Regionale prognose 2023-2050; bevolkingsontwikkeling, regio-indeling 2021

Regionale prognose 2023-2050; bevolkingsontwikkeling, regio-indeling 2021

Regio-indeling 2021 Perioden Levend geboren kinderen (x 1 000) Overledenen (x 1 000) Immigratie (x 1 000) Emigratie inclusief correcties (x 1 000) Vestigers uit andere gemeente (x 1 000) Vertrekkers naar andere gemeente (x 1 000) Bevolking aan het eind van de periode (x 1 000) Woningbouwveronderstellingen (x 1 000)
Nederland 2023 tot 2025 370,1 312,3 578,0 386,5 1.598,9 1.598,9 17.980,5 181,5
Nederland 2025 tot 2030 977,9 820,3 1.478,3 1.123,0 4.063,7 4.063,6 18.480,1 346,5
Nederland 2030 tot 2035 1.015,0 880,6 1.477,5 1.182,9 4.072,4 4.072,4 18.893,0 200,7
Nederland 2035 tot 2040 1.000,9 936,4 1.468,8 1.194,4 4.082,5 4.082,5 19.212,2 .
Nederland 2040 tot 2045 968,8 973,5 1.465,3 1.200,4 4.102,0 4.102,0 19.446,7 .
Nederland 2045 tot 2050 950,8 987,5 1.465,3 1.206,5 4.176,9 4.176,9 19.630,0 .
Groningen (PV) 2023 tot 2025 11,1 11,5 25,5 15,2 57,0 62,7 593,9 5,7
Groningen (PV) 2025 tot 2030 30,1 29,8 58,7 44,8 145,3 153,0 599,9 7,7
Groningen (PV) 2030 tot 2035 31,3 31,6 55,3 46,9 140,6 150,2 597,7 3,5
Groningen (PV) 2035 tot 2040 29,9 33,2 53,7 46,5 136,7 144,6 593,0 .
Groningen (PV) 2040 tot 2045 27,7 34,0 52,5 45,8 135,3 140,8 586,9 .
Groningen (PV) 2045 tot 2050 26,2 33,8 51,4 45,2 135,8 139,6 580,1 .
Fryslân (PV) 2023 tot 2025 12,7 12,8 8,9 6,7 50,7 52,3 653,1 3,0
Fryslân (PV) 2025 tot 2030 32,9 33,3 22,5 18,8 129,9 133,4 652,5 5,7
Fryslân (PV) 2030 tot 2035 34,2 35,1 22,0 19,2 129,5 131,0 652,4 2,9
Fryslân (PV) 2035 tot 2040 33,6 36,7 21,3 18,9 127,7 128,1 650,5 .
Fryslân (PV) 2040 tot 2045 31,7 37,3 20,7 18,5 126,3 126,3 646,1 .
Fryslân (PV) 2045 tot 2050 30,3 37,2 20,2 18,2 126,8 126,4 640,3 .
Drenthe (PV) 2023 tot 2025 8,7 10,6 5,1 3,9 40,2 41,2 492,7 2,0
Drenthe (PV) 2025 tot 2030 23,4 27,0 12,5 10,9 105,4 107,4 488,4 3,1
Drenthe (PV) 2030 tot 2035 25,3 27,7 11,9 11,1 106,8 105,8 487,4 1,2
Drenthe (PV) 2035 tot 2040 25,1 28,6 11,5 10,9 106,2 104,1 486,2 .
Drenthe (PV) 2040 tot 2045 23,8 28,8 11,2 10,6 105,7 103,2 483,6 .
Drenthe (PV) 2045 tot 2050 22,9 28,3 10,9 10,4 105,9 103,6 480,1 .
Overijssel (PV) 2023 tot 2025 24,0 21,3 20,2 15,3 87,9 86,3 1.185,1 8,5
Overijssel (PV) 2025 tot 2030 62,6 55,5 50,9 43,4 225,6 223,5 1.201,0 16,8
Overijssel (PV) 2030 tot 2035 64,3 58,8 50,0 44,6 225,2 223,7 1.212,5 8,6
Overijssel (PV) 2035 tot 2040 62,1 61,8 48,7 44,2 223,2 220,7 1.218,7 .
Overijssel (PV) 2040 tot 2045 58,4 63,8 47,7 43,7 223,0 218,4 1.220,3 .
Overijssel (PV) 2045 tot 2050 56,0 64,7 46,9 43,2 225,5 220,2 1.218,3 .
Flevoland (PV) 2023 tot 2025 11,0 5,4 13,2 9,7 38,9 37,7 448,3 7,3
Flevoland (PV) 2025 tot 2030 29,1 14,5 34,2 27,9 100,9 97,1 472,6 17,2
Flevoland (PV) 2030 tot 2035 30,9 16,3 34,9 29,5 104,1 97,7 498,7 14,4
Flevoland (PV) 2035 tot 2040 31,2 18,4 35,2 30,2 105,5 101,2 520,4 .
Flevoland (PV) 2040 tot 2045 30,9 20,0 35,4 30,6 106,2 103,4 538,3 .
Flevoland (PV) 2045 tot 2050 31,1 21,0 35,7 31,1 113,3 108,4 557,1 .
Gelderland (PV) 2023 tot 2025 43,7 39,2 42,7 29,1 194,1 186,7 2.148,2 21,1
Gelderland (PV) 2025 tot 2030 115,7 102,6 108,4 83,9 492,8 483,5 2.193,6 32,0
Gelderland (PV) 2030 tot 2035 119,6 109,9 106,8 87,3 499,0 486,2 2.233,7 16,2
Gelderland (PV) 2035 tot 2040 116,7 116,9 105,5 87,4 499,4 485,0 2.263,5 .
