percentage werknemers en het percentage zelfstandigen zijn vermeld bij minimaal 150 werkenden (van 15 tot 75 jaar) in een buurt- Onderverdeling werkenden
- Werknemers met vaste arbeidsrelatie
- Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd én een vast aantal uren per week.
Het betreft voorlopige cijfers.
- Werknemers met flexibele arbeidsrelatie
- Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd óf een flexibel aantal uren per week.
Tot de werknemers met een flexibele arbeidsrelatie behoren:
- Werknemer tijdelijk, uitzicht op vast
- Werknemer tijdelijk >=1 jaar
- Werknemer tijdelijk <1 jaar
- Oproep/-invalkracht
- Uitzendkracht
- Werknemer flex, contract onbekend.
Het betreft voorlopige cijfers.
- Inkomen
- Deze variabelen geven informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.
De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.- Inkomen van personen
- De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).- 40% personen met laagste inkomen
- Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
- 20% personen met hoogste inkomen
- Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
- Inkomen van huishoudens
- De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
- 40% huishoudens met laagste inkomen
- Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.
Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
- 20% huishoudens met hoogste inkomen
- Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.
Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
- Huishoudens met een laag inkomen
- Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
- Zorg
- Deze variabelen geven per gemeente, wijk en buurt inzicht in het aantal personen dat gebruik maakte van jeugdzorg in natura en/of een maatwerkarrangement in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
De cijfers zijn afgerond op vijftallen. Om het risico op onthulling van individuen te voorkomen zijn de waarden 0 tot en met 7 weergegeven als geheim. Hierdoor kan het voorkomen, dat de som van de detailgegevens afwijkt van het totaal.- Jongeren met jeugdzorg in natura
- Personen tot 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp in natura, jeugdbescherming of jeugdreclassering.
Jeugdhulp in natura is hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet, en in natura door de zorgaanbieder is geleverd. PGB gefinancierde hulp en zorg valt hier dus buiten. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De hulp is bedoeld voor kinderen en jongeren tot 18 jaar en kan verlengd worden tot 23 jaar. Als de jongere overnacht bij de jeugdhulpinstelling, het pleeggezin of het gezinshuis, is er sprake van jeugdhulp met verblijf.
Jeugdhulp in natura wordt direct vergoed aan de zorgverlener zonder tussenkomst van de zorggebruiker. In het kader van de jeugdzorg betekent dit dat de hulp rechtstreeks door de gemeente wordt vergoed.
Persoonsgebonden budget (PGB) is een geldbedrag waarmee de zorggebruiker zelf zorg, begeleiding, hulp, hulpmiddelen of voorzieningen in kan kopen. Deze wordt verstrekt via de Sociale verzekeringsbank (SVB) maar is ook afkomstig van de gemeente.
Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Het doel van de kinderbeschermingsmaatregelen is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of ‘onder voogdij geplaatst’.
Jeugdreclassering is een combinatie van toezicht en begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Bij jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar kan ook het jeugdstrafrecht toegepast worden op grond van het adolescentenstrafrecht, indien het ontwikkelingsniveau van de dader daartoe aanleiding geeft. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of het openbaar ministerie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart.
Indeling naar gemeente, wijk en buurt
De indeling naar gemeente en wijk is gebaseerd op het adres van de gezagsdrager van de jongere. Er is uitgegaan van het woonplaatsbeginsel zoals dat is toegepast in de Jeugdwet die vanaf 2015 in werking is getreden. Wanneer het adres gedurende de verslagperiode is gewijzigd krijgt de jongere in deze tabel het meest recente adres toegewezen.
Voor sommige jongeren is alleen de gemeente volgens woonplaatsbeginsel bekend, maar niet het specifieke adres. In deze gevallen wordt de jongere wel meegeteld in het totaal voor de gemeente, maar niet in één van de onderliggende wijken. Hierdoor kan het voorkomen dat de cijfers van de wijken binnen een gemeente niet optellen tot het totaal van de gemeente.
- Percentage jongeren met jeugdzorg
- Percentage van personen tot 23 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering.