Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Status cijfer Regio's Perioden Inwoners Uitwonende studenten (aantal) Inwoners Minderheden (aantal) Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (aantal) Particuliere huishoudens Eenouderhuishoudens (aantal) Particuliere huishoudens Huishoudens met relatief laag inkomen (aantal) Sociale zekerheid Bijstandsuitkeringen Elders verzorgden (aantal) Bodemgesteldheid en oeverlengte Oeverlengte Oeverlengte totaal (hm) Bodemgesteldheid en oeverlengte Oeverlengte Oeverlengte op kleiveen- en veengebied (hm)
Voorlopig Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2026 20.653 7.698
Voorlopig Midden-Noord-Brabant (CR) 2026 20.041 1.552
Voorlopig Midden-Limburg (CR) 2026 11.128 0
Voorlopig Alphen aan den Rijn 2026 11.489 9.007
Voorlopig Capelle aan den IJssel 2026 2.093 1.679
Voorlopig Coevorden 2026 4.589 0
Voorlopig Eijsden-Margraten 2026 302 0
Voorlopig Geertruidenberg 2026 1.091 8
Voorlopig Hardenberg 2026 5.398 0
Voorlopig Den Helder 2026 2.734 610
Voorlopig Heusden 2026 1.759 0
Voorlopig Krimpen aan den IJssel 2026 893 823
Voorlopig Leeuwarden 2026 11.983 926
Voorlopig Leiden 2026 2.206 762
Voorlopig Leusden 2026 966 0
Voorlopig Midden-Delfland 2026 3.123 1.852
Voorlopig Midden-Drenthe 2026 5.203 0
Voorlopig Midden-Groningen 2026 8.625 66
Voorlopig Molenlanden 2026 10.725 8.223
Voorlopig Noordenveld 2026 4.733 49
Voorlopig Oldenzaal 2026 329 0
Voorlopig Reusel-De Mierden 2026 421 0
Voorlopig Rheden 2026 1.169 1
Voorlopig Vijfheerenlanden 2026 5.452 2.620
Voorlopig Wierden 2026 1.632 0
Voorlopig Woerden 2026 9.685 7.690
Voorlopig De Wolden 2026 2.826 0
Voorlopig Woudenberg 2026 607 0
Definitief Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2026
Definitief Midden-Noord-Brabant (CR) 2026
Definitief Midden-Limburg (CR) 2026
Definitief Alphen aan den Rijn 2026
Definitief Capelle aan den IJssel 2026
Definitief Coevorden 2026
Definitief Eijsden-Margraten 2026
Definitief Geertruidenberg 2026
Definitief Hardenberg 2026
Definitief Den Helder 2026
Definitief Heusden 2026
Definitief Krimpen aan den IJssel 2026
Definitief Leeuwarden 2026
Definitief Leiden 2026
Definitief Leusden 2026
Definitief Midden-Delfland 2026
Definitief Midden-Drenthe 2026
Definitief Midden-Groningen 2026
Definitief Molenlanden 2026
Definitief Noordenveld 2026
Definitief Oldenzaal 2026
Definitief Reusel-De Mierden 2026
Definitief Rheden 2026
Definitief Vijfheerenlanden 2026
Definitief Wierden 2026
Definitief Woerden 2026
Definitief De Wolden 2026
Definitief Woudenberg 2026
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens die (mede) als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van de Algemene Uitkeringen aan gemeenten en provincies. Daarnaast zijn er enkele gegevens ten behoeve van de Decentralisatie Uitkering beschikbaar.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt deze uitkeringen aan de hand van verdeelmodellen. De hiervoor gebruikte eenheden die het CBS levert worden beschreven in de 'Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren', zie paragraaf 3. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Gegevens beschikbaar vanaf: 2023.

Status van de cijfers:
Er worden zowel voorlopige als definitieve cijfers gepubliceerd.

De onderwerpen: Belastingcapaciteit woningen, belastingcapaciteit niet-woningen en Amendement De Pater kunnen door nagekomen berichten ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.