Gelderland (PV) 2040 tot 2045 111,5 121,5 104,4 87,2 501,4 487,3 2.281,9 .
Gelderland (PV) 2045 tot 2050 108,5 123,4 103,7 86,9 508,9 495,4 2.292,9 .
Utrecht (PV) 2023 tot 2025 32,2 21,1 32,8 23,9 143,9 140,5 1.410,7 14,2
Utrecht (PV) 2025 tot 2030 83,9 56,1 84,7 70,1 370,8 352,2 1.470,7 38,2
Utrecht (PV) 2030 tot 2035 88,1 61,5 86,6 75,4 375,1 361,0 1.521,5 22,5
Utrecht (PV) 2035 tot 2040 88,7 66,7 87,2 77,2 373,9 364,1 1.561,7 .
Utrecht (PV) 2040 tot 2045 86,5 70,8 87,8 78,4 377,6 367,5 1.594,8 .
Utrecht (PV) 2045 tot 2050 84,8 73,3 88,4 79,4 383,1 374,5 1.620,7 .
Noord-Holland (PV) 2023 tot 2025 63,9 47,5 160,4 99,2 291,2 305,3 3.016,3 36,3
Noord-Holland (PV) 2025 tot 2030 170,4 126,9 422,0 293,5 722,0 756,7 3.151,2 72,3
Noord-Holland (PV) 2030 tot 2035 177,5 139,1 431,6 314,4 713,9 749,5 3.268,4 44,0
Noord-Holland (PV) 2035 tot 2040 176,5 150,0 435,9 322,8 724,4 762,2 3.366,8 .
Noord-Holland (PV) 2040 tot 2045 173,4 157,2 441,2 329,3 729,4 772,8 3.447,0 .
Noord-Holland (PV) 2045 tot 2050 172,5 161,0 446,9 335,5 747,7 792,9 3.517,6 .
Zuid-Holland (PV) 2023 tot 2025 83,7 62,5 145,1 97,9 350,8 346,8 3.869,7 43,9
Zuid-Holland (PV) 2025 tot 2030 219,4 164,4 372,2 283,9 883,4 877,4 4.016,1 89,2
Zuid-Holland (PV) 2030 tot 2035 225,6 177,3 372,6 299,1 880,9 882,0 4.133,3 54,6
Zuid-Holland (PV) 2035 tot 2040 224,1 189,8 370,9 302,7 890,4 892,7 4.229,5 .
Zuid-Holland (PV) 2040 tot 2045 220,4 198,1 371,0 305,1 900,7 904,5 4.308,4 .
Zuid-Holland (PV) 2045 tot 2050 218,4 201,7 372,1 307,8 920,3 924,1 4.377,3 .
Zeeland (PV) 2023 tot 2025 7,5 7,9 9,5 6,7 29,4 30,2 389,8 1,7
Zeeland (PV) 2025 tot 2030 19,6 20,4 23,6 18,8 76,2 78,9 390,7 2,6
Zeeland (PV) 2030 tot 2035 20,2 21,4 22,8 19,1 77,3 79,3 391,0 1,2
Zeeland (PV) 2035 tot 2040 19,9 22,1 22,0 18,7 77,4 78,6 390,5 .
Zeeland (PV) 2040 tot 2045 19,1 22,2 21,4 18,3 77,4 78,1 389,3 .
Zeeland (PV) 2045 tot 2050 18,6 21,7 20,9 18,0 78,1 78,6 387,7 .
Noord-Brabant (PV) 2023 tot 2025 52,6 47,6 77,5 50,0 221,4 215,8 2.649,9 30,6
Noord-Brabant (PV) 2025 tot 2030 139,5 125,6 196,2 145,8 572,3 561,6 2.723,0 53,0
Noord-Brabant (PV) 2030 tot 2035 144,4 134,9 193,7 152,5 580,5 569,8 2.781,9 28,8
Noord-Brabant (PV) 2035 tot 2040 141,0 142,9 191,1 152,9 580,1 569,2 2.825,9 .
Noord-Brabant (PV) 2040 tot 2045 135,7 148,9 189,1 152,7 582,2 571,0 2.856,2 .
Noord-Brabant (PV) 2045 tot 2050 132,9 151,0 187,7 152,4 593,6 583,4 2.877,5 .
Limburg (PV) 2023 tot 2025 19,1 24,8 37,2 28,8 93,4 93,5 1.122,9 7,2
Limburg (PV) 2025 tot 2030 51,1 64,0 92,4 81,3 239,0 238,9 1.120,4 8,5
Limburg (PV) 2030 tot 2035 53,5 66,9 89,1 83,8 239,4 236,1 1.114,6 2,7
Limburg (PV) 2035 tot 2040 52,0 69,2 85,7 82,0 237,5 231,8 1.105,5 .
Limburg (PV) 2040 tot 2045 49,7 70,7 83,0 80,1 236,7 228,7 1.093,8 .
Limburg (PV) 2045 tot 2050 48,6 70,2 80,6 78,3 237,9 229,6 1.080,4 .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de toekomstige ontwikkeling van de bevolking van Nederland per regio. Er zijn cijfers beschikbaar over het aantal levend geboren kinderen, overledenen, de immigratie, de emigratie inclusief het saldo van de administratieve correcties, en de vestiging uit- en het vertrek naar andere gemeenten in Nederland. Daarnaast is de omvang van de bevolking aan het einde van de periode opgenomen en zijn cijfers beschikbaar over de woningbouwveronderstellingen.

