Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken

Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken

Persoonskenmerken Marges Perioden Ervaren gezondheid Goed of zeer goed (%) Mental Health Inventory (MHI-5),12 plus Angst- of depressiegevoelens, afg 4 wk (%) Langdurige aandoeningen Op enquêtedatum/in afgelopen 12 maanden Hartinfarct, 12 jaar of ouder (%) Langdurige aandoeningen Op enquêtedatum/in afgelopen 12 maanden Migraine of ernstige hoofdpijn (%) Langdurige aandoeningen Op enquêtedatum/in afgelopen 12 maanden Darmstoornissen langer dan 3 maanden (%) Langdurige aandoeningen Op enquêtedatum/in afgelopen 12 maanden Chronische gewrichtsontsteking (%) Langdurige aandoeningen Op enquêtedatum/in afgelopen 12 maanden Onvrijwillig urineverlies , 12 of ouder (%) Langdurige aandoeningen Op enquêtedatum/in afgelopen 12 maanden Gewrichtsslijtage/artrose, 12 of ouder (%) Beperkingen Personen met GALI beperking, 4 of ouder GALI beperking (%) Beperkingen Personen met GALI beperking, 4 of ouder GALI beperking, ernstig (%) Beperkingen Personen met GALI beperking, 4 of ouder GALI beperking, niet ernstig (%) Medische contacten Contact met huisarts Personen met minimaal 1 contact (%) Medische contacten Contact met specialist Personen met minimaal 1 contact (%) Medische contacten Contact met fysio- en oefentherapeut Personen met minimaal 1 contact (%) Medische contacten Contact psycholoog/psychiater,4 of ouder Personen met minimaal 1 contact (%)
Totaal personen Waarde 2025 76,9 41,7 0,3 13,3 5,0 6,4 6,6 16,5 31,1 5,2 25,9 69,1 42,0 28,5 11,8
Geslacht: Mannen Waarde 2025 79,5 36,0 0,5 8,3 3,3 4,8 2,8 12,6 27,5 5,0 22,5 66,3 39,0 25,2 9,8
Geslacht: Vrouwen Waarde 2025 74,4 47,2 0,2 18,2 6,6 8,1 10,3 20,3 34,7 5,4 29,3 71,9 45,0 31,9 13,9
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de ervaren gezondheid en medische contacten van de Nederlandse bevolking vanaf 0 jaar in particuliere huishoudens. De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar diverse persoonskenmerken.
Voor enkele onderwerpen geldt een afwijkende leeftijdsafbakening. Deze leeftijden worden bij de betreffende onderwerpen vermeld.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2014

Status van de cijfers: definitief

Wijzigingen per 6 maart :
De cijfers over 2025 werden toegevoegd. De tabel werd uitgebreid met informatie over diabetes (ander type dan type 1 of type 2). Het onderwerp ‘Aandoening van nek’ is nieuw en vervangt per 2025 het onderwerp ‘Aandoening van nek of schouder’. Het onderwerp ‘Gewrichtsslijtage/artrose, 12 of ouder’ is ook nieuw en vervangt per 2025 het onderwerp ‘Gewrichtsslijtage heup/knie, 12 of ouder’. Daarnaast werd het persoonskenmerk armoede (ingedeeld in arm, bijna-arm en niet arm of niet bijna-arm) toegevoegd. Tenslotte zijn enkele tekstuele aanpassingen gedaan aan de toelichtingen binnen het persoonskenmerk 'positie in huishouden' en is de categorie 'overig lid' aangepast in 'lid overig huishouden' omdat dat een betere beschrijving is.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In maart 2027 verschijnen de cijfers over verslagjaar 2026.

Toelichting onderwerpen

Ervaren gezondheid
Goed of zeer goed
Percentage personen met antwoordcategorie 'goed' of 'zeer goed' op de vraag 'Hoe is over het algemeen uw gezondheid / de gezondheid van uw kind?' Voor kinderen tot 12 jaar wordt deze vraag beantwoord door een van de ouders of verzorgers.
Mental Health Inventory (MHI-5),12 plus
‘Mental Health Inventory 5' ofwel 'MHI-5'. Dit is een internationale standaard voor een specifieke meting van de psychische gezondheid, bestaande uit 5 vragen. De MHI-5 is feitelijk een deelschaal van de Short Format 36 ofwel SF-36, een uitvoerige internationale standaard voor de meting van gezondheid. De MHI-5 betreft vragen die steeds betrekking hebben op hoe men zich in de afgelopen 4 weken voelde. De vragen zijn gesteld aan respondenten van 12 jaar of ouder
Gevraagd is:
1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
3. Voelde u zich kalm en rustig?
4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
5. Voelde u zich gelukkig?

