Financieel risico hypotheekschuld; eigenwoningbezitters

Financieel risico hypotheekschuld; eigenwoningbezitters

Eigenaar-bewoner Kenmerken van huishoudens Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Gemiddelde hypotheekschuld eigen woning (1 000 euro) Gemiddelde waarde eigen woning (1 000 euro) Gemiddeld bruto-inkomen (1 000 euro) Gemiddeld besteedbaar inkomen (1 000 euro) Schuldrisico kengetallen Hypotheekschuld / woningwaarde (waarde) Schuldrisico kengetallen Hypotheekschuld / bruto-inkomen (waarde) Schuldrisico kengetallen Hypotheekschuld / besteedbaar inkomen (waarde) Schuldrisico klassen Hypotheekschuld / woningwaarde Geen schuld (x 1 000) Schuldrisico klassen Hypotheekschuld / woningwaarde 0 tot 0,7 (x 1 000)
Totaal Particuliere huishoudens 2020 4.487,2 159,3 345,7 99,2 60,3 0,49 1,6 2,6 773,4 2.339,4
Totaal Type: Eenpersoonshuishouden 2020 1.025,5 103,5 299,4 57,3 36,3 0,36 1,7 2,7 274,3 524,2
Totaal Type: Meerpersoonshuishouden 2020 3.461,7 175,9 359,4 111,6 67,4 0,53 1,6 2,6 499,2 1.815,2
Totaal Type: Eenoudergezin 2020 220,3 157,7 324,9 82,8 51,2 0,54 1,9 3,0 29,4 122,0
Totaal Type: Paar, totaal 2020 3.150,6 176,1 361,6 113,1 68,2 0,53 1,6 2,6 456,3 1.650,8
Totaal Type: Paar, zonder kind 2020 1.549,0 128,2 349,7 91,0 57,3 0,34 1,3 2,0 353,4 855,8
Totaal Type: Paar, met kind(eren) 2020 1.601,6 222,5 373,1 134,3 78,7 0,66 1,7 2,9 102,9 795,0
Totaal Type: Meerpersoonshuishouden, overig 2020 90,9 211,6 366,7 131,0 81,7 0,58 1,4 2,3 13,4 42,4
Totaal Hoofdkostwinner: tot 25 jaar 2020 24,4 153,1 230,1 68,5 43,0 0,83 2,3 3,8 3,4 5,1
Totaal Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar 2020 1.257,6 220,3 315,0 105,3 61,5 0,74 2,1 3,6 51,6 484,5
Totaal Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar 2020 1.968,0 175,0 361,2 120,0 69,4 0,50 1,4 2,5 236,0 1.167,5
Totaal Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 2020 1.237,2 72,6 354,5 60,4 45,0 0,12 0,7 0,9 482,3 682,2
Totaal Hoofdkostwinner: 25 tot 35 jaar 2020 497,3 197,3 278,4 93,9 55,3 0,75 2,2 3,6 22,7 181,5
Totaal Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar 2020 760,3 235,3 338,9 112,8 65,5 0,74 2,1 3,6 29,0 303,0
Totaal Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar 2020 1.010,2 206,7 363,2 125,6 72,6 0,60 1,7 2,9 74,3 556,6
Totaal Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar 2020 957,8 141,5 359,1 114,2 66,1 0,38 1,1 2,0 161,7 610,9
Totaal Hoofdkostwinner: 65 tot 75 jaar 2020 746,2 87,6 355,4 66,7 48,8 0,19 1,0 1,3 236,4 450,3
Totaal Hoofdkostwinner: 75 tot 85 jaar 2020 385,4 55,6 354,0 52,0 40,2 0,05 0,4 0,5 177,2 196,2
Totaal Hoofdkostwinner: 85 jaar of ouder 2020 105,6 28,4 350,5 46,3 35,8 0,00 0,0 0,0 68,7 35,8
Totaal Bron: Inkomen als werknemer 2020 2.605,4 186,2 325,4 114,1 63,8 0,63 1,7 3,0 188,9 1.336,3
Totaal Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2020 511,4 241,8 439,2 130,8 87,8 0,58 1,9 2,8 74,0 250,7
Totaal Bron: Inkomen als zelfstandig ondernemer 2020 350,5 187,7 372,4 110,2 76,0 0,56 1,8 2,5 54,5 176,7
Totaal Bron: Inkomen als dir.-grootaandeelh. 2020 154,5 367,3 593,1 179,6 116,1 0,63 2,2 3,5 18,3 70,9
Totaal Bron: Inkomen als overige zelfstandige 2020 6,3 175,0 382,1 80,0 52,1 0,49 2,1 3,0 1,3 3,2
Totaal Bron: Overdrachtsinkomen 2020 1.370,4 77,5 349,3 59,1 43,5 0,14 0,9 1,1 510,5 752,4
Totaal Bron: Uitkering inkomensverzekering 2020 1.348,5 77,1 350,6 59,6 43,8 0,14 0,8 1,1 505,2 740,8