In deze nieuwe tabel is de voorgaande prognose bijgesteld op basis van de meest recente inzichten. De periode waarvoor de prognose is bepaald, loopt nu van 2022 tot 2050. De cijfers zijn gebaseerd op de regionale indeling van 2021.

Gegevens beschikbaar vanaf: (prognoseperiode) 2023 tot 2025

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per 6 juli 2022:
Geen, dit is een nieuwe tabel waarin de voorgaande prognose is bijgesteld op basis van de inmiddels beschikbaar gekomen waarnemingen. De prognoseperiode loopt nu van 2022 tot 2050.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In 2025 worden de nieuwe prognosecijfers over bevolking naar regio in een nieuwe tabel gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Levend geboren kinderen
Kind dat na geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Een levendgeborene wordt door het CBS geteld als het kind is geregistreerd als inwoner van een Nederlandse gemeente.
Overledenen
Persoon die is overleden waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend.
Overledenen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de gemeente van overlijden.
In CBS-statistieken hebben overledenen betrekking op personen die bij overlijden in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente zijn opgenomen, ongeacht het land waar het overlijden heeft plaatsgevonden. Personen die niet in Nederland wonen maar wel hier overlijden worden niet meegeteld.
Immigratie
Vestiging van personen vanuit het buitenland in Nederland.
Om als immigrant te kunnen worden geteld dienen deze personen ingeschreven te worden in de gemeentelijke bevolkingsregisters. Men wordt ingeschreven als men verwacht minimaal vier maanden in Nederland te blijven.
Emigratie inclusief correcties
Emigratie (inclusief administratieve correcties)
Emigratie inclusief het saldo van de administratieve correcties.

Emigratie
Vertrek van personen naar het buitenland.
Men wordt uit het bevolkingsregister afgevoerd wanneer de verwachte verblijfsduur in het buitenland ten minste acht maanden bedraagt. Het gaat hier steeds om de aan de gemeente gemelde emigratie.

Saldo administratieve correcties
Administratieve opnemingen in de gemeentelijke bevolkingsregisters min de administratieve afvoeringen uit de gemeentelijke bevolkingsregisters.

Administratieve afvoering
Verwijdering van een persoon uit de bevolkingsregisters van een gemeente nadat de gemeente heeft vastgesteld dat de verblijfplaats van deze persoon niet bekend is, deze persoon niet bereikbaar is en waarschijnlijk geen inwoner meer is van een Nederlandse gemeente.
Een administratieve afvoering is meestal het gevolg van het vertrek van een persoon naar het buitenland zonder dat deze de gemeente hiervan op de hoogte heeft gesteld.

Administratieve opneming
Opneming van een persoon in de bevolkingsregisters van een gemeente op verzoek van de betrokkene. Deze opneming is niet het gevolg van geboorte, immigratie of vestiging van die persoon vanuit een andere gemeente in Nederland.
Een administratieve opneming is meestal een hervestiging van een persoon die eerder administratief is afgevoerd en die verklaart nooit uit Nederland te zijn weggeweest.
Vestigers uit andere gemeente
Het komen wonen van personen in een gemeente na verhuizing uit een andere gemeente in Nederland.
Vertrekkers naar andere gemeente
Verhuizing van personen naar een andere gemeente in Nederland.
Bevolking aan het eind van de periode
Bevolking in Nederland aan het eind van de periode (1 januari).

Bevolking
De bewoners van een bepaald gebied.
In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.
Woningbouwveronderstellingen
De woningbouwveronderstellingen hebben betrekking op het saldo toevoegingen minus onttrekkingen aan de woningvoorraad (ofwel netto woningbouw).
Deze zijn gebaseerd op een inventarisatie van woningbouwplannen via opgaven van provincies en van de grote gemeenten, waar nodig aangevuld met bronnen zoals verleende bouwvergunningen.