Wijzigingen per 27 februari 2026

Voorlopige cijfers 2026
- Woning: totaal
- Woning met functie: logies
- Niet-woning met functie: logies
zijn voor toegevoegd

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Inwoners
Inwoners op 1 januari.
Dit betreft alle personen die in de Basisregistratie Personen (BRP) zijn opgenomen.
Uitwonende studenten
Uitwonende studenten (WO en HBO)
Voor deze indicator wordt naar de positie in het huishouden volgens de Basisregistratie personen (BRP) gekeken om te bepalen of iemand thuis- of uitwonend is. Personen die op hun ouderlijk adres staan ingeschreven in de BRP krijgen de positie van kind in het huishouden toegewezen. Personen die niet op hun ouderlijk adres staan ingeschreven krijgen een andere positie in het huishouden, dit geldt dan als uitwonend. Vervolgens wordt gekeken of de persoon een inschrijving in het hoger onderwijs (bestaande uit WO en HBO) heeft om te bepalen of hij of zij een student is.
Aantallen zijn afgeronde (gehele) cijfers op tienvoud.
Minderheden
Gegevens over minderheden hebben vanaf 2006 betrekking op:
- Alle personen die actueel in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) zijn opgenomen en van wie minstens één ouder geboren is in Suriname, de Nederlandse Antillen, Aruba, Turkije of Marokko
- Het aantal personen (vluchtelingen) die in de gemeente zijn geregistreerd onder de codes 26 en 27 van de GBA per 1 januari van het betreffende jaar ongeacht het land van herkomst.
Vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben op grond van de tijdelijke vergunning bedoeld in artikel 8 punt c van de vreemdelingenwet 2000, zijn geregistreerd onder code 26.
Vreemdelingen met een permanente vergunning bedoeld in artikel 8 punt d van de vreemdelingenwet 2000, zijn geregistreerd onder code 27. Alle personen die bedoeld worden in de bovengenoemde definities worden per gemeente bijeen geteld.

Van dit onderdeel worden alleen definitieve cijfers gebruikt. De totalen worden afgerond op veelvouden van 5 en indien kleiner dan 25 op 0 gesteld.
Particuliere huishoudens
Een particulier huishouden is een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en zichzelf daar particulier, d.w.z. niet bedrijfsmatig voorziet in huisvesting en dergelijke levensbehoeften.

Een particulier huishouden wordt afgeleid uit de Basis Registratie Personen en belastingdienstgegevens over samenwonende paren met waar nodig gebruikmaking van de Enquête Beroepsbevolking.
Eenpersoonshuishoudens
Een eenpersoonshuishouden is een particulier huishouden bestaande uit één persoon.

Van dit onderdeel worden alleen definitieve cijfers gebruikt
Eenouderhuishoudens
Het totaal aantal eenouderhuishoudens

Een eenouderhuishouden is een particulier huishouden bestaande uit één ouder met kind(eren) en eventuele overige leden van het huishouden. Kinderen betreffen thuiswonende kinderen ongeacht leeftijd van het kind.

Van dit onderdeel worden alleen definitieve cijfers gebruikt.
Huishoudens met relatief laag inkomen
Het aantal particuliere huishoudens exclusief studentenhuishoudens in een regio in het 2e, 3e en 4e deciel van de landelijke inkomensverdeling van het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens exclusief studentenhuishoudens.

Het huishoudensinkomen bestaat uit de som van de inkomens van de afzonderlijke leden van de huishoudens.

Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.

In tabellen met inkomensverdelingen zijn de huishoudens in tien inkomensklassen verdeeld. De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (zogenaamde decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald. Deze inkomens vormen de klassengrenzen of decielen. Voor de maatstaf geldt het totaal aantal huishoudens met een inkomen in het 2e, 3e en 4e deciel.

Voorlopige cijfers betreffen voorlopige gegevens over het voorgaand jaar. Definitieve cijfers betreffen definitieve gegevens over het voorgaand jaar.


Sociale zekerheid
Bijstandsuitkeringen
Aantal huishoudens - voor zover alle personen die deel uitmaken van het huishouden thuiswonend en beneden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, zijn - dat in een gemeente een periodieke algemene uitkering ontvangt op grond van:

1. Algemene bijstand.
2. BBZ
3. IOAW.
4. IOAZ.
5. Adreslozen
6. Overig adreslozen.
7. Elders verzorgden.

Indien een huishouden zowel een periodieke uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet als een periodieke uitkering op grond van de IOAW of IOAZ, dan telt dat huishouden twee keer mee.