Totaal Bron: Uitkering werkloosheid 2020 24,9 137,8 309,3 56,0 35,7 0,48 2,4 3,8 3,5 14,5
Totaal Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid 2020 86,5 114,4 275,5 58,4 37,7 0,44 1,9 2,9 14,5 50,2
Totaal Bron: Uitkering pensioen 2020 1.237,1 73,2 356,7 59,8 44,4 0,12 0,7 0,9 487,2 676,2
Totaal Bron: Uitkering sociale voorziening 2020 21,3 104,4 263,9 27,7 22,1 0,41 3,1 3,8 5,0 11,4
Totaal Bron: Uitkering bijstand 2020 4,2 101,7 188,7 23,6 19,5 0,60 4,3 5,1 0,5 2,1
Totaal Bron: Uitk. sociale voorziening, overig 2020 17,1 105,0 282,6 28,7 22,8 0,35 2,7 3,4 4,4 9,3
Totaal Bron: Studiefinanciering 2020 0,6 138,7 425,0 38,4 28,1 0,00 0,0 0,0 0,3 0,2
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 1e 10%-groep 2020 90,5 125,9 361,5 19,2 9,3 0,28 4,0 5,4 33,9 37,3
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 2e 10%-groep 2020 92,6 105,8 288,2 34,1 25,2 0,38 2,6 3,5 25,5 45,9
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 3e 10%-groep 2020 176,9 96,2 275,7 40,5 29,9 0,33 2,0 2,7 48,8 90,3
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 4e 10%-groep 2020 355,4 97,3 274,6 47,0 34,2 0,33 1,8 2,4 90,9 186,2
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 5e 10%-groep 2020 489,1 115,2 280,1 57,3 39,5 0,44 1,9 2,8 97,3 255,0
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 6e 10%-groep 2020 565,8 134,6 291,7 69,6 45,6 0,52 1,9 2,9 88,2 291,9
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 7e 10%-groep 2020 630,7 146,8 308,1 81,5 51,3 0,54 1,8 2,8 90,3 327,9
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 8e 10%-groep 2020 668,1 161,3 333,0 96,9 58,6 0,54 1,6 2,7 92,1 349,4
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 9e 10%-groep 2020 695,4 183,0 371,2 120,7 69,8 0,54 1,4 2,5 91,6 372,5
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 10e 10%-groep 2020 722,6 252,0 509,9 206,0 117,5 0,51 1,2 2,1 114,7 383,1
Totaal Vermogen: 1e 10%-groep 2020 180,4 367,0 275,2 110,0 63,7 1,15 3,0 5,0 0,6 3,2
Totaal Vermogen: 2e 10%-groep 2020 27,7 223,7 221,9 90,7 53,5 1,02 2,5 4,1 0,0 0,3
Totaal Vermogen: 3e 10%-groep 2020 33,3 217,9 220,7 89,3 52,8 0,99 2,5 4,1 0,0 0,5
Totaal Vermogen: 4e 10%-groep 2020 149,1 208,5 221,2 87,2 51,8 0,94 2,4 4,0 0,3 2,8
Totaal Vermogen: 5e 10%-groep 2020 435,5 198,4 234,5 88,0 52,2 0,83 2,3 3,8 1,2 44,9
Totaal Vermogen: 6e 10%-groep 2020 653,5 188,9 263,0 90,9 54,0 0,70 2,1 3,5 6,0 319,7
Totaal Vermogen: 7e 10%-groep 2020 726,9 160,3 289,0 89,9 54,3 0,52 1,7 2,8 36,0 565,9
Totaal Vermogen: 8e 10%-groep 2020 755,7 123,2 320,1 87,7 54,3 0,32 1,2 1,9 123,8 579,6
Totaal Vermogen: 9e 10%-groep 2020 765,2 103,1 385,3 93,5 58,2 0,16 0,7 1,0 244,7 484,8
Totaal Vermogen: 10e 10%-groep 2020 760,1 139,3 571,3 139,3 85,7 0,03 0,1 0,2 360,7 337,7
Totaal Woningwaarde: 1e 25%-groep 2020 1.121,8 106,1 181,6 69,8 44,5 0,64 1,6 2,5 168,4 462,7
Totaal Woningwaarde: 2e 25%-groep 2020 1.121,8 129,4 260,3 84,5 52,4 0,52 1,6 2,6 176,5 585,8
Totaal Woningwaarde: 3e 25%-groep 2020 1.121,8 153,0 342,8 98,9 59,8 0,44 1,6 2,6 198,1 642,8
Totaal Woningwaarde: 4e 25%-groep 2020 1.121,8 248,9 598,1 143,5 84,5 0,39 1,6 2,8 230,4 648,1
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Particuliere huishoudens 2020 3.713,8 192,5 340,2 103,1 61,8 0,59 1,9 3,1 0,0 2.339,4