Iedere vraag heeft de volgende 6 antwoordcategorieën: voortdurend-meestal-vaak-soms-zelden-nooit. Bij de positief geformuleerde vragen van de MHI vragenlijst (vraag 3 en 5) zijn voor de antwoordcategorieën in volgorde de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief geformuleerde vragen (vraag 1, 2 en 4) zijn precies de omgekeerde waarden toegekend. Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 en de maximale score 100 kan bedragen, waarbij een lagere score meer gevoelens van angst of depressie aangeeft.

De somscore bepaalt of iemand als ‘zonder psychische klachten’ (score 60 of hoger) of ‘met psychische klachten’ (score lager dan 60) wordt ingedeeld. Tot 2022 werden hiervoor de termen ‘psychisch gezond’ en ‘psychisch ongezond’ gebruikt.

Onderzoekers van het Trimbos-instituut hebben echter in 2024 vastgesteld dat het afkappunt van 60 zoals eerder gebruikt, om een aantal redenen niet langer voldeed. De eerdere bepaling van de afkapwaarde van de MHI-5 gebruikte een methode die afhankelijk is van de prevalentie van psychische aandoeningen. Omdat de prevalentie veranderlijk is gebleken, voldeed deze afkapwaarde niet meer. Verder is de classificatie van psychische aandoeningen sinds de eerdere afkapwaardebepaling veranderd: momenteel wordt de DSM-5 gebruikt terwijl de oude afkapwaarde gebaseerd was op de criteria van DSM-III-R. Meer informatie over herijking van de MHI is te vinden in de factsheet van het Trimbos-Instituut (zie tabeltoelichting).

De variabele ‘Psychische klachten, afgelopen 4 weken’ zal daarom niet meer worden aangevuld vanaf 2024 en het CBS zal vanaf september 2024 alleen de reeks over de variabele Angst- of depressiegevoelens, afg. 4 wk (afgelopen 4 weken) aanvullen.

Angst- of depressiegevoelens, afg 4 wk
Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat 76 of lager scoort op de Mental Health Inventory (MHI-5) voor adolescenten vanaf 12 jaar en volwassenen. Deze mensen hebben angst- of depressiegevoelens in de afgelopen 4 weken.
Langdurige aandoeningen
Aan alle respondenten wordt gevraagd: Heeft u / uw kind één of meer langdurige ziekten of aandoeningen? Langdurig is (naar verwachting) 6 maanden of langer. Vervolgens worden verschillende aandoeningen en een restcategorie 'overige aandoeningen' voorgelegd en gevraagd of mensen deze aandoening in de afgelopen 12 maanden hebben gehad. Van drie van die aandoeningen wordt ook gevraagd of men die ooit heeft gehad. Daarnaast wordt (uitgebreider) gevraagd naar suikerziekte (diabetes). De meeste vragen naar specifieke langdurige aandoeningen worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Aandoeningen die niet vaak voorkomen bij jongeren worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
Op enquêtedatum/in afgelopen 12 maanden
Hartinfarct, 12 jaar of ouder
Percentage personen, van 12 jaar of ouder, met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft U ooit een hartinfarct gehad? En 'ja' op de vraag: Heeft u dit in de afgelopen 12 maanden gehad?
Migraine of ernstige hoofdpijn
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft of had u / uw kind in de afgelopen 12 maanden migraine of regelmatig ernstige hoofdpijn?
Darmstoornissen langer dan 3 maanden
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft of had u / uw kind in de afgelopen 12 maanden ernstige of hardnekkige darmstoornissen, langer dan 3 maanden?
Chronische gewrichtsontsteking
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft of had u / uw kind in de afgelopen 12 maanden chronische gewrichtsontsteking, zoals ontstekingsreuma, chronische reuma, reumatoïde artritis?
Onvrijwillig urineverlies , 12 of ouder
Percentage personen, van 12 jaar of ouder, met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft of had u in de afgelopen 12 maanden onvrijwillig urineverlies, ook wel incontinentie genoemd?
Gewrichtsslijtage/artrose, 12 of ouder
Percentage personen, van 12 jaar of ouder, met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft of had u in de afgelopen 12 maanden gewrichtsslijtage of artrose?
Beperkingen
Beperkingen
Er worden 3 indicatoren voor lichamelijke beperkingen berekend:
a De OESO-indicator voor personen van 12 jaar of ouder en
b De ADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar en.
c de iADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar.
Daarnaast wordt een globale vraag over beperkingen gesteld (GALI-indicator).
Personen met GALI beperking, 4 of ouder
Percentage personen dat vanwege problemen met de gezondheid sinds 6 maanden of langer beperkt is in activiteiten die mensen / kinderen gewoonlijk doen. Hieronder vallen zowel de mensen die aangeven dat ze ‘ernstig beperkt’ zijn als de mensen die aangeven dat ze ‘wel beperkt maar niet ernstig’ zijn.
Deze internationaal gebruikte en afgestemde indicator voor gezondheidsbeperking wordt de GALI-indicator genoemd. GALI staat voor Global Activity Limitation Indicator. Deze indicator wordt bepaald voor personen van 4 jaar of ouder.
In 2014 en vanaf 2019 wordt deze indicator bepaald aan de hand van 2 vragen, in de periode 2015 tot en met 2018 zijn beide vragen in 1 vraag gecombineerd. Dit lijkt de uitkomst echter niet of nauwelijks te hebben beïnvloed.