Procedure vaststelling
Bepalend bij vaststelling is het aantal uitkeringen aan thuiswonende personen beneden de pensioengerechtigde leeftijd met een periodieke algemene uitkering op 31 december van het voorgaand jaar. Buiten beschouwing blijven uitkeringen die gedurende december zijn beëindigd (inclusief incidentele uitkeringen), uitkeringen aan elders verzorgden en uitkeringen aan personen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd. Wordt aan meerdere personen in een huishouden een uitkering verstrekt dan telt dit in de maatstaf als één uitkering.

Aan dit bestand worden door het CBS zelfstandig gegevens toegevoegd over uitkeringen die door de gemeente, op het moment van aanmaak van het bestand voor het CBS, nog niet in de uitkeringsadministratie waren verwerkt. Deze informatie wordt opgespoord door het bestand van december te vergelijken met die van de daaropvolgende maanden. Is een bestand van een gemeente statistisch in orde dan worden de aantallen voor deze maatstaf door het CBS vastgesteld en schriftelijk aan de gemeente doorgegeven. De gemeente heeft na ontvangst van de brief één maand de tijd om te reageren.

Aantallen zijn afgeronde (gehele) cijfers op tienvoud.

Elders verzorgden
De aanvrager verblijft (voltijd of deeltijd) in een inrichting ter verpleging of verzorging zoals bedoeld in artikel 1. lid f Participatiewet.
Bodemgesteldheid en oeverlengte
Bodemgesteldheid en oeverlengte bevat:
- De bodemfactoren
- De oppervlakten kleigrond, kleiveengrond, veengrond en zandgrond/overig
- De totale oeverlengte
- De oeverlengte op kleiveengronden en veengronden

Bij voldoende aanwezigheid van kleigrond, kleiveengrond en veengrond in de bodem wordt gesproken van ‘slechte grond’. De oppervlakte 'slechte grond' is de oppervlakte in hectare van een minimaal vijf meter dik aaneengesloten pakket holocene klei- en/of veenlagen dat zich binnen de eerste acht meter onder het maaiveld bevindt, voor zover de betrokken lagen niet zijn gelegen onder water(Gf-Fvw).

Er is sprake van een aaneengesloten pakket:
- Kleigrond, wanneer de cumulatieve veendikte binnen de bovenste vijf meter slechte grond maximaal 50 cm bedraagt;
- Kleiveengrond, wanneer de cumulatieve veendikte binnen de bovenste vijf meter slechte grond tussen de 50 cm en de 400 cm bedraagt;
- Veengrond, wanneer de cumulatieve veendikte binnen de bovenste vijf meter slechte grond minimaal 400 cm bedraagt.

Niet tot kleigrond, kleiveengrond of veengrond onderscheiden land wordt tot zandgrond/overig gerekend.

De contouren van 'slechte gronden' zijn in 1997 door NITG-TNO vastgesteld. Per 2022 zijn de contouren ‘slechte gronden’ voor het overgrote deel van het gebied met slechte grond aangepast door de Geologische Dienst Nederland aan de hand van het model Geotop, onderdeel van de Basisregistratie Ondergrond.

Oeverlengte
De oeverlengte is de lengte van de omtrek in hectometers (hm) van alle watervlakken, ongeacht de grootte, van het meest recent gepubliceerde Basis Register Topografie van het Kadaster.
Bij de bepaling van de omtrek van die watervlakken zijn de lijnen die de begrenzing vormen tussen het buitenwater(Gf-Fvw) en het land(Gf-Fvw), respectievelijk het buitenwater(Gf-Fvw) en het binnenwater(Gf-Fvw), uitgesloten.

De oeverlengte wordt berekend met behulp van een Geografisch informatiesysteem waarbij topografische kaartbladen, kaartbladen van het bodemgebruik en gemeentegrenzen worden gecombineerd.
De oeverlengte kleiveen- en veengrond wordt berekend met behulp van een Geografisch informatiesysteem waarbij topografische kaartbladen, kaartbladen van het bodemgebruik, de basiskaart 'goede' en 'slechte' grond en de kaart van de gemeentegrenzen worden gecombineerd.

Definitieve cijfers
Berekend met definitieve gemeentegrenzen van het peiljaar en de meest recent gepubliceerde topografische kaarten.

Voorlopige cijfers
Gerekend wordt met definitieve gemeentegrenzen van het voorgaand jaar waarop een herindeling is toegepast. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.

Oeverlengte totaal
Totale oeverlengte per gemeente of regio volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.

Oeverlengte op kleiveen- en veengebied
Oeverlengte van wateren liggend op kleiveengebieden en veengebieden per gemeente of regio volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.