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Eenpersoonshuishouden 2020 751,2 141,3 285,9 60,3 37,1 0,53 2,3 3,7 0,0 524,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Meerpersoonshuishouden 2020 2.962,6 205,5 354,0 114,0 68,0 0,61 1,8 2,9 0,0 1.815,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Eenoudergezin 2020 190,8 182,0 318,6 83,1 51,1 0,60 2,1 3,4 0,0 122,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Paar, totaal 2020 2.694,3 206,0 356,3 115,6 68,8 0,61 1,8 2,9 0,0 1.650,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Paar, zonder kind 2020 1.195,7 166,1 340,3 93,9 57,9 0,48 1,7 2,7 0,0 855,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Paar, met kind(eren) 2020 1.498,6 237,8 369,1 132,8 77,5 0,68 1,8 3,1 0,0 795,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Meerpersoonshuishouden, overig 2020 77,5 248,3 362,6 134,1 83,0 0,66 1,7 2,6 0,0 42,4
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: tot 25 jaar 2020 20,9 178,3 221,7 72,3 45,0 0,87 2,5 4,0 0,0 5,1
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar 2020 1.206,0 229,7 314,0 105,5 61,5 0,75 2,2 3,7 0,0 484,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar 2020 1.731,9 198,8 357,3 120,4 69,3 0,56 1,6 2,8 0,0 1.167,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 2020 754,9 119,0 346,4 60,6 45,5 0,30 1,8 2,3 0,0 682,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 25 tot 35 jaar 2020 474,7 206,7 277,4 94,3 55,5 0,76 2,2 3,7 0,0 181,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar 2020 731,4 244,7 337,7 112,8 65,3 0,75 2,2 3,7 0,0 303,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar 2020 935,8 223,2 359,8 125,0 72,0 0,63 1,8 3,0 0,0 556,6
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar 2020 796,1 170,2 354,4 114,9 66,2 0,46 1,4 2,4 0,0 610,9
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 65 tot 75 jaar 2020 509,8 128,3 346,2 65,5 48,3 0,33 1,8 2,3 0,0 450,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 75 tot 85 jaar 2020 208,2 102,9 346,0 51,1 40,2 0,26 1,7 2,1 0,0 196,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 85 jaar of ouder 2020 36,9 81,4 351,6 45,8 36,3 0,20 1,5 1,8 0,0 35,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als werknemer 2020 2.416,5 200,7 322,9 113,9 63,6 0,66 1,8 3,2 0,0 1.336,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2020 437,4 282,7 438,4 128,8 86,4 0,65 2,2 3,2 0,0 250,7
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als zelfstandig ondernemer 2020 296,0 222,2 372,8 109,9 75,9 0,63 2,1 2,9 0,0 176,7
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als dir.-grootaandeelh. 2020 136,3 416,5 583,3 171,5 110,5 0,68 2,5 4,0 0,0 70,9
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als overige zelfstandige 2020 5,1 219,8 377,1 79,5 51,9 0,60 2,7 3,9 0,0 3,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Overdrachtsinkomen 2020 859,9 123,5 339,1 59,8 44,0 0,33 1,9 2,5 0,0 752,4
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering inkomensverzekering 2020 843,3 123,2 340,6 60,5 44,5 0,32 1,9 2,5 0,0 740,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering werkloosheid 2020 21,4 160,6 306,1 55,7 35,6 0,55 2,8 4,3 0,0 14,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid 2020 72,0 137,4 270,6 58,8 38,0 0,53 2,3 3,5 0,0 50,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering pensioen 2020 749,9 120,8 348,3 60,8 45,3 0,30 1,8 2,3 0,0 676,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering sociale voorziening 2020 16,3 136,1 261,9 27,1 21,8 0,53 4,4 5,3 0,0 11,4