GALI beperking
Percentage personen van 4 jaar of ouder met een GALI beperking
GALI beperking, ernstig
Percentage personen van 4 jaar of ouder met een ernstige beperking volgens de GALI indicator. Deze mensen hebben aangegeven ernstig beperkt te zijn in activiteiten die mensen/kinderen gewoonlijk doen.
GALI beperking, niet ernstig
Percentage personen van 4 jaar of ouder met een GALI beperking maar aangeven dat deze beperking niet ernstig is.
Medische contacten
Aan personen wordt gevraagd of zij contact hebben gehad met de huisarts, de specialist, de tandarts, de mondhygiënist, de orthodontist , de fysio- en oefentherapeut, de psycholoog, psychotherapeut of psychiater, en of zij behandeld zijn door een alternatief genezer. Ook wordt gevraagd naar ziekenhuisopnamen of dagopnamen, of mensen thuiszorg hebben ontvangen. De meeste vragen naar medische contacten worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Voor kinderen tot 12 jaar worden deze vragen door de ouder/verzorger beantwoord. Contacten die niet vaak voorkomen bij kinderen worden gesteld vanaf een hogere leeftijd.
Contact met huisarts
Vanaf 2021 is de inleidende tekst voor de vraag over huisartscontacten gewijzigd in: Nu iets over contacten met de huisarts. Denkt u hierbij aan bezoeken aan de huisartspraktijk, huisbezoeken, telefonische consulten, beeldbellen , contacten via e-mail of andere e-consulten. Contacten met een vervangende huisarts of met de huisartsenpost moet u ook meetellen. Contacten met de praktijkondersteuner en de praktijkverpleegkundige moet u niet meetellen.
Tot 2021 was de inleidende tekst‘ Contacten met de huisarts zijn bezoeken aan de huisartspraktijk, huisbezoeken en telefonische consulten. Contacten met een vervangende huisarts of met de huisartsenpost tellen hierbij ook mee. Contacten met de praktijkondersteuner en de praktijkverpleegkundige tellen niet mee'. Gevraagd wordt naar contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum. De vragen worden aan respondenten van alle leeftijden gesteld.
Personen met minimaal 1 contact
Percentage personen in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum contact heeft gehad.
Contact met specialist
Vanaf 2021 is de inleidende tekst voor de vraag naar specialist gewijzigd in: ‘Nu iets over contacten met specialisten. Denk hierbij aan contacten met specialisten op de polikliniek, op een afdeling in het ziekenhuis, op de spoedeisende hulp, in een praktijk buiten het ziekenhuis of in een privékliniek. Denk ook aan telefonische consulten, beeldbellen, contacten via e-mail of andere e-consulten. (Contacten met specialisten tijdens een ziekenhuis- of dagopname moet u hier niet meetellen.) Tot 2021 was de tekst: 'Contacten met de specialist kunnen plaatsvinden op de polikliniek, op een afdeling in het ziekenhuis, op de spoedeisende hulp, in een praktijk buiten het ziekenhuis of in een privékliniek. Contacten met specialisten tijdens een ziekenhuis- of dagopname tellen niet mee.’
Personen met minimaal 1 contact
Percentage personen in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum contact heeft gehad.
Contact met fysio- en oefentherapeut
Cijfers over fysiotherapie en oefentherapie. Fysiotherapie en oefentherapie tijdens ziekenhuis- of dagopname tellen niet mee.
Personen met minimaal 1 contact
Percentage personen in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum contact heeft gehad.
Contact psycholoog/psychiater,4 of ouder
Cijfers over contacten met de psycholoog, psychiater of psychotherapeut. Deze vragen worden gesteld aan personen van 4 jaar of ouder. Voor kinderen jonger dan 12 jaar worden deze vragen beantwoord door de ouder/verzorger.
Personen met minimaal 1 contact
Percentage personen in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum contact heeft gehad.