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering bijstand 2020 3,7 116,5 186,9 23,6 19,6 0,65 4,8 5,7 0,0 2,1
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitk. sociale voorziening, overig 2020 12,6 141,8 283,8 28,1 22,4 0,50 4,2 5,1 0,0 9,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Studiefinanciering 2020 0,3 290,3 479,1 . . 0,54 17,3 22,5 0,0 0,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 1e 10%-groep 2020 56,6 201,2 354,5 18,3 10,8 0,56 8,5 11,5 0,0 37,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 2e 10%-groep 2020 67,1 146,1 278,0 35,4 26,1 0,54 3,6 4,8 0,0 45,9
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 3e 10%-groep 2020 128,1 132,8 267,3 43,3 31,2 0,51 2,7 3,7 0,0 90,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 4e 10%-groep 2020 264,5 130,7 267,7 50,5 35,7 0,50 2,3 3,3 0,0 186,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 5e 10%-groep 2020 391,8 143,8 273,0 60,5 40,8 0,57 2,2 3,3 0,0 255,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 6e 10%-groep 2020 477,6 159,5 285,2 72,5 46,7 0,61 2,1 3,3 0,0 291,9
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 7e 10%-groep 2020 540,4 171,3 302,0 84,3 52,3 0,61 1,9 3,2 0,0 327,9
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 8e 10%-groep 2020 576,0 187,1 326,9 100,1 59,6 0,61 1,8 3,0 0,0 349,4
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 9e 10%-groep 2020 603,8 210,8 365,2 123,7 70,7 0,61 1,6 2,8 0,0 372,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 10e 10%-groep 2020 607,9 299,5 501,3 204,7 115,3 0,59 1,4 2,4 0,0 383,1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het financieel risico van eigenwoningbezitters door hypotheekschuld, woningwaarde en inkomen aan elkaar te relateren. De uitkomsten worden uitgesplitst naar kenmerken als samenstelling van het huishouden, leeftijd van de hoofdkostwinner, voornaamste inkomensbron, en inkomens- en vermogensgroepen.

De tabel bevat drie kengetallen voor het financieel risico van eigenwoningbezit:
- hypotheekschuld / woningwaarde,
- hypotheekschuld / bruto-inkomen, en
- hypotheekschuld / besteedbaar inkomen.
Het eerste verhoudingsgetal wordt ook wel loan-to-value (LTV) genoemd, en de andere twee zijn bekend als loan-to-income ratio's (LTI).

Gegevens beschikbaar vanaf: 2006.
Voor de jaren 2006 t/m 2010 zijn geen inkomensgegevens beschikbaar.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2006 tot en met 2023 zijn definitief. De cijfers over 2024 zijn voorlopig.

Wijzigingen per oktober 2025:
De cijfers over 2023 zijn definitief en voorlopige cijfers over 2024 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers over 2025 komen in het najaar van 2026 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met een eigen woning per 1 januari van het verslagjaar.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Gemiddelde hypotheekschuld eigen woning
Gemiddelde hypotheekschuld in verband met de eigen woning van particuliere huishoudens, per 1 januari van het verslagjaar.
Dit betreft de stand van de schuld waarover rente is verschuldigd. Opgebouwde tegoeden voor de aflossing van de hypotheek via kapitaalsverzekeringen, spaar-, beleggingshypotheken en dergelijke zijn deels in mindering gebracht.
Gemiddelde waarde eigen woning
Gemiddelde waarde van de woning in eigendom en in gebruik als hoofdverblijf van particuliere huishoudens, per 1 januari van het verslagjaar.
Gemiddeld bruto-inkomen
Gemiddeld bruto-inkomen van particuliere huishoudens.
Het bruto-inkomen omvat inkomen werknemer, inkomen zelfstandige, inkomen uit vermogen, uitkering inkomensverzekeringen, uitkeringen sociale voorzieningen, ontvangen gebonden overdrachten en overdrachten ontvangen van huishoudens.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens.
Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.
Schuldrisico kengetallen
Deze verhoudingsgetallen geven een indicatie van het financiële risico dat huishoudens lopen door het hebben van een hypotheekschuld.
Drie kengetallen worden onderscheiden:
- hypotheekschuld / woningwaarde (LTV),
- hypotheekschuld / bruto-inkomen (LTI), en
- hypotheekschuld / besteedbaar inkomen (LTI).
Hypotheekschuld / woningwaarde
Mediane LTV van particuliere huishoudens.
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en de waarde van de eigen woning. Ook wel bekend als loan-to-value (LTV). Dit verhoudingsgetal hangt samen met het risico op restschuld na verkoop van de eigen woning. Een LTV gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als de LTV gelijk is aan 1 dan is de hypotheekschuld precies gelijk aan de woningwaarde. Bij een LTV groter dan 1 is de hypotheekschuld groter dan de onderliggende woningwaarde.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Dit betekent dat precies de helft van de populatie een lagere of even grote LTV heeft.

Hypotheekschuld / bruto-inkomen
Mediane LTI van particuliere huishoudens.
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en het bruto inkomen. Ook wel bekend als loan-to-income (LTI), waarbij hier gekozen is voor het 'bruto-inkomen'. Dit verhoudingsgetal hangt samen met het kunnen dragen van de maandelijkse hypotheeklasten (betalingsrisico). Een LTI gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als er wel een hypotheekschuld bestaat, dan geldt 'hoe lager het inkomen, hoe hoger de LTI en hoe hoger het betalingsrisico'.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Dit betekent dat precies de helft van de populatie een lagere of even grote LTI heeft.
Hypotheekschuld / besteedbaar inkomen
Mediane LTI van particuliere huishoudens.
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en het besteedbaar inkomen. Ook wel bekend als loan-to-income (LTI), waarbij hier gekozen is voor het 'besteedbaar inkomen'. Dit verhoudingsgetal hangt samen met het kunnen dragen van de maandelijkse hypotheeklasten (betalingsrisico). Een LTI gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als er wel een hypotheekschuld bestaat, dan geldt 'hoe lager het inkomen, hoe hoger de LTI en hoe hoger het betalingsrisico'.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Dit betekent dat precies de helft van de populatie een lagere of even grote LTI heeft.

Schuldrisico klassen
Hypotheekschuld / woningwaarde
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en de waarde van de eigen woning.
Ook wel bekend als loan-to-value (LTV). Dit verhoudingsgetal hangt samen met het risico op restschuld na verkoop van de eigen woning. Een LTV gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als de LTV gelijk is aan 1 dan is de hypotheekschuld precies gelijk aan de woningwaarde. Bij een LTV groter dan 1 is de hypotheekschuld groter dan de onderliggende woningwaarde.
Geen schuld
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en de waarde van de eigen woning.
Ook wel bekend als loan-to-value (LTV). Dit verhoudingsgetal hangt samen met het risico op restschuld na verkoop van de eigen woning. Een LTV gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als de LTV gelijk is aan 1 dan is de hypotheekschuld precies gelijk aan de woningwaarde. Bij een LTV groter dan 1 is de hypotheekschuld groter dan de onderliggende woningwaarde.
0 tot 0,7
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en de waarde van de eigen woning.
Ook wel bekend als loan-to-value (LTV). Dit verhoudingsgetal hangt samen met het risico op restschuld na verkoop van de eigen woning. Een LTV gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als de LTV gelijk is aan 1 dan is de hypotheekschuld precies gelijk aan de woningwaarde. Bij een LTV groter dan 1 is de hypotheekschuld groter dan de onderliggende woningwaarde.